Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 16 december 2015

Taal is taal (3)



Deze serie gaat over een verzameling uitdrukkingen als: Op is op. Het is zo omdat het zo is. Wat geweest is, is geweest. Deze zijn te herleiden tot de formule X = X. Schijnbaar nietszeggend, maar toch wordt er iets gecommuniceerd. In de vorige afleveringen is een categorisering voorgesteld, en zijn suggesties gegeven voor mede-verzamelaars.

Nu verder over de vraag naar de betekenis en functie van dit soort uitdrukkingen. We beginnen met de naamgeving. Natuurlijk is ‘een naam maar een naam’ (ook zo’n uitdrukking), maar een discussie hierover kan wel licht werpen op waar het nu precies om gaat.

In de literatuur wordt vaak gesproken over een ‘tautologie’, en ook over ‘diepe’ of ‘nominale’ of ‘identieke’ tautologie. Maar de term tautologie is al gereserveerd voor een heel ander verschijnsel. Een tautologie is een stijlfiguur waarin de betekenis van een woord wordt herhaald in een synoniem: altijd en eeuwig, haat en nijd. Door de verdubbeling versterkt een tautologie de betekenis; bij een onbedoelde verdubbeling gaat de zeggingskracht verloren.  Maar hier lijkt echter iets anders aan de hand. In uitdrukkingen als Wat geweest is, is geweest lijkt de herhaling een bijkomend verschijnsel; het gaat hier om een is-gelijk-stelling. En bovendien gaat het niet om synoniemen maar om dezelfde woorden of deelzinnen. De toevoegingen ‘diepe’ of ‘nominale’ of ‘identieke’ proberen dit karakter wel weer te geven, maar die blijven strijdig met de ingeburgerde betekenis van tautologie. In feite is de ook voorgestelde aanduiding ‘schijnbare tautologie’ beter. Maar als iets ‘schijnbaar Q’ is, dan blijft het een uitdaging om te achterhalen wat Q nu eigenlijk is.

Laten we eens kijken naar de uiting Op is op. Net als bij elke andere uiting verricht de spreker hiermee ook een taalhandeling, bijvoorbeeld uiting geven aan een verzuchting of de luisteraar aansporen. Zie dit videocollege. Het gaat om iets dat kan worden aangeduid als communicatieve functie of pragmatische betekenis. Hier enkele voorbeelden van zo’n functie of betekenis, aangeduid in een vervolgzin die de spreker had kunnen toevoegen.

Op is op  - Sorry, ik had je best wat willen geven.                                                      (excuseren)
Op is op  - Ik weet dat je het vervelend vindt, maar het is niet anders.     (acceptatie bewerken)
Op is op  - Je denkt misschien dat er nog iets is. Echt niet!                                        (overtuigen)
Op is op  - Kom snel naar een van onze vestigingen!                                       (aansporen)
Op is op  - Wacht niet te lang. Je kunt te laat zijn!                                                (waarschuwen)
Op is op  - Helaas, er is niets aan te doen.                                                    (uiten van berusting)
Op is op  - Zeur toch niet zo! Je ziet het toch zelf!                                         (uiten van irritatie)
Op is op  - Goed zo, je bordje helemaal leeg. Opperdepop!                            (complimenteren)
Op is op  - Nee, we drukken geen boeken meer bij.                                  (een besluit meedelen)

De vragen liggen hier voor de hand. Zijn er nog meer contexten met andere taalhandelingen te verzinnen? Welke taalhandelingen gelden ook voor andere constructies? Is er een betere indeling mogelijk in deze opsomming?  In de literatuur worden als ‘extra betekenis’ gegeven: uiting geven aan nuchterheid, tolerantie oproepen of wijzen op verplichting. En ook op het uitsluiten van alternatieven. Zie verder het al eerder aangehaalde artikel van Temmerman (2012).

Wetenschap zou geen wetenschap zijn wanneer er geen poging wordt ondernomen om deze verschillende communicatieve functies te herleiden tot één onderliggende basisfunctie. Die basisfunctie ga ik nu voorstellen. En dat doe ik in de wetenschap dat er juist discussie mogelijk is over de vraag of je wel kunt spreken van een basisbetekenis. Naar mijn mening is zo’n poging nodig om meer zicht te krijgen op de essentie van de functie en/of betekenis van dit type formulering.

In mijn zoektocht werd ik geïnspireerd door conversatie-analytisch onderzoek naar het woordje OK aan het einde van een telefoongesprek. Bij de afsluiting hoor je vaak een opeenvolging van OK’s, van beide bellers één. Zo’n OK-paar dient ervoor om over en weer zekerheid te verkrijgen of het gesprek ook werkelijk afgesloten kan worden. Het heeft de functie van een gespreksafsluiter. Mijn speculatie is nu dat die ogenschijnlijke tautologie ook zo’n functie heeft, namelijk iets afsluiten of een denkbeeldig vervolg blokkeren. Kijk maar naar de taalhandelingen bij Op is op. De meeste ervan hebben als onderliggende functie het gesprek te beëindigen: laten we het er niet meer over hebben, excuus, hou toch op, naar de winkel, einde van de maaltijd, enz. Als dit waar is, zou de ‘ogenschijnlijke tautologie’ beter kunnen worden aangeduid als … ja als wat? Bij gebrek aan beter noem ik het de ‘basta-betekenis’. Het is in elk geval geen tautologie. Immers een tautologie is twee keer hetzelfde zeggen met andere woorden. Maar hier gaat het om ‘iets anders zeggen’ met twee keer hetzelfde woord.

Na deze speculatie is nu de lezer aan zet. Het gaat niet alleen om de vraag naar een betere naam dan ‘basta-betekenis’. Veel belangrijker is de vraag naar een mening over deze speculatie. De speculatie dat alle mogelijke pragmatische betekenissen herleidbaar zijn tot één gespreksfunctie of interactieve functie in een tekst, namelijk: een einde maken aan de communicatie over het desbetreffende onderwerp.

Laat ik alvast één tegenwerping geven. Neem de derde categorie in mijn verzameling ‘X, X + voorwaarde’. Heel vaak gaat het hier om een aansporing of waarschuwing:

- Als hij eet dan eet hij. Doe dus maar extra boodschappen.
- Als ze ervoor gaat, gaat ze ervoor. Dan zul je wat zien!
- Als hij (eenmaal) kwaad wordt, wordt hij (ook) echt kwaad. Berg je dan maar!

Hoe vallen ‘aansporing’ of ‘waarschuwing’ en misschien nog andere taalhandelingen te rijmen met de basisfunctie van ‘onderwerpafsluiter’? Dat kan alleen maar wanneer de aansporing of waarschuwing impliceert: we praten er niet meer over. Een andere mogelijkheid is dat een specifieke taalhandeling zoals een aansporing eerder wordt opgeroepen door extra toevoegingen, zoals eenmaal en ook echt in het derde voorbeeld. Zo ook is nou mogelijk in het eerste voorbeeld, en ook echt in het tweede. Een goede manier om meer zicht te krijgen op het verschijnsel is meer voorbeelden te verzamelen met informatie over de context. Hierover verder in aflevering 4.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.