Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 4 februari 2016

Etymologie: hola

hola tw.

Laatmiddelnederlands hola ‘wacht eens even, kalm nou’ (1486, Het boeck vanden pelgherym), Vnnl. hola (1502). Tot ca. 1900 daarnaast ook vaak als holla gespeld, wat nog de gebruikelijke dialectvorm in het Ripuarisch en Moezelfrankisch is.

Uitroep die een handeling, uitspraak of gedachtengang onderbreekt of tot onderbreking oproept; inleiding van een tegenwerping. Hol(l)a komt in de zestiende eeuw en zeventiende eeuw veelvuldig voor in de weergave van directe rede, en blijft ook daarna gangbaar.

Verwante vormen: Middelhoogduits holā (15e eeuw), Vroegnieuwhd. holla (ca. 1500), Engels holla (1523), Spaans hola (1552). Waarschijnlijk allemaal afkomstig uit Oudfrans holà ‘hé daar’ (ca. 1350), samenstelling van ho! ‘halt!’ en ‘daar’ (vergelijk Ned. ho, dat mogelijk ook uit het Frans is ontleend). Alternatief wordt gedacht aan identiteit met hallo (dat mogelijk een afleiding is van halen), met klinkeromkering. Maar gezien de consistentie van de klinkervolgorde in hola en het bijna gelijktijdige verschijnen van deze woorden in het Duits, Engels, Nederlands en Spaans, ligt Franse oorsprong toch het meest voor de hand. De niet-Nederlandse klankstructuur met klemtoon op -a in de tweede lettergreep kan bovendien de variatie tussen de vormen hola en holla verklaren.