Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 25 januari 2016

Een nieuw examen Nederlands

Door Bas Jongenelen

Het schoolvak Nederlands staat de afgelopen tijd nogal in de belangstelling. Sommigen willen de canon eruit, anderen willen hem er absoluut in houden, weer anderen pleiten voor Nederlands als keuzevak en weer sommigen zien Nederlands als pure ondersteuning voor overige vakken. Heel erg concreet wordt het echter nergens, vandaar dat ik hier en nu (en op persoonlijke titel) een opzet geef voor de invulling van het VWO-examen Nederlands.


Het huidige VWO-examen gaat over leesvaardigheid: de leerlingen moeten een tekst samenvatten, vragen over alineaverbanden beantwoorden en argumentatie benoemen. Ik vind dit zeer nuttige vaardigheden die op het VWO (Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs) thuishoren, maar ik vind ze niet genoeg voor het Centraal Examen (CE). Het VWO is de hoogste vorm van het voortgezet onderwijs (VO), het CE dient dus het hoogste te toetsen. De hoogste vorm van een taal is de literatuur en binnen de literatuur is poëzie de hoogste vorm van literair taalgebruik. Vandaar dat ik vind dat het CE van de hoogste vorm van het VO de hoogste vorm van taal moet toetsen: poëzie.


Bij het CE Latijn staan ieder jaar een aantal teksten centraal. Welke teksten dat zijn, wordt ruim van tevoren bekend gemaakt. Vervolgens gaan de docenten Latijn met hun leerlingen aan de slag om deze teksten te lezen en te duiden. Iets soortgelijks lijkt me wenselijk bij het CE Nederlands op het VWO. Er worden zes dichtbundels gekozen waarover de leerlingen bevraagd gaan worden. Ieder jaar valt er één bundel af en komt er een andere bij. Als je zakt voor je examen, dan krijg je dus niet het jaar daarop een compleet andere set bundels voor je kiezen. Ook voor de docenten is er afwisseling, zij zullen zich niet snel vervelen.

Een voorbeeld van zo’n set dichtbundels is:
1.      Nicolaas Beets: Madelieven (1869)
2.     Willem Kloos: Verzen (1894)
3.     Paul van Ostaijen: Bezette stad (1921)
4.     Martinus Nijhoff: Vormen (1924)
5.     M. Vasalis: Parken en Woestijnen (1940)
6.     Rutger Kopland: Alles op de fiets (1970)

Het jaar erop zal Beets van de lijst verdwijnen om plaats te maken voor Hiëronymus van Alphens Kleine gedigten voor kinderen (1778). Ik geef hier slechts voorbeelden, zes andere bundels om mee te beginnen zijn natuurlijk ook mogelijk. Of misschien is zes iets te veel en zijn vijf bundels meer dan genoeg.

Voor leerlingen is het een bestudeerbare hoeveelheid. Zes niet al te dikke bundels, dat lijkt me toch niet echt een onneembare hobbel. Bovendien weten ze waar ze aan toe zijn, want het zijn deze bundels waaruit geput wordt. Leerlingen zullen op het examen niet ineens verrast worden met een gedicht van Marsman. Dat is een vooruitgang in vergelijking met het huidige CE, de teksten daarop zijn tevoren niet bekend gemaakt. De leerlingen weten niet wat de bron zal zijn (Elsevier? de Volkskrant? NRC?) en wie de auteur (Schnabel? Etty? Van Oostrom?) - een echt gedegen voorbereiding is niet mogelijk. Terwijl het toch je examen is! Daarnaast zal er een lijst met termen gemaakt moeten worden. Dat zal geen hemelbestormende lijst zijn, maar gewoon een lijst met gebruikelijke termen als jambe, tautologie, metafoor, omarmend rijm, et cetera.

Op het examen krijg je dan een paar gedichten met vragen. Dit zullen in de eerste plaats vragen zijn naar stijlfiguren, metrum en dat soort dingen, maar er zullen ook interpretatieve en meningsvragen gesteld worden. Of een vraag als: ‘In regel X van gedicht Y staat een tegenstelling, maar is deze tegenstelling een gewone antithese, een paradox of een oxymoron? Leg uit hoe je tot je keuze bent gekomen.’

Het correctiemodel is leidend, maar laat ruimte aan de docent. Het lezen, bespreken en duiden van poëzie is zeer persoonlijk, de docent heeft een behoorlijke vrijheid. Maar let op: een enumeratie is een enumeratie en geen pleonasme. En ‘Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten’ is een jambe en geen dactylus. Hoe een leerling een gedicht interpreteert is niet in een correctievoorschrift te vangen, de waardering van interpretatieve vragen is aan de docent. Uiteraard zal het CE ook onder de dwang van de tweede correctie vallen. De tweede corrector kijkt het werk globaal na en legt niet op iedere slak zout. Pas als hij fraude vermoedt, trekt hij aan de bel.

Door poëzie te toetsen in het CE laten we zien dat we de Nederlandse taal- en letterkunde serieus nemen. Het niveau van zo’n CE zal hoog zijn, maar niet te hoog. De leerling weet uit welke gedichten de keuze is gemaakt door de examenmakers en hij weet (vanwege de begrippenlijst) welke begrippen hij moet kennen. Het CE gaat dus deels om kennis, deels om vaardigheden (tekstbegrip) en deels om literaire competentie. Wat mij betreft denken we hier dit jaar over na, zodat we volgend jaar de leerlingen van 4VWO en hun docenten kunnen vertellen over welke dichtbundels hun CE gaat. Leesvaardigheid, samenvatten en argumentatie kunnen en zullen op schoolniveau getoetst worden.


Aan de slag, moedig voorwaarts en nimmer dralend!

5 opmerkingen:

  1. Tegenvraag: waarom jonge mensen meteen opzadelen met zulke volstrekt oubollige poëzie die niets zegt over de tijd waarin ze leven? Moet het niet eerder andersom, dat dit soort 'oude boeken' meer iets zijn voor specialisten, bijv die taalkunde studeren? Ik vind het erg pedant, zo'n lijst die doet alsof er in de tweede helft van de twintigste eeuw niets is gebeurt of doet alsof daarover geen consensus zou bestaan.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik begrijp die obsessie niet met 'de tijd waarin we leven'. We worden de hele tijd al doodgegooid met die tijd, en bovendien meent menige jongere al dat hij precies weet hoe alles in mekaar zit omdat hij immers op de hoogte is van de laatste technologische ontwikkelingen.
      Je zou willen dat jongeren ook eens naar de werkelijkheid op een andere manier naar de werkelijkheid leren kijken; inzien dat door de ogen van Slauerhoff kijken naar de werkelijkheid misschien wel minstens even waardevol is als kijken door de ogen van Geert van Istendael. Dat er meer is dan onze tijd, en mensen uit het verleden niet per se 'oubolliger' zijn dan onze tijdgenoten met al hun obsessies.

      Verwijderen
    2. Ik schreef hierboven dat de genoemde zes bundels voorbeelden zijn. Dat er ook andere bundels zijn om mee te beginnen. Ik vind het een prima idee om zes moderne bundels (uit de afgelopen tien jaar of zo) als examenbundels voor te schrijven. Een mengvorm is ook mogelijk, drie oudere bundels en drie moderne. Dat is mijn punt helemaal niet. Ik wil graag een CE van een hoog niveau. Het huidige CE vraagt niet genoeg van de VWO-leerling. We krijgen het niveau omhoog met een poëzie-examen. Over welke dichters en welke dichtbundels het dan moet gaan, tja, daar worden we het wel over eens hoor.

      Verwijderen
  2. Dat jij persoonlijk iets hebt met Nederlandse poezie is prima. Maar om er daarom een verplicht examenvak van te maken? Ik hou van horrorfilms uit de jaren 1930, maar dat is nog geen reden om daar een verplicht examenvak van te maken.
    VWO studenten moeten leren hoe ze teksten moeten lezen, hoe ze zelf teksten schrijven, hoe ze een betoog opzetten en hoe ze de fout in een redenering vinden.
    Poezie is een leuke hobby, maar we kunnen niet van iedere hobby een verplicht examenvak maken.
    Literatuur wordt in het onderwijs vreselijk overschat. Literatuur is belangrijk, maar niet belangrijker dan muziek, film of TV. En die dingen zien ik ook niet terug komen als verplichte examen onderwerpen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Als het huidige CE inderdaad de leerlingen liet lezen, schrijven en argumenteren, dan heb je gelijk. Deze vaardigheden zijn heel belangrijk - en misschien wel CE-waardig. Het geval is dat het CE op het VWO een heel slap examen is. Binnen twee of drie weken is het mogelijk om iemand voor te bereiden op het CE (ja, daar heb ik ervaring mee). Heb je als leerling 6 jaar VWO gehad, is je meesterproef voor Nederlands binnen twee weken onder de knie te krijgen. Het niveau van het VWO-CE moet omhoog.
      Ten tweede muziek, film en TV. Ja, die zijn ook belangrijk. En ja, die horen ook op school gedoceerd te worden. Goed literatuuronderwijs besteedt ook daar ook aandacht aan. Gelukkig zijn er heel veel docenten Nederlands die films, tv-series en muziek(teksten) de klas in nemen. Dat er meer aandacht is voor literatuur komt omdat literatuur langer bestaat dan film. Literatuur (in de zin van romans), film en TV(-series) vallen onder het hoofdgenre van de epiek, poëzie en muziek worden over het algemeen ingedeeld onder de lyriek (met uitzondering van teksten als het Lied van Heer Halewijn en, Eminem's Stan en Dylan's The Hurricane - dat zijn episch-poëtische teksten). Het lijkt me een uitstekend idee om een CE te maken met de combinatie van literatuur, film, TV en muziek. Dat levert een zeer boeiend en leerzaam CE op.

      Verwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.