Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zondag 31 mei 2015

Eindexamen Nederlands: Terug naar de basis!


In "Music As A Language" vertelt superbassist Victor Wooten hoe je het beste leert om muziek te maken. Je moet "jammen met professionals". Een baby leert taal immers ook door met mensen te communiceren die taalvaardiger zijn en daardoor probeert de baby deze - onbewust - bij te benen. Muziekonderwijs zou volgens Wooten ook zo ingericht moeten worden; je moet meteen met goede muzikanten goede muziek maken. Juist het je klas voor klas voortbewegen in de muziekschool en het gegeven dat je pas naar een volgende groep mag als je een bepaalde test hebt afgelegd werkt contraproductief, vindt hij. Niet alleen ben ik dat met Wooten eens, ik ben ook van mening dat wij juist te vaak ons taalonderwijs ook te veel in deelonderwerpen hebben ingericht.

Het schoolvak Nederlands bestaat sowieso bij uitstek al uit deelonderwerpen. Dat betekent dat wij in een SE (schoolexamen) havo of vwo taalkundige en letterkundige onderwerpen toetsen. Een beetje SE bestaat dus uit literatuurtoetsen, het verwerken van boeken, poëzie-analyses maken, stijlfiguren, beeldspraak en argumentaties toepassen en onderscheiden, een mondeling betoog houden en een fatsoenlijk stuk schrijven. Het CSE (centraal schriftelijk examen) toetst dan vervolgens weer wat anders: een soort leesvaardigheid die inhoudt dat men een aantal trucs toepast. De kritiek op deze vorm van examineren houdt aan en ik zie nog geen weerlegging ervan. Om analoog te blijven met het muziekonderwijs, lijkt het alsof wij bij Nederlands tijdens schooltijd examineren op gitaar spelen, piano spelen, drummen, zingen en blokfluiten, waarna we in de examenzaal ineens de leerlingen toetsen op paardrijden. Natuurlijk is Nederlands meer dan leesvaardigheid!

Negeer en regeer

Bezuinigen met Geert Joris
Door Arie Pos

Met een toenemende lichtheid in mijn hoofd las ik op Taalunieversum een bericht onder de titel ‘Taalunie aanwezig op jubileumcongres Comenius’. Het duizelde me spoedig van de ingenieus gespinde waninformatie.

Ik ben er danig door van slag geraakt en heb me suf gezocht en rot gerekend om alle snippertjes bij elkaar te vegen en er chocola van te maken. En dan nog kloppen mijn sommetjes in de verste verten niet met wat in dat bericht wordt verteld.

Neder-L-cartoon #2

De Taalprof ziet ineens het nut van zijn schooltijd in.


Een vergeten Haarlemse dichter

Door Marc van Oostendorp

Een korte bespreking op video van een boek over de fascinerende dichter (en mens) Pieter Rixtel (1643-1673).


Klaas de Jong. Pieter Rixtel (1643-1673). Een dichter zonder rust. Hilversum: Verloren. Bestelinformatie bij de uitgever.

zaterdag 30 mei 2015

Neder-L-cartoon

Discussie op de Neder-L-redactie! Moet elk zichzelf respecterend blad niet een cartoon, weerbericht en astrologische rubriek hebben ("Weegschaal: u wordt binnenkort getroffen door een bezuiniging van een geheimzinnige organisatie")? Of word je dan meteen minder serieus genomen?

Onder het motto 'Alles voor de kijkcijfers' proberen we het gewoon uit.

De Taalprof krijgt nog niet genoeg aandacht.

Ick ionne mijn verdriet

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (22)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Het Nederlands slijt. Zeker sinds de veertiende eeuw vallen steeds meer uitgangen weg: die van naamvallen, bijvoorbeeld, maar die van de vervoeging van het werkwoord.

Het heeft mogelijk iets te maken met de moderne tijd: met het feit dat mensen in de afgelopen 500 jaar mobieler geworden zijn, dat ze zijn gaan verhuizen en dat ze bij elkaar over de vloer kwamen. Naamvallen en vervoegingen zijn makkelijk te leren wanneer je als kind opgroeit in een gemeenschap die ze gebruikt, maar ze zijn betrekkelijk lastig voor iedereen die de puberteit voorbij is. Zodra teveel mensen van die leeftijd een taal moeten leren, beginnen die volwassen leerders dus aan de taal te knagen.

Soms kun je dat geknaag aan het werk zien; bijvoorbeeld in het vijftigste sonnet van De weerliicke liefden tot Roose-Mond van Justus de Harduwijn:

vrijdag 29 mei 2015

Taalunie licht bezuinigingen toe

Het onderstaande bericht van de website Taalunieversum plaatsen wij met toestemming door.

Van 20 t/m 23 mei vond in Olomouc (Tsjechië) het jubileumcongres plaats van Comenius, vereniging voor neerlandici in Centraal-Europa. Geert Joris, algemeen secretaris van de Taalunie en Maya Rispens, hoofd Taalgebruik van de Taalunie, grepen de gelegenheid aan om de aangekondigde bezuinigingen toe te lichten, vragen te beantwoorden en mogelijkheden te bespreken om de pijn te verzachten.

Geert Joris benadrukte dat de Taalunie zich blijft inzetten voor de neerlandistiek in het buitenland: "De basisfinanciering, broodnodig voor het overeind houden van de afdelingen in de hele wereld, verlagen we bijvoorbeeld niet. Laat één ding duidelijk zijn: we waarderen de inspanningen van neerlandici waar ook ter wereld, maar aan besparingen kunnen wij niet ontkomen. De overheden hebben ons die opgelegd, we krijgen er geen euro bij."


De Nederlandse Taalunie gaat in ieder geval bezuinigen – maar wat moet er in de plaats komen?


De omvang van de controverse over de bezuinigingen van de Nederlandse Taalunie is internationaal geworden – met tachtig wetenschappers die een pleidooi hebben gedaan voor het overleven van de Neerlandistiek.  Maar tot nu toe sluit het debat in het NRC Handelsblad het perspectief van de betroffen studenten uit. Het accent op salarissen en financiële belangen negeert de andere kant van het verhaal, met name de kwetsbaarheid van studenten in het buitenland die grote academische en professionele risico’s op zich nemen om Nederlands te studeren.

Om de bezuinigingen doelmatig tegen te gaan heeft de buitenlandse Neerlandistiek een nieuwe missie hard nodig, en niet alleen in de collegezaal. Nieuwe netwerken van uitwisseling en kennisoverdracht moeten online worden gestart zodat nieuwe talige en culturele initiatieven zowel binnen als buiten universiteiten tot stand kunnen komen. Laten we vooral vechten voor de relevantie van de verwerving van de Nederlandse taal – waar dit ook mag plaats vinden – zodat toekomstige studenten overal ter wereld de langdurige waarde van een studie Nederlands blijven herkennen.

Deze blogpost verscheen ook op berkeleydutch.

Nu komt de uit de

Door Marc van Oostendorp

"Dit is een gevalletje aap-mouw", zei een collega gekscherend. Want dat is de toon waarop die dingen gezegd worden: ironisch. Je hoort het de laatste tijd vaker, of ík hoor het in ieder geval de laatste tijd vaker, samenvattingen van spreekwoorden in twee zelfstandig woorden: 'spijker-kop', 'zwaluw-lente', 'boer-kiespijn'.

Het zijn geloof ik altijd zelfstandig naamwoorden en het werkt natuurlijk het best als die zelfstandig naamwoorden buiten het spreekwoord niet zo vaak in elkaars omgeving verkeren. Mensen praten nu eenmaal niet vaak over apenmouwen, maar noch 'zongen-piepen' noch 'ouden-jongen' roept onmiddellijk het beeld op van continuïteit tussen de generaties.

donderdag 28 mei 2015

Etymologie: tijding

Door Michiel de Vaan

tijding zn. ‘bericht’

Middelnederlands tīdinghe v. ‘tijding, bericht’ (1360), tidinge, tijdinc (1390–1434), Vnnl. tydinge, tidinghe (1517) ‘bericht, gerucht, kennis’. Tussen 1584 en 1691 komen in de schrijftaal ook vormen met wegval van intervocalische d voor: tyng (1584), tijng (1600), tingh (1628, rijmend op dingh ‘ding’), tieng (1661, Noord-Holland). De combinatie nieuwe tijding in de 17e eeuw betekent ‘gedrukt nieuwspamflet’, en komt ook als bn. voor: een nieuw-tijngkjes praet ‘praat als in een nieuwspamflet’ [1624]). Nog in het moderne Zeeuws als tiedienge, tiedige, tieng(e), en in het  19e-eeuwse Noordhollands als tieng, tien, tientje ‘bericht’.

Verwanten: Middelnederduits tīdinge, tidink, Mhd. zītunge ‘bericht’, Vnhd. Newe zeytung ‘nieuwspamflet’ (Augsburg, 1502), Mohd. Zeitung ‘krant’; Oudfries tīdinge, Oudengels tīdung v., MoE tidings ‘bericht’. Westgermaans *tīdungō- v. ’bericht’ heeft zich uit een eerdere betekenis ‘gebeurtenis’ ontwikkeld (bijv. in context ‘vertel me de gebeurtenis’ > ‘vertel me het bericht’). 

Een taal is meer dan alleen leesvaardigheid


Terwijl ik druk bezig ben met het nakijken van de eindexamens van mijn leerlingen, voel ik een boosheid opkomen. Een boosheid die altijd ergens sluimerend aanwezig is en dan ineens naar bovenkomt. Het gaat hier om de escalatieladder die door de Inspectie in het leven is geroepen als indicator of een school goed functioneert. De resultaten van de eindexamens van mijn leerlingen moeten namelijk binnen de marges vallen van hun eerder gescoorde punten op hun schoolexamens. Een regel die bij mij en mijn (vak)collega’s voornamelijk ergernis opwekt.

Taal is solidariteit

Door Marc van Oostendorp


Op 19 oktober 1983 schreef Frans Kellendonk een brief aan de criticus Jaap Goedegebuure waarin hij zijn visie op taal uiteenzette. Twee dagen later schreef hij een brief over vrijwel hetzelfde onderwerp aan zijn vriend de schrijver Oek de Jong. Die overlap was niet toevallig: het was kennelijk een onderwerp dat hem bezighield.

Goedegebuure had geschreven dat er voor Kellendonk "buiten de taal niets is", en dat stak Kellendonk kennelijk: "Als er buiten taal niets was, zou de taal niets uitdrukken en zou elke communicatie van woorden verwisselbaar zijn voor een anderen," schreef hij. Er was dus wel degelijk een verband tussen de taal en de werkelijkheid, al was dat een heel ingewikkelde – een zin 'verwijst' niet zomaar naar de werkelijkheid, en er bestaat geen "simpele correspondentie tussen woorden en fenomenen", hooguit "is er een overeenkomst tussen de totaliteit van de taal en de totaliteit van de wereld".


Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 18



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


woensdag 27 mei 2015

Boekpresentatie Gruuthuse-handschrift



Op 12 juni 2015 wordt in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag de wetenschappelijk-kritische editie van het Gruuthuse-handschrift gepresenteerd. De editie is ingeleid en kritisch uitgegeven door Herman Brinkman, met een transcriptie van de melodieën door Ike de Loos. Een korte documentaire over de totstandkoming van de editie wordt tevens voor het eerst vertoond.

De editie wordt uitgebracht door het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (KNAW) en de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag, in samenwerking met Uitgeverij Verloren. Tijdens de presentatie wordt een tijdelijke tentoonstelling van Gruuthuse- manuscripten in de Bidahal van de Koninklijke Bibliotheek geopend.

Het praatje van Joris


Olomouc. Bron: Wikipedia
Nederlands is een taal die zelfs buiten Vlaanderen en Nederland van enig belang is. Vandaar dat er op tientallen plekken in de wereld Nederlands gedoceerd wordt. Een aantal van die docenten kwam vorige week bijeen in de Tsjechische steden Olomouc en Brno, op het Regionaal Colloquium Neerlandicum, tevens jubileumcongres van Comenius, vereniging van neerlandici uit Centraal-Europa.

De wetenschappelijke resultaten van dit colloquium zullen in enige congresbundels verschijnen en dan voldoende aanleiding geven tot discussie. Weinig reden derhalve om over deze bijeenkomst te spreken, ware het niet dat tot de eregasten op dit colloquium de algemeen secretaris van de Taalunie, Geert Joris, behoorde samen met zijn medewerkster Maya Rispens. Zo zwijgzaam als mevrouw Rispens de volle vier dagen gebleven is, zo duidelijk liet Geert Joris van de eerste tot de laatste minuut van zich horen.

Taal is een sociaal contract

Door Marc van Oostendorp

In een speciale la in mijn archiefkast heb ik een map met filosofische artikelen over de vraag wat taal eigenlijk is. Een communicatiemiddel? Een instrument om te denken? Een middel waarmee je je van anderen kunt onderscheiden doordat je veel correcter, gezelliger of stoerder spreekt dan zij?

Deze week wees iemand me op internet op een nieuwe aanwinst voor mijn verzameling: een artikel van de bekende Amerikaanse taalfilosoof John Searle met de pakkende titel Wat is taal?

Jullie moeten dat artikel vooral ook zelf lezen, het is zorgvuldig opgebouwd en helemaal niet te lang of duister voor zo'n fundamentele kwestie. En het bevat een antwoord dat nieuw is, hoewel het wel voortbouwt op Searles eerdere werk: taal is een manier om de wereld te veranderen en de basis van iedere menselijke samenleving.

Man en vrouw

Dat taal voor Searle een manier is om de wereld te veranderen, wisten we al.

dinsdag 26 mei 2015

Inhoudsopgave Onze Taal juni 2015

84ste jaargang nummer 6

Veel artikelen zijn los te koop bij eLinea en Myjour.
Wilt u het hele nummer lezen? Word lid!


Thema: het Frans als buurtaal


Taalunie: Onderwijs in het buitenland moet 'bewijsbaar nuttig' zijn

Door Judit Gera

Eötvös Loránd Universiteit, Boedapest

Afgelopen weekeinde vond in Olomouc (Tsjechië), onder grote belangstelling, een jubileumcongres plaats om het 25-jarig bestaan te vieren van Comenius, de vereniging voor neerlandistiek in Centraal-Europa.

Tijdens deze bijeenkomst was veel te merken van de spanning die de bezuinigingen van de Taalunie – en de manier waarop over deze bezuinigingen wordt gecommuniceerd – oproepen. Zo stelde de Algemeen Secretaris van de Taalunie, Geert Joris, al tijdens de officiële opening van het congres de vraag wat de buitenlandse neerlandistiek economisch oplevert, of de studies rendabel zijn en hoeveel procent van de afgestudeerden in Nederland of in Vlaanderen een baan vindt.  Het publiek kreeg geen gelegenheid om in discussie te gaan. 


Het houdt te maken met weervoorspellingentaal

Door Marc van Oostendorp


"De kustprovincies houden dan ook tot en met vanavond te maken met zware windstoten tot ca. 80 km/uur", meldde het KNMI onlangs, en ergens in Nederland gingen een paar wenkbrauwen omhoog – wenkbrauwen die uiteindelijk bij mij terecht kwamen. Wat was hier aan de hand?

Het klinkt raar, die zin, en in het bijzonder de constructie "te maken houden met". Tegelijkertijd: je kunt wel zeggen "de kunstprovincies krijgen" of: "hebben te maken met windstoten". En in andere constructies kun je in zulke gevallen ook houden invullen voor krijgen  of hebben ('we hebben/krijgen/houden contact").


maandag 25 mei 2015

Knorrende beesten

Over Mens Dier Ding van Alfred Schaffer (1)

door Gert de Jager

Ruim een jaar geleden verscheen Mens Dier Ding, de omvangrijke bundel van Alfred Schaffer waarin het leven van de legendarische Zoeloekoning Sjaka min of meer wordt naverteld. De bundel kreeg enthousiaste recensies, was de beste van het jaar volgens de verzamelde poëziecritici, werd genomineerd voor de VSB-prijs die tot verbazing van bijna iedereen naar iemand anders ging. Op Poetry International hoorde ik collega-dichters met veel respect over Mens Dier Ding spreken. Alsof de bundel, met zijn narratieve structuur en zijn hyperhistorische ik-personage, iets openbrak: het besloten wereldje van de Nederlandse lyriek. Geen keurige gedichten vol beschaafde ontregeling en vervreemding van een lyrisch subject dat je, beschaafd ontregeld en vervreemd, op dichtersborrels tegen kunt komen, maar een poging om werkelijk door te dringen tot de belevingswereld van een ander: een gruwelijk personage dat de Geschiedenis naar zijn hand wist te zetten.

Het was misschien wel om die reden dat ik met enige scepsis aan de bundel was begonnen. Waarom, in godsnaam, zou ik interesse moeten opbrengen voor het leven van een vroeg negentiende-eeuwse Afrikaanse tiran? De eerste kritieken die ik tegenkwam en die al heel snel verschenen, stimuleerden de nieuwsgierigheid niet echt. Wat de dames en heren met veel bewondering en respect gelezen hadden, leek het meest op een psychopathologische studie: de studie van een naar wreedheid en bloeddorst afglijdend individu.

Raast eeuwig 't somber verlangen

Door Marc van Oostendorp


Buiten Nederland was de dichter Hendrik de Vries naar eigen zeggen nooit geweest, toen hij in 1923 contact zocht met zijn collega J. Slauerhoff. "Zuid-Limburg is het uiterste geweest, en dat was afschuwelijk."

In een nieuw boekje bracht Jan van der Vegt alle brieven samen die De Vries en Slauerhoff tussen 1923 en 1932 aan elkaar schreven. De twee dichters deelden een fascinatie voor wijdse verten. Je voelt daarbij vooral hoeveel verder weg bijvoorbeeld Spanje in 1923 was dan in 2015. De Vries was enorm gefascineerd door de Spaanse cultuur maar trok er pas na de eerste brief heen. Hij vond het er gelukkig alles behalve afschuwelijk, en hij ontwikkelde zich tot een kenner van de Spaanse taal en letteren.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 17



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 24 mei 2015

Gooi jezelf niet weg, dat doet een ander wel!

De Nederlandse Taalunie in troebel water?


Het blijft een verbluffend schouwspel in Nederland: doet een club eens iets echt goed, maken we ‘m graag ’n kopje kleiner. Betrokken op het beleid rond de bevordering van de Nederlandse taal en cultuur in het buitenland, bijvoorbeeld via de Nederlandse Taalunie en haar geldgevers (wij belastingbetalers dus) zie je dit folkloristisch fenomeen ook weer opduiken: ’n paar jaar terug alweer werd het roemruchte Institut Néerlandais in Parijs zeg maar weggegooid.

Nu dreigt vervolgens de steun aan de ontwikkeling van steeds beter onderwijs Nederlands als vreemde taal in o.a. Duitsland die de Nederlandse Taalunie verleent via het subsidiëren van bijvoorbeeld nascholingsactiviteiten en taalcongressen, ook weg te vallen. Nederland bewijst zichzelf daarmee een slechte dienst. Immers – de toenemende populariteit van Nederland in ons grootste buurland is zeker mede te danken aan de inspanningen van de Duitse docenten Nederlands. En die worden steeds weer gevoed en gemotiveerd door het hoogwaardige nascholingsaanbod dat met steun van de Taalunie in de afgelopen jaren is opgebouwd, en dat zeker niet alleen via universiteiten maar vooral ook via projecten als Leren van de buren en lerarenorganisaties als de Fachvereinigung Niederländisch in stand wordt gehouden.

De structuur van ruzies

Door Marc van Oostendorp

Ruzies zijn grotendeels gemaakt van taal. In mijn wekelijkse YouTube-praatje geef ik de aanzet tot een nieuwe discipline: taalkundige ruziestudies.

zaterdag 23 mei 2015

Rowwen Hèze gaat digitaal



Door Leonie Cornips

In diepe stilte werken we hard aan het Limburgportaal in de Digitale Bibliotheek  voor de Nederlandse Letteren, die iedereen de DBNL noemt. De DBNL was altijd zelfstandig maar is met ingang van 1 januari 2015 onderdeel geworden van de Koninklijke Bibliotheek. De DBNL digitaliseert de Nederlandse literatuur snel, betrouwbaar en in zeer hoge kwaliteit. Iedereen, waar ook ter wereld, kan zonder ingewikkelde poespas, zonder wachtwoorden en gratis op de website van de DBNL  de meest relevante Nederlandse literatuur lezen.

In het Limburgportaal zijn teksten van Henric van Veldeke te vinden die zijn Servaaslegende in het Maaslands dialect rond 1180 schreef en van vele schrijvers na hem tot op de dag van vandaag. Het Limburgportaal is sinds 2012 in opbouw en raakt met literatuur uit/van/over Limburg behoorlijk gevuld dankzij de onvermoeibare inzet van een deskundige werkgroep en dankzij subsidie van vooral de Provincie Limburg en het Winand Roukens Fonds. Subsidie of sponsoring blijft nodig want het kost één euro om een gedrukte pagina te digitaliseren en op te nemen in het Limburgportaal. 

18 juni 2015: Frans Kellendonk en de andersheid

Lokatie: Universiteit Leiden, Universiteitsbibliotheek, Witte singel 26-27, Vossiuszaal, 2e etage.
     
Frans Kellendonk (1951-1990) is de auteur van een klein oeuvre van grote betekenis. In romans als Mystiek Lichaam, novellen als De Nietsnut, en in essays over Vondel of Henry James liet hij zien niet alleen een fabelachtig stilist te zijn, maar vooral iemand die ons veel te vertellen heeft. Steeds gaat het Kellendonk om de vraag hoe we ons dienen te verhouden tot de ‘ander’: of de ander nu God is, een Egyptische schoonmaker of een travestiet in Birmingham: ‘Liefde is de ander als subject erkennen, maar dat niet alleen, het is ook de ander zijn voorzover onze eigen subjectiviteit ons dit toestaat. Moraal is het geheel van strategische wegen leidend tot dit doel’, schreef Kellendonk op zijn 22ste in een van zijn onlangs verschenen Brieven. Wat betekent dit voor de liefde, maar ook voor de gemeenschap en voor kunst? 

Op donderdag 18 juni zullen neerlandici en literatuurwetenschappers zich gezamenlijk buigen over die vragen op een symposium over het oeuvre van Kellendonk. Deelname is gratis, voor leraren kan deze dag gelden als een nascholingsdag.
  

Een doodslag voor vakgroepen Nederlands

De onderstaande brief is gisteren verstuurd door het bestuur van de Association des Néerlandistes de Belgique francophone et de France (ANBF) aan de verschillende organen van de Nederlandse Taalunie.

De recente bezuinigingen binnen de Nederlandse Taalunie treffen de neerlandistiek extra muros bijzonder hard. Als platform voor docenten Nederlands als vreemde taal in Franstalig België en Frankrijk verenigt de ANBF docenten uit alle onderwijsniveaus, van basisonderwijs tot universiteit en volwasseneneducatie. Bij dezen willen we onze bezorgdheid uiten en u verzoeken u in het kader van uw functie tegen deze bezuinigingen te verzetten.

In zijn vergadering van 20 mei 2015 heeft het bestuur van de ANBF zich na uitgebreid overleg unaniem solidair verklaard met de brief aan het Comité van Ministers, de Interparlementaire Commissie, de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren en de vaste Tweede Kamercommissie voor OCW van o.m. de collega’s uit Madrid en Coimbra.

Nacht-blinckende Maene

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (21)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Als het kunstzinnig is om nieuwe woorden te gebruiken, is het Nederlands een uitstekend instrument voor kunstzinnigheid. De Tachtigers werden er in onze literatuur beroemd om, de creatie van nieuwe woorden zoals triltintelen en schuddeschuiven die hun teksten expressiever en bijzonderder moesten maken.

Ik weet eigenlijk niet of je er in andere ook zo'n cultuur van nieuwvormingen heeft ontstaan. In sommige talen – het Chinees, maar in zekere zin ook het Frans – kun je niet zo makkelijk nieuwe woorden maken. In andere talen – het Duits – gaat het nog makkelijker dan in het Nederlands. Misschien is er in onze taal net precies genoeg spanning tussen de mogelijkheid van het nieuwe woord en de afwijkendheid ervan om een dichterlijk procédé te kunnen zijn.

In ieder geval hield Justus de Harduwijn in de zeventiende eeuw ook al van een vreemd woord op zijn tijd.

vrijdag 22 mei 2015

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Voorwoord bij: Cornips, Leonie & Barbara Beckers (red.). 2015. Het dorp en de wereld. Over dertig jaar Rowwen Hèze. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt. pp 264

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Door Leonie Cornips

Rowwen Hèze bestaat dertig jaar en trekt volle poptempels, weidetenten en theaters met steeds nieuwe fans en trouwe fans die hun band al sinds de begintijd volgen. Dat is een buitengewone prestatie. Het dertigjarig jubileum wordt gevierd met een tournee, een tentoonstelling in het Limburgs Museum en met dit dikke boek voor Rowwen Hèze, over Rowwen Hèze en vooral over wat Rowwen Hèze voor ons betekent.[1] Het boek bevat bijdragen van Rowwen Hèze zelf (Tren van Enckevort, Wladimir Geels, Jack Haegens, Rudy Havermans, Theo Joosten, ex-bassist Jan Philipsen, Jack Poels en Martîn Rongen), van fans, liefhebbers, bewonderaars, muzikanten, journalisten, documentairemakers en wetenschappers. Zij proberen allen op een of andere wijze het succes, hun liefde voor of de betekenis van Rowwen Hèze voor hun eigen leven of voor dat van anderen te verklaren. Het prachtige beeldmateriaal is verzameld door Frank Holthuizen. Deze bijdragen in het dorp en de wereld zijn, naast ‘Rowwen Hèze aan het woord’ verdeeld over acht thema’s: (i) Rowwen Hèze en de fans, (ii) Rowwen Hèze van nabij, (iii) Hoe het begon, (iv) Het persoonlijke en het universele, (v) Geloof, troost en verlies, (vi) Rowwen Hèze en de muziek, (vii) De verbeelding van Limburg en (viii) Rowwen Hèze en de taal. De thema’s lopen in elkaar over en daarom zal ik de 45 bijdragen[2] van de 43 auteurs in vogelvlucht kriskras door de thema’s aanstippen.[3]
 

Een grote verbazing


Door Bart FM Droog


(…) we waren immers vies en vuil
 uit protest tegen het onrecht hier en daar en
vooral ver van bed in andere landen zodat we
konden boycotten want dat was immers politiek correct
(…)[1]

Dit dichtfragment, dat ik eind vorige eeuw in een vroege aanval van jeugdsentiment schreef, is zeer van toepassing op een kwestie die momenteel in letterenland speelt: de PEN-kwestie. Zoals iedereen weet brak op 2 mei 2015 een grote verbazing uit. Het bestuur van PEN Nederland trok zich plots terug uit de organisatie van het Festival van het Vrije Woord, in De Balie te Amsterdam.

Reden voor die terugtrekking was de komst van de Deense cartoonist Kurt Westergaard, die al jaren hoog op de dodenlijst van Al Qaida staat. Verbazing alom, want PEN Nederland staat sinds jaar en dag vóór de bescherming van het vrije woord. Een dag eerder had de organisatie nog de toekenning van de prijs voor de vrijheid van expressie aan het Franse weekblad Charlie Hebdo, door het PEN American Center, onderschreven.

Manon Uphoff, voorzitter van Pen Nederland verdedigde de terugtrekking als volgt: “Er werd buiten ons om besloten Westergaard uit te nodigen. We wilden betrokken worden bij de beveiliging.[2]

De verbazing steeg, want direct betrokkenen wisten dat het PEN Nederland-bestuur  al op 19 december 2014 ingestemd had met de uitnodiging van Westergaard. En dat de PEN-bestuurders direct na de aanslag in Kopenhagen, op 14 februari 2015, grondig op de hoogte werden gehouden van alle beveiligingsmaatregelen, in zoverre deze relevant waren voor PEN. Dat blijkt uit een reconstructie die Elly de Waard en ik eerder deze week samenstelden: www.bartfmdroog.com/pen/

Het verband tussen hè en hé.

Door Marc van Oostendorp


Waarom zeg je 'hé Susanne!' als Susanne binnenkomt? Volgens een nieuw artikel van Gertjan Postma en Tobias Scheer is dat om de wereld te repareren.

Het artikel gaat in eerste instantie niet over , maar over . Postma en Scheer zeggen dat dit woord drie licht van elkaar verschillende betekenissen kan hebben:

  1. Richard: Dat klopt, want 284567+4567= 289134.
    Susanne: Hè?
  2. Richard: Tussenwerpsels maken deel uit van het taalsysteem.
    Susanne: Hè?
  3. Hè, waar ligt die schaar nu weer?

In het eerste voorbeeld betekent  zoveel als: kun je dat nog eens zeggen? Susanne uit haar verbazing over het gezegde, met impliciet het verzoek om dat nog eens te herhalen. Je zou dit gebruik van  kunnen noemen 'reparatie van het zojuist gezegde'.


donderdag 21 mei 2015

Etymologie: striem, streem, stremel

Door Michiel de Vaan

striem zn. ‘streep op de huid’

Mnl. strimen / stremen mv. ‘strepen’ (1275, Natuurkunde van het geheelal; verschillende spellingen in 15e-eeuwse hss.), strijme ‘wond door het slaan met roeden’ (1477), Vnnl. striem(e) ‘striem; streep; bladnerf’ (1562, Deux-Aesbijbel), strijmen mv. (1630), strimen (1637), sonde-strymen ‘zondestriemen’ (1662). Deze vormen wijzen vooral op een Mnl. ī, waarbij de ie in plaats van ij in de standaardtaal uit dialecten kan stammen waar Mnl. ī niet diftongeerde. Mogelijk heeft striem vooral door de bijbelvertalingen vaste voet aan de grond gekregen. Er bestaan ook dialectvormen die op een Mnl. ie wijzen, zoals Westvlaams strieme, strieëme ‘streep licht of stroom water, kleurstrook in kleding, laag stro, striem’, Middenlimburgs streem.

NVT: veld of moestuintje?

Door dr. Veronika Wenzel


Vanuit „het veld“  - zoals dat zo mooi heet – kun je er niet omheen om met grote zorg te kijken naar en te lezen over dit Taaluniedebat. Is er wel een leven na de nieuwe maatregelen van de TU (Judit Gera)? Hoe groot is de schade nu al (Ad Foolen)? Gomt zich Nederland - of het Nederlands?? -  nu uit door deze bezuinigingen (Kees Snoek)? Ziet de politiek in Nederland en Vlaanderen het onderwijs van het Nederlands in het buitenland nog als een overheidstaak of niet meer (Matthias Hüning)? Moeten wij voorspellen dat de Taalunie helemaal wordt opgeheven (Joop van der Horst)? Het lijstje houdt niet op.

Je kunt niet niets bijdragen aan dit debat. Zijn wij buiten het taalgebied nogwel “het veld” voor de TU? En zo ja, hoe groot is dit veld en wat groeit er dan allemaal?  Blijven we wel en “veld” of starks alleen maar een moestuintje?

Limburgs in triolen

Vandaag verschijnt het boek Het dorp en de wereld. Over dertig jaar Rowwen Hèze, onder redactie van Leonie Cornips en Barbara Beckers. Het onderstaande artikel is een voorpublicatie uit dit boek.

Door Marc van Oostendorp

Zo expliciet als Guus Meeuwis (kedeng kedeng kedeng kedeng) doen weinig artiesten het, maar aan veel populaire muziek ligt hetzelfde strakke ritme ten grondslag: iedere beklemtoonde lettergreep (deng) wordt voorafgegaan door een ongeaccentueerde noot (ke) in de muziek. Dat is een groepje van twee (kedeng). Op die totale symmetrie is vrijwel iedere melodie gebaseerd, net als de teksten van de liedjes en ook de teksten van veel kinderrijmpjes (‘jantje zag eens pruimen hangen’, ‘op een klein balkonnetje’).

Dat geldt ook voor de muziek van Rowwen Hèze, al voegt die vaak met wat middelen wat extra spanning toe: door te variëren met het strakke stramien, bijvoorbeeld, of door het dialect dingen te laten doen die het Nederlands niet kan. Dat gebeurt (nog) niet zozeer in de eerste nummers van de band, uit de jaren tachtig. Hier is de tekst van het refrein van het liedje Rowwen Hèze: 

Lat meej mar drinke wat ik drink
Lat ze mar proate oaver meej
Lat ze mar zegge dat ik stink
Dat giet vanzelf wal wir vurbeej

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 16



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


woensdag 20 mei 2015

Hoe correct is deze zin?

Door Lucas Seuren

In een stripcolumn van de NRC vertelde Renske de Greef dat ze zich ergert aan mensen die hun waardering uitspreken via constructies als “hoe leuk is dat?” Een van de problemen die ze benoemt is dat mensen een taaltechnisch nogal kromme vraag gebruiken als uitroep. Uiteraard gaan mij bij dan gelijk radartjes draaien. Is het überhaupt een vraag? Is het inderdaad een merkwaardige taalconstructie? En gebruiken we vraagzinnen niet vaker als uitroep?

Laten we eerst eens kijken naar de grammatica. Op het eerste gezicht lijken we inderdaad te maken hebben met een vraagzin. Er staat namelijk een vraagwoord (hoe) vooraan de zin. Maar daar kan een kanttekening bij geplaatst worden, want het vraagwoord is gecombineerd met leuk; de twee functioneren als een eenheid in de zin. En de combinatie van een vraagwoord met een ander woord is een typische manier om in het Nederlands een uitroep vorm te geven – de ANS heeft het dan ook over uitroepende voornaamwoorden.

Wat gaaf is dat!
Wat een mooie auto rijdt daar!

Lancering nieuw nummer Vooys

Het volgende nummer van Vooys is een themanummer, en gaat over de ‘Fundamenten van het literatuuronderzoek’. Voor dit nummer organiseert Vooys op 1 juli aanstaande een lancering in Cultuurcentrum Parnassos. Er zullen lezingen worden verzorgd door auteurs die en bijdrage aan het nummer verzorgden: Frans-Willem Korsten, Hans van Stralen en Lucas van der Deijl. De lancering start om 19:00 met een inloop, het echte programma start om 19.30. Aansluitend op de korte lezingen zal er ruimte zijn voor discussie en een drankje. Aanmelden kan via deze link.

In het letterkundig klimaat rondom ons krijgt methodologie niet altijd de aandacht die zij verdient. Daarom hebben wij besloten een themanummer te wijden aan de methodologische kernbenaderingen, de fundamenten, van de literatuurwetenschap. In dit nummer vindt vanuit een metawetenschappelijk perspectief herbezinning plaats op de grondbeginselen van het letterkundig onderzoek. Hoe vormen deze fundamenten nog altijd de bouwsteen voor verschillende toepassingen? Wat is de relevantie van deze kernbenaderingen in de hedendaagse letterkunde? De lezer wordt een palet aan methodologische benaderingen voorgeschoteld en er wordt rekenschap gegeven van de beperkingen en kansen en de hedendaagse relevantie van deze benaderingen.



Waarom zegt Vlaanderen e[gz]amen en ta[ks]eren?

                              Door José Cajot

Marc van Oostendorps bijdrage in Neder-L over zijn uitspraak e[gz]amen i.p.v. e[ks]amen inspireerde mij om nader in te gaan op de uitspraak van het woord ‘examen’ e.a. in Vlaanderen – zonder daarbij hier een oordeel over de uitspraak in Nederland te vellen.

Het Belgische Nederlands geeft ook naar mijn waarneming duidelijk de voorkeur aan stemhebbendheid in de medeklinkerverbinding van het woord examen. Hetzelfde geldt niet alleen voor exact en veel andere woorden, maar ook in bijvoorbeeld executie en exotisme – om er hier overigens maar twee te noemen die de klemtoon niet onmiddellijk na de <x> hebben – het woordaccent op de syllabe “na” de <x> wordt namelijk vaak (ten onrechte) verdacht de [gz]-uitspraak te bevorderen.

Louis Ferron als mens

Door Marc van Oostendorp


Het boek Alles waan van de Berlijnse hoogleraar Nederlandse letterkunde Jan Konst gaat volgens de ondertitel over Louis Ferron (1942-2005) en het Derde Rijk, maar je kunt het ook lezen als een betoog tegen het postmodernisme en voor de persoonlijkheid.

Ferrons werk is volgens Konst teveel met een postmoderne bril bezien in de Nederlandse literatuurbeschouwing, als boeken over de onbegrijpelijkheid van de wereld en de gefragmenteerdheid van de persoonlijkheid en het individu. Maar waarom, vraagt Konst, zou een schrijver die dat soort onderwerpen wil beschrijven, daarvoor vijf keer teruggrijpen op de onnoemelijke verschrikkingen in het Derde Rijk?


dinsdag 19 mei 2015

Bezuinigingen Taalunie: respons van de Suider -Afrikaanse Vereniging vir Neerlandistiek (SAVN)

Door het SAVN-bestuur

Zoals iedereen voor wie de neerlandistiek en haar toekomst belangrijk zijn, zijn ook wij, het bestuur van de SAVN, bezorgd over de impact van de voorgestelde bezuinigingsmaatregelen op onze werkzaamheden.

Daarom vinden wij het huidige gesprek tussen de IVN en de Taalunie bijzonder bemoedigend. Met deze brief willen wij vooral onze bekommernis wat betreft het afschaffen van de zomercursussen communiceren.

Wij ontvangen, als vereniging, elk jaar een ruime toekenning van de Taalunie en daar zijn wij dankbaar voor. Hoofdfocus van onze inspanningen is het aanmoedigen van studenten die zich eventueel als neerlandici willen bekwamen. De ondersteuning van de Taalunie is hier onmisbaar.

Petitie gericht aan de leden van het Vlaams Parlement en aan de academische overheden

Popularisering van onderzoek bevindt zich op de driesprong van de academische taken. Waarom wordt het dan zo karig beloond? Is popularisering niet bij uitstek de brug tussen onderzoek, onderwijs en maatschappij?

Naar aanleiding van enkele stukken van de Gentse taalkundige Filip Devos <hier> is er een petitie gestart waarin de leden van het Vlaamse Parlement en de leiding van Vlaamse universiteiten gevraagd wordt om zich te herbezinnen op onder andere de waarde van popularisering voor het academische bedrijf en de manier om deze waarde beter tot uitdrukking te brengen.

Teken de petitie op http://www.petities24.com/wetenschapspopularisering

Dagboek Maurits Jacob van Lennep beschikbaar

Door Marita Mathijsen


Het omvangrijke dagboek van Maurits Jacob van Lennep (1830-1913) is een goudmijn voor onderzoekers van de negentiende eeuw, met name als het gaat om roddels over de betere kringen. Het wordt bewaard in het Stadsarchief van Amsterdam en het is daar gedigitaliseerd, maar de digitale versies van het Stadsarchief zijn niet doorzoekbaar (PA 238 537-540). Bij de familie Van Lennep wordt een volledig typoscript van het dagboek bewaard dat een kleindochter van Maurits Jacob gemaakt heeft (het omvat bijna 1 miljoen woorden, 1370 uitgetypte pagina’s). Door de medewerking van de Stichting Van Lennep en Ewoud Sanders heb ik ervoor kunnen zorgen dat dit document nu in een pdf en een (ingelezen) word-bestand op de website www.vanlennep.nl/dagboeken beschikbaar is gekomen voor iedereen.

Lancering: festival van de literaire canon (01/07/2015)



Daar is hij dan. Een dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur, vanuit Vlaams perspectief. Proza, poëzie en theater. Duizend jaar letteren in vijftig essentiële werken.

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) en het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) werkten samen aan deze inspirerende lijst vol literaire parels. Deze canon is geen stenen tafel voor de eeuwigheid, wel een menukaart die de smaak van vandaag toetst aan de literaire keuken van ons verleden.

De canon komt op 1 juli tot leven tijdens een literair feest in Kasteel Beauvoorde (Veurne). Het prachtige kasteel en zijn idyllische park vormen het verrassende decor voor een eigenzinnig dozijn schrijvers, muzikanten... en artiesten.


Je kunt een hetero herkennen aan zijn klinkers

Door Marc van Oostendorp


Zeg me willekeurig wat en ik zal u zeggen wie u bent. Je kunt uit één gesproken zin al een enorme schat aan gegevens halen. Ja, die zin heeft waarschijnlijk een inhoud, maar die inhoud is meestal maar een fractie van alle informatie.

Aan de stem hoor je van alles over de emotionele staat van die persoon (is zij boos of is hij verdrietig?), over zijn of haar leeftijd, zijn of haar geslacht, zijn of haar sociale en geografische herkomst en zelfs over zijn of haar seksuele geaardheid.


maandag 18 mei 2015

Knowledgeable Youngsters: Youth, Media and Early Modern Knowledge Societies

Knowledgeable Youngsters: Youth, Media and Early Modern Knowledge Societies

26 en 27 juni 2015, Utrecht

Hoe leerden jongeren in de vroegmoderne tijd om tekstuele en visuele media te gebruiken, en hoe werden ze zo vaardig om bij te dragen aan de belangrijke wetenschappelijke, culturele, economische en sociale ontwikkelingen die zich in die periode voordeden? Op het internationale congres Knowledgeable Youngsters staan die vragen centraal. 

Te verschijnen: De Parelduiker 2015/2



Op 20 mei 2015 verschijnt het nieuwe nummer van De Parelduiker, tijdschrift over schrijvers, literatuur en hun geschiedenis. In deze aflevering onder meer een artikel over Albert Vigoleis Thelen:

De ontreddering na de dood van zijn vrienden Marsman, Ter Braak en Du Perron, allen binnen vijf weken in het voorjaar van 1940, is groot bij de naar Portugal gevluchte Duitse vertaler en schrijver Albert Vigoleis Thelen (1903-1989). Zijn brief over de laatste contacten met Marsman en diens vrouw Rien is een dramatisch hoogtepunt in de correspondentie met zijn Nederlandse schrijversvrienden, onder wie behalve genoemden ook Jan Greshoff en Victor van Vriesland. In dit nummer veel aandacht voor de auteur van de door Thomas Mann en Maarten ’t Hart mateloos bewonderde roman Het eiland van het tweede gezicht. Thelens tweede grote schelmenroman Der schwarze Herr Bahßetup moet maar gauw in het Nederlands vertaald worden, ook al omdat die in Amsterdam en Den Haag speelt. Hans Ester en Thelen-bezorger Jürgen Pütz belichten het werk van deze in kleine kring zeer bewonderde schrijver.

Verder in dit nummer:
Schrijvers uit het land van koolzaad en aardgas. Groningse schrijvers, deel 2 (Herman Sandman)
‘De nachtegalen’ van J.C. Bloem. Een geval van verwantschap en schatplicht (Dirk Kroon)
Berliner Beobachter: Nico Rost en Egon Erwin Kirsch (Hans Olink)
Schoon & Haaks: Karel van het Reve en Nabokov; Boudewijn van Houten; Lviv, stad van paradoxen; A.F.Th. van der Heijden (Jan Paul Hinrichs)
De Laatste Pagina: Ad den Besten, 1923-2015 (Paul Arnoldussen)

De Parelduiker 2015, nr. 2. 72 pagina’s. ISBN: 978 90 5937 418 8. Prijs: € 12,50. Uitgegeven door Uitgeverij Bas Lubberhuizen. www.parelduiker.nl

Een neuroot die onbekommerd zei wat hem juist leek

Toen Arnold Zweig een roman publiceerde over de Nederlandse dichter en jurist Jacob Israël de Haan, spraken sommige critici daar schande van. De Haan was een 'brandende doornbosch', oordeelde Siegfried van Praag bijvoorbeeld. Diens leven was zo ingewikkeld en zo heftig, daar schreef je maar niet zo even een boek over.

En nu heeft de Amsterdamse neerlandicus Jan Fontijn dat toch gedaan – een biografie geschreven over dé Nederlandse schrijver over wie je ongeveer ieder soort van boek zou kunnen maken, een thriller, een erotische verhalenbundel, een filosofisch-theologisch traktaat, een politieke geschiedenis van Palestina aan het begin van de twintigste eeuw. Fontijn heeft dat allemaal samengebracht in Onrust, een boek van 600 pagina's over een leven dat met een kogelschot werd beëindigd tijdens de eerste politieke moord in de geschiedenis van Israël.

Een schoone historie van Palmerijn van Olijve : Hoofdstuk 15



Een seer schoone ende ghenoechelicke
historie vanden aldervroomsten ende vermaertsten ridder

Palmerijn van Olijve,

sone van den coninck van Macedonien, ende van de schoone Griane,
dochter van Remicius, keyser van Constantinopelen,
de welcke vele wonderlicke avontueren in haren leven ghehadt hebben,
seer ghenoechelick ende playsant om lesen.


[zoals gedrukt te Arnhem door Jan Janszen, boeckvercooper in 1613]





Alle tot nog toe gepubliceerde hoofdstukken in één pdf:


zondag 17 mei 2015

Redacteuren gezocht

Door Marc van Oostendorp



Neder-L wordt al 23 jaar goed gelezen. Het is ooit begonnen als een elektronische rondzendlijst en de afgelopen jaren uitgegroeid tot hét elektronische tijdschrift voor de neerlandistiek.

Vanwege de hernieuwde grote groei in belangstelling van de afgelopen maanden en omdat sommige medewerkers inmiddels een drukke baan hebben gevonden. Ben je neerlandicus of student Nederland – waar dan ook ter wereld – en wil je helpen met redactie, eindredactie, techniek? Met het indammen of uitbreiden van de stroom berichten? Meld je bij redactie.nederl@gmail.com, en we zien wat we kunnen doen.

Let op: Neder-L is al 23 jaar onafhankelijk; er heeft nog nooit iemand een cent aan verdiend. Wij bieden dus geen salaris.

zaterdag 16 mei 2015

De Taalunie verdient waardering voor werk uit verleden


Ondertekening Taalunie-verdrag, 1980
Met belangstelling volg ik de blogberichten van de afgelopen weken en daaromtrent natuurlijk alle nieuws rondom de bezuinigingen binnen de Taalunie.

Zelf ben ik docente Nederlands als vreemde taal in Duitsland en werkzaam op een universitair talencentrum, een volksuniversiteit, op de vrije markt en ik geef Erasmus+ trainingen. Daarnaast doe ik nog vertalingen. In het verleden heb ik twee (Amsterdam en Leuven) uitstekend verzorgde docentennascholingen mogen volgen op uitnodiging van de Taalunie en voor het universitair talencentrum heb ik diverse activiteiten georganiseerd (auteurslezingen en een muzikaal optreden met Lennaert Maes en Andries Boone)

Na aanvragen mijnerzijds, kreeg ik hier subsidie voor en omdat ik een freelancer ben en feitelijk dus nergens bij hoor, vond ik dat genereus en onbureaucratisch van de Taalunie.

Hoe dat met my nu gaet

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (20)
Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Het fijne van het verleden was dat fouten die je volgens moderne klagers moet mijden en 'tegenwoordig steeds vaker ziet' – omdat de wereld verloedert en de taal al helemaal – toen nog ongestoord mocht maken.

Toen Justus De Harduwijn zijn Weerliicke liefde tot Roose-Mond schreef, waren er nog allerlei dingen niet gereguleerd door de schoolfrikken die ons heden ten dage regeren. En dus kon hij dingen schrijven die nu, vierhonderd jaar later, aan invloed van het Engels zouden worden toegeschreven:

vrijdag 15 mei 2015

Oproep: artikelen over Delpher

Voor een themanummer over Delpher (de online toegang tot gedigitaliseerd historisch tekstmateriaal) is TS> Tijdschrift voor Tijdschriftstudies op zoek naar bijdragen vanuit verschillende disciplines (zoals Nederlands, Cultuur- en Kunstgeschiedenis, Mediastudies, Tijdschriftstudies, Communicatiewetenschap en gerelateerde vakgebieden) die (voor een deel) gebaseerd zijn op, reflecteren op, of gebruik maken van Delphers digitale collecties.

Voorstellen (max. 400 woorden) voor artikelen en essays kunnen voor 1 JUNI 2015 (verruimde deadline) gestuurd worden naar tijdschriftstudies@let.ru.nl. Geaccepteerde voorstellen worden als onderzoeksartikel (6000 woorden) of reflectief essay (3000 woorden) verwacht in september 2015. Zie voor meer informatie en auteursrichtlijnen: http://www.tijdschriftstudies.nl

Lees de volledige Call for Papers (Engels en Nederlands).