Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

dinsdag 26 januari 2016

Zich beseffen, zich bedenken, zich begrijpen

door Jan Stroop

Een paar weken geleden (12 januari) hoorde ik ’t weer, een nieuw wederkerend werkwoord. In ’t programma Nieuwsuurop NPO2 was oud-politiecommissaris Eric Nordholt present vanwege de voorvallen in Keulen. Hij ontrolde daar de volgende zin: “Ik denk dat, waar hij niet de problematiek, zoals die in Keulen was en is, eerder aan de orde heeft gesteld, kan ik me wel begrijpen dat als zoiets gebeurt, dat hij nu weg moet, omdat ie de zaken verzwegen heeft.” 

Nordholt zegt: me begrijpenOmdat ik ’t al eens gehoord heb uit de mond van oud-minister Jan Pronk, begin ik me af te vragen of we hier misschien met een taalverandering van doen hebben, van ’t type beseffen wordt zich beseffen



ZICH BESEFFEN

Dat zich beseffen staat in een kwade reuk:  ’t is beseffen, en zich beseffen is ‘fout’. Dat is een oordeel in de categorie ‘wat heurt’, geen taalkundig oordeel, want wat velen zeggen kan in elk geval niet ongrammaticaal zijn, ook al beweert een website als  De roze pen: “het werkwoord ‘zich beseffen’ bestaat niet.” Bij Google in elk geval wel, want daar vind je er na 2001 tot heden ruim 1300 hits van. 

En dit betreft dan nog alleen geschreven taal. In de spreektaal zal wel veel meer zich-beseft worden.
Zich beseffen in de betekenis ‘besef, begrip, verstand hebben’ is ook niet van vandaag. Dat blijkt al uit ’t Middelnederlandsch Woordenboek, dat o.a. deze citaten geeft:
“so ic mi can beseffen [‘zo kan ik me beseffen’], dat ghi niement sout verheffen, hi en ware” enz., Vlaanderen, 1340-1360.
 “Die van duechden oyt haer besieuen ..., Die creghen doer Christum oyt consolacie”, Gent, 1539.

Na deze periode verdwijnt zich beseffen en ’t duikt pas weer op in de 19e eeuw,  bijna altijd in combinatie met laten: dat laat zich beseffen. Dat gebruik is in de  20e verdwenen. Er voor in de plaats keert  ’t oude zich beseffen terug, voor ’t eerst in 1901:  “men kan dus zich beseffen hoe zwaar ons dit verlies valt” (Dagblad Het Volk). In 1937 voor ’t eerst ik besef me: “Ik besef me zeer wel, welke groote moeilijkheden jullie eerst hebben moeten overwinnen, voordat je dit bereiken kon.”  

De eerstvolgende score is uit 1937: “Ik besef me zeer wel, welke groote moeilijkheden jullie eerst hebben moeten overwinnen, voordat je dit bereiken kon.” Totaal zijn er tot ’t jaar 1995 (tot dat jaar loopt Delpher) nog 45 gevallen van me en zich beseffen,  allemaal in citaten van spreektaal, vaak die van voetballers, die meestal “zich terdege beseffen”.

In de kranten van de afgelopen drie maanden vond ik 1053 keer ik besef tegen maar 8 keer ik besef me, alles in gesproken taal, behalve een paar keer dat er tegen gefulmineerd werd, o.a. naar aanleiding van de Oudejaarsconferentie van Herman Finkers, die ook afgaf op ik besef me.

Gangbaar in taal die door journalisten opgeschreven wordt, kun je ik besef me dus niet noemen. Hoe anders is dat in de taal van de Nederlanders, waarvan Google de weergave is. Tegenover de 1300 hits van zich beseffen van na 2001 (ik me besef, 278; ik besef me, 394; zich beseft,  345; beseft zich, 303), staan 575 van ik besef en beseft. Dat wil zeggen dat het beseffen met wederkerend voornaamwoord meer dan twee keer zo vaak voorkomt dan ‘t  ‘kale’ beseffen. Feitelijk is dus zich beseffen al verder doorgedrongen dan zich bedenken.  

ZICH BEDENKEN

Ook bij zich bedenken (in de betekenis ‘bedenken’) is er datzelfde patroon: eerst gewoon, dan ongewoon, nu weer gewoon, een slingerbeweging dus.   
“hi [es] so uroet uan sinne dan Dat hi hem [hem = zich] wel bedinken can Hoe menech commer ende leet Te doegene allen menschen steet Die hir ontfaen uan moedre lijf ,  Brabant-West, 1265-1270

Doen hijt ghegheven hadde, bedachti hem ['zich'], ocht hijs mechtich ware dat aflaet te ghevene, Holland/Vlaanderen/Brabant, 1373-1374.

Zich bedenken is overigens nooit helemaal weg geweest; dat blijkt uit deze citaten:
“Ick heb menigmael hier over my bedocht”, Cats, 17e eeuw
“Je zegt zo wat, ... ik zel me een reis bedenken”, Langendijk, 18e eeuw.
“Dat weet ik zo net niet, als ik my wél bedenk”, Wolff en Deken, 18e eeuw
“Ik zal my daar eens op bedenken, en daar na noch eens nader met je spreken“, v. Effen, 18e eeuw
“Zonder mij te bedenken, liep ik ... den stoep op”, v. Lennep, 19e eeuw.

In ’t heden van de kranten van de laatste drie maanden vond ik 6 keer ik bedenk me, 133 keer ik bedenk. Bij Delpher (de krantenbank van Nederland) 12 gevallen ik bedenk me in de 19e eeuw,  214 in de 20e, redelijk over de hele periode verdeeld. Dan Google, dat geeft bij alle gebreken toch een goed beeld van de omgangstaal van nu:
Ik bedenk me dat:  380  hits
Ik bedenk dat:  368 hits
De verhouding tussen de twee is in overeenstemming met ’t antwoord van Onze Taal op de vraag: Wat is juist: 'Ik bedenk me net dat de melk op is' of 'Ik bedenk net dat de melk op is'? Antwoord “Beide zinnen zijn juist.”

Dat zich bedenken door normstellers en -volgers gemakkelijker aanvaard wordt dan zich beseffen, ook al wordt dat laatste veel meer gebruikt, hangt wel samen met ’t bestaan van dat andere zich bedenken. De combinatie met zich is daardoor vertrouwd, al heeft dat werkwoord dan een andere betekenis.  

ZICH BEGRIJPEN

Van begrijpen zegt ’t WNT: “In de taal van het dagelijksch leven heeft begrijpen, vooral in verbinding met kunnen, dikwijls het vnw. zich in den 3den nv. als bepaling.”
Dat wordt daar geïllustreerd met deze citaten:
“Ik kan mij niet begrijpen, dat ik hier bijna vier dagen geweest ben”, Loosjes [1808].
“Ik kan mij niet begrijpen, hoe de Heeren in de stad zoo ongemakkelyk vallen, … en niet begrijpen, dat vrouwen — vrouwen zijn,” J. Vosmaer [1896].
“Zoo iets kan ik mij niet van hem begrijpen”, idem .

Ook uit andere bronnen blijkt dat zich begrijpen in combinatie met kunnen in de 19e eeuw heel gewoon was, maar niet daarvoor. De oudste vermelding van ik kan me begrijpen bij Delpher is uit 1872. Wat schrijft Willem Bastiaan Tholen in een brief (waarschijnlijk uit 1886) aan schilder Willem Witsen: “dat ze dan naar je toe zal kunnen gaan, want ik kan me begrijpen dat 't stil is bij je en leeg.”. Uitgever L.J. Veen gebruikt ’t in 1911 in een brief aan Couperus.

Maar ook op ‘hoger’ niveau van ‘dagelijksch’ leven is zich begrijpen in gebruik. Zo staat ’t in de verslagen van discussies in de Staten Generaal uit die tijd:
“Hij kan zich begrijpen, dat de minister zich op de commissie verlaat” (1850).
 “hij kan zich begrijpen” (1861).

Een grootgebruiker van zich begrijpen in de negentiende eeuw is Vincent van Gogh. In zijn brieven  komt  ’t wederkerende zich begrijpen tientallen (69) keren voor.  Ik geef een paar voorbeelden:
244: ik kan mij begrijpen dat er menschen zijn die in ’t water springen (6-7-1882)
246: Ik kan mij begrijpen dat Michelet zegt, la femme c’est une religion. (16-7-1882)
325: dat zult ge U wel kunnen begrijpen (5-3-1883)
360: Ik kan me niet begrijpen hij niet wat meer varieert ook. (7-7-1883)
502: ik kan me begrijpen dat Besnard interessant moet wezen. (22-5-1885)

Twee keer gebruikt ie ’t zonder kunnen:
250: ik vindt [sic] het iets dat zoo natuurlijk en van zelfsprekend is dat ik me niet begrijp dat de menschen zoo onverschillig voor elkaar zijn gewoonlijk. (23-7-1882)
345: En hoe men figuurschilder kan zijn en daar niet iets van voelen begrijp ik me niet (21-5-1883)

Zich kunnen begrijpen is in ’t dagelijks leven ’t equivalent van ‘snappen’. Voor ’t hogere ‘begrijpen’ dat aangesproken moet worden als ’t bijvoorbeeld gaat over Wittgenstein, wordt ’t niet gebruikt. Dus ook nooit zo (daarom dat sterretje):  *Van dat boek kan ik me niets begrijpen.

De geschiedenis van zich begrijpen is af te zien aan een staatje dat ik gemaakt heb van de scores in Delpher:

ik kan me begrijpen                                  kan zich begrijpen (3e persoon)
1830-1839 (0)                                            1830-1839 (1)
1840-1849 (0)                                            1840-1849 (1)
1850-1859 (0)                                            1850-1859 (8)        
1860-1869 (0)                                            1860-1869 (16)                             
1870-1879 (4) oudste 1872                      1870-1879 (12)
1880-1889 (16)                                          1880-1889 (27)     
1890-1899 (17)                                          1890-1899 (58)
1900-1909 (49)                                          1900-1909 (83)
1910-1919 (78)                                          1910-1919 (185)
1920-1929 (115)                                        1920-1929 (235)
1930-1939 (244)                                        1930-1939 (255)   
1940-1949 (128)                                        1940-1949 (30)
1950-1959 (51)                                          1950-1959 (5)
1960-1969 (42)                                          1960-1969 (5)
1970-1979 (23)                                          1970-1979 (0)
1980-1989  (1)                                           1980-1989 (0)
laatste is uit 1983.
Delpher gaat tot en met 1995. ’t Vervolg  van kun je vinden bij Google:

ik kan me begrijpen           kan ik me begrijpen          
1980-2000: 0 hits                                        0
2001:             1                                             1                                                                   
2002:             0                                             1
2003:             1                                             0
2004:             2                                             0
2005:             1                                             1
2006:             0                                             2
2007:             2                                             2
2008:             0                                             2
2009:             2                                             4
2010:             7                                             3
2011:             6                                             3
2012:             5                                             6
2013:             6                                             2
2014:             16                                           6                    
2015:             10                                           6
2016, tot 24-1  3                                          1                                            

De twee staatjes laten zien dat begrijpen met wederkerend voornaamwoord opgekomen is in ’t tweede kwart van de negentiende eeuw. ’t Bereikte een hoogtepunt in het tweede kwart van de 20e eeuw, omstreeks 1940, waarna de neergang begon, die eindigde in de jaren 90 van de vorige eeuw. ’t Jaar 2000 lijkt ’t nieuwe keerpunt te zijn van de slingerbeweging die begrijpen-met-wederkerend voornaamwoord maakt, een nieuwe revival. Net als bij zich beseffen; zie boven.

Het plaatje van zich begrijpen is bijna te mooi om waar te zijn, maar ik besef ook terdege dat ’t hier om heel kleine aantallen gaat, zeker afgezet tegen de honderden keren dat begrijpen zónder wederkerend voornaamwoord gebruikt  wordt. Google lijkt mijn eerdere indruk dat zich begrijpen in opkomst is, wel te bevestigen.

Zo langzamerhand rijst de vraag:  wat is dat toch met de wederkerende werkwoorden? In de ene periode staat ’t voornaamwoord erbij, in een volgende niet en in een daaropvolgende weer wel.
Met als gevolg dat
Zich beseffen hetzelfde betekent als beseffen
Zich bedenken hetzelfde als bedenken
Zich begrijpen hetzelfde als begrijpen

En omgekeerd:
Herinneren betekent hetzelfde als zich herinneren (van ’t eerste honderden voorbeelden bij Google, als “ik herinner dat als een van de saaiste dagen ooit.”)  

Realiseren hetzelfde als zich realiseren: “ik realiseer dat ik de verkeerde foto gebruikt heb.” (bij Google honderden van dit soort zinnen)

De status van de drie werkwoorden in ’t Nederlands van nu kun je zo weergeven:
a. zich bedenken                            geaccepteerd
b. zich beseffen                              opgekomen, breed waargenomen (en afgekeurd)   
c. zich (kunnen) begrijpen           in opkomst, nog niet ‘gemeld’

Dat ‘nog niet gemeld’ bij zich (kunnen) begrijpen moet ik nuanceren. Charivarius maakt in 1940 melding: “Ik kan het me begrijpen. Naar analogie van: ik kan het me verklaren. Maar zich verklaren is juist, zich begrijpen niet.” Maar dat is in een periode waarin ’t  zo veel voorkwam dat ’t wel moest opvallen.
Anders ligt dat bij de observatie van Jaap Moggré; zie zijn website  http://www.jaapmoggre.nl/index-Punt.html. Die observatie is recenter en betreft de jaren 1970. Van daarna zijn me geen signaleringen bekend.

Wat kun je uit die slingerbeweging van zich c.s.  anders concluderen dan dat dat voornaamwoord er niet toe doet, dat ’t alleen maar een ornament is, dat ’t komt en gaat naargelang de mode. ‘Noodzakelijk wederkerende werkwoorden’ zijn van zichzelf al wederkerend; de naam zegt ’t al. Ze hebben dat voornaamwoord niet nodig.  Eigenlijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.