Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zaterdag 28 februari 2015

Luid zingend op een ijsschots de zomer tegemoet

De toekomst van de Geesteswetenschappen

Uitnodiging Symposium op 1 april
Graag nodigen wij u uit voor een informeel symposium over de toekomst van de geesteswetenschappen en het geestewetenschappelijke onderzoek en onderwijs op het Meertens Instituut te Amsterdam. Het symposium wordt georganiseerd door het Meertens Instituut en NTC van de Radboud Universiteit, en vindt plaats op 1 april - op die dag wordt Nicoline van der Sijs 60 jaar en dat is een mooie aanleiding voor een symposium.

Tijdens het symposium krijgen jonge Nijmeegse en Amsterdamse onderzoekers de gelegenheid in maximaal tien minuten hun toekomstvisie of toekomstwens te verwoorden – dat kan gaan over de toekomst van de geesteswetenschappen in het algemeen, van hun eigen onderzoek, van het onderzoek of onderwijs binnen hun discipline, of over de vraag hoe de Nederlandse taal of literatuur er in de toekomst uit gaan zien. Daarna zullen enkele senioronderzoekers hun toekomstvisie uiteen zetten. Vervolgens zal een panel met de sprekers en met het publiek in discussie gaan.

Goeie zin

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (9)

Het Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp


Zodra het Nederlandse sonnet vanuit het zuiden naar het noorden kwam, veranderde het van karakter. Antwerpse dichters als De Heere en Van der Noot probeerden kunst te maken van hun gedichten. Toen Hollandse dichters hen begonnen na te volgen, kwamen moraal en politiek ineens om de hoek kijken.

De Leidse stadsdichter Jan van Hout (1542-1609) riep zijn stadgenoten op voor een dichtwedstrijd na de bevrijding van Leiden. Een deel van die oproep valt te lezen als een zelfstandig sonnet:

Met cunst verslijt u tien, die u cunt bemueien,

Der negen Nymphen spel; die eertijts waert geraect,
Op den twee-topten-berch, daer ghi sijt nat gemaect.
Van tcuele waterken, dat spaerts-huuf daer de vlueien,
Danckt Godt in minen naem, van alle zine gueien,
Die hi mi duen bewees, naer mine prisen haect,
En opten zesten, toont hue dat ghi sijt gespraect,
Want, um u eygen werck te lesen, wilt u spueien,
Al est dat veel verfueien, uns duytsche Poëzi;
Volhert ghi in u werck: maect dat hem elck verwundert,
Haer rijcke fraeyicheyt, in mate volget mi.
Tgetal der regelen, niet boven ga, twee hundert
Noch min dan anderhalf, zoo dichten veel, vermoorden
Guei zin, hier meest naer tracht, spreect Nederduytsche woorden.

(Besteedt uw tijd aan de kunst, u die u kunt bezig houden met het spel van de negen muzen, u die eertijds op de dubbel-getopte berg kwam en daar bent besproeid met het koele water dat een paardenhoef daar liet vloeien. Dankt God uit mijn [=Leidens] naam voor al zijn weldaden die Hij mij toen (nl. bij het Ontzet) bewees. Ding naar mijn prijzen en laat op de zesde [oktober] zien hoe dat u bespraakt bent. Wilt u spoeden om uw eigen werk voor te dragen. Ook al verfoeien velen onze Nederlandse poëzie, ga door met uw werk en maak dat iedereen zich verwonderd over haar fraaie rijkdom. Volg mij na in dichtmaat. Het aantal regels mag niet boven de tweehonderd gaan en niet minder dan honderdvijftig. Veel gedichten vermoorden een goede betekenis – let er daarom vooral op Nederlandse woorden te gebruiken – hertaling Johan Koppenol.)


vrijdag 27 februari 2015

Samenwerking Malmberg Nederlands en Het Schoolvak Nederlands

Al enige tijd werkt de schoolboekenuitgever Malmberg samen met een groep docenten Nederlands aan een nieuw concept voor het vak Nederlands voor havo/vwo bovenbouw. In dit initiatief Samenwerken aan Nederlands ontwikkelen de docenten materiaal (tekst/opdrachtcombinaties) dat ze met elkaar delen. Deze opdrachten worden verzameld op een gezamenlijke website.

De visie van deze docentontwikkelgroep sluit naar het oordeel van Malmberg uitstekend aan bij het initiatief van twee docenten - Arnoud Kuijpers (van het Candea College in Duiven ) en Rutger Cornelissen( Lyceum Elst) - die docenten oproepen om zelf ontwikkeld materiaal met elkaar te delen. Zij zijn in januari 2015 gestart met hun Google Drive Het Schoolvak Nederlands. Inmiddels is de groep docenten die bijdraagt gegroeid tot ruim 2000! Het principe van de gedeelde Drive - halen is brengen! - blijkt veel docenten aan te spreken. Op de Drive staan inmiddels hele series opdrachten en ongeveer 100 filmpjes. Een succes dat ook te danken is aan de Facebook-groep Leraar Nederlands.

Vanaf maart 2015 zullen Malmberg Samenwerken aan Nederlands en Het Schoolvak Nederlands elkaar gaan versterken:

Parasitaire mimesis

door Gert de Jager

Over Fallicornia van Dirk van Bastelaere (5 en slot)

Het meest fundamentele kenmerk van Van Bastelaeres poëzie berust op wat het meest een misvatting is - een misvatting die al tot uitdrukking komt in een geforceerde titel als Fallicornia en waaruit een groot verlangen naar referentie of mimesis spreekt. Van Bastelaere is taalscepticus genoeg om te weten dat zijn taal, elke taal, en de werkelijkheid van de eenendertigste staat der Verenigde Staten door een afgrond gescheiden werelden zijn. Taal is in essentie retorisch, proclameert hij in het voetspoor van Nietzsche en Paul de Man tegenover Hugo Brems en andere kleinburgers die denken dat taal op de een of andere manier een afgeleide is van de ervaring. Van Bastelaeres misvatting blijkt uit wat hij vervolgens niet doet: zijn retorische middelen gretig inzetten.

Een ervaring van sublimiteit wil hij bereiken bij zijn lezers: een ge-nieting, een tijdelijk verlies van het ik. De niet te vatten meerzinnigheid van de wereld moet niet worden weerspiegeld, maar worden opgevoerd - 'geen platte mimesis, maar performantie' in de formulering van Van Bastelaere. Wat de lezer onder ogen krijgt, is het resultaat van de performantie en vervolgens kan de lezer zelf ook zo'n performantie voltrekken - door de lectuur van Fallicornia bijvoorbeeld. Letters en woorden heropvoeren: het lijkt een normale omschrijving van het leesproces, maar kenmerkend voor Van Bastelaere is wel degelijk de rechtstreekse koppeling van eigenschappen van de wereld aan eigenschappen van poëzie. In de meerzinnigheid van de poëzie vindt de lezer zijn meerzinnige wereld terug.

Kees van Duinen - 'Tegen de ruit'


[ingezonden mededeling]


65 Jaar geleden, op 8 maart 1950, overleed, 42 jaar oud, de Groninger dichter Kees van Duinen (1907-1950). Hij was de dichter van één bundel, De trap (Bosch & Keuning, Baarn, 1951; 2de druk 1952).

Op vrijdag 6 maart 2015 verschijnt de derde druk in een geheel nieuwe samenstelling, , aangevuld met vijftien onbekende gedichten, onder de titel Tegen de ruit (uitgeverij Tiem, Baarn, € 19,90).

Hans Werkman schreef voor dit boek een levensschets van Kees van Duinen. Het gaat daarin onder meer over Van Duinens leven in de stad Groningen en na 1947 in Zuidlaren, over zijn plaats in de Groninger culturele wereld van Wob Meijer (Wolf Meesters), Lidy van Eijsselsteijn, Ido Keekstra, Max Hoekzema en Anne de Vries.

Ook komen aan de orde: zijn werkkring bij Bouma’s Boekhuis en uitgeverij Niemeijer, 
de vernietiging van zijn bibliotheek in 1945 bij de bevrijding van de stad Groningen en zijn moeizame lidmaatschap van de gereformeerd-vrijgemaakte kerk.

De tweede helft van het boek bestaat uit zestig gedichten. Vaak zijn deze gedichten gestempeld door angst en eenzaamheid, maar er zijn ook momenten van overgave aan God.

Het boek wordt op vrijdagavond 6 maart a.s. gepresenteerd in BoekhandelRiemer, Nieuwe Ebbingestraat 1, Groningen (parkeren Turfsingel). Inloop 19.30 uur, aanvang 20.00 uur.
Indien mogelijk van tevoren aanmelden bij: boekhandel@riemer.nl, tel. 050-3134041.

Te gast zijn over

Door Marc van Oostendorp


Het gebeurde gisterenavond bij DWDD: minister Dijsselbloem was er te gast over Griekenland. Maar eerder deze week was Joris Luyendijk al te gast bij VPRO Boeken over zijn nieuwe boek, terwijl Jinek meldde:
Waar komt dit vandaan? Iemand vroeg me er deze week naar, en ik krabde me eens achter de oren. Wanneer is het begonnen? Waren mensen ook tien jaar geleden ergens te gast over?

De oudste verwijzingen die ik op het internet heb kunnen vinden stammen uit de eerste jaren van deze eeuw, allemaal van het programma Knetterende Letteren. In concreto was Gerrit Komrij daar op 31 januari 2002 te gast over de door hem opgerichte Poëzieclub.

donderdag 26 februari 2015

27 en 28 februari: Cross-Over 2015 Poznań

Deze week, op 27 en 28 februari om precies te zijn, vindt in Poznań, Polen, het tweejaarlijkse congres Cross-Over plaats. Het Departement voor Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies, dat deel uitmaakt van de Faculteit Engels aan de Adam Mickiewicz- Universiteit, werd twee jaar geleden benaderd om de organisatie van dit evenement op zich te nemen. Daarmee is Cross-Over 2015 Poznań het eerste congres in deze reeks die de naam waarmaakt en dus werkelijk een grensoverschrijdende dimensie heeft.

De grensoverschrijding betreft niet alleen de locatie van het congres, maar eveneens de inhoudelijke dimensie. De titel van deze editie luidt Regionaal, (trans)nationaal, continentaal, globaal met als ondertitel Definities en methodologieën, grenzen en gemeenschappelijke ruimtes, schrijvers en erfgoed. Alle informatie, inclusief het gedetailleerde programma en samenvattingen van de geplande presentaties, staat op de website van het Departement voor Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies: http://wa.amu.edu.pl/crossover/ . Alleen de prepapers zijn niet openbaar beschikbaar en slechts voor de deelnemers toegankelijk.

Studiebijeenkomst Vlaamse frontliteratuur (TLIV, 05/03)

 
Op donderdag 5 maart e.k. organiseert de onderzoeksgroep TLIV (Teksteditie
Literatuur in Vlaanderen) een studiebijeenkomst over de Vlaamse
frontliteratuur.
 
Op het programma staan:
 
- Yves T'Sjoen (UG), 'Frontliteratuur en Frontbeweging. Over poëticale en
institutionele kwesties'
- Myrthel Van Etterbeeck (KUL), 'De receptie van de Vlaamse frontpoëzie'
- Els Van Damme (UG), 'De frontpoëzie van Daan Boens. Getuigenis van "een
mensch die strijdend leed"'
 
Agenda: Donderdag 5 maart, 19u.-21u., in de Grote Vergaderzaal van de KANTL
(Koningstraat 18, Gent).
 
Iedereen van harte welkom.

Addenda EWN: hebbes

Door Michiel de Vaan

hebbes tw. ‘te pakken, gevonden’

De vroegste attestatie die ik vind is in de roman Achter het anker van Alie Smeding uit 1924, die in Enkhuizen speelt en veel spreektaal bevat: Tjeerd vatte haar bij de arm. ‘Hebbes,’ lachte hij dronken, - ‘hebbes!’ Waarschijnlijk gaat achter hebbes de vorm *hebbens schuil, genitief van hebben. In de spreektaal ging de n verloren, vergelijk menens, hommeles, die ook op infinitieven berusten.

Iets ouder is de uitdrukking habbes ‘te pakken, binnen’. Dats habbes ‘dat is binnen’ wordt onder meer vermeld voor de dialecten van Oud-Beijerland (1896) en de oostelijke Bommelwaard (1904), en in de roman Boefje van Brusse (1903) roept de hoofdpersoon in Amsterdams dialect Habbes! ‘Hebbes!’. Volgens het Woordenboek der Zeeuwse dialecten (1959) was ’n abbesje of aobesje ‘buitenkansje’ vrij algemeen bekend in heel Zeeland. 

Conflictbeheersing

De democratie wil vergaderen in ons horrorvervolgverhaal De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp
"Met Wouter", zei Wouter.

"Met wie?"

"Pieterse", verduidelijkte hij. "Van neerlandistiek."

"Ik vind dit heel vervelend, professor Pieterse," zei de stem aan de andere kant, die Wouter nu herkende: Ada Brons, de secretaresse van de decaan. "Zo kunnen wij van de ondersteuning niet werken. U moet wel uw naam zeggen. Hoe dan ook: kunt u onmiddellijk deze kant opkomen? Ik heb u gisterenmiddag een formulier gestuurd en het was de bedoeling dat u dit onmiddellijk ondertekend zou terugsturen."

"Ik loop nu met naar mijn kamer en heb het bij me. Is het goed als ik over een paar minuten langskom met dat formulier?"

Brons zuchtte. "Nou, snel dan. Wij van de ondersteuning hebben eigenlijk koffiepauze."

woensdag 25 februari 2015

27 februari: Bilderdijk en Waterloo

Invitatie voor een middag met lezingen over

BILDERDIJK & WATERLOO

vrijdag 27 februari 2015-02-23

Wegens verbouwingswerkzaamheden op gewijzigde locatie:

Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Amsterdam – Zaal 2 D 16 (‘Stoa-zaal’)

Alle belangstellenden zijn welkom!

Leven in de steenklomp

Door Marc van Oostendorp


Hoe vaak zal Sander Bax de komende dagen geïnterviewd worden? Ik hoop: heel vaak en in heel veel media, want hij heeft een magistraal boek geschreven over Harry Mulisch, dat erin slaagt op een overtuigende manier allerlei nieuwe samenhang te laten zien in het oeuvre van de in 2010 overleden schrijver.

Het is een boek dat doet wat zo'n boek moet doen – je er intens naar laten verlangen om zelf weer zo snel mogelijk een boek van de meester op te slaan. De enige reden dat je dat niet doet is omdat De Mulisch Mythe zélf zo goed en meeslepend geschreven is, en zo helder en nuchter zoveel duidelijk maakt.

Nog een betere vraag: hoe vaak zal Bax tijdens die interviews gevraagd worden naar de Nobelprijs die Mulisch nooit kreeg? Hij schrijft met enige ironie over de manier waarop de media Harry Mulisch in beeld brachten. Hoe Sonja Barend bijvoorbeeld als ze hem interviewde in 1988 haar vraag uit 1982 herhaalde wat hij ervan vond als critici de plot van zijn boek verraadden.

dinsdag 24 februari 2015

Tegeltjeswijsheid

Mediëvist Herman Mulder (KB Brussel) heeft een vloertegel gevonden, maar wat voor een? Jeuk is erger dan pijn, maar voor iemand die zijn leven aan teksten wijdt, is het niet kunnen lezen van wat er geschreven staat een kwelling. Zie hier de tegel:



De voorstelling lijkt die van een nar met bellen en een zotskolf, en daar omheen staan letters. ‘Geschreven’ schrift kan er beroerd uitzien, maar desondanks leesbaar zijn. Geschilderde letters of letters zoals hier, die vermoedelijk met een houten ‘pen’ geschreven zijn, kunnen gekmakend onleesbaar zijn. Vandaar dit beroep op de ‘wisdom of the crowd’. Welke Neder-L lezer heeft enig idee waar wij de herkomst van deze tegel moeten zoeken en welke tegeltjeswijsheid ons hier wordt voorgehouden? En als u het zelf niet weet, zet het op Twitter of op welk ‘sociaal’ medium dan ook. En ga hiermee door totdat ik u samen met Herman Mulder dankzij uw inspanningen kan vertellen wat het geheim van deze tegel is.

Naschrift: De tegel is vorig jaar december bij een Brusselse antiquair gekocht. Die Brusselse antiquair kocht de tegel van een Parijse antiquair, die hem weer kocht van de Gentse verzamelaar Onghena.

Naschrift 2: Zie hier dezelfde tegel uit La Chapelle-Monthodon:


Naschrift 3: Op verzoek van Herman Mulder een alternatieve afbeelding van de tegel:




Verschenen: Nederlandse Letterkunde 20/1



Verschenen: Nederlandse Letterkunde 20 (2015), nr. 1 (januari). Amsterdam University Press. ISSN: 1384-5829, Online ISSN: 2352-118X.

Inhoud
Terug tot de werkelijkheid?
Lieselot De Taeye

‘Zoveel ikken!’
Gwennie Debergh

Vroege receptie van Tourniers Le Roi des Aulnes in de Nederlandse literatuurkritiek (1970-1972)
Marjolein Corjanus

Boekbesprekingen

Abstracts van de artikelen zijn beschikbaar via de website van het tijdschrift.

Verschenen: Internationale Neerlandistiek 53/1



Verschenen: Internationale Neerlandistiek 53 (2015), nr. 1 (januari). Amsterdam University Press / Internationale Vereniging voor Neerlandistiek. ISSN: 1876-9071, Online ISSN: 2214-5729.

Inhoud
Voorwoord
Marijke Meijer Drees

Postulêre werkwoorde as progressiewe merkers in Afrikaans en Nederlands
Adri Breed; Frank Brisard

Intertekstualiteit als positioneringsstrategie
Ewa Dynarowicz

Opinie
Lut Missinne

Boekbesprekingen

Het hele tijdschrift is beschikbaar in open access.

Stage over tweetaligheid bij Fries-Nederlandse kinderen



Gezocht: stagiair voor het project ‘Cognitive effects and the character of Frisian-Dutch bilingualism among Frisian children’

Fryske Akademy
Evelyn Bosma & Eric Hoekstra

Universiteit Utrecht
Marjo van Koppen & Elma Blom

Het project
Deze studie onderzoekt de relatie tussen taal en cognitieve ontwikkeling bij Fries-Nederlandse tweetalige kinderen in de provincie Fryslân. Ben jij geïnteresseerd in tweetaligheid, taalverwerving en/of de Friese taal? De Fryske Akademy en de Universiteit Utrecht zijn op zoek naar een stagiair die wil helpen met het in kaart brengen van morfologische en syntactische variatie bij Fries-Nederlandse tweetalige kinderen van vijf en zes jaar oud. Het gaat om het classificeren van nominale meervouden en voltooide deelwoorden die de kinderen produceren in de Nederlandse en Friese versie van de Taaltoets Alle Kinderen (TAK). Daarnaast is het mogelijk om te helpen met het onderzoek naar werkwoordsclusters in de narratieven van de kinderen.

De stage betreft een samenwerking tussen de Fryske Akademy en de Universiteit Utrecht. De stage zal uitgevoerd worden op de Universiteit Utrecht onder begeleiding van Marjo van Koppen en aangestuurd worden vanuit de Fryske Akademy door Evelyn Bosma.

Opvoering Herstelde Hongers-dwang – Rancuneus theater over het beleg van Haarlem



Op zaterdag 7 maart 2015 speelt Theater Kwast Herstelde Hongers-dwang Of Haarlems lange en strenge Belegering, en het overgaan der zelver Stad, door het scherpe Zwaard der ellenden, van Steven vander Lust. Een stuk uit 1660 over de beruchte maandenlange belegering van Haarlem in 1572/73, waarin de beroemde Kenau Simonsdochter Hasselaar haar toneeldebuut maakte.

Inhoud
Het is 3 december 1573. Don Frederik, de zoon van de gevreesde Hertog van Alva, strijkt met zijn troepen neer voor de muren van Haarlem met het verzoek of de bevolking zich over wil geven. De Haarlemmers weigeren. Een ontluisterende belegering van 7 maanden volgt. Aanvankelijk lukt het om de stad over het bevroren Haarlemmermeer te bevoorraden, maar als de dooi inzet wordt de situatie nijpender. De Watergeuzen proberen de stad te bevrijden, maar de Spanjaarden lijken te sterk…. 
Vander Lust schreef het stuk naar eigen zeggen, omdat hij steeds vaker om zich heen hoorde zeggen dat den Spangiaert en is oock soo quaet niet als men van hem wel seght, en dat kon natuurlijk niet.

Dikaboepotigak

Door Marc van Oostendorp

Wat je ook kunt doen: mensen opsluiten in een kale ruimte met alleen een hoofdtelefoon, en dat ze dan moeten luisteren naar een fantasietaal: Dikaboepotigak. En dat ze dan moeten ontdekken hoe ze die stroom klanken dan in gedachten in woorden opdelen.

De wetenschap kan daar een voorspelling over doen: relatief veel mensen zullen een grens leggen tussen de boe en de poo. Dat blijkt uit een artikel van Natalie Boll-Avetisyan en René Kager.

Dat komt waarschijnlijk doordat mensen onbewust weten dat boe en po zich niet prettig voelen in elkaars nabijheid. De medeklinkers b en p lijken teveel op elkaar, je maakt ze allebei door je lippen even dicht te houden, zodat de lucht zich in je mond ophoopt en uiteindelijk met een plofje vrijkomt. Het enige verschil is dat tijdens het uitspreken van de b de stembanden trillen en bij de p niet.

maandag 23 februari 2015

Het colofon



Het gebedenboek van Maria van Gelre is op 23 februari 2015 precies 600 jaar oud, maar hoe weten we dat eigenlijk? Eenvoudig omdat in het boek staat dat het voltooid is op Sint Mathiasavond van het jaar 1415, en dat is 23 februari. Het boek bevat namelijk een colofon, een korte notitie aan het einde van het boek door de kopiist, Helmich die Lewe. Het gaat, dat moge duidelijk zijn, bij deze datum niet over de voltooiing van het boek inclusief verluchting. Er moet ook na 23 februari 1415 voortgewerkt zijn aan de miniaturen in dit boek.

Het volledige colofon, dat te vinden is op folio 410v, luidt als volgt:

Dit boich hait laissen scriven Maria, hertzouginne van Gelre ind van Guylich, ind grevynne van Zutphen. Vrauwe des edelen houtzougen Reynalts. Ind wart gheeynt oevermits broider Helmich die Lewe, regulier zoe Marienborn bi Arnhem int jair ons heren dusent vierhondert ind vuofftzien op sent Mathias avont.
[Dit boek heeft laten schrijven (is geschreven in opdracht van) Maria, hertogin van Gelre en Gulik en gravin van Zutphen. Echtgenoot van de edele hertog Reinoud. En het werd voltooid door broeder Helmich die Lewe, regulier te Mariënborn (ook wel Mariëndaal) bij Arnhem in het jaar 1415 op Sint Mathiasavond (23 februari).]

Kilometers onder de grond hamelen

Wat we nog niet weten over het werkwoord (7)
Door Marc van Oostendorp

In het Nederlands zetten we vraagwoorden bij voorkeur aan het begin van de zin. In plaats van je eet wat? (met het lijdend voorwerp achteraan, waar het ook staat in je eet boterhammen), zeg je Wat eet je? Het onderwerp je verandert daar ook van plaats, maar dat laten we nu even buiten beschouwing.

Die vraagwoorden slepen soms wat woorden met zich mee naar voren: je zegt niet welke eet je boterhammen? met alleen het eigenlijke vraagwoord welke vooraan, maar welke boterhammen eet je? Zulk meeslepen heet in de Engelstalige literatuur to pied pipe, wat je het best kunt vertalen met hamelen: zoals de rattenvanger in het sprookje kinderen meelokt, zo hamelt het vraagwoord de andere woorden naar voren.

Een schoone historie van den Ridder met dat Kruyce : Hoofdstukken 34 en 35



Een schoone

Historie van den Ridder met dat Kruyce,

genaemt prins Meliadus,
den eenighgeboren zoon van den keyser Maximiliaen uyt Duytslandt.

Heel wonderlijck en vermakelijck te lesen voor de jeught.


[zoals gedrukt te Amsterdam z.j. door Michiel de Groot]






zondag 22 februari 2015

zaterdag 21 februari 2015

Verschenen: De Parelduiker 2015/1, met onder meer Hans Keilson



Op 20 februari 2015 verschijnt een nieuwe aflevering van De Parelduiker, tijdschrift over schrijvers, literatuur en hun geschiedenis. In dit nummer onder meer een artikel over psychiater en schrijver Hans Keilson en zijn publicaties voor het Amsterdamse reclamebureau Co-op 2.

Inhoud
Vrouwen, soldaten en andere christenen! Hans Keilson, Benjamin Cooper en reclamebureau Co-op 2’. Weinig bekend is dat de Duitse psychiater en schrijver Hans Keilson (1909-2011) vlak voor de oorlog onder het pseudoniem Benjamin Cooper zes boekjes publiceerde bij Nederlandse uitgeverijen. Dat deed hij samen met de eveneens naar Nederland uitgeweken Duitser Gerhard Klaass. Klaass, die voor het Amsterdamse reclamebureau Co-op 2 werkte, woonde in hetzelfde pension als Hans Keilson, Anna Vondelstraat 4. Sjoerd van Faassen onderzocht het en komt met een compleet beeld van alle uitgaven van Co-op 2 die op het conto van Keilson geschreven kunnen worden. Na de publicatie van Das Leben geht weiter bij S. Fischer Verlag in 1933 had Keilson als afgestudeerde Joodse arts geen toekomst meer in Duitsland; in 1936 emigreerde hij naar Nederland. Voordat hij in 1940 in Naarden een nieuwe bestemming vond als kinderpsychotherapeut maakte hij in opdracht van Co-op 2 lichtvoetige gelegenheidsboekjes over uiteenlopende onderwerpen als Hendrik Colijn, Erasmus (titel: Vrouwen, soldaten en andere christenen!), Comenius (de ‘groten mensenvriend, pacifist, vluchteling, emigrant en Christen’) en de vrede (met teksten van de paus, Krishnamurti, Mahatma Gandhi en Henriette Roland Holst) – geen exilliteratuur maar wel uitgaven met een voorzichtige ideologische lading, al leveren de gekozen fragmenten maar een impliciet commentaar op contemporaine fenomenen.

Crowdfunding: een Gelders meesterwerk restaureren



Te breekbaar om nog aan te raken, te mooi om onbekend te zijn. Op 23 februari is het beroemde gebedenboek van hertogin Maria van Gelre exact zeshonderd jaar oud. Het is de grootste kunstschat uit middeleeuws Gelderland, maar het boek kan niet onderzocht worden omdat het dringend gerestaureerd moet worden. Mediëvist Johan Oosterman van de Radboud Universiteit wil dat met behulp van crowdfunding realiseren.

Hertogin Maria van Gelre zelf gaf opdracht tot het maken van dit meest ambitieuze en bijzondere gebedenboek uit die jaren. Het is een meesterwerk dat haar vroomheid en klasse weerspiegelde: met de hand geschreven in – en dat is opvallend – de volkstaal. Ingericht naar haar persoonlijke wensen met meer dan duizend pagina’s vol heiligen, prachtige illustraties en gemaakt in Gelderland. 

Gekheid, vrekheid en lekheid

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (8)

Het eerste Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?


Door Marc van Oostendorp


Woorden zijn samengebalde brokjes denken. Er is een verschil tussen, laten we zeggen, duisternis en de plaats waar het duister is, en dat verschil is méér dan dat het laatste nu eenmaal meer lettergrepen heeft. Want als het om betekenis gaat, is het eerder omgekeerd: het ene woord betekent meer, doordat het allerlei associaties bij zich draagt, van wolken die voor de maan komen en flakkerende straatlantaarns. Terwijl bovendien duister dubbelzinnig is (zonder licht of onduidelijk), gaat duisternis alleen over de eerste betekenis; je kunt niet spreken over 'de duisternis van dit boek'.

Een gevolg van die samenballing is dat taal met teveel van dat soort samengebalde woorden een tekst moeilijk leesbaar maken. Een tekst met veel van dit soort afgeleide woorden is als een taart met veel ei: het ziet er klein uit, maar je zit snel vol. Dirk Volkertsz Coornhert (1522-1590) hield er bijvoorbeeld van om veel informatie in één woord te stoppen. Zoals in het volgende gedicht:

vrijdag 20 februari 2015

Drommels! Bommen op Boxtel aan de Dommel


Een 75 jaar oud verhaal ontrafeld dankzij www.delpher.nl


Door Bart FM Droog


Donderdag 23 mei 1940, tegen half één ‘s nachts. Bij het station van Boxtel hoorde men vliegtuiggeronk. Mensen die nog aan het werk zijn tuurden naar boven. Ze zagen een vliegtuig, met navigatielichten aan, snel naderen.  Met aandacht keek men naar het toestel, dat boven het stationsgebied begon te cirkelen.  Toen zette het een duik in, scheerde over het station, en liet, nadat een lichtkogel was afgeschoten, bommen vallen. Vier stuks, brisantbommen van 50 kg. Eentje raakte het spoor, drie sloegen in op de Parallelweg. 
 
Van die drie was er één een blindganger, die na een maand alsnog ontplofte (hier een foto van kort nadien). Eén sloeg in bij een aantal vaten benzine. De vaten explodeerden, waardoor een grote brand ontstond, waarbij meerdere hotels en café’s vernield of beschadigd werden. Op wonderbaarlijke wijze vielen geen Nederlandse slachtoffers – wel Duitse. Twaalf of dertien Duitsers (militairen en spoorwegpersoneel) kwamen om het leven.
 
Van dit voorval werd destijds uitgebreid verslag gedaan, in woord en beeld (klik hier voor foto's). De grote vraag die toen gesteld werd was: “Het is ons onbegrijpelijk hoe de Engelschen tot dergelijke roekelooze actie kunnen overgaan, wat meenen zij daarmee nu te kunnen bereiken?”

In memoriam

En dan 100.000 jaar collationeren.’
Piet Verkruijsse
(27 jan. 1943 - 20 febr. 2012)

Was Lodewijk Stegman dronken?

Door Marc van Oostendorp


Toen Willem Frederik Hermans in 1952 zijn rechtszaak won, verloor de literatuur. Dat heeft de Amsterdamse hoogleraar Thomas Vaessens de laatste jaren een aantal keer beweerd. Hermans stond voor de rechter omdat de hoofdpersoon in Ik heb altijd gelijk allerlei onaardige dingen zei over katholieken – dat ze zich maar bleven voortplanten en zo, het soort dingen dat tegenwoordig de paus zegt. Hermans zou hebben gewonnen omdat de uitspraken van een romanpersonage niet op het conto van een auteur konden worden geschreven; maar daarmee zette de rechter volgens Vaessens de literatuur voortaan buiten spel.

Naarmate de literatuur autonomer werd, boette ze in aan autoriteit in maatschappelijke discussies. In een boek kun je alles wel beweren, het maakt niets uit.

Het proefschrift van Laurens Ham Door Prometheus geboeid is deels een weerlegging van de bewering van Vaessens' stelling en deels een aanvulling erop.

donderdag 19 februari 2015

GLIMS workshop over ditransitieve constructies, Gent, 24 februari



Op dinsdagmiddag 24 februari 2015 organiseert de onderzoeksgroep GLIMS van de Universiteit Gent een informele workshop over variatie en verandering in datieve en ditransitieve constructies. Op het programma staan zes lezingen waarin sprekers van binnen en buiten de UGent hun work-in-progress presenteren op het gebied van taalvariatie en verandering in de ditransitieve en/of prepositioneel-datieve constructies van verscheidene Germaanse talen, waaronder het Nederlands. Tussen de verschillende lezingen is er ruime gelegenheid tot discussie.

Het evenement vindt plaats in het hoofdgebouw van de faculteit Letteren & Wijsbegeerte, Blandijnberg 2, in de Grote Vergaderzaal (derde verdieping, lokaal 130.007). Alle belangstellenden zijn van harte welkom: deelname aan het evenement is gratis, maar met het oog op een vlotte organisatie vragen we om vooraf in te schrijven via e-mail (timothy.colleman@UGent.be), liefst voor vrijdag 20 februari.

Addenda EWN: jouwen


Door Michiel de Vaan

jouwen ww. ‘beschimpen’

Vroegnieuwnederlands jouwen ‘beschimpen’ (1609, Willem Jansz. Buys en Jacob Lenaertsz, Sommighe leerachtighe geestelijcke liedekens), bejouwen (1615), en uytjouwen (1647). De beginklank verschijnt als di- bij de Antwerpenaren Willem Ogier (bediouwen 1639, uytgediout 1680) en Peeter Vloers (bediouwen 1659), vergelijk daarvoor het ontstaan van tja uit ja.

Het ww. is afgeleid van de uitroep van vreugde, verwondering of spot iow! (1569), jouw! (1573), jou! (1585), die ook als mannelijk zn. gebruikt kan worden (eenen iouw geven). Voor Amersfoort is in de jaren 1650 de variant sjouw overgeleverd (bron: Willems 1936). Interessant is ook den jouschoot ‘het winnende schot’ (1592, Handvesten der Stad Leyden). Daar jouschoot al in de 16e eeuw in Leiden voorkomt, en de varianten sj- en di- al in de 17e eeuw en in het noordelijk Nederlands, is de veronderstelling van Blancquaert en Tavernier-Vereecken uit 1949, nl. dat de Zuidnederlandse uitroep jou, sjouw, zjouw ‘raak!’ uit Noordfrans jo ontleend zou zijn, van de hand te wijzen.

De nieuwe universiteit

En alweer een nieuwe aflevering in ons managersvervolgverhaal De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp


De boomlange in een manager veranderde promovenda Sophie en de in een manager veranderde postdoc Femke pikten het niet meer! Ze zaten bij elkaar en lazen het universiteitskrantje aan elkaar voor, zoals ze dat iedere donderdagochtend deden: een kop groene thee erbij, even alle formulieren die ze voor hun collega's aan het maken waren aan de kant en zich heerlijk ergeren aan de populistische toon van dat blaadje.

De column De verleden tijd van lijken van Joop vonden ze vaak het vermakelijkst: zoals die de managerscultuur te grazen kon nemen! Zijn heerlijke totaal verstarde verzet tegen een volkomen redelijke en moderne organisatiestructuur! Ha! Alsof de wereld zou kunnen draaien als we allemaal maar een beetje onze intellectuele hobby's gingen uitoefenen in plaats van plannen van aanpak te schrijven en stukken van evaluatiecommissies te lezen!

Maar deze keer lazen ze iets wat hen totaal schokte: de catering van de universiteit ging worden overgenomen door een ander bedrijf!

woensdag 18 februari 2015

Promotie: Couperus bij de buren

Op 20 februari hoopt Ruud Veen, de kleinzoon van Couperus’ uitgever L.J. Veen, te promoveren op zijn proefschrift Couperus bij de buren. Een onderzoek naar de uitgaven van het werk van Louis Couperus bij Duitse uitgevers tussen 1892 en 1973.

Veen onderzocht niet voor niets Couperus’ uitgeefgeschiedenis in Duitsland. Daar zijn namelijk de meeste vertalingen van zijn werk verschenen. Van de 47 zelfstandige werken zijn in de onderzochte periode maar liefst 23 vertalingen uitgebracht. Couperus was hiermee de meest vertaalde Noord-Nederlandse auteur van rond de eeuwwisseling in Duitsland. Else Otten nam er 18 voor haar rekening, en is daardoor van doorslaggevende betekenis geweest voor het succes van de auteur bij onze oosterburen.

De kern van het onderzoek is de autopsie van de boeken zelf. Veen ontdekte dat het uitbrengen van verschillende bindvarianten van één druk van één titel niet een typisch Nederlands fenomeen was. Eén Duitse uitgever spande de kroon door standaard van de gebonden editie vijf varianten gelijktijdig aan te bieden. Al die verschillende bindvarianten werden niet door de uitgever gedocumenteerd. Veen voorziet in deze lacune en geeft een overzicht van de aangetroffen edities en varianten. Ook de betrokken partijen, vertalers, uitgevers in Nederland en Duitsland, en de omgevingsfactoren die bij de exploitatie van invloed waren komen in de dissertatie aan bod.

De handelseditie van het proefschrift is voor 49,50 euro te bestellen via veen@couperus-collectie.nl. Meer informatie over de promotie en een uitgebreide samenvatting van Veens onderzoek op uva.nl.

20 februari: Avond van het Essay

Waar: Perdu, Amsterdam
Wanneer: 20 februari
Aanvang: 20.00, zaal open 19.30
Reserveren via Perdu.nl

Auteurs Christophe van Gerrewey, Thijs Lijster, Nina Polak en Daniël Rovers vertellen op deze avond over hun favoriete essay. Waarom is het gekozen werk een voortreffelijk voorbeeld van het genre? Welk invloed heeft het essay op hun eigen werk gehad? En wat zijn nu juist die specifiek essayistische kenmerken die het werk zo goed maken? Vijf totaal verschillende maar gelauwerde auteurs en werken komen aan bod: ‘Het essay als vorm’ van Theodor W. Adorno in combinatie met Walter Benjamins ‘Over enkele motieven in Baudelaire’, Roland Barthes over Proust, ‘On Self-Respect’ van Joan Didion en Willem Jan Ottens ‘De zoon als vader van de vader.’

Vervolgens gaan de sprekers met elkaar in discussie over de relevantie en impact van deze vorm nu. Waar kan een schrijver nog echt lange beschouwende stukken publiceren? Hoe verhoudt het essay zich tot de longread? Wat is het belang van dit genre voor het publieke debat?

Welkom bij de club

Een nieuwe aflevering in ons gruwelverhaal De verleden tijd van lijken.

Door Marc van Oostendorp

"Joop!" riep de wat saaie vakdidacticus Gerard uitgelaten terwijl hij de kamer van de specialist in de middelnederlandse voegwoorden in stormde. "Ik heb goed nieuws! Houd je vast!"

Joop keek verwonderd op. "Hé, Gerard!" zei hij.

"Ik weet wel dat jij een hekel hebt aan dat managersgedoe," zei Gerard. "Ik moet altijd zo lachen om jouw kostelijke stukjes in het faculteitsblaadje. Ik vind het zelf ook niet leuk, al dat gedoe, maar het moet nu eenmaal gebeuren."

Hij keek een beetje angstig naar zijn collega, maar deze knikte alleen maar. 

"Je weet misschien nog wel dat je vorig jaar een BKO hebt gekregen!" zei Gerard.

dinsdag 17 februari 2015

Tijdschriften: Satire van onder het stof

Wie nu aan satire doet, speelt met gevaar. Spot, kritiek of verontwaardiging over misstanden, het mag, maar wie verstandig is, blijve binnen zekere grenzen. Dat was in het verleden niet anders, al werd er niet zo snel en doelgericht geschoten. De reactie was eerder verbaal, zoals blijkt uit Rietje van Vliets artikel over een Leidse literaire vendetta uit de tachtiger jaren van de 17e eeuw, dat opgenomen is in het speciale winternummer van de Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman, dat geheel gewijd is aan Satirische Tijdschriften.  Veertien artikelen en een kleine tweehonderd pagina’s over kritische, humoristische en vooral scherp geschreven bladen uit de periode 1710 tot 1811.

Zoals Peter Altena in zijn heldere introductie van deze thema-aflevering schrijft, verdwijnt de satire na de eerste voorstelling van het toneel.

Attenoje: Jiddisch ondergronds

Door Marc van Oostendorp

Het Nederlandse Jiddisch, de taal van de Asjkenazische joden in Nederland, is volgens de meeste geleerden al aan het begin van de twintigste eeuw uitgestorven. Het assimilatiebeleid dat de Nederlandse regering in de negentiende eeuw had ingezet – Joden moesten ook op school en in de sjoel zoveel mogelijk Nederlands spreken, de Tenach moest in die taal worden vertaald, enzovoort – had succes gehad.

De Joden spraken geen Jiddisch meer. Pas in de jaren dertig kwam er een nieuw golfje, van mensen die uit Oost-Europa gevlucht waren en dus een heel ander dialect spraken dan de mensen uit de negentiende eeuw. Ook de enkeling die in Amsterdam of Amstelveen nu nog Jiddisch spreekt – dat zijn dan bijvoorbeeld vrome Amerikanen of Israëli's –, gebruikt een oostelijk dialect.

Maar dat wil niet zeggen dat het Jiddisch uit ons land verdwenen is. Het is ondergronds gegaan in de Nederlandse dialecten. Dat is algemeen bekend voor het Amsterdams, maar het geldt op een wat minder duidelijke manier voor allerlei andere (stads-)dialecten.

Neem het woord attenoje (dat zoiets als 'mijn hemel!' betekent, en afkomstig is van het Hebreeuwse woord adonai 'Heer'). Amsterdammers zijn er trots op dat dit een woord is in 'hun dialect':