Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 22 april 2016

Dit is het laatste bericht op dit adres

We gaan verhuizen!

De laatste jaren was Neder-L vooral een weblog op het weinig elegante (en moeilijk te onthouden adres) nederl.blogspot.com. Die domeinnaam zei het al: we draaiden op de gratis servers van Blogspot (dat al heel lang in handen is van Google). Dat zorgde voor een aantal beperkingen voor de lezers (het is op sommige browsers nog steeds niet makkelijk om een reactie achter te laten), maar vooral voor de redactie.

We gaan daarom verhuizen naar een andere server – één die draait bij het Meertens Instituut en die we dus veel meer in eigen hand hebben. Bovendien zijn we zo niet meer afhankelijk van de toevallige nukken en grillen van Google, dat toch een commercieel bedrijf is; de nieuwe site is helemaal in handen van onderzoekers en een onderzoeksinstelling. We maken van de gelegenheid gebruik om ook een andere, prettigere, herkenbaardere en bredere (domein)naam te kiezen:




Dat betekent niet dat Neder-L echt verdwijnt; het gaat alleen op in Neerlandistiek. Inhoudelijk zal er in eerste instantie niet veel veranderen: min of meer dezelfde redactie zal dezelfde soorten artikelen, aankondigingen en berichten blijven plaatsen die u hier op Neder-L vond. Onze ambitie is is wel om de komende tijd méér te bieden. Daar houden we u van op de hoogte.

Helaas is het voor u als lezer wel nodig een en ander te veranderen. Wanneer u het weblog bezoekt, moeten we u vragen voortaan naar het nieuwe adres neerlandistiek.nl te gaan. Wanneer u een e-mailabonnement hebt, moet u zich helaas opnieuw abonneren.

We hopen dat u allemaal met ons die overstap wil maken. Dit weekeinde zijn we achter de schermen nog even aan het timmeren en schaven. Maandagochtend zijn we er ijs en weder dienende op het nieuwe adres.

Marc van Oostendorp (hoofdredacteur Neerlandistiek.nl)


Een schouwburgdirecteur in Roozendaal

Door Ton Harmsen

Joan Pluimer was ongeveer 25 jaar oud toen het Rampjaar de Amsterdamse Schouwburg stil legde. Kort na de heropening, vijf jaar later, werd hij er tot directeur benoemd. Behalve manager was hij ook dichter – het is niet de ideale combinatie. Hij zag zichzelf als een leerling van Vondel, schreef toneelstukken en gedichten, voornamelijk gelegenheidspoëzie,verder mythologische gedichten, een heldinnenbrief en heel veel gedichten op koning-stadhouder Willem III. Die gedichten zijn op het kruiperige af, de spinozistische geest van Nil Volentibus Arduum (het Frans-classicisme vierde in die dagen hoogtij op de Schouwburg) is in Pluimers poëzie ver te zoeken. Blijkbaar vond men het opportuun de Schouwburg te laten bestieren door een royalist: iedere verdenking van nieuwlichterij was daarmee weggenomen.

Het heeft hem geen windeieren gelegd: in alle kringen werd hij gevierd als een cultuurpaus van jewelste. Bij de privé-voorstellingen voor de burgemeesters en hun genodigden sprong hij op het toneel om de gasten met gedichten te verwelkomen. Tot kort voor zijn overlijden in 1718 handhaafde hij zijn positie als directeur, bijna veertig jaar lang maakte hij (met enkele anderen) uit wie op de Schouwburg gespeeld werd en wie niet. En zijn serviele lippendienst aan Willem de Derde gaf hem toegang tot de hoogste kringen.

donderdag 21 april 2016

Vacature directeur-bestuurder Instituut voor de Nederlandse Taal

Het Comité van Ministers van de Taalunie heeft besloten het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) in Leiden om te vormen tot een breder Instituut voor de Nederlandse  Taal (INT). Het INT zal een centrale positie innemen in het Nederlandse taalgebied op het vlak van het wetenschappelijk verantwoord ontwikkelen, bewaren en duurzaam beschikbaar stellen van taalmateriaal.

Uitgebreidere advertentietekst: www.inl.nl/vacatureINT
Meer informatie: Hans Bennis e-mail hans.bennis@meertens.knaw.nl / telefoon 020 4628 523; Martin Everaert e-mail m.b.h.everaert@uu.nl/ telefoon 0630738016.

Profielschets: secretariaat@inl.nl/m.b.h.everaert@uu.nl

Lezing Marc van Oostendorp in Leiden: Taalkundige zijn is het mooiste wat er is

Hoera, de Leidse vereniging voor studenten taalwetenschap T.W.I.S.T. en de Leidse vereniging voor studenten Nederlands NNP organiseren samen een lezing!

Onze spreker is niemand minder dan Marc van Oostendorp, die niet over een taalkundig verschijnsel gaat vertellen, maar over de taalkunde zelf. De titel van de lezing is 'Taalkundige zijn is het mooiste wat er is'. In zijn woorden is “de taalkunde het mooiste, interessantste en belangrijkste vak dat er bestaat. Dat komt door het onderwerp dat bestudeerd wordt: de menselijke taal die het menselijk denken, de menselijke samenleving en de menselijke cultuur bepaalt. Bijna niets dat belangrijk is in ons leven zou kunnen bestaan zonder taal. Het komt ook doordat het vak je leert op heel verschillende manieren na te denken: als een natuurwetenschapper, als een sociale én als een geesteswetenschapper. Er zijn zoveel verschillende dimensies aan taal dat je als taalkundige vanzelf gedwongen wordt om ieder probleem op heel veel manieren te bekijken.
Waarom zou je taalkundige willen zijn? Tijdens de studie wordt er weinig aandacht aan besteed, maar eigenlijk is het een vraag die iedere student zich wel eens stelt. Mijn antwoord is: niet omdat het leuk is of interessant – al is dat allebei ook waar –, maar omdat het vreselijk belangrijk is dat de mens de taal begrijpt waarmee hij zo is vergroeid. De vraag is dus eerder waarom er mensen zijn die geen taalkundige willen zijn.”

De lezing begint op 3 mei om 17:00 in Lipsius 0.11 en na afloop zal er een borrel zijn in de Grote Beer (Rembrandtstraat 27). Iedereen is welkom!
(Je kunt je belangstelling voor dit evenement kenbaar maken via Facebook.)

Etymologie: warempel

Door Michiel de Vaan

warempel bw. ‘waarlijk, voorwaar’
Nieuwnederlands warempel (oudste attestatie uit een klucht uit 1720: Warempel, t is om long en leever uit te braaken). Waarschijnlijk een vervorming van waratje of warendig, waarvoor zie hieronder. De bron van het element -empel is onduidelijk, aangezien er geen suffix van die vorm bestaat. Een suggestie: warempel komt het eerst in Noordhollandse bronnen voor. Mogelijk bestaat er een verband met Noordhollands remp ‘visafval’ (1661), rempen ‘vis afkeuren’ (1585, Enkhuizen), en/of rempeling ‘er slecht uitziend’ (van gewas) (1791, een dialectvariant van rimpelig).

waratje bw. ‘warempel’
Nnl. weratjen (1694: ’k Loov ’t weratjen ook ‘Ik geloof het warempel ook’), waaratje (1721),  warattje (1776), waratje (1840), waaratjes (1865).
Een gereduceerde vorm van warentig of waarachtig als modaal bijwoord. Waratje zou van waarachtig kunnen zijn afgeleid met wegval van ch in -achtig, maar een dergelijke wegval is wel ongebruikelijk. De reductie in wer- lijkt eerder op een afleiding van weréntig (zie hieronder) te wijzen, waarbij de -n in de oudste attestatie kan aanduiden dat de schrijver weratjen als verkleinwoord zag. Dan is een reductie van -tig tot *-tie denkbaar, dat als schrijftalig -tje(n) werd opgevat.

warentig bw. ‘warempel’
Nnl. werentigh (1611), werrentich (1646), waerendich (1653), warendig (1714), warentig (1781). Boekenoogen 1897 vermeldt zowel de uitspraak wárentech (met beginklemtoon) als vrentech.

Die vergaderinge der historien van Troyen : Hoofdstuk 7



Die vergaderinge der historien van Troyen,
ghecompozeert ende vergadert vanden eerbaren man
meester Roelof die Smit,
priester ende cappelaen van mijn zeer geduchtighe here,
mijn here den hertoghe van Bourgongen, Philipus,
int jaer .M.CCCC. ende .LXIIIJ.

zoals gedrukt door Jacob Bellaert te Haarlem in 1485

woensdag 20 april 2016

Uit de archieven van ’t Meertens Instituut: de proefkaart ‘etensvork’

door Jan Stroop



Met een vork eten, dat doet de mensheid nog niet zo lang. Eerst was er alleen een mes of iets wat daarop leek, daarna de lepel. Er waren wel vorken, al in de Romeinse tijd. Maar die werden in de landbouw gebruikt, onder andere om hooi en stro te verplaatsen.  Zie mijn vorige blog.


De oudste vermeldingen van de etensvork zijn uit de vroege Middeleeuwen. De vorken zijn dan nog van goud of zilver en worden alleen gebruikt door de adel en andere hooggeplaatsten. De Byzantijnse prinses Maria Agyropoulaina baarde in 1004/5 opzien door in Venetië een kleine gouden vork te gebruiken. Dat was ze thuis in ’t ouderlijk paleis gewend!  Jacob van Maerlant kende ’t verhaal en hij schrijft er in zijn Spiegel Historiael (1301-1325) met verbazing over: 

dinsdag 19 april 2016

Online: Cor van Bree, Historische Klankleer van het Nederlands

Kort geleden (april 2014) verscheen het eerste deel van het Leerboek voor de Historische Grammatica van het Nederlands. Het is een herziene en uitgebreide uitgave van het leerboek van 1977. Dit eerste deel bevat een beknopte grammatica van het Gotisch, inleidende hoofdstukken en de klankleer. In vergelijking met het boek van 1977 zijn de bibliografische aantekeningen aanmerkelijk uitgebreid en is er ook veel meer aandacht besteed aan regionale ontwikkelingen. De auteur is emeritus hoogleraar historische taalkunde en taalvariatie van het Nederlands aan de Universiteit Leiden. 


Het boek is gratis toegankelijk via https:/openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/38870. Via de catalogus van de UB Leiden, onder “content”, kan men er gemakkelijk bij komen.  

Deelnemers onderzoek leeservaring gezocht

Wanneer we literatuur lezen, gaan we vaak helemaal op in het verhaal en vergeten de wereld om ons heen. Soms zijn we slechts toeschouwers van de scènes die zich ontvouwen op de pagina’s, anders leven we ons zo in dat we de gebeurtenissen door de ogen van een personage zien. Hoe ontstaan beelden in ons hoofd als we zo geabsorbeerd raken tijdens het lezen van fictie? Hoe komt het dat we ons écht de held uit het verhaal voelen?

Op het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek en het Donders Instituut voor Brain, Cognition, and Behaviour in Nijmegen wordt onderzocht welke hersenprocessen betrokken zijn bij het lezen van verhalen. Zo vonden de onderzoekers dat de manier van vertellen sterk beïnvloedt hoe we ons inleven in een verhaal. Ook is het bekend dat literaire teksten de snelheid van lezen kunnen remmen en dat we die teksten daarom juist mooi vinden (zie blog). Uit een recent onderzoek blijkt dat de hersenenactiviteit tijdens het begrijpen van personages laat zien dat we onszelf daadwerkelijk in de personages verplaatsen (zie onze blog).

Voor een nieuw onderzoek naar leeservaring is Franziska Hartung in samenwerking met de jonge Nederlandse schrijver Martin Rombouts op zoek naar deelnemers voor een kort online experiment (10 minuten). Houdt u van lezen, of juist niet zo, maar kijkt u graag films of series? Dan zou uw bijdrage aan dit onderzoek van veel waarde zijn! In het online experiment gaat u een kort verhaal lezen, waarop u een aantal vragen wordt gesteld over uw leeservaring. Alvast bedankt voor uw deelname!

http://ems12.mpi.nl/leeservaring

maandag 18 april 2016

Personagebank online



Vanaf vandaag is de Personagebank online: een crowd-sourced database van personages uit Nederlandstalige romans, ontwikkeld door neerlandici aan de Universiteit Utrecht.

Via crowdsourcing verzamelt de Personagebank eigenschappen van romanpersonages uit Nederlandstalige romans. De ‘crowd’ levert informatie aan en kan actuele verhoudingen in de open database zien. Zo geven lezers antwoord op de vraag: ‘Hoe divers is de Nederlandstalige roman?’

De Personagebank werd ontwikkeld door studenten Nederlands aan de Universiteit Utrecht, o.l.v. dr. Saskia Pieterse.  Het project komt voort uit een onderzoek naar diversiteit en representatie in de Nederlandstalige roman en is een experiment met publieksparticipatie in letterkundig onderzoek.

Iedereen kan meedoen door gegevens van romanpersonages op te geven via dit formulier.

Zie: de Personagebank

Hulp gezocht bij migratie

Neder-L gaat binnenkort 'migreren': we verhuizen van de servers van Google (waar de blogposts nu zijn opgeslagen) naar een server van het Meertens Instituut, en daarmee ook van Blogger naar Wordpress.

Nu hebben we wat problemen met de verhuizing van de archieven. Is er een lezer die ervaring heeft met het verplaatsen van (relatief grote) Blogger-archieven naar Wordpress en ons kan helpen? Reacties welkom op redactie.nederl@gmail.com

Transmission of Tunes and Tales

Dates: May 12th-13th, 2016
Place: Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam
Web: http://tunes-and-tales.github.io/TTT/

In this symposium, we focus on understanding and modeling the cultural transmission of stories and songs. Topics include the (computational) modeling of narrative contents of stories, the identity and stability of melodies in oral transmission, relationships between melody and text in singing and chanting, and so on. The symposium will demarcate the conclusion of the Tunes and Tales project, which was carried out at the Meertens Institute, Amsterdam, 2012-2016.

Keynote lectures will be given by Jamie Tehrani (Durham University), Philip Bohlman (University of Chicago), and Victoria Williamson (University of Sheffield). For abstracts, please consult the website of the symposium.


Vacature in Polen – docent Nederlands

De Vakgroep Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies van de Faculteit Engels aan de Adam Mickiewicz Universiteit in Poznań (AMU), Polen, zoekt per 1 oktober 2016 een voltijds docent Nederlands.

Algemene informatie

Aan de AMU worden sinds 1992 lessen Nederlandse taal aangeboden waarvan in 1999 een Nederlandse specialisatie is uitgegroeid. Sinds 2007  hebben we een zelfstandige BA- en MA-opleiding Nederlands. De Vakgroep is dus relatief jong, maar zeer dynamisch. Op dit moment hebben we meer dan 150 studenten en 17 medewerkers waarvan de helft moedertaalspreker is.

Functie

De leerkracht geeft lessen taalverwerving aan onze BA- en MA-studenten in niveaus die uiteenlopen van A1 tot C1. Ook geeft hij enkele cultuurgerelateerde vakken, zoals bijvoorbeeld Nederlands in het bedrijfsleven. Al deze lessen worden gegeven in kleine groepen (10-25 studenten) en zijn in het Nederlands. Naast de lessen zijn er de volgende werkzaamheden:

  • het creëren van lesmateriaal dat aansluit bij de studenten,
  • verschillende organisatorische en administratieve werkzaamheden,
  • verwacht wordt ook vaardigheid in het redigeren van wetenschappelijke publicaties, o.a. de bijdragen voor het door de vakgroep uitgegeven tijdschrift Werkwinkel,
  • deelname aan promotieactiviteiten en activiteiten voor studenten.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 69


Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Uitzonderlijk vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald, zo niet herschreven,
door een klassiek geschoolde Amsterdammer [?],
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613,
vrijwel zeker een herdruk van Jan Janszoon de Oudere, Arnhem 1602.

Hoofdstuk 69 van de in totaal 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf-bestand:
van inmiddels 596 pagina’s A4


zondag 17 april 2016

Neder-L-cartoon #100

De Taalprof gaat doorgaans goed om met feedback

Gysbreght van Aemstel: The Movie

Deze film is gemaakt door leerlingen uit vwo 5 van het Candea College in Duiven. Een blog over dit project kun je hier vinden.  Naar aanleiding van dit project is er een stukje in de Gelderlander verschenen.


zaterdag 16 april 2016

Dag van de Friese taalkunde 2016

Het Taalkundich Wurkferbân van de Fryske Akademy organiseert dit jaar de achtste Dag van de Friese taalkunde. De dag is bedoeld voor iedereen die zich direct of indirect bezig houdt met de taalkunde van het Fries: grammatica, fonetiek/fonologie, naamkunde, lexicologie, sociolinguïstiek, historische taalkunde. In de lezing kan over wetenschappelijk onderzoek gerapporteerd worden, maar presentaties van onderzoeksplannen, van speculaties of van taaldatabanken zijn ook welkom. Lezingen kunnen gehouden worden in alle talen die tot de West-Germaanse taalfamilie behoren.

Wanneer: vrijdag 21 oktober 2016
Waar: de locatie wordt later bekend gemaakt

De lezingen duren 30 minuten (20 minuten lezing plus 10 minuten discussie).

Vacatures taalasisstenten Université Lille 3

Bij de sectie Nederlands van de Université Lille 3, Frankrijk, heeft twee vacatures voor twee taalassistenten (maître de langue, full time) voor Nederlandse taalvaardigheid.

Ingangsdatum: 1 september 2016

Taken:

  • colleges mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid aan hoofd- en bijvakstudenten 
  • opstellen en correctie van huiswerk en examens 
  • het mede-beheren van het talenlaboratorium 
  • het mede-verzorgen van het onderwijs op afstand 
  • enkele taken in de organisatie van de afdeling Nederlands 


Verschenen: Praagse Perspectieven 10

Praagse Perspectieven 10, Handelingen van het colloquium van de sectie Nederlands van de Karelsuniversiteit te Praag, 30 en 31 oktober 2014. Onder redactie van Ellen Krol, Jan Pekelder en Albert Gielen. Praag: Universitaire pers 2015. 184 blz. 

Begin 2016 verscheen de bundel van Praagse Perspectieven 10, met in totaal acht lezingen over Nederlandse taal- en letterkunde. Vier lezingen op letterkundig gebied behandelen het onderwerp ‘De circulatie van de Nederlandstalige literatuur’ en vijf taalkundige lezingen bespreken ‘Codewisseling’.  Verder bevat de bundel een interview met hoofddocent letterkunde, dr. habil. Ellen Krol, die na dertien jaar afscheid van de Karelsuniversiteit nam wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Neder-L-cartoon #99

De Taalprof vindt het belangrijk dat men zich
ook in spreektaal de juiste spelling realiseert

Een Schip op strand is een gewisse baak in Zee

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (68)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Literaire genootschappen waren het internet van de achttiende eeuw. Iedereen kon van alles en nog wat gepubliceerd krijgen, liefst anoniem, en iedereen kon, al even anoniem, ongeremd commentaar leveren op het werk van anderen. 

Zo verscheen in 1777 in Mengeldichten van het Genootschap ten spreuke voerende 'Volmaakter door den tijd' (eerlijk gezegd wel een titel die moeilijk tweetbaar is) onder andere het volgende anonieme 'klinkdicht':

De liefde

Wie droeg Anchises uit den fellen Troischen brand?
Wie hield door 's dogters zog den vader in het leeven?
Wie rukte 't blinkend staal uit 's wreeden moorders hand?
Wie redd' de moeder met gevaar van zelf te sneeven?

Wie houd de maatschappij in 't allernaauwst verband?
Wie doet een weêuw aan 't lijk van haaren ega kleeven?
Wie werkt een wonder vuur in 't jeugdige verstand?
Wie durft door 't grootst gevaar kloekmoedig henen streeven?

Wie heeft de mannen op der vrouwen rug gelaên?
Wie deed een' dwingeland op 't hoogst verwonderd staan?
Wie daalde uit 't hemelhof die lucht en wolken kliefde?

Wie tart den hoon en smaad van 't lasterend gespuis?
Wie bond den Heiligsten aan het gevloekte kruis?
Wie brengt een hellewigt ten hemel in? DE LIEFDE.


vrijdag 15 april 2016

Nieuwe functionaliteit bij Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL)

‘Calendarium’ maakt zoeken op datum of periode mogelijk

Vanaf vandaag is het mogelijk om bij de DBNL te zoeken op datum of periode in de duizenden gedigitaliseerde teksten, zoals brieven en dagboeken, en in de auteursgegevens. Deze nieuwe functie maakt het eenvoudiger om specifiek te zoeken. Welke schrijvers zijn geboren op 25 december? Wie schreven er in of over de Eerste Wereldoorlog of over 11 september 2001 (‘9/11’)?

Moderner uiterlijk, nieuwe mogelijkheden
Vorige maand is de vormgeving van de DBNL-site gemoderniseerd en zijn de zoekfunctie en navigatie verbeterd. Het was al mogelijk te zoeken op auteurs, titels, woorden in teksten en met behulp van topografische kaarten. Met het Calendarium is daar het aspect tijd bijgekomen. Dat levert extra mogelijkheden op om de gewenste informatie te vinden en interessante ontdekkingen te doen.

Getuigen van de Eerste Wereldoorlog
Een voorbeeld van werken met het Calendarium: Op zoek naar getuigenissen over het begin van de Eerste Wereldoorlog is de periode ‘juli 1914 – juli 1915’ van belang. Interessante (oog)getuigeverslagen geven Virginie Loveling in haar Oorlogsdagboek, en auteurs als Stijn Streuvels, Karel van de Woestijne en Frederik van Eeden.


Uitnodiging voor eerste Louis Peter Grijp lezing, getiteld: ‘Wie schreef het Wilhelmus?’

Op dinsdag 10 mei verzorgt Mike Kestemont de eerste Louis Peter Grijp-lezing. De lezing zal gaan over het onderzoek naar het auteurschap van het Wilhelmus. Is het met computationele technieken mogelijk de auteur daarvan te achterhalen?

De lezing wordt gehouden ter ere en herdenking van musicus en musicoloog Louis Peter Grijp, die op 9 januari jongstleden op 61-jarige leeftijd overleed. Vanaf nu zal elk jaar zal op of rond 10 mei, de dag dat in 1932 het Wilhelmus het Nederlandse volkslied werd, door het Meertens Instituut in samenwerking met de Universiteit Utrecht georganiseerd worden.

Louis Grijp studeerde muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht en gitaar en luit aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Sinds 1990 was hij als onderzoeker verbonden aan het Meertens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, vanaf 2001 was hij ook hoogleraar aan de Universiteit Utrecht met als leeropdracht de Nederlandse liedcultuur in heden en verleden. Hij was sinds 2003 lid van de KNAW, en stond meer dan 40 jaar lang aan de basis van het muziekgezelschap Camerata Trajectina.

Streektaalbeleid

Door Leonie Cornips

Binnenkort verschijnt de erfgoednota van de Provincie die het beleid voor de komende jaren voor het (im)materieel cultureel erfgoed presenteert. Taal valt onder cultureel erfgoed en kent veel verschijningsvormen in Limburg. Diverse vertegenwoordigers, betrokken bij de streektaal, schreven onlangs het visiedocument ‘Sjiek is miech dat’ als input voor de nieuwe erfgoednota. In dit visiedocument staat dat de regionale taal in Limburg mensen mobiliseert in hun gevoel van eigenwaarde, zelfbewustzijn en zelfredzaamheid. Taal is onmisbaar om regionale identiteiten te creëren: ze leidt tot sociale binding en herkenbaarheid van de provincie.

De ambities van de erfgoednota zijn duidelijk: dialecten hebben een digitaal platform nodig om ze vitaal te houden. Talentontwikkeling is een uitdaging: Limburg heeft een blijvende diversiteit aan podia nodig waar jongeren zich cultureel en literair kunnen manifesteren. Kennis over hoe de jeugd zich organiseert is urgent om streektaalbeleid te kunnen continueren. Kennisverspreiding over meertaligheid naar leerkrachten in het onderwijs (van kinderopvang tot middelbare school) is hard nodig. Limburgers zijn vaak van huis uit meertalig. Naast het Nederlands spreken zij dialect; een buurtaal zoals Duits of Frans, een lingua franca als Engels of een andere veel voorkomende taal zoals het Arabisch/Berbers, Turks en Spaans. Deze meertaligheid is niet alleen een cognitieve, sociaal-culturele kracht in Limburg maar zeker ook een economische. De kunst is om die meertaligheid te bevorderen en in te zetten waar dat nodig is (bijvoorbeeld in grensoverschrijdend werkverkeer en toerisme).

Drie nieuwe heldinnenbrieven: Croesus, Scipio en Montigny

Door Ton Harmsen

In Leiden verzamelen we heldinnenbrieven. Dat is nog spannender dan postzegels sparen, en het plezier is hetzelfde: altijd weer een feest als je er een bij hebt. Maar niemand kan je vertellen of je verzameling compleet is. Een catalogus zoals die van de filatelist is er niet. Natuurlijk hebben we onder leiding van Olga van Marion systematisch gezocht, maar toch wordt je nog af en toe een verrassing in de schoot geworpen.

Afgelopen zaterdag besprak Marc van Oostendorp een sonnet van het Utrechtse genootschap Dulces ante omnia Musae, genoeglijk boven al zijn de muzen, dat tweemaal, in 1775 en 1782, een bundel essays en gedichten uitgaf. Maandag nam ik die bundels voor het eerst door in de UB-Leiden, en kijk: drie nieuwe heldinnenbrieven. Alle drie geschreven door helden, maar omdat Ovidius het genre begonnen is met vijftien brieven van vrouwen, noemen we het de heldinnenbrief.

Met deze drie aanwinsten bevat de lijst van heldinnenbrieven op de internetsite van de Opleiding Nederlands in Leiden 843 titels. Soms komt er een bij, soms valt er een af. Sommige titels wijzen in de richting van een brief, maar blijken dat bij nader inzien niet te zijn. Een heldinnenbrief moet namelijk wel een formulering bevatten die erop wijst dat de adressant en de adressaat zich niet in elkaars nabijheid bevinden: ‘Lees deze brief’, ‘ik leg mijn pen neer’ of ‘dit wilde ik u schrijven’ zijn dergelijke formuleringen. Als zulke indicatoren ontbreken kan de tekst ook een toespraak zijn of een monoloog.

donderdag 14 april 2016

Etymologie: wauwelen

Door Michiel de Vaan

wauwelen ww. ‘kletsen’

Vroegnieuwnederlands wauwelen (1612), wauwlen (1614), waulen (1614), waauwelen (1623) ‘kauwen, knabbelen’; wauwelen(1701–1750), waawelen (1782) ‘zwetsen’, wauwelpinte ‘kletskous’ (Gent, 1672); zy verwaauwelen hun geld ‘verdoen’ (1789); waeuweling ‘schommeling, fluctuatie’ (1733). In moderne dialecten Noordhollands wauwelen ook ‘treuzelen, dralen’, Zeeuws wauwauwen ‘kletsen’. Die laatste variant, met verdubbeling van wau-, bestaat al in de 18e eeuw in een kleyn waauwaauwertje ‘een klein kindje’ (1731). Als variant op wauwauwen mag het Vlaams-Zeeuwse kawauwen mogen worden beschouwd, dat zijn k- van kauwen zal hebben.

Verwante vormen: Vroegmodernengels wawill (16e e.), wawle (1558), MoE waul ‘huilen van katten of baby's’, Nieuwhoogduits waueln ‘blaffen’.

Die vergaderinge der historien van Troyen : Hoofdstuk 6



Die vergaderinge der historien van Troyen,
ghecompozeert ende vergadert vanden eerbaren man
meester Roelof die Smit,
priester ende cappelaen van mijn zeer geduchtighe here,
mijn here den hertoghe van Bourgongen, Philipus,
int jaer .M.CCCC. ende .LXIIIJ.

zoals gedrukt door Jacob Bellaert te Haarlem in 1485

dinsdag 12 april 2016

Grijp de macht met Twitterpolitiek

Door Lucas Seuren
Regelmatig als ik een politiek artikel in de krant lees of op een website als nu.nl kijk staan er citaten in van politici. Vaak zijn deze gegeven op verzoek van de journalist, maar niet altijd: soms worden uitspraken die politici uit zichzelf doen gekopieerd. In die laatste categorie citaten springt er een politicus altijd uit: Geert Wilders. Niet om wat hij zegt, maar simpelweg omdat de meeste tweets die worden geciteerd van zijn hand zijn. Bovendien zie ik zelden een citaat van Wilders dat is verkregen op verzoek van de journalist in kwestie (al komt hij nog wel eens in Nieuwsuur). Los van de inhoud is de strategie van Wilders om zijn visie grotendeels via tweets uit te dragen bijzonder slim, en het is in dat opzicht opvallend dat weinig andere politici het spelletje zo spelen. Wilders neemt op deze manier namelijk de controle over het gesprek, waar die normaal bij de journalist ligt.

Die vergaderinge der historien van Troyen : Hoofdstuk 5



Die vergaderinge der historien van Troyen,
ghecompozeert ende vergadert vanden eerbaren man
meester Roelof die Smit,
priester ende cappelaen van mijn zeer geduchtighe here,
mijn here den hertoghe van Bourgongen, Philipus,
int jaer .M.CCCC. ende .LXIIIJ.

zoals gedrukt door Jacob Bellaert te Haarlem in 1485

maandag 11 april 2016

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 68


Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Uitzonderlijk vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald, zo niet herschreven,
door een klassiek geschoolde Amsterdammer [?],
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613,
vrijwel zeker een herdruk van Jan Janszoon de Oudere, Arnhem 1602.

Hoofdstuk 68 van de in totaal 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf-bestand:
van inmiddels 588 pagina’s A4


zondag 10 april 2016

Wie lijkt dit wat?

door Peter-Arno Coppen
 
In het laatste nummer van Levende Talen Magazine (103/3) staat een artikel van Tiddo Ekens over Differentiëren in de klas voor de betere leerling in havo en vwo. In dat artikel worden enkele algemene criteria van het SLO besproken van verrijkingsmateriaal dat kan worden gebruikt in aanvulling op, of zelfs in plaats van, het materiaal uit bestaande methoden. Je zou zeggen: een verheugend initiatief, maar the proof of the pudding is in the eating, dus ik bladerde meteen door naar een 'uitwerking voor de spelling en grammaticales,' aangekondigd als 'een drievoudige opdracht: het meewerkend voorwerp herkennen in buitenschoolse teksten, de vraag waarom de term belangrijk is, en hoe de grammaticale term in andere talen een rol speelt.'

Afgezien van de kromme formulering (misschien iets voor ander verrijkingsmateriaal) is dit een wonderlijke cocktail van de meest oninteressante activiteiten of vragen over het meewerkend voorwerp, die geen enkel verband houden met enige vorm van taalkundige theorie. Ik ben heel erg voor taalbeschouwing, en voor taalkunde kun je mij ook in het midden van de nacht wakker maken, maar in deze 'verrijking' wordt mijn vak wel heel erg verminkt en onaantrekkelijk gemaakt. Je zou bijna denken aan een moedwillige poging om de leerlingen (en de docenten) elke vorm van taalbeschouwing tegen te maken.

PhD Candidate “Multilingualism at the work place: the use of Dutch and German in the Meuse-Rhine Euregion" 1.00 fte

ITEM is an initiative developed by the interfaculty Maastricht Centre for Citizenship, Migration and Development (MACIMIDE), in cooperation with the province of Limburg and the municipality of Maastricht as part of the “Limburg Knowledge/Axis” cooperation. The aim of this PhD project is to examine good and bad practices in intercultural communication at the multilingual workplace in cross-border mobility between Limburg and North-Rhine Westphalia. In this type of mobility, individuals and groups can choose in their interactions at the workplace between (i) the national language of the other which is German or Dutch, (ii) code-mixing between Dutch and German (iii) English as a lingua franca, (iv) dialect that is spoken throughout this Euregion and (v) a lingua receptive which is a mode of multilingual communication in which speakers employ a language (variety) different from their partner(s) but still are able to understand each other.

The proposed PhD project will observe daily linguistic practices at work places, using classic sociolinguistic and ethnographic methods with audio- and self-recordings and qualitative semi-structured interviews. In addition, the project will explore how the findings can be incorporated in a large-scale quantitative survey conducted by Statistics Netherlands (SN) to assess the impact of (un)successful language interactions on social participation and trust.

zaterdag 9 april 2016

Neder-L-cartoon #98

De Taalprof vindt zo'n referendum altijd een moeilijke keuze

Zegt, regt, echt

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (67)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Zegt rijmt op echt zoals jullie misschien weten – en zo niet, dan leer je weer eens nieuws op dit weblog. De prangende vraag is nu: waarom schrijf je het ene met een een g en het andere met een ch?

Het eerste deel van het antwoord is natuurlijk: zegt krijgt die g van zijn stam zeg (en van zeggen). Echt krijgt dan weer een ch omdat dit geen werkwoordsvorm is, en in dat geval schrijven we altijd een ch (bijvoorbeeld omdat ch de stemloze vorm aanduidt, en de medeklinker voor een t altijd stemloos is, ook in dialecten die een onderscheid maken).

In 1772 was het allemaal nog niet zo simpel. Vandaag bestuderen wij de gt's en cht's in  een door 'I.v.N' in 1772 in het tijdschrift Proeve van oudheid-, taal- en dichtkunde gepubliceerd sonnet:


vrijdag 8 april 2016

Funeraire poëzie: tekstbijlage P.C. Hooft

Door Ton Harmsen

    Heemskerck die dwars door’t ys en’t yser dorste streven
    Liet d’eer aen’t land, hier’t lyf, voor Gibraltar het leven.

Net als het lange gedicht van Daniel Heinsius op de dood van Jacob van Heemskerck, die in 1607 de slag bij Gibraltar won maar die overwinning betaalde met zijn leven, bevat dit distichon van P.C. Hooft vrijwel uitsluitend lof. Hij doet dat heel kunstig en opvallend: ‘ys’ en ‘yser’ zijn woorden die bij een grote overeenkomst in klank een heel verschillende betekenis hebben (wat de stijlleer paronomasia noemt); ‘eer’, ‘lyf’ en ‘leven’ zijn drie objecten van ‘Liet’ (een tricolon). Het allitererende ‘liet-land-lijf-leven’ maakt het tweede vers ook bijzonder welluidend. Met recht siert dit gedicht het grafmonument van de zeeheld.

Het lijkt of Hooft een vergissing maakt in het metrum, omdat in Gibraltar de eerste en de laatste lettergreep beklemtoond zijn. In de zeventiende eeuw sprak men het echter uit zoals in het Spaans en het Frans, zoals we ook zien in het gedicht van Vondel op het portret van Gerard Hulft. Die uitspraak is etymologisch beter verantwoord dan de onze: Gibraltar is een verspaansing van de Arabische naam Jabal Ṭāriq (جبل طارق), de Tariqberg. Een andere bijzonderheid is de trochee ‘Heemskerck’ – hier maakt Hooft gebruik van een vrijheid, die in het eerste woord van een jambisch vers niet ongebruikelijk is.

PhD Candidate “Multilingualism at the work place: the use of Dutch and German in the Meuse-Rhine Euregion" 1.00 fte

Arbeidsvoorwaarden

Standplaats: Minderbroedersberg, Maastricht, Limburg
Dienstverband: Tijdelijk contract / Tijdelijke opdracht
Uren per week: 38 uur
Salarisindicatie: € 2174 - € 2799 per maand
Opleidingsniveau: WO

Research projectITEM is an initiative developed by the interfaculty Maastricht Centre for Citizenship, Migration and Development (MACIMIDE), in cooperation with the province of Limburg and the municipality of Maastricht as part of the “Limburg ...

Functieomschrijving

Research project
ITEM is an initiative developed by the interfaculty Maastricht Centre for Citizenship, Migration and Development (MACIMIDE), in cooperation with the province of Limburg and the municipality of Maastricht as part of the “Limburg Knowledge/Axis” cooperation. The aim of this PhD project is to examine good and bad practices in intercultural communication at the multilingual workplace in cross-border mobility between Limburg and North-Rhine Westphalia. In this type of mobility, individuals and groups can choose in their interactions at the workplace between (i) the national language of the other which is German or Dutch, (ii) code-mixing between Dutch and German (iii) English as a lingua franca, (iv) dialect that is spoken throughout this Euregion and (v) a lingua receptive which is a mode of multilingual communication in which speakers employ a language (variety) different from their partner(s) but still are able to understand each other.

The proposed PhD project will observe daily linguistic practices at work places, using classic sociolinguistic and ethnographic methods with audio- and self-recordings and qualitative semi-structured interviews. In addition, the project will explore how the findings can be incorporated in a large-scale quantitative survey conducted by Statistics Netherlands (SN) to assess the impact of (un)successful language interactions on social participation and trust.

Gerard haat Joop

Door Marc van Oostendorp

Gerard Reve dacht zelf dat vandaag het omslagpunt zou zijn. "Na mijn dood," zei hij in 1982 in een interview met Tom Rooduijn, "word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen en daarna nog eens tien jaar verplicht. Dan noemen ze een straat naar me. En dan ben ik helemaal vergeten. Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?"

Vandaag is het tien jaar geleden dat Reve overleed: de dag dat het vrijwillig lezen om zou slaan in het verplichte. Waarbij hij wel twee dingen zou vergeten. Dat het volgens schrijvers als Christiaan Weijts sowieso maar eens afgelopen moet zijn met dat fucking verplichte lezen. En dat zijn werk eigenlijk niet of nauwelijks nog in de handel zou zijn. (Op weg naar het einde is voor zover ik kan zien het enige dat in de afgelopen vijf jaar herdrukt is.)

Nou ja, in ieder geval verschijnt er nog wel een boekje, Naar het naaktgeslacht van de neerlandicus Bert Boelaars van het weblog Nader tot Reve.

Die vergaderinge der historien van Troyen : Hoofdstuk 4



Die vergaderinge der historien van Troyen,
ghecompozeert ende vergadert vanden eerbaren man
meester Roelof die Smit,
priester ende cappelaen van mijn zeer geduchtighe here,
mijn here den hertoghe van Bourgongen, Philipus,
int jaer .M.CCCC. ende .LXIIIJ.

zoals gedrukt door Jacob Bellaert te Haarlem in 1485

donderdag 7 april 2016

Die vergaderinge der historien van Troyen : Hoofdstuk 3



Die vergaderinge der historien van Troyen,
ghecompozeert ende vergadert vanden eerbaren man
meester Roelof die Smit,
priester ende cappelaen van mijn zeer geduchtighe here,
mijn here den hertoghe van Bourgongen, Philipus,
int jaer .M.CCCC. ende .LXIIIJ.

zoals gedrukt door Jacob Bellaert te Haarlem in 1485

woensdag 6 april 2016

Taalkunde in Nederland: systematisch uitgekleed!

Emeritus hoogleraar Vergelijking van Grammaticamodellen, Universiteit Tilburg

In de jaren 70 en 80 ontwikkelde zich de moderne theoretische taalwetenschap in Nederland in hoog tempo en stond aan de top van Europa. Een ministeriele nota in de 80er jaren stelde vast dat van alle aan Nederlandse universiteiten bedreven takken van wetenschap de sterrenkunde en de theoretische taalwetenschap mondiaal veruit de meest zichtbare en succesvolle vakgebieden waren.  Wat doen de universitaire bestuurders en de politici en ambtenaren op het ministerie daarmee? Je zou verwachten dat ze in overleg met de coryfeeën van de desbetreffende disciplines zouden zoeken naar manieren om hun toppositie veilig te stellen, uit te bouwen, te belonen met financiële injecties. Wat gebeurt er in werkelijkheid? Het tegendeel. 

De taalwetenschap, deel van de politiek niet bepaald sterk staande letteren en geesteswetenschappen in tijden van financiële bezuinigingen, is stukje bij beetje om zeep geholpen.  De wellicht grootste boosdoener was en is het financieringsmodel  van de universiteiten. Studentenaantallen en uitgereikte diploma’s bepalen het budget in belangrijke mate terwijl wetenschappelijke prestaties, internationale zichtbaarheid, aantallen publicaties in toptijdschriften, binnengehaalde subsidies en dergelijke nauwelijks in het gewicht vallen. Mijn eigen kleine maar fijne vakgroep Vergelijking van Grammaticamodellen aan de Universiteit Tilburg werd luttele jaren nadat wij het derde millennium binnengestapt waren opgeheven: te weinig undergraduate studenten die allemaal modieuze en vooral makkelijke vakken kiezen en te veel activiteit in de Ph.D. opleiding. 

dinsdag 5 april 2016

Oekraïense studenten Nederlands over het associatieverdrag





Hallo Nederland! Wij zijn vierdejaarsstudenten van de Kyiv Nationale Linguïstische Universiteit. Op 6 april stemmen jullie in het referendum over het associatieverdrag met ons land. Hier hebben wij een Nederlandstalige boodschap voor jullie. Stem voor ons!

Olia Sokovich, Anja Yanochkina, Viktoria Volosjina, Maria Namolova, Viktoria Artiushchenko, Angelina Kononenko en Ira Vasylyk

Uit de archieven van ’t Meertens Instituut: de proefkaarten 'hooivork' en 'houten vork'

door Jan Stroop


Een van de aardigste bezigheden die ik op ’t Meertens instituut te doen had, was ’t tekenen van proefkaarten voor de Taalatlas. Je voelde je een beetje ambachtsman en bij dat tekenen kon je ook regelmatig verrast worden. Geen twee taalkaarten zijn namelijk ’tzelfde en terwijl je doende bent de symbooltjes een voor een op de invulkaart in te tekenen, nemen de verschillende woordgebieden hun unieke vorm aan. Lijkt een beetje op ’t ontwikkelen van een foto, waarbij de afbeelding ook langzaam tevoorschijn komt.

Column 106 : Voer voor filologen : corruptie, contaminatie en confusie #3

Door Willem Kuiper

Ik had de pdf-bladzijde van de Vergaderinge der historien van Troyen, waar mijn vorige column over ging, nog niet omgeslagen of ik zag dat de zetter al weer lek was gereden. Als amuse gueule een kleinigheid:

Jacob Bellaert, Haarlem 1485, fol. d2, verso b

maandag 4 april 2016

Pas verschenen: Syntax of Dutch. 
Verbs and Verb Phrases, Volume 3

The Syntax of Dutch book series aims at presenting a synthesis of the currently available syntactic knowledge of Dutch. It is primarily concerned with language description and not with linguistic theory, and provides support to all researchers interested in matters relating to the syntax of Dutch, including advanced students of language and linguistics.

Syntax of Dutch: Verbs and Verb Phrases consists of three volumes. Volume 3 has just been published!

Volume 1 opens with a general introduction to verbs, including a review of various verb classifications and discussions on inflection, tense, mood, modality and aspect. This is followed by a comprehensive discussion of complementation (argument structure and verb frame alternations).

Volume 2 continues the discussion of complementation, but is more specifically focused on clausal complements: the reader will find detailed discussions of finite and infinitival argument clauses, complex verb constructions and verb clustering.

Volume 3 concludes with a description of adverbial modification and the overall structure of clauses in relation to, e.g., word order (verb placement, wh-movement. extraposition phenomena, scrambling, etc.)


De week van de drive

Door Arnoud Kuijpers



Komende week is dé week van de Drive voor de leraar Nederlands! Op die virtuele map op internet delen leraren Nederlands uit heel Nederland (en Vlaanderen) lesmateriaal met elkaar. 

Elke dag van deze week zal op de Facebook-groep Leraar Nederlands een bericht verschijnen meteen voorbeeld van fantastisch lesmateriaa. Jij kunt, als je leraar bent, jouw lessen met dit gratis lesmateriaal via http://drive.hetschoolvaknederlands.nl/bestanden verrijken!

Maar daar hebben we ook jouw hulp bij nodig. Als je dit leest, aarzel niet en besluit deze week in ieder geval 1 bestand, presentatie, werkvorm of project te uploaden in de drive (immers: halen is brengen)! Zo helpen we elkaar ons onderwijs nog mooier te maken.

Eind deze week posten we een bericht hoeveel materiaal er afgelopen week in de drive is geüpload. We kunnen toch ook op jouw steun rekenen?

Namens het drive-team, een heel fijne inspirerende week toegewenst!

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 67


Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Uitzonderlijk vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald, zo niet herschreven,
door een klassiek geschoolde Amsterdammer [?],
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613,
vrijwel zeker een herdruk van Jan Janszoon de Oudere, Arnhem 1602.

Hoofdstuk 67 van de in totaal 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf-bestand:
van inmiddels 585 pagina’s A4


zondag 3 april 2016

Column 105 : Voer voor filologen : corruptie, contaminatie en confusie #2

Door Willem Kuiper

Sneller dan ik voor mogelijk hield in mijn vorige column, dient zich weer een corrupte passage in de Vergaderinge aan, die duidelijk zichtbaar teruggaat op de grootste fout die een kopiist of zetter kan maken: le saut du même au même, in het Duits die Augensprung geheten. Wij hebben er bij mijn weten geen aparte naam voor.

Het conflict tussen Saturnus en Jupiter (dat zijn oorsprong vindt in de dreigende voorspelling die Saturnus ooit in de tempel van Appollo kreeg, te weten dat zijn zoon hem uit zijn koninkrijk zal verdrijven) escaleert als de mannen van Archaden de volgende dag rond de klok van 09:00 in slagorde hun stad uittrekken om de Cretenzers aan te vallen. Je achter je stadsmuren verschuilen gold als laf. Tijdens het gevecht dat losbarst, vechten Saturnus en Jupiter in de voorste gelederen. Jupiter spreekt Saturnus aan en probeert hem met zachte woorden op andere gedachten te brengen. Maar tevergeefs. Saturnus is zo verblind door zijn paranoia dat hij van geen ophouden weet. En nu komt het:
[S]aturnus niet teghenstaende dese kintlike ende soete woerden [en] toemde sijn toren niet, mer sloech op Jupiter als hi starcste mocht. Mer Jupiter leydet of mer hi en maecte geen consiensi te besteen sijn slagen op die van Creten, slaende elcke slach een man ter neder ende toechde sijn macht op dat Saturnus bekende dat hi tegens hem te vergheefs vacht.