Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zondag 31 januari 2016

Praten als een vlogger. 4 tips die je leven gaan veranderen

Door Marc van Oostendorp

Hier zijn vier tips hoe ook jij kunt leren praten als een echte vlogger!


Een laat-middeleeuwse fibula met opschrift. Maar wat staat er(op)?

Door Willem Kuiper

Ongeveer één jaar geleden verraste mediëvist Herman Mulder de lezers van Neder-L in ‘Tegeltjeswijsheid’ op een oude vloertegel met daarop de afbeelding van een nar, en rondom die nar een tekst die tot op heden niet ‘ontletterd’ kon worden. Nu heeft hij weer zo’n puzzle ingezonden: een cirkelvormige ‘fibula’ met daarop een tekst. Zie hier een viertal afbeeldingen van deze gesp / speld, die mogelijk nog 16e-eeuws is:


Wie kan hem en ons vertellen om wat voor een gesp / speld het hier gaat? En wat staat erop geschreven?

zaterdag 30 januari 2016

Alle tranen van de eenzaamheid

door Gert de Jager

Op de poëziekalender van Van Oorschot een klassieker van Lodeizen:


ik ben het zuiverste dier op aarde
ik slaap met de nacht als met mijn lichaam
en de nacht wordt groter in mijn hart

in het donkere weefgetouw van je vingers
borduur ik een nacht van eenzaamheid
veelkleurig veeleisend veranderlijk

ik ken alle tranen van de eenzaamheid
sla mij maak mij open
ik ben een roos van vrolijkheid

kom hier vertrouw mij
ik gooi de wind vol sterren

als een boot van overvloed
in de spaarzaamheid van de zee

nu ben je niet gekomen
en zachtjes ga ik dicht.


Met Lodeizens reputatie is het altijd raar gesteld gesteld geweest. In het begin van de jaren vijftig was hij even de Jacques Perk van de Vijftigers - in de tijd dat Vinkenoog de Vijftigers aan het volk voorstelde in zijn bloemlezing Atonaal.

Oplichters, huwelijkszwendelaars, malverserende notarissen, kwakzalvers en kale mannen in de 18e eeuw

Opgeschoren, gemillimeterde of spiegelgladde schedels, het is nu het merkteken van ‘revolutionair rechts’. In de 18e en vroege 19e eeuw was dat niet veel anders. Ook toen drukte een kaal hoofd een groepsidentiteit uit. Weliswaar niet van een rechtse, autoritair angehauchte club, maar van een uiterst individualistisch ingesteld gezelschap, maar even hemelbestormend. Wie zich in plaats van met een rijk bepoederde pruik met een gladde schedel liet afbeelden, wilde daarmee immers aangeven dat hij een intellectueel was, een vrijdenker, wars van dogmatisme, authentiek en tolerant. Marleen de Vries, auteur van het goed ontvangen en herdrukte boek Beschaven! Literaire genootschappen in Nederland 1750-1800 (2001), heeft zich nu gestort op 18e eeuwse mannen zonder pruik en doet verslag van haar bevindingen in het nieuwe nummer van de Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman (38,2). Pruiken blijken in minder dan honderd jaar van ‘een onmisbaar sociaal attribuut’ verworden te zijn tot ‘een verachtelijk en ridicuul object, waarmee mannen zichzelf afserveerden als religieus dogmatisch, onecht, ijdel, politiek corrupt, ondemocratisch en vrouwelijk’. 

Corruptie komt ook verder uitvoerig en smakelijk aan bod in deze aflevering.

Tussen publiek en privé: Engelse en Nederlandse schrijfsters uit de vroegmoderne tijd

Masterclass voor onderzoekers en studenten

Op 1 maart a.s. verzorgt Martine van Elk ( California State University Long Beach) om 15.30 u. de colloquiumlezing in het Amsterdams Centrum voor de studie van de Gouden Eeuw: Publicizing Female Virtue on the Dutch Stage: Verwers, Questiers, and Lescailje (http://acsga.uva.nl/home/components/colloquia/colloquia/content/folder/2016/03/publicizing-female-virtue-elk.html).

Voorafgaand aan het colloquium organiseert het Amsterdams Centrum voor de studie van de Gouden Eeuw een masterclass voor onderzoekers en studenten over de toetreding tot het publieke domein van zeventiende-eeuwse schrijfsters uit Engeland en Nederland. Martine van Elk en Nina Geerdink (Universiteit Utrecht) zullen ingaan op thema’s uit hun onderzoek naar schrijfsters, zoals de ideologie over huiselijkheid, de relatie tussen privé-omstandigheden en publieke zichtbaarheid en de mogelijkheden om met schrijven geld te verdienen. Er is ruim gelegenheid voor discussie, ook over eigen onderzoek en vragen van de deelnemers.

Van mijn balijnenrok de haak

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (57)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

In de achttiende eeuw komt een nieuwe sonnettenmode over Europa. Het genre is dan inmiddels natuurlijk al eeuwenoud en ook in de Nederlanden al zo'n 150 jaar bekend (ter vergelijking: gisteren was het 150 jaar geleden dat Romain Rolland geboren werd).

Het werd tijd voor ironie. Het werd tijd voor het sonnet du coude, waarin een onbelangrijk detail bezongen werd, zoals in De onbestendigheid van Juliana Cornelia de Lannoy (1738-1782), dat bezingt hoe zelfs de grootste wereldwonderen vergaan: de steden Babylon en Ninivé. De zegebookg van Titus. De pyramiden. En de rok van de dichteres.

Gerrit Komrij vond het zo'n goed voorbeeld van het genre, dat hij voorstelde het sonnet du coude het baleinenroksonnet te noemen:


vrijdag 29 januari 2016

Krijn Onverstant: k.o. in acht klappen

door Ton Harmsen 

Van de kluchten die in de zeventiende en achttiende eeuw geschreven zijn, is ongetwijfeld veel verloren gegaan. Kluchten die in de Amsterdamse Schouwburg vertoond zijn hebben een behoorlijke overlevingskans, maar veel dat op de markt in Deventer of in een schuur in Hoogmade werd gespeeld, is er gewoon niet meer. Toch zijn er nog ruim 500 bewaard. Gemiddeld zijn die net iets meer dan één keer herdrukt: in Ceneton staan naast 506 eerste drukken 550 herdrukken. Daarnaast is er nog een aantal handschriften, plus wat vermeldingen en korte samenvattingen. 

Reden te meer om de overgebleven kluchten te koesteren, en het is verheugend dat daar ook veel aan gedaan wordt. Bij de DBNL, books.google en Ceneton is alles bij elkaar ongeveer de helft te lezen. Dat betekent wel dat er nog 250 op de verlanglijst staan; zonder hulp van vrijwilligers zal dit aantal maar langzaam slinken.

Gelukkig zijn er allerlei gezelschappen die zich met de klucht bezighouden. In Rotterdam werd een tijd geleden de klucht van de molenaar in het Turks gespeeld door een professioneel Turks gezelschap dat voor een gedistingeerd Turks publiek een prachtige voorstelling gaf. Het kan dus wel! Ook de Leydse KluchtenCompagnie (binnenkort tijdens de Hanzefeesten in Doesburg te zien) en Theatergroep De Kale hebben grote verdienste voor het instandhouden van het genre. De Kale speelt op 14 februari de klucht van Krijn Onverstant of Vrouwen Parlement door Jelis Noseman, met een inleiding van Olga van Marion. Voor leesclubs is het een goed idee samen een toneelstuk te lezen. Het Leidse Renaissancedispuut Proteus organiseert al vele jaren een succesvolle kluchtlezing: enkele leden komen bijeen, verdelen de rollen en lezen een klucht, onder veel gelach en versnaperingen; met het resultaat dat de deelnemers de klucht beter lezen, begrijpen en waarderen dan wanneer zij het bij hun eigen haardvuur hadden gedaan.

Wij kunnen geen Sapfische oden horen

Door Marc van Oostendorp

Paul Claes, volgens Piet Gerbrandy de 'geleerdste Belg aller tijden', heeft een nieuwe vertaling gepubliceerd van vijftig oden van Horatius. Het probleem voor iedere vertaler is daarbij: welke vorm moet je gebruiken.

Een van de zaken waarmee Horatius opzien baarde was namelijk precies die versvorm. Uit de klassieke Griekse poëzie had hij allerlei ingewikkelde vormen gekozen die hij voor het eerste gebruikte voor het Latijn. Een van die vormen – waarschijnlijk de beroemdste was deze:

— \smile  — X  — \smile \smile — \smile  — — (x3)
— \smile \smile  — — 
Hier stond voor — een lange lettergreep,  \smile voor een korte, en X was een soort jokerpositie, waar beide inpasten. Sapfo had die vorm voor het Grieks gebruikt – hij wordt de Sapfische strofe genoemd – en Horatius liet dus zien dat je zo ook in het Latijn gedichten kon schrijven:


donderdag 28 januari 2016

Etymologie: stelpen

Door Michiel de Vaan

stelpen ww. ‘doen ophouden’
Vroegmiddelnederlands stelpen (1240), gestelpen ‘doen stilstaan, doen ophouden’ (1265–70), stelpen ‘ophouden’ (1287), stulpen ‘doen stoppen’ (ca. 1400). Reeds in de 13e eeuw voornamelijk gebruikt voor het ‘doen stilstaan’ van bloed en het ‘doen ophouden’ van wonden, ziektes, plagen en dergelijke. Vroegnieuwnederlands stelpen (1511), stulpen (1539) ‘doen ophouden’, stulpen = stelpen ‘doen ophouden; verbergen (onder een deksel)’ (1599); overstelpen (1574), overstulpen (1595), overstolpen (1596) ‘geheel bedekken, overladen’; bestelpen (eind 16e eeuw), bestulpen (1612), bestolpen (1602) ‘bedekken (met), bedelven (onder)’. De vorm stulpen kan zowel uit stelpen komen (type schulp uit schelp) als uit stolpen (als in het zn. stulp uit stolp). Maar een tekstregel als ’t kan … de wonde wel bestolpen, maar niet stelpen bij Camphuyzen (1620) toont aan dat bestelpen en bestolpen beide bestonden.

Zingen in dialect

Door Leonie Cornips

Begin januari is Louis Grijp overleden. Louis was 22 jaar lang mijn collega aan het Meertens Instituut. Hij was hoogleraar en succesvolle onderzoeker ‘Nederlandse liedcultuur in het heden en verleden’ en de grote spil achter het ensemble Camerata Trajectina (Latijn voor ‘Utrechts muziekgezelschap’) dat liederen vanaf de middeleeuwen tot de Gouden Eeuw speelt. Hij is lange tijd mijn buurman in het instituut geweest. Vaak hoorde ik hem in zijn kamer neuriën, zingen of luitspelen. Hij onderzocht zoveel, te veel om in deze column kwijt te kunnen. Over al dat onderzoek vertelde hij boeiend: over de liederen die de bouwvakkers vroeger zongen bij het heien in Amsterdam, over vrouwenrollen die door mannen gespeeld en gezongen moesten worden in het historisch theater, over schunnige liedjes en zeker ook over zingen in dialect. Louis schreef als eerste over zingen in dialect, al in de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij signaleerde dat Friesland in de negentiende eeuw met het Friese Liedboek (1876) voorop liep en Groningen later met het Grunneger zankbouk (1930). Het wonderlijke is, zo schrijft Louis, dat het plattelandsvolk dat gewoon was in dialect of streektaal te spreken, voornamelijk in het Nederlands zong! De echte doorbraak van de streektaalmuziek in de jaren tachtig is vooral te danken aan de regionale omroepen.

Louis was vooral geïnteresseerd in de Groningse liedzanger Ede Staal, die hij in één adem noemde met Jo Erens en Rowwen Hèze. Ede Staal werd landelijk bekend door een documentaire (1996) en de film de Poolse bruid (1998) die zich op het Groningse platteland afspeelt. In die film is Staals’ lied ’t Hoogelaand in het Gronings te beluisteren. 

Call for papers Sociolinguistics Circle 3 – Radboud University Nijmegen – April 15th 2016

Sociolinguistics Circle & meeting description
The Sociolinguistics Circle is an annual one day conference organised by a group of scholars working in the Low Countries (their names are appended below). The aim of the conference is to convene students and researchers of language variation, sociolinguistics and linguistic anthropology/ethnography who have (some) connection to the Low Countries.

Particular emphasis is put on student participation: the conference is open to researchers of all levels, and this year we warmly invite BA & MA-students to submit their work. Students who wish to discuss work in progress can submit their work for poster presentation

After successful editions in Groningen and Ghent, we are happy to announce that the third edition will be hosted by the Centre for Language Studies of the Radboud University Nijmegen.


Hoe lang duurt het pellen van een mandarijn?

Door Marc van Oostendorp
Ik ken weinig dichtbundels waarin de liefde voor het grote getal zo uitbundig wordt gevierd als het deze week met de Herman de Coninck-prijs bekroonde Lichtmeters van Ruth Lasters. Waarom hebben dichters dat niet eerder ontdekt, denk je dan – de wonderlijke poëzie van het heel, heel grote, van de vele lichtjaren.

Dat geldt bijvoorbeeld voor het gedicht Allen dat Laurens Jz. Coster gisteren publiceerde, en waarin de lezer wordt uitgenodigd om uit te rekenen dat 260 jaar 8.204.976.000 seconden bevatten. Maar het geldt ook voor het ook heel mooie Arbeid (ook te vinden via Google Books):


woensdag 27 januari 2016

Focquenbroch op Sypesteyn



Op zaterdag 16 april 2016 organiseert de Stichting Willem Godschalck van Focquenbroch een bijeenkomst op Kasteel-Museum Sypesteyn te Loosdrecht. Hiermee zal dichter en toneelschrijver Willem van Focquenbroch (1640-1670) ‘virtueel herenigd’ worden met zijn geliefde Maria van Sypesteyn.

Naast rondleidingen door het kasteel en de bijbehorende tuin staan er twee lezingen op het programma: Bas de Ligt zal spreken over Focquenbroch en Sypesteyn en Karel Bostoen over Focquenbroch en de liefde.

Voor meer informatie en aanmelden (tot uiterlijk 6 april), zie de website van de stichting.

Crowdfunding: verzetsliederen tegen Napoleon






De Napoleontische tijd heeft begin negentiende eeuw diepe sporen in Nederland nagelaten. Relatief onbekend is hoe wij ons verzet hebben tegen de Franse inlijving. Tijdens zijn promotieonderzoek stuitte de Nijmeegse historicus Bart Verheijen op verzetsliederen die dat prachtig symboliseren. Verheijen is nu een crowdfundcampagne gestart om deze liederen beschikbaar te maken voor het grote publiek.
Verzetslied tegen Napoleon
Unieke bron van verzet
Sterf Tiran! Oranje Boven! Grijpt de wapenen, vrije Bataven! De liedteksten geven een goed beeld van de impact van de Franse inlijving op de bevolking. De liederen werden bovendien gezongen om het strenge Franse systeem van censuur te ontwijken. Tijdens de jaren 1806-1813, toen andere mediakanalen niet langer of nog niet beschikbaar waren, vormden deze verzetsliederen dan ook hét middel om de bevolking te informeren en te verbinden.

Tweede druk De verheerlijking van het verleden

Bij Vantilt te Nijmegen is een tweede druk (in paperback) verschenen van Lotte Jensen, De verheerlijking van het verleden. Helden, literatuur en natievorming in de negentiende eeuw. Dit boek gaat over nationalisme, vaderlandsliefde en heldenverering in de negentiende eeuw en laat zien dat literatuur bij uitstek het middel was om gevoelens van trots en saamhorigheid onder het volk te verspreiden. Via de literatuur konden lezers kennis maken met de grote namen uit de vaderlandse geschiedenis. Boegbeelden van de Nederlandse natie waren Willem van Oranje, Michiel de Ruyter en Rembrandt van Rijn. Maar ook minder bekende figuren werden uitbundig bejubeld, zoals Albrecht Beylinc, Jan van Schaffelaar, Kenau Hasselaar en Haesje Claes. Het boek maakt inzichtelijk hoe Nederland omging met vaderlandse helden en heldinnen en hoe heldenverering bijdroeg aan het proces van natievorming.

De Verheerlijking van het verleden werd in 2011 bekroond met een Gouden Erepenning door de Teylers Stichting te Haarlem. Bestellen: http://www.vantilt.nl/boeken/de-verheerlijking-van-het-verleden/

LinkedIn for Academics

Er worden zaken aan elkaar verbonden in ons spannende managersfeuilleton
Door Marc van Oostendorp


Het duurde tot enkele weken na kerstmis voordat de boomlange promovenda Sophie weer enigszins naar buiten durfde. Het eerste wat ze ondernam, was een persoonlijkheidsvormende cursus, om er een beetje in te komen.

"Waarom doe je dit niet," had Wouter, haar baas op de Whatsapp gezegd toen ze hem haar crisis voorlegde, "dan kom je er weer een beetje in."

En hoewel ze zich eigenlijk meer aangetrokken had gevoeld tot de cursus LifeWorkBalance moest ze toegeven dat een cursus LinkedIn for academics waarschijnlijk nuttiger was. Het was een onderwerp dat ook bij haar collega's in het buitenland sterk in de belangstelling stond, en hij werd bovendien in het Engels gegeven. De juiste verhouding vinden tussen je werk en je leven was helemaal jottum, maar van alles en nog wat met potentiële klanten kunnen delen was nog jottumer!

De cursus werd gegeven in een congrescentrum in Nunspeet, en was gelukkig om 15.00 op vrijdagmiddag afgelopen, "zodat je op tijd kunt beginnen met je nieuwe online leven!" meldde de uitnodiging jolig en om de een of andere reden in het Nederlands en met een smiley.

dinsdag 26 januari 2016

Zich beseffen, zich bedenken, zich begrijpen

door Jan Stroop

Een paar weken geleden (12 januari) hoorde ik ’t weer, een nieuw wederkerend werkwoord. In ’t programma Nieuwsuurop NPO2 was oud-politiecommissaris Eric Nordholt present vanwege de voorvallen in Keulen. Hij ontrolde daar de volgende zin: “Ik denk dat, waar hij niet de problematiek, zoals die in Keulen was en is, eerder aan de orde heeft gesteld, kan ik me wel begrijpen dat als zoiets gebeurt, dat hij nu weg moet, omdat ie de zaken verzwegen heeft.” 

Nordholt zegt: me begrijpenOmdat ik ’t al eens gehoord heb uit de mond van oud-minister Jan Pronk, begin ik me af te vragen of we hier misschien met een taalverandering van doen hebben, van ’t type beseffen wordt zich beseffen

Taal is taal. De interactieve ‘basta’-functie van een schijnbare tautologie


Door Jan Renkema e.a.

Een voorversie van dit artikel verscheen in vier afleveringen als ‘crowd texting’-experiment in Neder-L (december 2015). Lezers werden uitgenodigd om vragen te beantwoorden en aanvullingen te geven. De in totaal twintig reacties, waarvan een aantal per mail of mondeling, zijn verwerkt in een definitieve versie die we nu als pdf-bestand beschikbaar stellen. Vandaar de toevoeging ‘e.a’ achter de auteursnaam.

Pas verschenen: Het nieuwe nummer van Werkwinkel: Tijdschrift voor Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies

Werkwinkel: Journal of Low Countries and South African Studies – Tijdschrift voor Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies – Tydskrif vir Nederlandse en Suid-Afrikaanse Studies viert zijn tienjarig bestaan. Werkwinkel is een peer reviewed wetenschappelijk blad, dat artikelen publiceert op het gebied van de Nederlandse en Zuid-Afrikaanse studies (cultuur, geschiedenis, taal- en letterkunde). Werkwinkel accepteert bijdragen in drie talen: Engels, Nederlands en Afrikaans. Naast de afdeling Papers, heeft WW ook de rubriek Views bedoeld voor polemieken, commentaren en academische inzichten. Het blad biedt ook ruimte aan Reviews waarin recensies geplaatst worden.

WW werd in 2006 opgericht en wordt uitgegeven door het Departement voor Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies van de Faculteit Engels aan de Adam Mickiewicz-Universiteit in Poznań, Polen en staat onder redactie van Jerzy Koch. 

Is het nu kipje of kippetje?

Door Robert Chamalaun

Vorige week gaf ik in mijn vwo4 een les over het verkleinwoord. Voor de meeste leerlingen zou het een fluitje van een cent moeten zijn om van een zelfstandig naamwoord een verkleinwoord te maken. De regel hebben ze op de basisschool al geleerd, waarna de regel in de brugklas weer aan bod kwam. In het lesboek dat de leerlingen gebruiken, staat dat je meestal kunt horen hoe je het verkleinwoord schrijft. Het boek in vwo4 stelt zelfs dat je ‘meestal wel weet hoe je verkleinwoorden vormt’.

Zo op het eerste gezicht lijkt de regel ook niet zo heel ingewikkeld. Afhankelijk van de fonologische eigenschappen van het grondwoord wordt het verkleinwoord gevormd met een van de volgende vijf vormen van het diminutiesuffix: -je, -tje, -pje, -kje, -etje. De meesten komen hier wel uit. Gelukkig zijn er altijd leerlingen die verder denken en kritisch naar de taal kijken. Al vrij snel kwam er een discussie in de klas over de vraag of het verkleinwoord van kip met –je of –etje geschreven moet worden, dus kipje of kippetje?

Het weblog als wetenschappelijk tijdschrift

Door Marc van Oostendorp


Wat voor rol speelt de persoonlijkheid in de wetenschap? Het klassieke antwoord kennen jullie: geen enkele. De wetenschapper is volkomen neutraal en laat wanneer hij zijn laboratorium, bibliotheek of veldwerkveld betreedt al haar hobby's, politieke en religieuze overtuigingen, culturele preoccupaties en sociale achtergrond achter in een speciaal daartoe bestemd met een pincode beveiligd kastje.

Er wordt op verschillende manieren aan dat ideaal geknabbeld. Sommige mensen vinden dat het naïef is om te veronderstellen dat je zo'n ideaal zelfs maar kunt benaderen, zeker in de mens- en geesteswetenschappen – er bestaat geen 'objectieve', buitenmenselijke kijk op de mens en zijn cultuur. Een 'neutrale' blik betekent maar al te vaak: de blik van de machthebber.

Voorbestemd

Tegelijk vinden andere mensen (of dezelfde, dat kan ik van hier af niet goed zien) dat de wetenschapper zijn eigen persoonlijkheid nu eenmaal moet inzetten om aan het brede publiek en/of de geldschieters te laten zien hoe leuk en boeiend en interessant onderzoek nu eenmaal is. Er is bijvoorbeeld een boek over wiskunde waarin wordt beweerd dat het wiskunde-onderwijs ruimte moet bieden aan voorlichting over de hoogoplopende ruzie tussen Leibniz en Newton omdat dit het vak zoveel aantrekkelijker maakt.

Ik ben er niet helemaal uit.

maandag 25 januari 2016

Levende Talen zoekt bestuurleden en werkgroepleden!

Dinsdagavond 16 februari houdt het sectiebestuur een vergadering in Utrecht, waarbij geïnteresseerden van harte welkom zijn.

Levende Talen is een belangenvereniging voor talendocenten in alle lagen van het onderwijs. Het SectieBestuur Nederlands (SBN) vertegenwoordigt de docenten Nederlands. Bij het ministerie van onderwijs lobbyen we onder meer voor een andere invulling van het examen Nederlands. Voor de Commissie voor Toetsing en Examens zijn wij het aanspreekpunt voor allerlei kwesties rondom de examens. Veel docenten kennen ons van de landelijke examenbesprekingen.

We zijn op zoek naar leden die het bestuur of een van onze werkgroepen willen versterken. We zijn een enthousiaste groep van vrijwilligers die naast hun onderwijsbanen hun best doen om het schoolvak Nederlands te verbeteren en op te komen voor de belangen van docenten Nederlands. Al jaren is onze bezetting krap. Het ontbreekt vooral de werkgroepen (v)mbo en hoger onderwijs aan menskracht, maar ook de werkgroep ‘havo/vwo’ heeft onverminderd actieve leden nodig.


Leesplezier is geen doel



Er waart weer eens een spook rond, maar nu beperkt het spook zich tot de kolommen van de vaderlandse kranten. Dat spook heet het schoolvak Nederlands. Het optreden van het spook lijkt onder strakke regie plaats te vinden. Minister Schippers zou er een complot in zien.

Het begon ermee dat een aantal hooggeleerde neerlandici in de krant liet weten dat het schoolvak Nederlands het saaiste vak van alle schoolvakken was. Bewijzen ontbraken, maar de nood was hoog en de redding was in de woorden van de hooggeleerden nabij. Die nood leek zich overigens vooral te manifesteren aan de universiteit, waar de belangstelling voor de studie Nederlands nieuwe dieptepunten bereikte. De redding zou van middelbare scholen moeten komen. Het vak Nederlands, zoals het op de middelbare scholen werd gegeven, zou zo geestdriftig en vernieuwend moeten zijn dat de leerlingen zich en masse bij de opleidingen Nederlands gingen melden.


Een nieuw examen Nederlands

Door Bas Jongenelen

Het schoolvak Nederlands staat de afgelopen tijd nogal in de belangstelling. Sommigen willen de canon eruit, anderen willen hem er absoluut in houden, weer anderen pleiten voor Nederlands als keuzevak en weer sommigen zien Nederlands als pure ondersteuning voor overige vakken. Heel erg concreet wordt het echter nergens, vandaar dat ik hier en nu (en op persoonlijke titel) een opzet geef voor de invulling van het VWO-examen Nederlands.


Het huidige VWO-examen gaat over leesvaardigheid: de leerlingen moeten een tekst samenvatten, vragen over alineaverbanden beantwoorden en argumentatie benoemen. Ik vind dit zeer nuttige vaardigheden die op het VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs) thuishoren, maar ik vind ze niet genoeg voor het Centraal Examen (CE). Het VWO is de hoogste vorm van het voortgezet onderwijs (VO), het CE dient dus het hoogste te toetsen. De hoogste vorm van een taal is de literatuur en binnen de literatuur is poëzie de hoogste vorm van literair taalgebruik. Vandaar dat ik vind dat het CE van de hoogste vorm van het VO de hoogste vorm van taal moet toetsen: poëzie.


Tevreden altijd naar huis gaan

Wat we nog niet weten over het werkwoord (12)
Door Marc van Oostendorp

Het leukst zijn natuurlijk de subtiele verschillen, zoals die tussen de volgende twee zinnen. Je verwisselt twee woorden van plaats en ineens staat er iets anders:
  • Jan gaat altijd op zaterdag dansen.
  • Jan gaat op zaterdag altijd dansen.
In de eerste zin druk je uit dat als Jan gaat dansen, het altijd zaterdag is: hij danst dus niet op vrijdagavond, of in ieder geval niet voor middernacht.  De tweede zin zegt eerder: als het zaterdag is, trekt Jan altijd zijn dansschoenen aan. Hij zegt dus niets over Jans activiteiten op andere dagen, zoals de eerste zin geen uitspraken doet over de vraag of Jan wel iedere zaterdag danst.

In het binnenkort verschijnende deel 3 over werkwoorden van de Syntax of Dutch bespreken Hans Broekhuis en Norbert Corver nog een aantal van dit soort zinsparen, zoals:

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 57



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Vrij en eigenzinnig uit het Frans vertaald en soms herschreven
door een onbekende renaissancistische Amsterdammer [?],
misschien wel Bredero zelf [?],
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613.


Hoofdstuk 57 van de in totaal 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:
van inmiddels 513 pagina’s A4


zondag 24 januari 2016

Call for papers: jaarcongres Werkgroep Zeventiende Eeuw

Rembrandt oude manOp 27 augustus 2016 vindt in Leuven het jaarcongres van Werkgroep Zeventiende Eeuw plaats met als thema Oud… maar niet versleten! Ouderdom in de zeventiende eeuw. Waar jeugdcultuur in het verleden vaak het voorwerp van onderzoek was, weten we immers opvallend weinig over “ouderencultuur.” Dit congres wil de schijnwerpers op de lange zeventiende eeuw richten. Daarnaast willen we niet alleen op mensen, maar ook op objecten inzoomen. Wanneer werd iets of iemand als oud omschreven of gebrandmerkt? Welke positieve betekenissen (wijs, bedaagd, eerbiedwaardig) of negatieve connotaties (aftands, oubollig, versleten) kleefden er aan ouderdom? Hoe rekbaar waren oud en ouderdom als begrip?

De commissie wil iedereen van harte uitnodigen om een bijdrage te leveren aan het congres. Lezingen duren maximaal 15 minuten, zodat er voldoende tijd rest voor discussie. In principe is Nederlands de voertaal, maar ook lezingen in het Engels, Frans of Duits zijn welkom. Naast individuele papers behoren ook panels (max. drie lezingen) tot de mogelijkheden. Voorstellen kunnen tot 8 mei 2016 worden ingestuurd. Klik hier voor de volledige Call for papers.

zaterdag 23 januari 2016

IJdelhooft en Harry Muesli

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (56)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Het is hoogst vermoeiend dat culturen de hele tijd veranderen. Er zijn mensen die denken dat P.C. Hooft en Joost van den Vondel onleesbaar zijn geworden doordat 'ze' – de regering, de elite, de politiek-correcten – de hele tijd de spelling veranderen. Het Engels van de zeventiende eeuw zou veel leesbaarder zijn omdat de spelling in die taal minder veranderd zou zijn.

Die paar lettertjes meer of minder lijken mij eigenlijk het probleem niet. Het échte probleem zit hem in de woordspelingen, in de grapjes op namen. Zoals in dit sonnet van Hooft:

Niet bij; maer boven selfs Achilles groove schoncken
   En dommekraftigh hart, stel jck vw geesten rap:
   Dien niet opkomen kan of flux en staense schrap
   Die noijt in 't welsandt van de sufferij versoncken.
Granaedsche wol had noijt het gloeijroodt bet gedroncken,
   Daer 't voeder verwer was, aen groener krujden sap;
   Als kennis heeft gegrijst vw groene vrijerschap:
   Waer aen men wordt gewoon zoo goddelijcke voncken.
Maer looft Musaeus, om zijn zielesleepend dicht;
   Amphyons vingers tuck ter lujten afgericht;
   Of Orpheus sang die 't wild inscharpte tamme zeeden.
'T is ijdelhoofts bestaen. Gewaeght doch ijder landt
   Van 't geestverlejden, steens voeghsaemheidt, boomen trant.
   Het mijn oock, ijver ist, beken jck, en geen reden.


vrijdag 22 januari 2016

De stof van Vondels derde tragedie: Palamedes (1625)

Door Ton Harmsen

Vondels Palamedes is bedoeld als een aanklacht over de dood van Oldenbarnevelt, in Vondels ogen een politieke moord. Een gevaarlijk onderwerp dus. Volgens Het leven van Joost van den Vondel door Geeraerdt Brandt (1682) zocht hij op aanraden van de Amsterdamse magistraat Albert Burgh naar een verhaal dat hij om zou kunnen werken tot een allegorie hierop. Het moest iets uit de Oudheid zijn, maar in de bekende geschiedenissen kon hij geen bruikbaar precedent vinden. Aan Palamedes, de Griekse held die voor Troje door verraad aan zijn einde kwam, toen nog een betrekkelijk obscuur verhaal (bij Homerus komt hij niet voor), kan Vondel niet spontaan gedacht hebben. Tot wie kon hij zich wenden? Brandt vermeldt daar niets over: hij schrijft eenvoudig dat het motief van Palamedes Vondel voor de voeten kwam, met een korte samenvatting van het Palamedesverhaal: ‘Eindelyk quam hem de Grieksche Palamedes te vooren, daar men van schryft, dat hy, onder deksel van het oogh naar den vyandt gewendt, en geldt genooten te hebben, by het gemeene volk in haat wierdt gebraght, en door Agamemnon en Ulysses, tot onvergoedbaare schaade van geheel Grieken, gedoodt.’ Palamedes was de man die met een list de listige Odysseus dwong tot deelname aan de Trojaanse oorlog: Odysseus wilde niet mee naar Troje en veinsde dat hij gek was, door het strand te ploegen. Palamedes doorzag hem, wierp Odysseus’ zoontje Telemachus voor de ploeg, waarop Odysseus uitweek om de baby te vermijden; zo werd hij als simulant ontmaskerd. En zo laadde Palamedes de eeuwige haat van Odysseus op zijn hals, die effectief wraak nam: hij begroef geld onder Palamedes’ tent en stelde een valse brief op waaruit moest blijken dat Palamedes heulde met de Trojaanse vijand. Het gevolg was dat Palamedes ter dood werd veroordeeld en gestenigd. Maar dit verhaal was toentertijd helemaal niet bekend. Hoe kwàm Vondel toch aan deze stof?

Auteurs Weijts en Huff hebben geen oog voor de docent Nederlands.

De Nederlandse literatuur is een feest voor jongeren. Niet in 2032, maar nu al.  

Tom Borsten
Docent Nederlands

De Week van de Literatuur op het Koning Willem II College, een scholengemeenschap in Tilburg, zit erop. Het thema van de week was – in het kader van het 150-jarig bestaan – ‘Feest!’. Leerlingen lazen in groepjes fragmenten uit Dorsvloer vol confetti, Tirza, Het leven is verrukkulluk, Cruijffie, Harry Potter, Spijt en andere boeken. Ze spraken met elkaar en mij, de docent Nederlands, over de inhoud, de sfeer, de personages van het boek en werkten hun ervaringen uit in een fotoverhaal, een digitale strip, een lied, of een leeskringgesprek. Ze presenteerden hun werkstuk voor de klas en de producten staan nu in de tentoonstelling in de mediatheek. Ik loop daar regelmatig doorheen en hoor medeleerlingen regelmatig elkaars werk beoordelen: ‘Wauw, dat is mooi gedaan’, of ‘Dat boek ga ik ook eens lezen, denk.’ 

Auteur Christiaan Weijts heeft vorige week in een column in NRC Handelsblad het hart van menig docent Nederlands behoorlijk pijn gedaan. Hij sprak zijn afschuw uit over de literaire canon. ‘Fuck de canon’, riep hij uit. Docenten Nederlands laten leerlingen museumstukken lezen, waardoor het leesplezier verdwijnt. Hij ontlokte hiermee een flinke discussie op de sociale media en in de traditionele kranten. Ik vind dat het accent in deze belangrijke discussie verkeerd wordt gelegd. Betrokkenen spreken te veel over het boek, maar veel te weinig over de rol van de docent Nederlands. Ik denk dat ‘vergeelde murmelaars’ als Reinaert de Vos, De avonden en Max Havelaar in deze woelige tijden buitengewoon belangrijk zijn. De literatuur is misschien niet meer vanzelfsprekend, maar de docent kan die wel sprekend maken. Ook voor de huidige puber. 

Voor de komende generatie wordt Nederlands het spannendste vak

Door Yvonne Gerridzen
Uitgever van PLOT26

Nederlands in het VO wordt voor de toekomstige leerlingen wel degelijk spannend.  
Dat is nu niet het geval, dat betoogt onder andere Theo Witte van de RUG. 

Nu is het het vak waar leerlingen voor weglopen: saai, maar ook moeilijk.  En wat heb je er eigenlijk aan, want ‘we kunnen het toch al’? Deze reacties zijn standaard, als ik leerlingen spreek in de klas wanneer ik samen met hen lessen bedenk. Onderzoeken bevestigen dit. De huidige praktijk biedt voor de leerling echt niet genoeg aanknopingspunten om dit vak te verbinden met hun eigen leven en te begrijpen waar het over gaat. Dat moet anders!

Gelukkig kán het ook anders, dat bewijzen veel docenten die met creatieve inzet leerlingen weten te boeien en te activeren.

Wordt het niet hoog tijd om onze vertrouwde maar volstrekt achterhaalde '1-taal' in te ruilen voor de eerste echte '2-taal'?

Onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda (11)

Door Marc van Oostendorp

Ja! Ik heb een wat verlate inspiratie gekregen voor een goed voornemen: ik ga mijn in augustus een roemloze schijndood gestorven serie 'onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda' weer nieuw leven inblazen. 

Alleen al onder de hoofdvraag 'Wat zijn de oorzaken van taalvariatie?' worden daar 112 vragen geschaard waarvan de vragenstellers vast nog vol spanning op antwoord wachten. Omdat verder niemand anders zich voor de kwestie lijkt te interesseren. Omdat er verder niemand van mijn vakbroeders antwoord lijkt te willen geven, doe ik het maar. Bijvoorbeeld op de volgende kwestie:

  • Wordt het niet hoog tijd om onze vertrouwde maar volstrekt achterhaalde '1-taal' in te ruilen voor de eerste echte '2-taal'?Als we praten of schrijven, gebruiken we daar vrijwel altijd '1-taal' voor: puntvormige woorden, gerangschikt in lijnvormige zinnen. We weten niet beter, maar dat zou wel moeten - want die punt-en-lijn-structuur van de taal is alleen ontstaan doordat onze stembanden en trommelvliezen door hun fysiologische hoedanigheden niet goed raad weten met meer complexe benaderingen van de totale realiteit (...). Om wat te noemen, twee woorden (laat staan zinnen) tegelijk verwerken kunnen ze niet - en dus is er veel dat wij mensen onmogelijk kunnen zeggen, of denken. (...)

donderdag 21 januari 2016

Etymologie: zwaluw

Door Michiel de Vaan

zwaluw zn. ‘zangvogel’

Vroegmiddelnederlands swalwe (1240), swalewe (1270–90), swalue (1287), zwaluwen (mv., 1340–1360), zwalu (1465–1485), zwallewe (1440–1460). Nieuwnederlands swalwe (1515), swaluwe (1517), swalewe (1528), swaluw (1635); swaleme (1528), swaelmen (mv., 1565), swaelem (1599), swalm (1613); swaelve (1596), swalefjen (dim., 1622), swaelf (1646), swalven (mv., 1612); swalcke (1573, Gelders, Nederduits).

Manifest Nederlands op school
: Meer inhoud, meer plezier, beter resultaat


Dit manifest is opgesteld namens de twee meesterschapsteams Nederlands (letterkunde en taalkunde/taalbeheersing) die zijn ingesteld door acht Nederlandse universitaire faculteiten Letteren en Geesteswetenschappen.


Het schoolvak Nederlands is een belangrijk vak, dat gericht is op de ontwikkeling van taalvaardigheid en geletterdheid. Veel docenten Nederlands geven heel inspirerend en bevlogen les, maar toch is niemand echt helemaal tevreden over het vak. Veel leerlingen vinden Nederlands saai en docenten lijden vaak onder zware werkdruk. Meer algemeen is de kritiek: het programma heeft te weinig inhoud, is niet uitdagend genoeg, en het sluit onvoldoende aan bij de maatschappelijke eisen voor taalvaardigheid en geletterdheid. Dat moet en kan beter.

In 2015 heeft diverse malen intensief overleg plaatsgehad tussen docenten, wetenschappers, didactici, onderwijsonderzoekers en allerlei bij het schoolvak Nederlands betrokken instanties. Uit de discussies bleek een grote eenstemmigheid over de richting waarin het vak verder ontwikkeld en verrijkt dient te worden: het moet meer gaan om bewuste taalvaardigheid en bewuste literaire competentie, kortom bewuste geletterdheid.

Het doel van bewuste geletterdheid is vertaald in een aantal stellingen, die onder docenten op een breed draagvlak lijken te mogen rekenen. In november 2015 schaarde 75% van de neerlandici zich erachter bij een peiling op de conferentie Het Schoolvak Nederlands.

Dit vraagt om een fundamentele herziening van het curriculum Nederlands, een herziening die docenten ondersteunt in hun streven naar betere resultaten en aantrekkelijk en betekenisvol taal- en literatuuronderwijs. 

Weg met de literaire argumenten!

Door Marc van Oostendorp



Toen een paar maanden geleden de aardige neerlandici uit Nijmegen mij vroegen om een lezing te komen geven over de canon, dacht ik dat het een gemakkelijke opdracht zou zijn: een half uurtje praten over de vraag of Willem Godschalck van Focquenbroch nu wel of niet in de top-100 aller tijden hoort. Maar ik was de lezing, die ik gisteren gehouden heb, nog niet aan het voorbereiden, of er brak een gigantische keet uit rondom die canon.

Het krachtigste geluid klonk van de schrijver Christiaan Weijts die had bedacht dat hij ook best eens iets populistisch kon roepen, van fuck dit en dat is net zo erg als besnijdenis en wat niet al, zonder zich erg te verdiepen in het onderwijs, en met als conclusie dat scholieren natuurlijk het liefst literatuur van blanke mannen van middelbare leeftijd als Grunberg en Giphart willen lezen. Gelukkig kwam er ook zinnig antwoord, onder andere van de blogster Lezeres des Vaderlands.

Maar het was eigenlijk al iets eerder begonnen, in een andere uithoek van de wondere wereld van het literaire discours: het tijdschrift Elsevier.

woensdag 20 januari 2016

CFP Themanummer Nederlandse Letterkunde over de Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur (Taalunie)

Gelegenheidsredactie: Maria-Th. Leuker-Pelties (Universität zu Köln), Dirk De Geest (KU Leuven) en Youri Desplenter (Universiteit Gent)

Het tijdschrift Nederlandse Letterkunde wil, na het verschijnen van Bloed en rozen, een eerste totaalbeeld bieden van de nieuwe literatuurgeschiedenis die onder auspiciën van de Taalunie het afgelopen decennium is gerealiseerd. Wij mikken daarbij niet op klassieke recensies, maar op bijdragen die laten zien hoe het verder moet (of kan). Welke elementen zijn in de diverse delen onderbelicht, en waarom is het belangrijk daaraan aandacht te besteden? Op welke manier leidt het in kaart gebrachte materiaal tot nieuwe denkbeelden, nieuwe corpora, nieuwe onderzoeksvragen? De ingewachte bijdragen zijn daardoor ook (liefst) methodologisch opgevat met aandacht voor kwesties als canon, genres, nationale versus wereldliteratuur, de spanning tussen tekst en context, de rol van literaire waardering, auteurspositionering…

Waarom je een taal moet gaan studeren

Door Marc van Oostendorp




Wat moet je studeren? Wat voor overwegingen moeten een rol spelen? Dat je na vijf jaar  maandelijks een bedrag van vijf cijfers krijgt overgemaakt? Dat je gezellige studietijd hebt? Dat je je hart volgt?

Nee, natuurlijk niet! Het leven is te belangrijk voor zulke frivole keuzes. Wie zijn hart volgt, kiest waarschijnlijk voor de auto en het mooie huis. In plaats daarvan kun je beter goed nadenken wat er volgens jou in het leven echt belangrijk is. Wat ontbreekt er aan de wereld dat jij zou kunnen toevoegen? En dat je dan je hele ziel en zaligheid stopt in dat werk, voor de rest van je leven.

Wat dat precies is, moet je natuurlijk zelf weten en zal ook afhangen van je talent. Maar volgens mij is het studeren van een taal een goed begin.

Goedgezind

Hier is een probleem voor de moderne wereld: we geloven steeds meer in het model van Dante en steeds minder in dat van Homeros.

dinsdag 19 januari 2016

Lezen, leven en studeren met Reynaert de Vos

Door Marc van Oostendorp

Willem die Madocke maecte had er tijdens zijn meest slapeloze nachten natuurlijk niet van kunnen dromen dat er aan het begin van de 21e eeuw in Sint-Niklaas nog een Reynaertgenootschap zou bestaan dat ieder jaar een aanstekelijk jaarboek zou uitgeven: Tiecelijn.

Toch is dat genootschap er, en het jaarboek wordt zelfs gratis via het internet verspreid.

Het is een bonte verzameling, want in de geest van hun held laten de ware Reynaerdianen zich natuurlijk geen grenzen opleggen. Er zijn studies naar aspecten van Van den vos Reynaerde, maar ook historische studies (door onder andere Joep Leerssen) naar het onderzoek naar dat verhaal, of naar het voorkomen van een raaf in een cyclus van H.C. ten Berge. Ook zijn er fraai geïllustreerde artikelen over afbeeldingen waarop de vos (of enig ander fabeldier) voorkomt, recensies van geleerde werken én van dichtbundels door leden van het genootschap.


maandag 18 januari 2016

Reactie Levende Talen op Onderwijs 2032

Paula Bosch
Voorzitter van het Sectiebestuur Nederlands v
an de Vereniging van leraren in de Levende Talen

Het Sectiebestuur Nederlands van Levende Talen heeft eind oktober 2015 een reactie geschreven op het voorstel van het Platform Onderwijs 2032. De reactie op de plannen hebben we aangevuld met de visie van het sectiebestuur op het schoolvak Nederlands.

Reactie op het voorstel Onderwijs 2032

Met waardering hebben wij, de leden van het sectiebestuur Nederlands, het voorstel van het Platform Onderwijs 2032 gelezen. Veel van de naar voren gebrachte punten komen overeen met onze visie, die we hieronder in hoofdlijnen uiteengezet hebben.

Punten die wij evenals het Platform van groot belang vinden voor de vormgeving van het onderwijs van de toekomst zijn onder meer:
·        de taalvaardigheid blijft onbetwist van groot belang voor alle leerlingen;
·        er is sprake van een overweldigend informatieaanbod en tegelijkertijd steeds minder traditioneel houvast;
·        de taak van het onderwijs is een bijdrage leveren aan de persoonlijke ontwikkeling van leerlingen en hen voorbereiden op hun deelname aan de maatschappij.

In de analyse van het Platform missen wij de volgende zaken:
·     

Jan was nauwelijks thuis toen Marie belde

Wat we nog niet weten over de werkwoordelijke groep (11)
Door Marc van Oostendorp


En daar zijn we weer! De succesvolle reeks blogposts wat we nog niet weten over het werkwoord werd vorig jaar in juni voorlopig afgesloten. Maar inmiddels zijn we alweer een ruim half jaar verder, en de hoeveelheid dingen die we nog niet weten is almaar toegenomen.

In april verschijnt een nieuw deel van de Syntax of Dutch, het laatste over het werkwoord, en Hans Broekhuis (die dit deel samen met Norbert Corver schreef) stuurde me een pdf zodat ik alvast voor jullie op zoek kan naar de leukste nieuwe puzzels waar de taalkunde nog niet uit is. Eigenlijk gaat dit deel meer over de werkwoordelijke groep en zelfs de zin dan over het werkwoord, dus ik heb de titel van de serie een beetje aangepast.

Broekhuis en Corver leggen bijvoorbeeld een gigantische catalogus – dit derde deel over het werkwoord heeft 734 pagina's – aan van soorten bijwoorden. Bijna en haast in de volgende zinnen noemen ze bijvoorbeeld  in navolging van de Amerikaanse syntacticus Thomas Ernst clause-degree adverbs, bijwoorden van zinsgraad:
  • Jan ging bijna kwaad weg.
  • Jan werd haast overreden. 

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 56



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Eigenzinnig uit het Frans vertaald en soms herschreven
door een onbekende renaissancistische Amsterdammer [?]
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613.


Hoofdstuk 56 van de in totaal 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:
van inmiddels 501 pagina’s A4


zondag 17 januari 2016

Kikkers zijn overleden componisten

Door Marc van Oostendorp

Waarom heeft niemand mij over het bestaan van Marieke Rijneveld ingelicht, vraag ik me af in mijn zondagochtendcollege af. En ik leg aan de hand van haar gedicht Als alles rond is uit hoe zij te werk gaat.




Het besproken gedicht op Google Books.

zaterdag 16 januari 2016

P.C. Hooft was kaal!

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (55)
Het Nederlandse sonnet bestaat 451 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp


Stel je bent Anna Roemer Visscher, en stel je hebt voor je goede vriend P.C. Hooft een pruik gemaakt. En hij bedankt je dan met een sonnet dat zo begint:

D' aelouwde dichters kloeck in wijsheit nae te spooren
Beschrijven Pallas dat zij alle dingen siet,
Met een doordringend oogh. Waerom oock soudse niet?
S' is wt haer vaeders brein, en met een helm gebooren.

Ja, de strekking is duidelijk. P.C. vindt jou natuurlijk ook wijs, en die helm, dat is een verwijzing naar die pruik. Alleen: wat is de logica van deze bewering? Pallas Athene ziet alles, omdat ze uit het brein van haar vader geboren is, zeker. Maar wat draagt het feit dat ze die helm op had toen ze geboren werd bij aan haar visie?

Waarschijnlijk is het een toespeling op het nog steeds bestaande volksgeloof dat kinderen die 'met de helm geboren' worden, het 'tweede oog' hebben en dus in de toekomst kunnen zien.

vrijdag 15 januari 2016

Kinderpoëzie

Door Leonie Cornips

Het is zelden dat ik als taalkundige een proefschrift onder ogen krijg dat in het Nederlands geschreven is. Maar afgelopen december verdedigde Annette de Bruijn aan de Universiteit Maastricht haar in het Nederlands geschreven proefschrift Zin in Poëzie over kinderpoëzie. Haar schrijven is verrukkelijk om te lezen en laat overtuigend zien dat het Nederlands (nog steeds) een volwaardige wetenschapstaal is. Vooral het deel waarin ze pleit dat poëzie voor leerlingen op de basisschool belangrijk is, verdient een dunne handelseditie voor een breed geïnteresseerd publiek. Maar daarvoor ontbreekt meestal de tijd; net gepromoveerden bevinden zich in een competitiestrijd om een volgende tijdelijke onderzoekaanstelling binnen te halen. 

De vraag die Annette stelt, is of we door onderzoek kunnen achterhalen welke teksten geliefd zijn bij kinderen met verschillende culturele achtergronden van vijf en acht jaar en waarom? Dat is een belangrijke vraag want de school kan dan voortborduren op wat kinderen thuis al als vanzelfsprekend leren en leuk vinden. De school neemt dan verworven kennis van huis uit serieus. Dit is niet vanzelfsprekend want kinderen die thuis bijvoorbeeld andere talen spreken zoals Berber, Turks, Farsi, Japans en dialect kunnen en mogen vaak hun kennis van die talen, net als hun kennis over andere culturen dan de dominante ‘Nederlandse’ niet gebruiken op school. 

Plautus in Amsterdam: Bonjour, la Nuit

Door Ton Harmsen

Wie Van Damme’s Amphitruo (1617) naast Peys’ Amphitrion (1670) leest (de eerste naar Plautus en de ander naar Molière), ziet een grote ontwikkeling in smaak. Valt over smaak te twisten? Stutterheim antwoordde een promovendus die zich bij zijn verdediging probeerde te redden met ‘de gustibus non est disputandum’: ‘Jawel! Daarvoor Zijn Wij Hier!’ Argumenten dus. Het Latijnse theater heeft iets krachtigs en energieks, dat het Franse toneel mist: daar spelen gepoederde en geparfumeerde saletjonkers. Ook de sfeer van de Griekse tragedie is vaak rauwer en meedogenlozer dan de treurspelen uit de zeventiende eeuw: Sophocles stuurt Oedipus als blinde balling de bergen in, Vondel stuurt Jeptha naar de biechtstoel. De Fransen voelden hun theater zelf als een vooruitgang. Bij alle imitatie van de oudheid hebben de zeventiende-eeuwse dichters in heel Europa een sterk gevoel van eigenwaarde, zeg maar superioriteit. Er zijn wel tegenstemmen: Nicolas Boileau zou de euvele moed hebben gehad in een salon te beweren dat de proloog van Plautus beter is dan die van Molière, en Pierre Bayle merkt op dat Molière het idee voor een dialoog van Mercurius en de Nacht ontleent aan de godengesprekken van Lucianus. Bij de Franse intellectuelen schiet dit helemaal in het verkeerde keelgat. Het is vermakelijk om te lezen hoe chauvinistisch de Franse literatuurcritici te keer gaan, Voltaire voorop. Deze twijfel aan de superioriteit en de orginaliteit is helemaal tegen het zere been! Nog in de negentiende-eeuwse uitgave van Louis Aimé-Martin lezen we fel protest. Hij veroordeelt de techniek van Plautus, want die laat Mercurius zich direct tot het publiek richten met een korte samenvatting van het spel. Dat is tegen de wetten van het toneel. Molières charmante en badinerende, en absoluut originele proloog is hier mijlenver boven verheven, aldus Aimé-Martin, die de kwestie van de proloog helder en zakelijk aan de orde stelt, maar dan toch eindigt met een puur waardeoordeel, zonder argument. Want waarom zouden de toeschouwers niet bij het toneel betrokken mogen worden? En waarom zou Molière het idee voor een dialoog tussen Mercurius en de Nacht in de plaats van een proloog van Mercurius niet bij Lucianus mogen opdoen? Diens satirische godengesprekken werden alom bewonderd en nagevolgd. Goden die elkaar licht bespotten (Mercurius wordt door de Nacht een slappeling genoemd omdat hij op een wolk zit uit te rusten) zijn voor het schouwburgpubliek absoluut een groot vermaak. De commotie bij de Franse literatuurhistorici toont aan hoezeer de receptie van literaire werken een kwestie is van conventies en verwachtingspatronen.

Een nieuw leerboek – maar niet ideaal

Door Marc van Oostendorp

Een neerlandicus kan maar beter geen Italiaanse taalgeleerde als vrouw hebben. Het kleinste uitstapje in de historische taalwetenschap wordt ongenadig afgestraft: zoiets als het Latijn hebben wij toch maar mooi niet.

Toch is er inmiddels een redelijk stevige canon van kennis opgebouwd over de geschiedenis van het Nederlands. Een belangrijkste prestatie van de afgelopen decennia is de ontsluiting van het Oudnederlands voorbij Hebban olla uogala. (We wachten met spanning op de studie die NederL-medewerker Michiel de Vaan over dit onderwerp zal publiceren.)

Het werd daarom wel weer eens tijd voor een nieuw handboek over het onderwerp. Dat is nu geschreven door Henk Bloemhoff en Nanne Streekstra; er zijn twee hoofdstukken aan toegevoegd, een over zo'n beetje alle taalvariëteiten uit het zuiden (Brabants, Limburgs, Vlaams en Zeeuws) en een van Arjen Versloot over het Fries.

Het lijkt me bruikbaar voor het doel waarvoor de uitgever het aanprijst – "naslagwerk voor studenten en een handig hulpmiddel voor andere geïnteresseerden" –, maar een ideaal boek is het niet geworden.