Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 31 december 2015

Spotify-lijsten voor (en door) neerlandici

Mirella van der Made van de actieve Facebook-groep Leraar Nederlands maakte enkele Spotify-afspeellijsten met Nederlands materiaal, bijvoorbeeld voor gebruik in de les. Het zijn 'collectieve' afspeellijsten, hetgeen wil zeggen dat andere Spotify-gebruikers ook materiaal kunnen toevoegen:

Sociaal lezen

Door Marc van Oostendorp

Ik wilde het op de valreep van 2015 nog even gedaan hebben: een Twitter-enquête houden. Let maar op, aan deze nieuwe methodologie gaan nog serieuze artikelen gewijd worden in de vakbladen. Een groot succes was het bij mij niet, er deden slechts 72 volgers mee aan dit onderzoek – wat misschien iets te maken had met het feit dat ik het nog net in de dagen voor oud jaar wilde persen.

Maar ik heb het in ieder geval dan toch maar gedaan, en hier komen de resultaten:
Wat leren we hieruit? Een grote meerderheid van de mensheid, zoals vertegenwoordigd door de volgers van @fonolog, leest voor, tijdens en/of na het lezen van een boek ook nog eens na wat anderen over dat boek geschreven hebben.

Voor bedoeld

Het verbaast me ook eigenlijk niet.

woensdag 30 december 2015

Gratis verwijt tegen de VSB-prijs


In zes lange afleveringen, opgebouwd uit zinnen die, net als een symfonie van Gustav Mahler, maar niet tot een goed einde kunnen komen, beklaagt Gert de Jager zich over de nominatiepolitiek die hij rond de VSB Poëzieprijs vermoedt. Als ik zijn moeizame proza ten volle heb doorgrond, is het elk jaar hetzelfde met die prijs, waarbij bepaalde uitgeverijen worden voorgetrokken ten opzicht van andere. Politiek is nooit interessant, dat bewijst De Jager in elk geval, ook al probeert hij zich tegen ‘de gevestigde orde’ af te zetten, wat op zichzelf sympathiek is.

De Jagers aannames kan ik niet allemaal behandelen, maar drie dingen vielen me in negatieve zin op. Ten eerste. Hij schrijft: ‘In een wereld zonder serieuze poëziekritiek en bij een genre dat ongrijpbaar is, is het aura dat een bundel vergezelt het eerste wat ze waarnemen. Hoe zou het anders kunnen?’ Dat is een wel erg zure oprisping, waarin lezers (andere lezers dan Gert de Jager) worden afgeschilderd als willoze slachtoffers van wat uitgevers ze voorkauwen. De pluriformiteit, ook onder lezers, wordt hiermee in een iets te wilde beweging onder het tapijt geveegd. Niet iedereen die niet leest als Gert is meteen, tja, fout.

Het aura van de hobbyclub


Over de nominaties voor de VSB-prijs (6 en slot)
 
door Gert de Jager

Prozaprijzen worden soms uitgereikt aan debutanten of bijna-debutanten en in ieder geval zijn ze tussen de genomineerden vrijwel altijd te vinden. Uit het recente verleden herinner ik me Niña Weijers, Joost de Vries, Peter Buwalda, Jamal Ouariachi, Miquel Bulnes. Op de Librislijst die ik voor me heb, staan de debuten van Raskin, Jongstra, Pointl, Thomése, Benali, Mortier, Novaire, Bakker, Vuijsje en dan zijn me er vast nog een paar ontgaan. Het groepsportret van de VSB-prijs 2016, vier door levenservaring getekende oudere heren plus een jonge vrouw, is voor de grote prozaprijzen niet goed denkbaar.
Het moet te maken hebben met een verschil tussen poëzie en proza. Hoe komt het dat de kwaliteit van schrijvers als Jongstra, Benali, Thomése en Mortier meteen te zien is en die van dichters pas na een langetermijninvestering van de uitgeverij en henzelf? Waarom spelen juist bij poëzie de selectiecriteria van drie of vier uitgeverijen zo’n belangrijke rol en vertrouwt een VSB-jury blindelings op de poortwachtersfunctie die blijkbaar iedereen ze toekent?
Belangrijk is, denk ik, dat uitgeverijen steeds meer als enigen die poortwachtersfunctie zijn gaan vervullen. Het is vaker gezegd: de poëziekritiek is bijna helemaal verdwenen uit de dag- en weekbladen. Eigenlijk kent Nederland op dit moment nog maar één echte papieren poëziecriticus die wat er op de markt komt consequent volgt en er kritisch en intelligent over schrijft: Piet Gerbrandy in De Groene. Tijdschriften als Awater en Poëziekrant proberen de lacune op te vullen, maar die hebben het aura gekregen van de hobbyclub.

Neder-L volgen

Het einde van het kalenderjaar nadert – een jaar waarin we u gemiddeld bijna 100 berichten per maand brachten. U kunt ons volgen via het weblog, maar ook via e-mail (zie de rechterkolom van het weblog), via Twitter en via Facebook. Ook houden we een YouTube-kanaal bij met video's die mogelijk interessant zijn voor neerlandici in het onderwijs.

Het werk aan Neder-L is ongesubsidieerd en daardoor volkomen onafhankelijk en open access. Het is een publicatievorm voor academici waar wij in geloven. We denken dat dit ook in het afgelopen jaar zijn nut heeft bewezen, bijvoorbeeld doordat het een onafhankelijk platform kon zijn voor allerlei discussies, zowel over inhoud als over structuren.

We stellen commentaar – vooral op wat er beter kan – altijd op prijs, bijvoorbeeld via e-mail. We zien dit weblog het liefst als een gezamenlijk product van de gemeenschap van neerlandici in Nederland, Vlaanderen en daarbuiten.

Een goed jaar voor neerlandistieknijdlijders

Door Marc van Oostendorp
Het is maar goed dat ik niet slim genoeg was om natuurkunde te studeren, anders had ik nu ongetwijfeld enorm te kampen met neerlandistieknijd ('de ~. -enjaloers gevoel gericht tegen beoefenaren van de neerlandistiek (zie aldaar).') Zoals de zaken er nu voorstaan, kamp ik gelukkig alleen met natuurkundenijd, en dat is nog wel te doen.

Maar de natuurkunde is natuurlijk de koningin van de wetenschappen: er is in ieder geval zover dat soort dingen te meten zijn geen wetenschapsgebied waar de theorievorming zo ver gevorderd is. Er zijn niets dat we beter begrijpen, kunnen modelleren en beheersen dan de levenloze natuur. Precies daarom zijn discussies in dat vak zo interessant voor iedere liefhebber van de wetenschap.

Nu is in dat vak onlangs de discussie over de zogenoemde snaarheorie pas echt goed losgebarsten. Althans, al een jaar of tien geleden kon je af en toe ook als niet-natuurkundige kritische geluiden horen over de grote populariteit van die theorie, maar sinds dit jaar lijkt de discussie pas echt losgebarsten.


dinsdag 29 december 2015

Ontheemde talen

Door Leonie Cornips

Begin jaren tachtig vertrok ik voor mijn studie naar Amsterdam. In de eerste week verloor ik al meteen mijn paspoort. Bij de balie van het politiebureau waar ik aangifte doe, luistert een meneer aandachtig naar mijn verhaal. Hij vertelt me dat ik voor aangifte naar boven moet. Ik loop naar de eerste verdieping en wacht in een lange rij. Net als ik het juiste kantoor binnenloop, zie ik vanuit mijn ooghoek het bordje vreemdelingenpolitie hangen. Ik ben erg verbaasd,  maar ja, net in Amsterdam. Ik vertel mijn verhaal aan de dienstdoende agent en tot mijn verrassing zegt hij: ‘Je kan geen aangifte doen want je zal eerst moeten bewijzen dat je Nederlander bent want met zo’n afwijkend accent ben je eerder een Duitser of Belg.’ Achteraf denk ik dat hij een Amsterdams grapje met me uithaalde maar in die tijd begreep ik dat niet. 

Nu is dit verhaal natuurlijk niet uniek.

Wat is poëzie?

Door Marc van Oostendorp


Wat is een gedicht? De Britse literair taalkundige Nigel Fabb deinst niet terug voor een definitie: een gedicht is een brok taal die is ingedeeld in kleinere eenheden die niet corresponderen met zinsdelen. Die kleinere eenheden zijn in ieder geval versregels, maar het kunnen ook bijvoorbeeld strofen zijn.

Versregels worden vaak gedefinieerd door een bepaald metrum, door rijm of alliteratie en door nog een aantal middelen. In zijn nieuwe boek What is poetry? geeft Fabb een uitgebreide beschrijving van allerlei middelen die verschillende talen over de hele wereld kunnen inzetten. Als je meer wil weten over Mongoolse alliteratie, haakjesrijm in het Vietnamees of Marokkaans Arabische metra, kun je in dit boek je hart ophalen.


maandag 28 december 2015

Arabesken nummer 46 verschenen

Half december is nummer 46 van Arabesken verschenen. De titel van dit nummer is ‘Eline en Léonie, tussen droom en daad’.

Regisseur Ivo van Hove en dramaturg Peter van Kraaij vertellen in dit nummer over hun bewerking van De stille kracht voor Toneelgroep Amsterdam. Liesje Schreuders schreef een recensie over dit stuk. Rémon van Gemeren interviewde regisseur Ger Thijs en actrice Hanne Arendzen over hun ideeën over het bewerken van Eline Vere. Looi van Kessel ging naar het stuk en schreef een recensie. Jan Oosterholt onderzocht ondertussen juist een eerdere bewerking van Eline Vere, namelijk de film uit 1991.

Verder legt Yra van Dijk naar aanleiding van haar oratie uit hoe je Eline Vere zou kunnen lezen als een nieuwe media roman.

Het Nederlands als taal van vluchtelingen

Door Marc van Oostendorp


De Italiaan Lodovico Guicciardini verbaasde zich in 1567 over de talenkennis van de Antwerpenaren: zowel jongens als meisjes leerden Frans op school, zodat menigeen de bezoeker in die taal te woord kon staan. "En dan zijn er ook nog maestro's die de Italiaanse taal en het Spaans onderwijzen."

Eigenaardig genoeg vind je van die meertaligheid van de zestiende-eeuwse Lage Landen nog maar weinig terug in het hedendaagse onderzoek, merken Samuel Mareel en Dirk Schoenaers op in hun inleiding bij het nieuwe nummer van Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden. Mensen denken bij middeleeuwse literatuur in de Nederlanden vaak aan teksten die in het (Middel-)Nederlands geschreven zijn, of eventueel in het Latijn. Dat er allerlei andere talen gebruikt werden, wordt daarbij nogal eens over het hoofd gezien.

In dit nummer laten enkele letterkundigen zien hoe vals het beeld dan is – het idee dat er in deze streken ooit zuiver en alleen Nederlands gesproken werd, is eenvoudigweg onjuist. Zo is het waarschijnlijk zelfs nooit geweest.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 53



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Eigenzinnig uit het Frans vertaald en soms herschreven door een onbekende renaissancistische Amsterdammer [?]
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613.


Hoofdstuk 53 van de 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 27 december 2015

Hendrik Marsman: A Crooked Flower in Cosmos’ Flailing Mouth, gratis te downloaden

Op de website Hendrik-Marsman.org staat een boekje met 14 gedichten van Marsman en vertalingen in het Engels: A Crooked Flower in Cosmos’ Flailing Mouth.

Het boekje kan gratis worden gedownloaded in pdf of in e-pub. Ook staat er op de site een uitvoering van Wacht / Lex Barbarorum door de band Tenzij de Horde (in het Nederlands).

Kersttoespraak 2015

Door Marc van Oostendorp

In mijn zondagochtendminicollege van dit kerstweekeinde kijk ik terug op het afgelopen jaar in de neerlandistiek.

zaterdag 26 december 2015

Kerst of Kerstmis

door Jan Stroop


Als mijn indruk juist is dan zeggen de meeste katholieken kerstmis, de overige  Nederlanders kerst. Dat zou dan ook geografisch enigszins zichtbaar moeten zijn: meer kerstmis-zeggers in ’t zuiden van Nederland, meer kerst-zeggers in ’t noorden. Maar daarover bestaan geen gegevens. Waar wel gegevens over zijn is de verandering in de verhouding tussen die twee in de loop van de tijd.


2-1


De laatste broer van mijn vader overleed. Toen was er niemand meer met mijn achternaam tegen wie ik oom of tante zeggen kan. Correctiewerk en lesvoorbereiding bleven liggen, ik zat om de tafel met de uitvaartondernemer en de pastor om de uitvaart en de begrafenis te regelen. De volgende dag ontving ik via de mail de eerste drukproef van de rouwcirculaire die opende met de woorden: ‘Vol bewondering voor zijn levenskracht is, na een langzaam afnemende gezondheid, gesterkt door het H. Sacrament der zieken, overleden. Martinus Petrus van Lieshout’. 

Ik heb natuurlijk per kerende post geantwoord dat dit zo echt niet kan, dat de eerste komma niet na, maar voor is hoort te staan, dat de punt na overleden niet goed is, omdat de zin nog niet is afgelopen, maar vooral dat we hier te maken hebben met een klassiek geval van een foute beknopte bijzin. Dat ik mij niet kon voorstellen dat de dierbare overledene, mijn eigen ome Tinus nota bene, is overleden op hetzelfde moment dat hij zijn levenskracht aan het bewonderen was en dat zulks toch precies is wat er staat. 

Een halve minuut later ging de telefoon.

Van oude mensen, de dingen die overlijden

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (52)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

De dichtkunst is in Nederland altijd een gezelschapsspel geweest. Er zijn maar weinig dichters aan hun kunst ten onder gegaan, in onze streken schrijf je gedichten om gezellig bij De Wereld Draait Door voor te lezen, of om op Facebook te zetten, zodat je vrienden op like kunnen drukken, of er 'mooi geschreven' onder zetten.

Het sonnet was het Facebook van de Muiderkring. Je schreef een gedicht om iemand anders te vind-ik-leuken, en als je geluk had vind-ik-leukte die ander je dan weer terug. Een substantieel deel van de sonnetten die P.C. Hooft schreef, behoren bijvoorbeeld tot dit subgenre. Zoals dit gedicht:

Aen mijn heer Hujgh de Groote.

Weldighe ziel, die met uw scherp gesicht,
Neemt wisse maet van dingen die genaecken,
En al den sleur der overleden saecken
Begrepen houdt met yders reên en wight;
Vermoghend' wt te breên, in dierbaer dicht,
Wat raedt oft recht oyt God oft menschen spraecken:
Sulx Hollandt ooght, als zeeman op een baecken
In starloos weêr, op uw verheven licht:
O groote Zon, wat sal jck van u maecken?
Een adem Gods die wt den hemel laecken
Comt in een hart wel keurigh toegericht?
Oft een vernuft in top van 's Hemels daecken
Verheldert, om op Aerd te coomen blaecken,
Daer 't landt en liên met leer en leven sticht?


vrijdag 25 december 2015

Vondels Roskam: niet in de pas en niet in de maat

Door Ton Harmsen

Ik hoor dat Nederlands het saaiste schoolvak is. Vroeger was dat niet zo: ik kreeg les van Piet Minnema. De broer van Sybren Polet, maar dat mochten wij niet weten omdat die iets over Piet zijn vrouw had geschreven dat niet door de beugel kon. Minnema kon prachtig vertellen over Hooft, Bredero en Vondel. Zijn Couperus-imitaties waren een daverend succes. Hij opende voor ons de wereld van Du Perron en Ter Braak, inclusief Nietzsche en Schopenhauer. Breng dat weer in de klas en niemand zal klagen dat het saai is.
En zoals toen nog gebruikelijk was sloeg hij de achttiende eeuw over, met uitzondering van één anecdote die moest aantonen dat je die eeuw maar beter over kon slaan. Het ging over een vers uit de Roskam:

En ’t werckt als nieuwe wijn, die tot de spon wtbarst.

Dit zou door de Frans-classicisten afgekeurd zijn omdat de jambische hexameter door die drie lange lettergrepen aan het eind niet lekker in zijn jasje zit, en het werd herschreven tot:

En ’t werckt als nieuwe wijn, die uit de sponne barst.

De universiteit tussen 2016-2032

De kerstspecial van ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken (5 en slot)


Door Marc van Oostendorp

De hele dag voor kerstavond had de boomlange promovenda Sophie lopen bedenken hoe het kerstdiner zou zijn bij Sam (de vrouwelijke), de onderzoekster mediastudies die ze had leren kennen tijdens de universitaire cursus jezelf kennen.

Waar zouden ze over praten? Sam (de vrouwelijke) was vast net als Sophie vast ook voor grotere democratisering. Zou hun universiteit niet voorop kunnen lopen en een gezamenlijk bestuur kunnen instellen waarin iedereen precies even te zeggen zou hebben? Sophies hartje ging sneller kloppen als ze eraan dacht: hoe ze samen in het kaarslicht allerlei gremia konden bedenken die heel precies konden gaan controleren of onderzoekers wel op een eerlijke manier onderzoek deden.

Wat zou ze meenemen? Gelukkig had ze alle relevante stukken in de cloud staan, dus ze kon haar laptop meenemen. Aan de andere kant kon het misschien geen kwaad om wel haar tablet mee te nemen, zodat ze zich daar dan over konden buigen. Uiteindelijk had ze besloten alleen haar telefoon mee te nemen. Die was enerzijds groot genoeg, en aan de andere kant konden ze zich daar dan nog intensiever over buigen.

Ze belde aan bij het opgegeven adres. Er werd niet opengedaan, ook niet na een tweede keer bellen. Ze gluurde door het raampje.

donderdag 24 december 2015

Het is wetenschappelijk onzin, maar de stas wil het nu eenmaal

De kerstspecial van ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken (4)


Door Marc van Oostendorp

Ineens had Sophie er helemaal geen belangstelling voor om zichzelf nog middels een door de afdeling P&O aangeboden cursus te leren kennen. Het leek haar veel gezelliger om met haar medecursist Sam – de vrouwelijke – door te praten over de belangrijke zaken van het leven, zoals de aanstaande midterm review.

Wat fijn zou het zijn, fantaseerde ze, om tijdens de komende kerstdagen nu eens niet alleen thuis te zitten, gebogen over de tienduizenden tweets die er indertijd verzameld waren over het Koningslied, maar in plaats daarvan gezellig samen met Sam (de vrouwelijke) een Excel-sheet te bestuderen, of te discussiëren over institutionele governance. Af en toe een stukje eten van de universitaire kerstkrans – als ze kerstmis samen zouden vieren hadden ze ook twee van die kerstkransen! – en dan eens te bedenken hoe het allemaal veel democratischer zou kunnen.

Ah, hoe mooi zou het kunnen zijn!

Floris ende Blancefloer van Diederic van Assenede, door Jozef Janssens e.a.

Door Willem Kuiper

Naar men denkt omstreeks 1160 schreef naar men denkt ene Robert d’Orbigny een schitterende genreparodie getiteld Floire et Blancheflor, waarin hij zowel het chanson de geste als de klassieke roman op de hak nam, leentjebuur speelde bij de Arabieren en de Byzantijnen, en tussen de bedrijven door de kruistochtepiek voor joker zette. Hij maakte er geen geheim van dat het verhaal verzonnen was – hij had het uit de mond van twee zusjes die het op hun beurt van een clerc hadden gehoord, die het weer in een boek gelezen had – wat in die dagen revolutionair was. Hoofdpersonen zijn twee ‘kinderen’, de Spaanse (Saraceense) koningszoon Floire en de dochter van een door diens vader geroofde christen vrouw, Blancheflor. Omdat zij op Pasque florie (Palmpasen) geboren zijn, dragen zij bloemennamen. Floire staat voor de rode roos, het symbool van (mannelijke) eros. Blancheflor voor de witte roos, de egelantier, symbool van zowel liefde als zuiverheid. Omdat zij onder hetzelfde gesternte verwekt en geboren zijn, lijken zij uiterlijk op elkaar en zijn hun zielen gelijkgestemd. Van kinds af aan willen zij alleen maar in elkaars gezelschap verkeren. Hun liefde is even onbedorven als oprecht en absoluut, en negeert het verschil in religie (Islam versus Christendom), het verschil in stand en status (koningszoon versus dochter van een slavin) en zelfs het verschil in sexe: zij zijn niet alleen elkaars evenbeeld, ook is er sprake van rolomkering. In een wereld die bol staat van fysiek geweld en die gedomineerd wordt door het recht van de sterkste slaagt Floire erin zijn doel te bereiken door eerst medelijden op te wekken, en later wat list en bedrog dankzij hulp van anderen.

   
Een jaar of veertig later zal een bewerker van deze antiheld Floire een normale jongen maken, die op vijftienjarige leeftijd  – dat is de leeftijd waarop een jongen ‘man’ wordt – Blancheflor van de dood redt door het uitoefenen van zinvol geweld. Maar die ‘ridderlijke’ versie heeft het toch moeten afleggen tegen het ‘idyllische’ origineel, dat zich niet alleen over West-Europa verspreidde in handschrift en druk, maar ook in de daarop volgende eeuwen bleef voortleven in de harten van jong volwassenen als een tijdloos verhaal over een exemplarisch paar geliefden.

woensdag 23 december 2015

Nieuwe website Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

Komend jaar viert de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde haar 250steverjaardag. De Maatschappij begint het jubileumjaar met de lancering van haar nieuwe website. Vanaf vandaag kunt u terecht op www.mijnedlet.nl voor uitgebreide informatie over de bijeenkomsten van de MdNL en haar werkgroepen, nieuwe boekuitgaven, een actuele agenda, columns, een galerij met hoogtepunten uit de collectie van de MdNL en nog veel meer. Ook zult u komend jaar al het nieuws rond de lustrumactiviteiten op deze website kunnen vinden.

De Maatschappij is ook al enige tijd actief op Facebook en Twitter. Zet de nieuwe website in uw favorieten, like de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde op Facebook en/of volg MdNL @Letterkunde op Twitter en blijf zo dagelijks op de hoogte van al het nieuws van en rondom de MdNL en haar leden!

Internet: www.mijnedlet.nl


Taal is taal (4)


Deze voorlopig laatste bijdrage in de serie Taal is taal is bedoeld om u te stimuleren voorbeelden te verzamelen. Het gaat om uitdrukkingen die te herleiden zijn tot de formule X = X. Deze zijn als volgt onderverdeeld:

‘X = X’ in vijf categorieën

1 X = X                                   Afspraak is afspraak.

2 (X)-(X)                                Ik doe wat ik doe.

3 X, X  + voorwaarde             Als het af is, is het af.

4 X, X + reden, vergelijking, duur      
4a reden                                   Het gaat zo omdat het zo gaat.
4b vergelijking             Het gaat zoals het gaat.
4c duur                                    Het gaat zolang het gaat.

5 X, X  in nevenschikking, met ‘en’ of met ‘of (niet)’
5a X = X en Y = Y                  Werk is werk en vakantie is vakantie.
5b X of X?                              Is het mooi of is het mooi?
5c X of niet X                         Je bent vader of je bent het niet.

Mijn speculatie is dat alle mogelijke pragmatische betekenissen te herleiden zijn tot één gespreksfunctie, of interactieve functie in een tekst, namelijk: een einde maken aan de communicatie over het desbetreffende onderwerp. Die ‘basisfunctie’ noem ik de ‘basta’-betekenis.

Het aura van de ernst

 
Over de nominaties voor de VSB-prijs (5)                                      

door Gert de Jager

Het aura van de uitgever en de auteur: van de bundels die genomineerd werden voor de VSB-prijs besprak ik er drie en die bleken van zo'n aura niet los te denken. In een fraai stuk schreef iemand die zich Lezeres des vaderlands noemt over iets anders dat voor vier van de vijf bundels ook heel belangrijk lijkt te zijn: het aura van de rijpere man. Boskma, Tellegen, Pfeijffer, Van Istendael - ze zijn allemaal boven de vijfenveertig en in sommige gevallen daar ruim boven. Hun rijpe manzijn blijkt uit een aantal passages die de Lezeres vrolijk citeert. Puur vergeestelijkt worden oudere mannen: zo zetten ze op hun bundels covers die geen vrouw zich kan permitteren. Pfeijffer op zijn verzamelbundel De man van vele manieren; Nolens met Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen:

Mannen mogen alle ruimte innemen die ze willen, zelfs naakt en koketterend met hun lichamelijk verval. Als een vrouw dat zou doen, zou niemand haar meer serieus nemen, laat staan het over haar poëzie hebben.

Aldus de nationale lezeres.

Het aura van de ernst, van de mannelijke gerijptheid - ik geloof dat we mogen vaststellen dat het bij de genomineerde poëzie vooral daarom lijkt te gaan. Heel anders ligt het bij proza, ook geen misselijk genre. Voor Libris, Ako en Gouden Uil worden regelmatig jonge mannelijke schrijvers genomineerd; soms wordt zo'n prijs zelfs toegekend aan een debutant.

De representatie van het Koningslied door Wim Daniëls

De kerstspecial van ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken (3)

Door Marc van Oostendorp

"Dan gaan we nu cappuccino drinken!" zei de vrouw die de personeelscursus Jezelf kennen leidde. In de gang buiten het collegezaaltje waar ze zaten had iemand op een karretje een kan koffie en een kan heet water gezet, benevens enkele papieren bekertjes en een schoteltje met kerstkransjes.

Na een paar minuten stond iedereen zwijgend bij het karretje met een suikerzakje, vastgehouden aan een hoekje, te wapperen om het daarna open te scheuren.

"Gaan jullie nog wat doen met de kerstvakantie?" vroeg Femke aan Sophie. Zij waren de enige twee deelnemers die elkaar al kenden. 

Verlegen keek Sophie om zich heen. "Ah, ik weet niet," zei ze. "Misschien ga ik wel weer eens wat aan mijn onderzoek doen. Die nieuwe geschiedenis van koningsliederen door de eeuwen heen is goed bestuderen." Bedremmeld zweeg ze. Mocht ze op een cursus over zelfkennis wel over dit soort onderwerpen praten?

dinsdag 22 december 2015

Vacature post-doc ANS-project

Vacature: twee voltijds postdoctorale medewerkers ‘Herziening Algemene Nederlandse Spraakkunst’, Leiden University Centre for Linguistics (LUCL) en Universiteit Gent, vakgroep taalkunde  

Zowel aan het Leiden University Centre for Linguistics (LUCL) als aan de vakgroep Taalkunde van de Universiteit Gent is er een vacature voor een postdoctoraal onderzoeker (1fte, 2 jaar) die zal meewerken aan de grondige inhoudelijke update van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS).

Hinderrijk

door Jan Stroop

Blijkbaar is ’t aan de aandacht van de lexicofielen ontsnapt, ’t woord waarmee ProRail zijn beleid voor ’t komende jaar typeerde: hinderrijk. ’t Stond in een kop in de Volkskrant van 15 oktober j.l.: “ProRail voorziet 'hinderrijk' jaar voor reizigers”. In ’t artikel werd de hinder gespecificeerd: "De ingrijpende werkzaamheden bij het belangrijkste spoorknooppunt van Nederland, Utrecht Centraal, leiden voor de treinreiziger tot een 'hinderrijk' 2016. De gevolgen van het werk in Utrecht, in combinatie met dat aan andere trajecten en stations, zijn zo verreikend dat spoorbeheerder ProRail nu al een waarschuwing afgeeft." ’t Is geen alledaags woord. Waarschijnlijk hebt u ’t nog nooit ergens gelezen en zeker nooit gehoord.

De nieuwe VRT-beheersovereenkomst: over ‘Vlaamse identiteit’ en ‘fictie in standaardtaal’

Door Steven Delarue

Ik zat er sinds dit weekend met ongeduld op te wachten, maar nu staat de tekst van de nieuwe beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en de VRT integraal online. De verantwoordelijke voor dat ongeduld is N-VA-parlementslid Wilfried Vandaele, die ik vooral goed ken als de voorzitter van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalkunde. Dit weekend klopte hij zich in De Standaard op de borst omdat er in de nieuwe beheersovereenkomst met de VRT meer aandacht zou zijn voor de Vlaamse identiteit én voor standaardtaal.

Wie vol goede moed de beheersovereenkomst begint door te lezen, vindt inderdaad vrij snel die nadruk op “de” Vlaamse identiteit terug, tot in de basiswaarden van de VRT toe:

Vergeleken met bankiers ontbreekt het academici aan zelfkennis!

De kerstspecial van ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken (2)


Door Marc van Oostendorp

Trots keek Femke de kring rond bij de cursus Ken jezelf. De cursusleidster had de anderen erop gewezen dat Femke de enige was die niet net deed alsof het onderzoek haar ook maar iets interesseerde, maar die in plaats daarvan haar tijd besteedde aan nuttige zaken zoals de midterm review.

"Nou, nou", zei een van de twee aanwezige Sammen – de vrouwelijke. "Volgens mij is onderzoek naar het illegaal downloadgedrag van kijkers naar Borgen ook heel relevant. De Stichting Brein," ze sprak die laatste woorden zo uit dat je de hyperlink als het ware hoorde, "heeft veel belangstalling voor mijn werk. De verwijzingen naar Slavoj Zizek nemen ze dan op de koop toe! Bovendien sluit een en ander uitstekend aan op de Wetenschapsagenda!"

"Wat een leuke vrouw," dacht Sophie. "Ze is weliswaar nog niet in een manager veranderd, maar ze heeft wel een leuke broek met scheuren en gaten."


maandag 21 december 2015

Stom Dictee der Nederlandse taal, met fouten bovendien

Door Johan De Schryver
(gepensioneerd docent Nederlands, KU Leuven)


Meer dan dertig jaar heb ik in het Vlaamse hoger talenonderwijs (vertalers-tolken, nu toegepaste taalkunde) als docent Nederlands onder meer een spellingvak gegeven en ik ben auteur van een paar spellingboeken. Als ik nu ergens het heen-en-weer van krijg, is het wel van het zogenaamde Groot Dictee der Nederlandse Taal, dat vorige zaterdag voor de 26ste keer de Vlaamse en Nederlandse tv-schermen teisterde. Het ging er allemaal weer heel vro- en feestelijk aan toe, spijs en drank waren naar verluidt zowel overvloedig als van exquise kwaliteit en het zou me niet verbazen als er ook klaroenen en bazuinen zijn ingezet. Heel gezellig, hoewel je je kunt afvragen of het niet op z’n minst een  beetje gênant is dat de Nederlandse Taalunie voor dit soort geintjes op geen cent kijkt, terwijl ze op veel serieuzer gebieden onverbiddelijk bezuinigt. Soit.

Jammer dat dit dure feestje zo stompzinnig van aard is.

Een verplichte of ongemakkelijke stilte

Door Lucas Seuren
In de jaren 70 liet een aantal sociologen zien dat gesprekken verlopen volgens een zeker stramien; er is een systematiek voor beurtwisseling waar gespreksdeelnemers gebruik van maken. Veelal zorgt dit systeem ervoor dat gesprekken vrij soepel verlopen: overlap tussen twee beurten is minimaal en pauzes tussen twee beurten duren vaak niet langer dan 100 milliseconden. Toch komen er natuurlijk meer dan genoeg langere stiltes voor, lopend van misschien een halve seconde tot vele tientallen seconden. In een onlangs verschenen artikel in Research on Language & Social Interaction beschrijft Elliott Hoey van het Max Planck Instituut in Nijmegen dat het beurtwisselingssysteem ook de mogelijkheid biedt aan sprekers om stil te zijn, dat er verschillende soorten stiltes zijn, en dat gespreksdeelnemers er ook op verschillende manieren mee omgaan.


Colloquium Nederlands in het hoger onderwijs

Op 10 december jl. vond in Gent een colloquium plaats over de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs. De KANTL, die het colloquium organiseerde, heeft video-opnamen van alle lezingen nu online gezet:




Recente publicaties en geplande activiteiten Teksteditie Literatuur Vlaanderen

Hieronder vindt u een overzicht van recente publicaties en de in 2016 geplande activiteiten van de onderzoeksgroep Teksteditie Literatuur in Vlaanderen (UGent), in 2013 opgericht aan de Universiteit Gent.

Recente uitgaven van TLiV
  • Gust Gils, Spookpijnen. Gedichten 1993-1999. Marmer, Baarn, september 2015.
  • Dossiernummer Nederlandse Letterkunde, ‘Het dichterschap in scène gezet’ (samenwerking met Poëziecentrum & KANTL), 20/3, oktober 2015.
Binnenkort
  • Richard Minne, Literaire kritiek in ‘Het Geestesleven’ (Vooruit, 1945-1965). Ed. Els van Damme. Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis, Gent, januari 2016. Het boek wordt op donderdag 21 januari 2016 (vanaf 19u.) voorgesteld in zaal Oude Infirmerie van Het Pand.
  • In de reeks Experimentele Literatuur in Vlaanderen 1950-1970verschijnt in februari: Het stof van eeuwen. Poëzie van Gust Gils(1953-1965).
  • In de reeks Literatuur in Vlaanderen 1900-1950 verschijnt in februari: Joris Vriamont, Proza (met een nawoord van Koen Rymenants), Academia Press/LannooCampus, Gent/Tielt.
  • Albert Bontridder & Thierry Bontridder, Nimbus. Poëziecentrum, Gent, april 2016.
  • Stijn Streuvels, Het leven en de dood in den ast. Lannoo en Het Lijsternest, Tielt, april 2016.
  • Cyriel Buysse, Uit Vlaanderen, Te lande en Van arme menschen.Cyriel Buysse Bibliotheek 1, Vrijdag, Antwerpen, mei 2016. Met steun van het Cyriel Buysse Genootschap.

Slavoj Zizek en de zelfmoord van David Foster Wallace

De kerstspecial van ons managershorrorfeuilleton De verleden tijd van lijken (1)


Door Marc van Oostendorp

"We gaan deze dagen voor kerstmis lekker knallen!", zei de vrouw met het sluike haar van wie Sophie, de boomlange promovenda, maar niet kon onthouden hoe ze heette. Ze leidde in ieder geval de cursus Jezelf kennen die Sophie namens de universiteit mocht doen. 

Deze cursus was de enige die Sophie nog niet gevolgd had. Management voor promovendi, Timemanagement, Van proefschrift naar accountancy, Assertiviteit: hoe schreeuw ik terug tegen mijn promotor, ze had ze allemaal al met goed gevolg afgelegd.

"Want alle wijsheid begint bij jezelf kennen", stond er op een dia, tussen aanhalingstekens alsof het een citaat was. Er waren niet veel deelnemers gekomen, misschien omdat ook andere promovendi de voorkeur gaven aan timemanagement boven zelfkennis, of omdat het kersttijd was en voor menigeen de vakantie al begonnen was.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 52



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Eigenzinnig uit het Frans vertaald en soms herschreven door een onbekende renaissancistische Amsterdammer [?]
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613.


Hoofdstuk 52 van de 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 20 december 2015

Horst aan de Maas

Door Leonie Cornips

Als onderzoekers zien we vooral de Randstad als de kosmopolitische plek waar veel nieuwkomers zich vestigen, maar niets is minder waar. Horst aan de Maas staat bekend om grote aantallen Polen die er tijdelijk of permanent wonen en merendeels in de tuinbouw werken. Deze gemeente herbergt volgens het CBS het hoogste aandeel Poolse migranten van Limburg, ongeveer drieduizend op een bevolkingsaantal van krap 40 duizend. 

Daria Boruta – zelf Poolse die Nederlands gestudeerd heeft aan de Universiteit van Poznan en afgestudeerd studente aan de Universiteit Utrecht – voerde voor de Universiteit Maastricht en het Meertens Instituut een drie maanden durend onderzoek uit met een lange veldwerkperiode in Horst aan de Maas. Haar specialisatie is interculturele communicatie en zij onderzoekt onbedoelde misverstanden die door talige en culturele diversiteit ontstaan. Een van haar bevindingen: Daria woont een barbecue bij, georganiseerd door een woningcorporatie, zodat de Poolse en lokale bewoners elkaar beter leren kennen. Tijdens de barbecue speelt een accordeonist en de bewoners zingen. Later, zingen zij samen spontaan in canon ‘Vader Jacob’ en ‘Panie Janie’; de Polen in het Pools, de Nederlanders in het Nederlands. Maar het zingen van het gevraagde volkslied levert problemen op. Terwijl het voor de Nederlanders geen enkel probleem is om het Wilhelmus te zingen, ligt dat voor de Polen anders. Polen associëren hun volkslied ‘Jeszcze Polska nie zginęła…’ met een formele, feestelijke sfeer dat niet bij het informele karakter van de avond past en het zingen ervan tijdens een barbecue zou van disrespect getuigen. 

Redden Marokkanen de Nederlandse dialecten?

Door Marc van Oostendorp

Voor mijn zondagochtendminicollege sprak ik deze week met mijn collega Frans Hinskens, die dit jaar het nieuwjaarsgeschenkje van het Meertens Instituut schreef: Wijdvertakte wortels. Frans legt onder andere uit in welk opzicht Turkse en Marokkaanse jongeren het traditionele dialect behouden. In hun taal vind je er soms meer van terug dan in die van hun 'autochtone' leeftijdgenoten.


Besproken boekje: Frans Hinskens. Wijdvertakte wortels. Over etnolectisch Nederlands. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2015. Bestelinformatie bij de uitgever.

zaterdag 19 december 2015

Worstelen met onbekende woorden in het Groot Dictee

Door Maartje Lindhout

Schrijvende pers, dat was ik. De zaal waarin ik moest wachten nadat ik me had gemeld bij de balie druppelde langzaam vol met allerlei mensen die ik zou moeten kennen van de Nederlandse of Vlaamse televisie. Uit het ruime aanbod drankjes koos ik een glas versgeperste sinaasappelsap en ik ging aan een tafel zitten om nog eens op mijn laptop te kijken wie er ook alweer als BN’ers aanwezig zouden zijn. Een man kwam op me af met het Groene Boekje in z’n hand. “Zo, ben je ook nog aan het voorbereiden?” Ik vertelde dat ik redacteur was van Neder-L en even was ik bang dat ik hem van tv zou moeten kennen. Hij bleek een Volkskrantlezer te zijn, een Amsterdamse spellingfanaat. Gelukkig.

Interrogating the ‘Germanic’: a category and its use in Late Antiquity and the Early Middle Ages

To be held at the University of York, 14-15 May 2016

This two-day conference is on the use of the categorical term ‘Germanic’ – frequently used as a linguistic category, ethnonym, or descriptive identifier for a range of forms of cultural and literary material. Frequently, the term is applied to peoples, languages, and material culture found in non-Roman north-western and central Europe in classical antiquity, and to these phenomena in the western Roman Empire’s successor states. It is often treated as a legitimate, all-encompassing term for the culture of these regions. Its usage is sometimes intended to suggest a shared social identity or ethnic affinity among those who produce these phenomena.

The concept has received substantial critical scrutiny, but discussion on its legitimacy has rarely taken place in a setting dedicated to dialogue and adequate representation of all participants. The few publications directly addressing this question tend to give voice largely to those opposed to the term, and others behave as if its legitimacy is beyond reproach. This conference aims to highlight a longstanding debate for a new generation of scholars by interrogating two opposing schools of thought, and shedding new light on issues manifest in present historical discourse.



Me moeder en me pa in de 17e eeuw



Het meest irritante woord van het jaar 2015 is het woord me, volgens een onderzoek van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL). Het woord me kreeg 30% van de 25.000 stemmen. Het is niet het woord zelf dat mensen de kriebels bezorgt, maar het verkeerde gebruik ervan. Me is namelijk een persoonlijk voornaamwoord, maar het wordt soms als bezittelijk voornaamwoord gebruikt.

Me pa is niet thuis en me moeder is er nooit.

Aan dit ‘verkeerde’ gebruik van me in de spreektaal raken we langzamerhand gewend, maar de stemmers in het onderzoek van INL vinden het vooral ergerlijk dat ze het steeds meer in geschreven taal tegenkomen.

Wat opvalt als we kijken naar de schrijftaal waarin me als bezittelijk voornaamwoord voorkomt, is dat taalgebruikers me niet gebruikt in alle soorten geschreven teksten.

Verschenen: Tekstblad nummer 5 van 2015

De voor- en nadelen van e-tekst
Is tekst op een beeldscherm even begrijpelijk als tekst op papier? Of gaat lezen van papier toch beter? Frank Jansen en Daniel Janssen deden onderzoek en komen met boeiende bevindingen over de voor- en nadelen van e-tekst. Zoveel staat vast: het medium heeft effect op hoe we teksten lezen, begrijpen, onthouden en waarderen. Maar hoe dat precies werkt, is nog onduidelijk.

Als zelfs de Belastingdienst ophoudt met brieven schrijven en overstapt op e-mail, is het einde van de papieren brief nabij. Aan de andere kant neemt de verkoop van e-readers al twee jaar af, en stijgt de verkoop van digitale boeken bij Amazon niet langer. Het bedrijf opende vorige maand zelfs zijn eerste fysieke boekhandel. Gaat het papieren boek het uiteindelijk toch winnen?

Kuin

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (51)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Kunnen jullie even kuin gaan zitten? Nee, hè, dat kunnen jullie niet. Je weet niet eens hoe het precies moet, terwijl het woord nog wel een prominente rol speelt in een bekend sonnet van P.C. Hooft:

Aen joffre Anne Roemer Visschers.
Sonnet.

Soo 't u, met diamant, lust op een glas te stippen:
'T is in de vlinderteelt. Het geestighe gedroght
Siet oft het laeffenis aen sap van drujven soght
En sit soo kuin, men soud het van den roemer knippen.
Neemt ghij pinçeel oft naeld: daer worden kujl en klippen
Geschaepen, bos en bergh; en 't vochte veldt bedoght
Met groene graesen. Daer 't welvaerend vee nae toght.
Dat haelt sijn aem, soo 't schijnt; en staet met gaende lippen.
Bootseert uw aerdighe' handt, en maekt een mensch van leem,
'T haelt bij Prometheus werck. Maer wen gh' u in de veem
Der sanggodinnen vlijt; en woorden schoongeschreven,
Een redelijcke ziel, met wackren sin instort:
Soo blijckt dat ghij al 't geen, dat lijf oft leven schort,
Van bejds kunt geven; dan den dichten 't eeuwigh leven.

Kennnelijk kon in de zeventiende eeuw een vlinder kuin zitten op een tak, die men dan af zou knippen.

Dit goede dal



door Gert de Jager

Vandaag dit gedicht op de kalender van Van Oorschot:

Madurodam

Nu ben ik groot genoeg,
de straat ligt aan mijn voet.

Beloop hier de essentie van het land:
een gracht met pand,
een koe met waterkant.

Alles houdt zijn maat:
het regiment, de dirigent,
de torenklok die steeds maar slaat.

De optocht maakt een zacht kabaal,
men fluistert Nederlandse taal,
ook Surinamers zijn op schaal.

Wij reuzen doen geen kwaad,
omhelzen kerken,
doven nog een waakvlambrand
en nemen afscheid van dit goede dal.

Het leven is er niet te groot,
de mensen gaan er heel klein dood.


Het komt uit Viewmaster, de debuutbundel uit 1997 van Co Woudsma. Misschien ligt het aan mij, maar het doet mij heel sterk denken aan dit beroemde bloemlezingengedicht:

vrijdag 18 december 2015

Taalportaal online

Begin februari wordt hij officieel gepresenteerd, maar sinds vandaag staat de eerste versie van het Taalportaal – de grote Engelstalige beschrijving van de fonologie, morfologie en syntaxis van het Nederlands, Fries en Afrikaans – online.

VakTaal nr 3, grotendeels gewijd aan muziek

VakTaal is het publieksblad van de IVN – de uitgave voor alle leden die op de hoogte willen blijven van de laatste ontwikkelingen in de neerlandistiek in brede zin. In een aantrekkelijke opmaak en in relatief korte, goed geschreven bijdragen wordt u een keer in het kwartaal bijgepraat. Bovendien probeert de redactie om in ieder nummer een breed palet aan genres te laten lezen: columns, reportages, mailwisselelingen, enzovoort. Het blad is daarom ook geschikt als leesmateriaal voor studenten, zowel extra muros als in het onderwijs binnen het taalgebied.

Het nieuwe nummer is grotendeels een themanummer, gewijd aan muziek. Zo vertellen Berit Janssen en Folgert Karsdorp iets over onderzoek naar culturele transmissie van verhalen en liederen en Marc van Oostendorp over de rol van klankkleur in poëzie en muziek. Maar er is ook aandacht voor de neerlandistiek in Midden-Europa door Folgert Karsdorp, een recensie van een boek van Salomon Kroonenberg door Sterre Leufkens, een discussie over muziek in de taalles door Janjaap de Vries, Helga van Loo en Henk Noorland en columns van Helen de Hoop en Ronny Boogaart!

Alleen als u lid bent van de IVN, kunt u - na inlog op de website - de verschenen exemplaren online bekijken. Bezoek voor meer informatie de pagina www.ivnnl.com/VakTaal.

Handschrift van Spinoza’s klasgenoot ternauwernood gered

Door Ton Harmsen

Dat je negen jaar later de opvolger van P.C. Hooft zal zijn als drost van Muiden, kan in 1657 niemand voorspellen. Maar voorspellen dat een burgemeesterszoon uit een van de rijkste families van Amsterdam, die als leerling van een privégymnasium in de schouwburg de hoofdrol speelt in een Latijns toneelstuk – voorspellen dat die jongen een flitsende carrière tegemoet gaat, is niet zo moeilijk. Vondel riskeert dus niets als hij schrijft:

O Vlooswyck, die van Bloemwijck naer ’t Latijn
    Uw’ naem ontleent, hoe hebt ghy, in den schijn
Van Filedoon, ons met Latijnsche vaerzen
Gesticht, daar ’t volck in d’overoude laerzen
    U heene en weêr zagh treên op ’t hoogh tooneel!

Dit is het begin van een lofdicht op Nicolaes van Vlooswyck, en daarmee op de uitvoering van de Philedonius (1657) van Franciscus van den Enden, die een Latijnse school bestierde op het Singel in Amsterdam. In welk pand precies is niet zeker; in ieder geval was het niet ver van Singel 267, iets voorbij (voor de ov-reizigers die van het Centraal Station af redeneren) de huidige UB. Die school werd niet alleen door kinderen van lichtelijk katholieke burgemeesters bezocht, maar ook door de latere dichters Joannes Antonides van der Goes en Pieter Rixtel. De meest opvallende leerling moet wel de inmiddels 25-jarige Baruch (voor Van den Enden Benedictus) de Spinoza zijn geweest, die Latijn nodig had voor zijn filosofische carrière.

Taal op de tv

Door Marc van Oostendorp


Misschien heb ik de verkeerde vrienden, maar ik ken helemaal niemand die het Groot Dictee der Nederlandse Taal een leuk programma vindt.

Ik heb het zelf één keer gezien. Wat is dat programma saai! Eindeloos lang worden allerlei bizarre zinnen herhaald. En nu in stukjes. Eindeloos lang. Worden allerlei. Bizarre zinnen herhaald.

Eindeloos lang worden allerlei bizarre zinnen herhaald.

Tussendoor komt de jury grappig doen over hoeveel fouten de deelnemers hebben gemaakt en slaan zogeheten BN'ers en BV'ers daar ook nog ironische kwinken over. Waarom iemand naar zoiets zou willen kijken is een van de middelgrote raadsels in dit leven. Maar zolang ze aan het Dictee meedoen, gooien ze niet met vuurwerk, zoals een oud spreekwoord luidt. En nu in stukjes.

donderdag 17 december 2015

Pas verschenen: Nieuwsbrief Alumni Opleiding Nederlands Vrije Universiteit

Via de website van VU Literatuur enSamenleving te lezen: de allerlaatste Nieuwsbrief voor alumni van de opleiding Nederlands van de VU, onder redactie van Guido Leerdam, Jan Noordegraaf, Bettine Siertsema, Klarijn Verkaart en Roel Zemel.


Vacature docent Nederlandse taalkunde, Praag

Praag, Tsjechiё (deadline: 6 januari 2016)

De Karelsuniversiteit in Praag, Faculteit der Letteren, heeft een vacature op de afdeling  Neerlandistiek (Instituut van Germaanse studies).

Het gaat om een docent Nederlandse linguïstiek voor 20 uur per week.

Vereist zijn een voltooide masterstudie, een voltooid promotieonderzoek in de taalkundige richting (eventueel een de voltooiing naderende PhD-studie),een specialisatie op het gebied van de grammatica van het hedendaags Nederlands, publicaties op het betreffende vakgebied en ervaring in het geven van onderwijs. Kennis op het gebied van de vertaalwetenschap en vertaalvaardigheden (Nederlands-Tsjechisch) zijn een pre.


Theater kwast speelt Jan Vos' bizarre Medea uit 1667

Op 26 maart 2016 speelt Theater Kwast in de serie Mond op Mond het 17-eeuwse gruwelspektakel Medea van de Amsterdamse dichter Jan Vos (1610-1667). Een bizarre tragedie uit de Gouden eeuw over de rampspoed van Jason en Medea en de ondergang van prinses Kreüsa en de stad Korinthe. Jason is de ontrouwe echtgenoot van de toveres Medea. Op de dag van het huwelijk van Jason met de Korintische koningsdochter Kreüsa besluit Medea haar oude toverkunsten weer op te pakken om meedogenloos wraak te nemen. Ze schuwt geen enkel middel en verandert terloops paleiswachters in pilaren en eikenbomen en dan weer in beren en tijgers, terwijl ze door de wolken naar de ingang van de hel vliegt. Ondertussen verzamelt zich voor de muren van Korinthe het vrouwenleger van Hypsipyle, een oude geliefde van Jason; een barokke gruweltragedie in volle vaart!

Mond op Mond
In de serie Mond op Mond blaast Theater Kwast 17e-eeuwse theaterteksten eenmalig nieuw leven in. In één dag repeteren acteurs en musici een stuk en spelen het vervolgens dezelfde avond met tekst in de hand voor publiek. Alle groten en mindere goden uit de Gouden eeuw komen aan bod. Een unieke reeks.  

MoM: Medea
Wanneer: Zaterdag 26 maart 2016, 20.15 uur
Waar: Theater Perdu, Kloveniersburg wal 86, Amsterdam
Entree: €12,50-
Reserveren viawww.theaterkwast.nl

Geschiedenis van de Nederlandse literatuur in Ons Erfdeel

Het weblog van Ons Erfdeel blikt, ter gelegenheid van het verschijnen van Jacqueline Bels Bloed en rozen <zie de bespreking van Marc van Oostendorp>, alvast terug op de nu bijna voltooide Geschiedenis van de Nederlandse literatuur met een overzicht van besprekingen van eerder verschenen delen uit het tijdschrift Ons Erfdeel.

Etymologie: struweel

Door Michiel de Vaan

struweel zn. o. ‘struikgewas’

Mnl. struweel (ca. 1440, Glossarium Harlemense) ‘boomstronk’; struvellen, struyvellen (1477, Teuthonista), struuellen (15e e.), strauelen (Des Coninx Summe, 1410–1430), strevelen, strevellen (Bartholomeus Engelsman, 1485) ‘struiken, struikgewas’.

Klank van het jaar 2015: de w

Door Marc van Oostendorp

Oei oei oei, wat was het spannend! Sommige deelnemers aan de Dag van de Fonetiek 2015 in Utrecht hielden het als het ware niet meer. Maar uiteindelijk kwam er wel degelijk een heuse winnaar uit de bus: de w wordt de klank van het jaar 2015!

Dat is te danken aan de Amsterdamse hoogleraar Paul Boersma, die zijn key note aan de klank gewijd had en overtuigend liet zien dat de w aan het eind van eeuw en die aan het begin van wisseling verschillende klanken zijn, in ieder geval in de taal van mensen boven de grote rivieren.

Dat ze verschillend klinken en dat je ze verschillend maakt, is geen nieuws. Die aan het eind van de lettergreep maak je met geronde lippen, en die aan het begin met de boventanden op de onderlip. Om het onderscheid te noteren wordt de laatste ook wel geschreven als [ʋ].

woensdag 16 december 2015

Taal is taal (3)



Deze serie gaat over een verzameling uitdrukkingen als: Op is op. Het is zo omdat het zo is. Wat geweest is, is geweest. Deze zijn te herleiden tot de formule X = X. Schijnbaar nietszeggend, maar toch wordt er iets gecommuniceerd. In de vorige afleveringen is een categorisering voorgesteld, en zijn suggesties gegeven voor mede-verzamelaars.

Nu verder over de vraag naar de betekenis en functie van dit soort uitdrukkingen. We beginnen met de naamgeving. Natuurlijk is ‘een naam maar een naam’ (ook zo’n uitdrukking), maar een discussie hierover kan wel licht werpen op waar het nu precies om gaat.

In de literatuur wordt vaak gesproken over een ‘tautologie’, en ook over ‘diepe’ of ‘nominale’ of ‘identieke’ tautologie. Maar de term tautologie is al gereserveerd voor een heel ander verschijnsel. Een tautologie is een stijlfiguur waarin de betekenis van een woord wordt herhaald in een synoniem: altijd en eeuwig, haat en nijd. Door de verdubbeling versterkt een tautologie de betekenis; bij een onbedoelde verdubbeling gaat de zeggingskracht verloren.  Maar hier lijkt echter iets anders aan de hand. In uitdrukkingen als Wat geweest is, is geweest lijkt de herhaling een bijkomend verschijnsel; het gaat hier om een is-gelijk-stelling. En bovendien gaat het niet om synoniemen maar om dezelfde woorden of deelzinnen. De toevoegingen ‘diepe’ of ‘nominale’ of ‘identieke’ proberen dit karakter wel weer te geven, maar die blijven strijdig met de ingeburgerde betekenis van tautologie. In feite is de ook voorgestelde aanduiding ‘schijnbare tautologie’ beter. Maar als iets ‘schijnbaar Q’ is, dan blijft het een uitdaging om te achterhalen wat Q nu eigenlijk is.

Een kind leert taal, maar ik weet niet wie

Door Marc van Oostendorp


De volgende zin kunnen jullie best begrijpen, tenminste als jullie ouder zijn dan vier:
  • Iemand tekent een bloem, maar ik zie niet wie.

Toch zit die zin nog behoorlijk ingewikkeld in elkaar. In de tweede zin is namelijk duidelijk iets weggelaten: zonder context kun je niet zeggen 'Ik zie niet wie'. In deze context kan het wel omdat je als het ware in je hoofd de zin aanvult:
  • Iemand tekent een bloem, maar ik zie niet wie (een bloem tekent).
Het kan alleen als het weggelaten deel precies hetzelfde is als het eerste deel. De eerste zin kan bijvoorbeeld niet betekenen:
  • Iemand tekent een bloem, maar ik zie niet wie een takje tekent.
  • Iemand tekent een bloem, maar ik zie niet wie een bloem plukt.
De vraag is nu: wanneer heb je dat geleerd?

dinsdag 15 december 2015

De wraak van Vondel

Een beetje ongesponsorde reclame voor de humoristische, spannende thriller De wraak van Vondel, niet alleen vol verwijzingen naar de Prins der Dichters, maar ook na menige schrijver na hem. Neder-L-hoofdredacteur Marc van Oostendorp schreef een korte bespreking van het boek op zijn persoonlijke leesblog; hieronder een aankondiging van de bij het boek behorende app.

We moeten ons best doen om tot allebei de culturen van C.P. Snow te behoren

Door Marc van Oostendorp
Roman Jakobson


John R. ('Haj') Ross is misschien wel een van de origineelste taalkundigen die er zijn. Hij schreef in 1967 een proefschrift bij zijn beroemde voorganger Chomsky, maar ontwikkelde zich daarna in allerlei grillige eigen richtingen die al snel weinig meer met Chomsky te maken hadden. Een eigen school heeft hij geloof ik niet, maar wel wordt hij gewaardeerd door taalkundigen van allerlei slag die van interessante observaties houden, en slimme inzichten, en verrassende manieren van die inzichten formuleren.

Een van Ross' specialiteiten is de taalkundige analyse van poëzie. In een recent op Academia.edu geplaatst min of meer autobiografisch stuk gaat hij daarop in: waarom zou een taalkundige zich met de dichtkunst bezighouden?

Gigantische databases

Hij wijst daarbij op een opvallend citaat van de beroemde taalkundige (criticus, universele geleerde) Roman Jakobson uit 1960, toen de wereld nog helemaal anders bleek te zijn dan nu:
Een taalkundige die doof is voor de poëtische functie van taal en een literatuurwetenschapper die onverschillig staat tegenover de taalkunde zijn even flagrante anachronismen.
Ik geloof niet dat wie dan ook momenteel ook maar op het idee zou zijn gekomen om zoiets te zeggen.

maandag 14 december 2015

Gerrit Komrij-prijs 2015

Door Bas Jongenelen

In 2012 ging de Gerrit Komrij-prijs naar Ingrid Biesheuvel voor haar vertalingen van Arturverhalen uit de Lage Landen, in 2013 waren Rick Honings en Peter van Zonneveld voor hun biografie van Willem Bilderdijk (De gefnuikte arend) de winnaars. Annemieke Houben was met Vieze liedjes uit de 17e en 18e eeuw in 2014 de laureaat. De Gerrit Komrij-prijs is in het leven geroepen om de beste popularisering van de oudere letteren te eren, Komrij zelf hield van oude literatuur – maar voorkeur in een soort modern jasje. Vandaar dat dit jaar de prijs gaat naar Odilia Beck en haar website: www.odiliasdagboek.nl. Moderner kan een jasje op dit moment niet worden.

Odilia Beck was in 1624 een jaar of 17. En in 2015 beschrijft zij haar leven op haar eigen website en Facebook-pagina. Dit leven beschrijft zij op basis van het dagboek van haar broer David. Dit dagboek is authentiek, de website en Facebook-pagina zijn de fictieve verwerkingen ervan. Op 1 januari 2015 werd dit project openbaar, door de site en FB kan iedereen zich inleven in het leven van een jong meisje in de zeventiende eeuw. Het afgelopen jaar heeft Odilia laten zien hoe het leven eruit zag, wat men at en welke voorwerpen men zoal in huis had.


Toen de literatuurgeschiedenis doldraaide

Door Marc van Oostendorp


De geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de eerste helft van de twintigste eeuw was een tragedie. Dat kwam natuurlijk door de afloop in de gruwelijke jaren veertig; maar als je Jacqueline Bels imposante boek Bloed en rozen leest, ontdek je dat je de hele geschiedenis zo kunt zien.

Het was een periode van permanente onrust en ontevredenheid. Alles moest de hele tijd anders, en beter – er was daardoor ook geen periode waarover je beter een geschiedenis kunt schrijven, want iedereen was, zo lijkt het wel, zelf de hele tijd  bezig met de geschiedenis en de eigen plaats daarin. Impressionistische woordkunst was nog niet uitgeroepen tot de taal van de toekomst, of de nieuwe zakelijkheid diende zich alweer aan. Een groep jongeren had nog maar nauwelijks ontdekt dat kunstwerken autonoom moesten zijn en los staan van de kunstenaar, of een groep nóg jongeren had er alweer genoeg van en verklaarde dat de vent belangrijker was dan de vorm.

Buitenlandse successen

Waarom was er zoveel onrust?

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 51



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.

Eigenzinnig uit het Frans vertaald door een onbekende renaissancistische Amsterdammer [?]
in de oudste bewaard gebleven druk van Jan Janszen, Arnhem 1613.


Hoofdstuk 51 van de 139

Verantwoording (met naschriften)

Wie is wie in Palmerijn van Olijve?

Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 13 december 2015

Hoe het is

Over genomineerde dichtbundels en hun aura (4)

door Gert de Jager

Wat voorafging. Bundels die genomineerd worden voor de VSB-prijs, de prijs voor de beste dichtbundel van het jaar, zijn afkomstig van een beperkte hoeveelheid uitgeverijen. Wie de prijs krijgt toegekend, lijkt bepaald te worden door een rouleerschema. Dat het aura van de uitgeverij doorslaggevend is, blijkt uit de casus van Pieter Boskma die na meer dan vijftien bundels overstapt naar de Bezige Bij en dat in een gedicht beschrijft als een drempelervaring. Zijn bundel Zelf is de eerste in zijn hele oeuvre die voor de prijs wordt genomineerd.

Ik zou een vraag proberen te beantwoorden: wat blijft er over van de poëzie in de vijf genomineerde bundels wanneer je het uitgeversaura wegdenkt? Zou ze deze jury nog steeds zijn opgevallen - of welke jury dan ook? Het is lastig om zo'n vraag te beantwoorden zonder kwaliteitsoordelen te vellen en een eigen top vijf te poneren, maar daar gaat het niet om. Het gaat om een inzicht, een diep inzicht, in de mechanismen van het 'veld'.

Pieter Boskma debuteerde bij In de Knipscheer voordat hij overstapte naar Bert Bakker/Prometheus en een paar decennia later naar De Bezige Bij. De poëzie in Zelf: hoe zouden we die waarnemen wanneer Boskma bij In de Knipscheer was gebleven? Het is goed voorstelbaar: In de Knipscheer is zo ongeveer de sympathiekste uitgeverij van Nederland en die zou deze gedreven oeuvrebouwer alle ruimte hebben gegund.

Bericht uit Jakarta – reden tot voorzichtig optimisme



Germanist en neerlandicus Jaap Grave verblijft drie maanden in de Indonesiche hoofdstad Jakarta, waar hij lesgeeft aan de Universitas Indonesia. Op de blog van Ons Erfdeel brengt hij verslag uit van zijn wedervaren, met bijzondere aandacht voor het Erasmus Taalcentrum (ETC) in de stad. Het ETC was een van de onderwerpen in het conflict eerder dit jaar tussen de Nederlandse Taalunie en de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (zie ook dit Ons Erfdeel-artikel). Dit is het derde en laatste blogbericht, overgenomen met toestemming van Ons Erfdeel.

Op zondag 6 december 2015 vond er op het terrein van de Nederlandse ambassade, waar ook het Erasmus Taalcentrum (ETC) en het Erasmus Huis te vinden zijn, een Pasar Belanda plaats. Dat is een markt waar de bezoekers kennis konden maken met Indonesische en Nederlandse etenswaren, stoffen, porseleinen klompen, Indonesische literatuur en muziek uit beide landen. Het was er druk en er waren veel Indonesiërs, alumni uit de bestanden van de Nuffic Neso (een organisatie voor mensen die in Nederland willen studeren) en het ETC, en huidige studenten van de Universitas Indonesia. Terwijl ik in het ETC met Alex van Veen, controller aan de ambassade en tijdelijk zaakgelastigde van het ETC, zit te praten, komen er een man en een vrouw binnen. De man vraagt of zijn vrouw hier een cursus Nederlands kan volgen en of zij later aan de ambassade het inburgeringsexamen kan afleggen. Dat kan, zegt Van Veen en hij geeft een korte samenvatting van de verschillende mogelijkheden die het nieuwe ETC biedt.


Sleutel

Door Marc van Oostendorp

In mijn zondagochtendminicollege van vandaag bespreek ik de uitspraak van 'sleutel' in Nederlandse dialecten. Waarom zegt men zowel in het noordoosten als het zuidwesten 'sleudel'? En waarom zegt men in sommige gebieden 'slotel' en in andere 'sletel'?



zaterdag 12 december 2015

Afrikaanse woord van die jaar 2015

Door Jana Luther

Ná 21 jaar van demokrasie word die Reënboognasie se vrygeborenes vanjaar mondig. In 1994 het ouers gedroom van ’n rooskleurige toekoms vir hierdie kinders, maar vandag lyk die prentjie dalk anders. Wat ons opgeval het, is dat baie van vanjaar se kandidate vir LitNet se Afrikaanse woord van die jaar van die een of ander misnoeë getuig. Gelukkig is daar darem ook heelparty inskrywings wat vir ’n ligter luim sorg. Om ’n kortlys saam te stel, was nie maklik nie.

Bo-aan die HAT se alfabetiese lys staan ’n eponiem: die naam van die eens potjierol- maar later skraal begrafnisondernemer na wie die hoëvet-laekoolhidraat-dieet genoem is waaroor verslankers en voedingskundiges in Suid-Afrika nog lank nie uitgepraat is nie.