Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 17 februari 2016

Hoe komt het dat de grammatica van oude talen ingewikkelder is dan die van moderne talen?

Onverwachte taalvragen aan de Nationale Wetenschapsagenda (13)

Door Marc van Oostendorp

Je kunt je best voorstellen dat iemand zich eens achter de oren krabt, zich het volgende afvraagt en dat dan instuurt naar de Nationale Wetenschapsagenda:

Sterker nog, er wordt door allerlei taalkundigen gewerkt aan iets wat uiteindelijk deze vragensteller zou moeten kunnen bevredigen. We zijn er alleen nog lang niet.

Je moet de vraag als eerste wel van wat onderliggende aannames ontdoen. Er is bijvoorbeeld voor zover ik weet geen enkele onderzoeker die denkt dat er een verband is tussen 'goede communicatie' en werkwoordsuitgangen. Waarom zou je beter communiceren wanneer je vier verschillende manieren hebt om een subjunctief uit te drukken?

Is het verder echt zo dat in het algemeen 'oude talen' ingewikkelder waren, of was het een eigenaardigheid van het Grieks en het Latijn tegenover het Nederlands en het Engels? Dat weten we natuurlijk niet precies, al is het maar omdat er veel talen die 2000 jaar geleden gesproken werden spoorloos verdwenen zijn, terwijl zelfs van de meeste van de naar schatting 6000 talen die nu gesproken worden, ook te weinig bekend is om hun 'ingewikkeldheid' goed te kunnen vaststellen. Als we al zo'n maat hebben voor de 'ingewikkeldheid' van een taal als geheel. 

Maar als we dit allemaal even van de vraag afpellen, blijft er een interessante observatie over: voor Europese talen, of in ieder geval minstens voor het Grieks en de Germaanse en Romaanse taalfamilies – want daartoe horen de in de vraag genoemde talen – dat ze in de afgelopen tweeduizend jaar in geen enkel geval méér 'werkwoordsuitgangen' of bijvoorbeeld naamvallen hebben gekregen; en dat gemiddeld genomen het aantal van dat soort in verbuiging en vervoeging is afgenomen. 

Hoe komt dat? Is het een willekeurige ontwikkeling die op een bepaald moment ook weer teruggedraaid kan worden? Ik denk niet dat alle taalkundigen het eens zijn over het antwoord, maar er is een lijn in het onderzoek die mij aanspreekt. 

Die lijn wijst erop dat zaken als werkwoordsuitgangen en naamvallen geen enkel probleem zijn voor kinderen: zij pikken die moeiteloos op. Voor volwassenen zijn ze daarentegen om de een of andere reden moeilijk te leren en moeilijk te onthouden.

Een gevolg daarvan is dat al die uitgangen makkelijk overleven in een gesloten gemeenschap: nieuwe generaties nemen de taal van hun ouders makkelijk over. De uitgangen kunnen zelfs langzaam maar zeker ontstaan in zo'n gemeenschap – vaak zijn die uitgangen in de loop der eeuwen afgesleten kleine woordjes.

Maar in opener samenlevingen hebben de uitgangen minder overlevingskansen. Er komen volwassenen die fouten maken, en die fouten kunnen in de loop van de tijd ook kleine kinderen beïnvloeden – die krijgen immers verwarrende input terwijl ze hun taal aan het leren zijn, en zouden dan uiteindelijk kunnen besluiten dat die uitgangen waarschijnlijk overbodige franje zijn.

Wat er onmiskenbaar is gebeurd in Europa in de afgelopen eeuwen is dat het contact tussen allerlei groepen gemakkelijker is geworden. Dat heeft dan effect gehad op de uitgangen. In die zin ziet de vragensteller het dus op zijn kop: dat de uitgangen zijn verdwenen heeft geen negatief effect op de communicatie, maar is juist zelf een gevolg van het feit dat communicatie gemakkelijker is geworden.

7 opmerkingen:

  1. 't Lijkt inderdaad wel met taalcontact te verklaren zijn. Kennelijk was in West-Europa verlies van uitgangen de mode, alle grote talen hier zijn analytischer geworden - maar tegelijk niet allemaal in dezelfde mate. In andere regio's is het anders gelopen. Het Grieks en het Roemeens hebben samen met andere Balkantalen juist weer nieuwe vormen en uitgangen ontwikkeld (het Roemeens heeft bv. een achtergevoegd lidwoord, ook een uitgang) die typisch voor dat deel van de wereld zijn. De Indo-Europese talen van de Kaukasusregio, het Armeens en het Ossetisch, hebben de Kaukasische agglutinerende grammatica deels overgenomen, met nieuwe achtervoegsels ("naamvallen"). Het hoeft dus zeker niet altijd eenvoudiger te worden.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Alle Romaanse talen hebben nieuwe uitgangen ontwikkeld, sommige meer dan andere, maar in elk geval de toekomende tijd (uit infinitief + verbogen vorm van 'hebben'). Verder hebben verschillende talen nog andere nieuwe uitgangen ontwikkeld zoals de Portugese 'persoonlijke infinitief' en er valt iets voor te zeggen om het onderwerpsvorm van persoonlijke voornaamwoorden in het Frans ook als uitgangen of tenminste clitics te beschouwen, want voor zelfstandig gebruik worden daar de voorwerpsvormen gebruikt, de onderwerpsvormen komen alleen voor samen met het werkwoord (voor andere voornaamwoorden links van het werkwoord in het Frans geldt trouwens grosso modo hetzelfde, duidelijkst te zien aan 'en' en 'y').

      Voorbeeld: de 1e persoon enkelvoud toekomende tijd van 'zingen':
      cantare + habeo
      Frans: chanterai (ik heb = j'ai)
      Spaans: cantaré (ik heb = he)
      Italiaans: canterò (ik heb = ho)

      Voorbeeld 2:
      Je chante une chanson.
      Qui chante?
      Moi. (niet: "Je.")

      Verwijderen
  2. Ik vraag me overigens wel af, of dat wat voor óns complexer uitziet ook voor de taalgebruiker toen complexer was. Zouden gebruikers van toen niet juist het ontbreken ervan en de vervanging van bijvoorbeeld het uitgebreide naamvallensysteem door combinaties met voorzetsels als moeilijker ervaren?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik betwijfel het. Ik ben een beetje Turks aan het leren. En hoewel ik dat door zijn structuur, die erg van de onze afwijkt, een lastige klus vind, ontmoedigt zo'n hoogst regelmatige taal me veel minder dan het Russisch, met zijn eindeloze onvoorspelbaarheden in beklemtoning, werkwoordsvervoeging, naamvalsvorming enz. Ik ervaar het Turks uiteindelijk als gemakkelijker dan Russisch. Morfologische wildgroei ervaar ik als lastiger dan onwennige regels.

      Verwijderen
    2. Interessant! Dit is precies de reden dat ik in mijn proefschrift onderscheid maak tussen transparantie (regelmatigheid in de zin van: iedere vorm of grammaticale regel heeft 1 betekenis) en simpliciteit (in de zin: minder uitgangen/woorden/regels/etc.).
      Zie hier: http://www.lotpublications.nl/transparency-in-language-a-typological-study

      Verwijderen
  3. Gerrit van Uitert18 februari 2016 10:44

    De veronderstelling dat oude talen gecompliceerder zijn, kan misschien kloppen als je alleen naar de morfologie kijkt, maar in andere opzichten (de uitspraak, het aantal fonemen) is bijvoorbeeld het Engels veel gecompliceerder dan het Latijn. Eenvoud op het ene gebied betekent meestal complexiteit op het andere.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dit is iets wat ik me als leek tijdens het leren van het Litouws ook vaak heb afgevraagd. Mijn kennis van Latijn bleek hierbij namelijk bijzonder waardevol (ivm de vrije woordvolgorde; de vele naamvallen etc.) en ik vroeg me af hoe dat nou allemaal kwam. Ik heb begrepen dat het Litouws ook lange tijd bijna uitsluitend in vrij afgezonderde boerengemeenschappen gebruikt werd. Er moet trouwens wel veel contact met andere talen geweest zijn, dat kan haast niet anders in zo'n centraal gelegen gebied.

    Trouwens, dit gezegd hebbende en gezien de verdere opmerkingen over het Russisch en het Turks is het de vraag in hoeverre het Engels en het Nederlands representatief zijn voor de 'moderne taal'.

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.