Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 26 februari 2016

Is onze taalverarming te stuiten?

Onverwachte vragen uit de wetenschapsagenda (14)
Door Marc van Oostendorp

Ik ken mensen die boos zijn op taalkundigen. Niet dat zij de straten van de hoofdstad afschuimen op zoek naar Kees Hengeveld om deze een muilpeer te verkopen, of dat zij slogans schilderen ('Linguists Go Home') op het huis van Pieter Muysken, maar zij hebben met onze discipline wel iets te verhapstukken: waarom ondernemen wij geen actie – actie tegen de afbraak van de Nederlandse taal?

Natuurlijk komt die woede voort uit verontrusting over die afbraak en verontruste burgers moeten wij van de elite zoals bekend altijd serieus nemen. Uit deze verontwaardiging komt denk ik ook deze vraag aan de Wetenschapsagenda voort:


  • Is onze taalverarming te stuiten? Hun hebben...., het paard, die.... Op allerlei manieren lijkt onze taal in toenemende mate verkeerd gebruikt te worden. Kan die tendens gekeerd worden of is er sprake van een onvermijdelijke verandering omdat taal immers leeft en met zijn tijd meegaat? Betekent taalverschraling ook een beperking op het niveau van denken? Of het toenemend gebruik van Engelstalige woorden ook een meer Amerikaanse manier van denken?
Aan deze vraag liggen natuurlijk een heleboel verzwegen veronderstellingen ten grondslag. Dat hun hebben en het paard, die tekenen zijn dat onze taal 'verkeerd' gebruikt wordt, en voorts dat zulks 'in toenemende mate' gebeurt. Dat een en ander leidt tot 'verarming' van de taal. In de volgende zin relativeert de vraagsteller een en ander zelf: misschien gaat de taal wel met zijn tijd mee. (En een arme tijd leidt onherroepelijk tot een arme taal.)

Aan al die onderliggende aannames wil ik nu maar eens voorbij gaan, want anders komen we nooit aan de kern van de zaak, hetgeen waar het de vraagsteller om te doen is. Het Nederlands is duidelijk aan het veranderen en laten we niet discussiëren over de vraag of dit wel of niet 'verkeerd' is of een 'verarming', maar proberen antwoord te vinden op de vraag: valt het te stuiten?

Sociale druk

Het antwoord op die vraag is: wanneer er een stuitwijze bestaat, heeft de wetenschap die nog niet ontdekt. Met uitzondering van één gebied, de spelling, zijn er geen voorbeelden waar een samenleving erin is geslaagd een taal zo te codificeren dat ze niet meer verandert. Men kan een taalpolitie instellen of een Taalacademie, maar een aanwijsbaar resultaat heeft dat nooit ergens gehad.

Natuurlijk wordt taalverandering op een bepaald gebied soms aanzienlijk vertraagd, bijvoorbeeld doordat mensen zich aan die verandering gaan ergeren en lui die wel meedoen met de verandering daarop gaan beoordelen. Ik ken geen voorbeelden waarbij een verandering op deze manier aantoonbaar werd stilgezet, maar enig uitstel valt wel te bereiken met sociale druk. Alleen is het volkomen onduidelijk hoe je zulke sociale druk zou moeten organiseren – zeker in een samenleving waarin het ontzag voor autoriteit terecht of ten onrechte flink is afgebrokkeld.

Urgentie

Nog een kanttekening is dat het onder speciale omstandigheden soms wel lukt om met repressie en strenge maatregelen de taal in het openbare domein 'zuiver' te houden. Een goed voorbeeld is hier de Arabische wereld, waar in de media nog steeds vaak een Standaard-arabisch wordt gebruikt dat vrij dicht ligt bij de taal van de Koran. Het probleem is dan echter dat de taal die mensen thuis en op straat gebruiken ondertussen steeds verder afdrijft van de taal van de media. Zodat het Arabisch van de gemiddelde Tunesiër en dat van de nieuwslezer inmiddels ver van elkaar afliggen.

Dat er nog geen goede manieren zijn gevonden om de maatschappij zo te beïnvloeden dat ze de taal niet meer verandert, betekent logischerwijs natuurlijk niet dat we niet op zoek zouden kunnen gaan naar dergelijke methoden. Dat taalkundigen zoiets niet doen, zou men hen dus eventueel kunnen verwijten. Maar in dat geval komen we uiteindelijk toch weer terug bij de onderliggende aannames van de vraag, namelijk dat er iets onherstelbaar misgaat als wij hun hebben zeggen, of een Amerikaans woord gebruiken. Ook voor die aannames is weinig grond. Vandaar dat de urgentie om alles te laten zoals het nu is erg gering is.

16 opmerkingen:

  1. Haho! Maar dan heb je buiten Ronald Plasterk gerekend! Die is bij vollen machte om eigenhandig de taal een halt toe te roepen!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ach, maar natuurlijk! Roland Plasterk die er eigenhandig voor heeft gezorgd dat Shakespeare nog steeds leesbaar is!

      Verwijderen
  2. Een interessant onderwerp, taalverandering en taalverloedering. En zoals vaker geschreven gaat het altijd om maar een beperkt aantal taaldingetjes, altijd dezelfde onderwerpen, ik hoor ze al mijn hele leven. Kom eens met wat nieuws.

    Vanmiddag ontving ik weer een nieuw Taalmail van de Vlaamse VRT-taaladviseur Ruud Hendrickx. Best aardig de fouten die hij corrigeert, maar zijn het fouten of maken ze deel uit van een proces van taalverandering in Vlaanderen? Hendrickx heeft het de laatste jaren over Standaard-Belgisch-Nederlands, maar volgens mij bestaat dat niet, daarvoor is de variatie in Vlaanderen volgens mij nog veel te groot. Twee voorbeelden uit de Taalmail van vandaag:

    >> Op het eerste zicht lijkt het democratisch: iedereen die ouder is dan 18 mag stemmen.

    >> Om alles bol te werken, heeft de bank extra mensen aangenomen.

    En dan denk ik, dat zijn dan fouten die je in Nederland niet snel zal tegenkomen. Hier worden weer andere fouten gemaakt, maar ik heb nog steeds het idee dat het Standaardnederlands zich sterker consolideert en uitbreidt.

    Er zijn wel veranderingen, maar die wegen volgens mij nog niet op tegen de consolidatie. En zeker de uitspraak is veranderd, maar volgens mij veel minder de grammatica. Mijn idee is dat steeds meer mensen beter Standaardnederlands schrijven en spreken en dat er maar weinig verandert. Los van spelfouten of een Gooise-r.

    En het laatste grote issue is dan het verdwijnen van het als lidwoord. Moet ik ook nog zien. Er zijn signalen dat allochtone jongens het ook expres gebruiken in hun taal en mogelijk dan niet voor niets gaat het altijd over 'de meisje' en 'de feestje'. Twee onderwerpen die voor tieners een bijzondere betekenis hebben. En veertig jaar geleden wisten veel mensen ook niet of het nu 'de' of 'het' zout was, of 'de' of 'het' sprei. Kan nog lang duren voordat 'het' gaat verdwijnen, voor zover het ooit verdwijnt.

    Het Nederlands verandert, maar volgens mij glijdt het niet verder af, integendeel, steeds meer mensen gaan het naar mijn waarneming steeds beter beheersen, ook tweede-taal-sprekers als Marokkanen en Turken.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Wat u zegt spreekt zich in zekere zin tegen: u zegt dat iedereen zijn taal verandert ('steeds meer mensen gaat het steeds beter beheersen') en daaruit trekt u de conclusie dat er geen sprake is van taalverandering. Verandering kan natuurlijk ook in de richting van een bepaalde norm gaan.

      Bovendien verandert die norm zelf ook wel degelijk. Vandaag werd de Elstedentocht van 1986 opnieuw uitgezonden. Ik heb dat zelf niet gezien, maar verschillende mensen rapporteerden hun verbazing over hoe ánders mensen toen, 30 jaar geleden, spraken.

      Verwijderen
    2. De norm zal zeker zijn veranderd, maar waar mensen het hebben over het afbrokkelen van de norm, signaleer ik eerder een consolidatie en verdere verbreiding van het Standaardnederlands. En om het over de Elfstedentocht en Friesland te hebben: ik denk dat er door meer Friezen over het algemeen nu 'beter' Nederlands wordt gesproken en geschreven dan dertig jaar geleden.

      Verwijderen
    3. Ik begrijp wat u bedoelt, en u hebt mogelijk ook gelijk. Het is alleen een beetje bezijden het huidige punt, want het gaat nu even niet om het 'afbrokkelen van de norm', althans, ik denk niet dat de vraagsteller daar op doelde.

      Verwijderen
    4. Ja, ik heb een beetje gesmokkeld, maar ik wilde het onderwerp aansnijden omdat de Nederlandse taal weliswaar niet stilstaat, maar zich mogelijk toch de laatste vijftig jaar aardig consolideert en uitbreidt. Er zijn weinig ingrijpende veranderingen door invloeden van buitenaf en ik heb - soms - het niet bewezen idee dat media als radio, tv een rol kunnen spelen bij het tegenhouden van veranderingen. En nog een beperkt en subjectief voorbeeld: Ik hoorde een interview van een uur met Willem Drees uit 1958 en het frappante vond ik dat zijn manier van formuleren en ook praten nog helemaal van deze tijd was. Alsof er daarna in al die decennia niets is veranderd.

      Verwijderen
  3. "... betekent [..] niet dat we niet op zoek zouden kunnen gaan naar dergelijke methoden. Dat taalkundigen zoiets niet doen, zou men hen dus eventueel kunnen verwijten."

    Men zou de taalkundigen wellicht pas iets kunnen verwijten als zij dit WEL zouden doen: elke wetenschapper dient immers te vermijden dat hij zijn object van onderzoek beïnvloedt. Wat hij als privé-persoon vindt is natuurlijk weer iets anders: als blogger mag Marc allerlei dingen over taal zeggen, maar als taalwetenschapper mag hij dat pas als hij daar voldoende evidentie voor heeft..

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik deel die opvatting, dat wetenschappers hun onderzoeksobject niet mogen veranderen, niet. Hij lijkt me bijvoorbeeld niet van toepassing op klimaatonderzoek: gegeven dat is vastgesteld dat het klimaat verandert en dat we daar gevolgen van verwachten die we als minder prettig beschouwen, vind ik het wel prettig als diezelfde onderzoekers proberen iets te doen.

      Ook uit de taalkunde zijn er trouwens wel voorbeelden. Neem het werk van de sociolinguïsten die constateerden dat sprekers van het African American Vernacular English ten onrechte voor onvolwaardig werden aangezien en die niet bleven vermeien in analyses van hoe interessant zo iets is, maar die situatie probeerden te veranderen.

      Met andere woorden: wetenschappers kun je best vragen oplossingen te bedenken voor catastrofes of ernstige misstanden (of die oplossingen worden doorgevoerd is daarna natuurlijk aan de democratie). Alleen is in dit geval volgens consensus onder de deskundigen zelf van geen van beide sprake.

      Verwijderen
    2. De vraag is echter of die wetenschappers dat als wetenschapper of als mens moeten doen. Het laatste is natuurlijk geen probleem.

      Ook mag een wetenschapper wel constateren dat er sprake is van globale opwarming en vervolgens de oorzaken en gevolgen daarvan onderzoeken en zelfs mag hij aanbevelingen doen om globale opwarming tegen te gaan. De vraag of globale opwarming al dan niet wenselijk is, is echter geen wetenschappelijke maar in essentie een maatschappelijke vraag .

      Het bovenstaande voorbeeld komt wellicht nogal absurd over omdat het antwoord op de maatschappelijke vraag nogal voor de hand ligt, maar vooral in ethische/controversiële kwesties kan het loslaten van de scheiding wetenschapper/mens tot onwenselijke situaties leiden. Een recent voorbeeld. Als de heer Victor Lamme op grond van een documentaire roept dat een euthanasiearts moord heeft gepleegd is dat op zich geen probleem, maar dat wordt anders als hij dat doet in zijn hoedanigheid als hoogleraar cognitieve neurowetenschappen: dan verleent hij immers op valse gronden gezag aan een niet-wetenschappelijk onderbouwde privé-mening.

      Ik kan misschien van mening zijn dat het Nederlands verloedert, maar omdat er geen duidelijke criteria zijn op grond waarvan daartoe besloten kan worden (zie elders), ben ik niet in staat om dat als taalwetenschapper te doen. Als ik het desondanks wel zou doen zou ik dat rekenen tot onwetenschappelijk (wellicht zelfs onethisch) handelen.

      Verwijderen
    3. Misschien moet ik ook nog even op je specifiek taalkundige voorbeeld reageren: het behoort natuurlijk wel degelijk tot de taak van de wetenschapper om misvattingen en vooroordelen uit de weg te ruimen. De beslissing om met de uitkomsten van het onderzoek vervolgens de baan op te gaan om een onrecht weg te nemen, lijkt me echter bij uitstek de beslissing van een mens. En daar is natuurlijk niets mis mee.

      Verwijderen
    4. Ten eerste: het voorbeeld van Lamme is volgens mij ongelukkig: daar beweert hij iets dat niet eens tot zijn expertise-gebied behoort.

      Wat betreft het klimaatvoorbeeld. Het is waar dat we niet de macht in handen willen leggen van deskundigen, maar wel kunnen deze aanbevelingen doen hoe het probleem op te lossen. Hierover zijn we het geloof ik eens. Maar in dat kader valt ook mijn opmerking over taalkundigen en taalverloedering. Ik citeer hem zelf nog maar eens:

      "... betekent [..] niet dat we niet op zoek zouden kunnen gaan naar dergelijke methoden. Dat taalkundigen zoiets niet doen, zou men hen dus eventueel kunnen verwijten."

      Het gaat er dus om dat je taalkundigen zou kunnen verwijten dat ze niet zoeken naar methoden om taalverandering tegen te gaan. Ik zeg dit onder de tijdelijke aanname dat we vinden dat verandering een erkend slechte zaak is. In dat geval zou je volgens mij inderdaad verwijten aan taalkundigen kunnen maken. Stel dat bijvoorbeeld blijkt dat het gebruik van 'hun' als onderwerpsvorm in causaal verband staat met een toenemend gebruik van dodelijk geweld. In zo'n geval zou je best kunnen mopperen op taalkundigen die niet hard werken aan een methode om 'zij' in ere te herstellen.

      Ik geef die taalkundigen dan nog steeds weinig kans, en bovendien doet de situatie zich dus niet voor; bij mijn weten is er nooit enig enkel negatief (of positief, for that matter) effect van taalverandering wetenschappelijk aangetoond.

      En dan het AAVE-voorbeeld. Je kunt best zeggen dat, pakweg, Labov eerst *als wetenschapper* heeft vastgesteld dat er onrecht werd gedaan aan sprekers van die variëteit en dat hij vervolgens besloot daar *als mens* iets aan te doen met een methode die hij *als wetenschapper* had vastgesteld. Mij lijkt dat een weinig nuttige scheiding.

      Dat staat niet in de weg dat ik het met je eens bent dat je altijd duidelijk moet zijn op welk punt je autoriteit hebt, en dat een moreel oordeel nooit kan voortvloeien uit onze wetenschappelijke kennis.

      Verwijderen
    5. Ik deel je pragmatische oordeel dat taalkundigen kunnen schreeuwen wat ze willen maar dat ze weinig kans op succes zullen hebben. Een simpel voorbeeldje: ik erger me dood aan het gebruik van 'misdaad van tegen de menselijkheid'. Dit is volgens mij simpelweg een verkeerde vertaling van "crime against humanity", die strikt genomen niets betekent: vgl. misdaad tegen de mannelijkheid/vrouwelijkheid. Maar het is ondertussen zo ingeburgerd dat ik kan roepen wat ik wil (als wetenschapper of als mens), want dat verandert hier niets aan: het overleeft of het sterft op een gegeven moment simpelweg uit.

      Het voorbeeld van Victor Lamme laat juist zien hoe moeilijk de zaken liggen: jij vindt misschien dat Lamme geen expertise heeft op het gebied van euthanasie, maar ik vraag me af of dit doorgedrongen is tot het grotere publiek. Bovendien vraag ik me af of Lamme dat zelf ook vindt: ik vermoed dat hij op grond van de door hem onderschreven hypothese dat de mens niet over een vrije wil beschikt, meent dat hij wel degelijk expertise op dit gebied heeft. Het lijkt mij althans geen onlogische conclusie om op grond van het ontbreken van vrije wil, ook het recht op zelfbeschikking (en daarmee het recht op euthanasie) ter discussie te stellen. Daarom ook, denk ik, dat hij op grond van de gebrekkige informatie in de documentaire in DWDD met zulke zwaarwegende beschuldigingen als "moord" kon komen: de betrokkenen waren gezien vanuit de hypothese per definitie gemanipuleerd in hun keuze.

      Ik denk dat het onderscheid wetenschapper/mens wel degelijk zinvol is: soms lijkt het misschien wat kunstmatig maar hij blijft m.i. nuttig. Ik denk bijvoorbeeld dat de huidige generatie gedragsbiologen hier heel duidelijke ideeën over hebben (die aanzienlijk verschillen van die van pakweg zes, zeven decennia geleden): hier geldt zeker dat ingrijpen tegenwoordig altijd als ongewenst gezien wordt. Bij mensen ligt het natuurlijk allemaal wat moeilijker juist omdat de wetenschapper ook mens is.

      Dit laat onverlet dat je laatste alinea natuurlijk wel de kern samenvat: "Dat staat niet in de weg dat ik het met je eens bent dat je altijd duidelijk moet zijn op welk punt je autoriteit hebt, en dat een moreel oordeel nooit kan voortvloeien uit onze wetenschappelijke kennis".

      Ik gebruik overigens in mijn reactie op je stukje expres mijn voornaam en niet mijn achternaam Broekhuis (waaronder ik mijn wetenschappelijk werk publiceer): hiermee wil ik onderstrepen dat het hier slechts om een privémening gaat en ik absoluut geen wetenschappelijke expertise heb op dit gebied.

      Verwijderen
  4. Voordat een discussie over taalverarming kan beginnen moet je het eens zijn over wat taalverarming is of in elk geval hoe je het zou moeten meten. Uiteindelijk zal zo'n discussie dan verzanden in discussies over definities en meetmethoden. Misschien is het beter om het begrip te vervangen door concrete begrippen. Bijvoorbeeld het krimpen van het idioom en het maken van meer taalfouten. Waar ik me zelf meer zorgen over zou maken is het feit dat minder lezen, in elk geval minder lange teksten lezen. Als je het logische deel van je hersenen minder gebruikt dan blijft het andere deel over : korte termijn denken en emoties. Vooral angst is een sterke prikkel, en angst vindt een zijn uitlaatklep al gauw in populistische gedachten.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. U loopt misschien wat hard van stapel met uw verbinding met het populisme, maar ik zie ontlezing zoals door u geschetst inderdaad ook als een probleem. Wat eraan moet gebeuren is heel moeilijk te zeggen, bijvoorbeeld omdat het is ingebed in allerlei veel grootschaliger ontwikkelingen, zoals de opkomst van het internet en de sociale media. Ik zie mezelf overigens ook niet als competent genoeg om de door u genoemde psychologische nadelen te beoordelen. Het lijkt me plausibel, maar mijn mening is net zoveel waard als die van een willekeurige ander.

      Verwijderen
  5. Ongetwijfeld heeft u gelijk dat het moeilijk is taalveranderingen van bovenaf tegen te houden, maar dat er geen voorbeelden zijn lijkt me wat sterk. Een duidelijk voorbeeld levert het Frans, waar de vraag-clitic '-ty' (parallel aan de ontkennings-clitic 'pas' en ontstaan uit een naar andere personen veralgemeniseerd achtergeplaatst 3e-persoons voornaamwoord, spelling varieert) bezig was aan een opmars tot ze door felle bestrijding door de taalmachten is gestuit.

    "Hé bien ? je me marie-t-y , je me marie-t—y pas? sais-tu ça , toi ? quoi ? dis.N I C O L E , le contrefàisant." (uit Nicaise, Opéra-Comique, M. Vadé)

    Vergelijk het wel als correct beschouwde gebruik in de 3e persoon:
    "Son père a-t-il été en Allemagne?" (voorbeeld gegeven door Peter Rickard in A History of the French Language)

    In de 18e en 19e eeuw is dit een vrij gewoon vraag-partikel in weergaves van de spreektaal van o.a. Parijs, tegenwoordig komt het nog wel her en der voor (bijvoorbeeld in Québec als '-tu'), maar is het toch in de algemene omgangstaal van Frankrijk wel min of meer verdwenen.

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.