Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zaterdag 19 december 2015

Dit goede dal



door Gert de Jager

Vandaag dit gedicht op de kalender van Van Oorschot:

Madurodam

Nu ben ik groot genoeg,
de straat ligt aan mijn voet.

Beloop hier de essentie van het land:
een gracht met pand,
een koe met waterkant.

Alles houdt zijn maat:
het regiment, de dirigent,
de torenklok die steeds maar slaat.

De optocht maakt een zacht kabaal,
men fluistert Nederlandse taal,
ook Surinamers zijn op schaal.

Wij reuzen doen geen kwaad,
omhelzen kerken,
doven nog een waakvlambrand
en nemen afscheid van dit goede dal.

Het leven is er niet te groot,
de mensen gaan er heel klein dood.


Het komt uit Viewmaster, de debuutbundel uit 1997 van Co Woudsma. Misschien ligt het aan mij, maar het doet mij heel sterk denken aan dit beroemde bloemlezingengedicht:

Reisbrief

waarde vriend het is hier prachtig
de koeien zijn ontroerend drachtig

de spoorlijn loopt dwars door het dal
een vrouw beheert de waterval

elk huis of hok met beemd en gaard
verkoopt men op een ansichtkaart

de mensen lopen traag en stug
en komen op geen stap terug

men zegt god heeft ons klein gebouwd
maar sneed ons uit behoorlijk hout

dit alles sta ik aan te zien
zo is het paradijs misschien

en verder is hier alles prachtig
het wordt me soms wel eens te machtig

Dit gedicht uit 1960 uit een door hemzelf bekostigde bundel van een auteur die Aart Kok heette en zich Bergman noemde, was de grote verrassing in het boekenweekgeschenk van 1975. Bericht aan de reizigers was een bloemlezing met verhalen en gedichten over het mooie van reizen die was samengesteld door C. Buddingh'. Honderdduizenden lezers zagen Bergman opeens in het gezelschap van Couperus, Van Ostaijen, Reve, Vasalis. Het leidde tot de publicatie van echte bundels bij Querido en een bescheiden literaire reputatie. Het hoogtepunt was meteen het eindpunt: een Privé-domeindeeltje met dagboekachtige notities. Aforismen als 'Ik ben een gediplomeerd ademhaler met een geldig startbewijs' en 'De mens, het enige dier dat zijn kont afveegt' konden weinig genade vinden in de kritiek.

Het is raar: ik vind Reisbrief een formidabel gedicht, zag andere gedichten van Bergman in bloemlezingen en heb nooit de behoefte gevoeld verder ook maar iets van hem te lezen. Een onehitwonder. Dat de literair geïnteresseerde Woudsma het boekenweekgeschenk onder ogen heeft gehad, lijkt me zeer waarschijnlijk. Dat er tussen Madurodam en Reisbrief een zekere verhouding bestaat, lijkt me ook zeer waarschijnlijk.

Formeel lijkt het alsof voor Madurodam de ijzeren regelmaat van Reisbrief een stiekeme norm is: korte strofes, maar niet consequent van twee regels; gepaard rijm, maar net niet overal; een cadans van vier jamben, maar dan eigenlijk pas vanaf 'de torenklok die steeds maar slaat' - op de helft dus van het gedicht. De enige uitzondering is vanaf dat moment 'omhelzen kerken' - iets wat je kunt doen in Madurodam, maar wat hier wel een heel sterk accent krijgt. In een wereld waar 'alles' zijn maat houdt en op schaal is, bestaat er blijkbaar ook iets waarvan de disproportionaliteit in het oog springt. 

Daarbij vergeleken schetst Reisbrief een echt paradijs. Ik heb me altijd een panoramisch tafereel voorgesteld vanaf een heuvel. Dat is misschien niet noodzakelijk, maar ook zonder vogelperspectief zijn er de nodige overeenkomsten. In beide gedichten is de mens klein, wordt een wereld geschetst vol regelmaat, zijn er koeien, is er - op dezelfde plek in het gedicht - een waterkant en een waterval, gaat het over 'alles' en 'dit alles'. Het meest opvallend vind ik de karakterisering van Madurodam als 'dit goede dal'. Het is een paar jaar geleden dat ik in Madurodam geweest ben, maar ik herinner me toch vooral een horizontale uitgestrektheid. Wanneer de beleving die net achter de rug is, wordt samengevat, moeten we blijkbaar het realistisch kader verlaten.

Dat ligt heel anders in Reisbrief. Vanaf het begin zijn we in een realistisch dal en dat blijven we. Het is de aanblik daarvan die het lyrisch subject de nodige gemoedsbewegingen bezorgt. Gemoedsbewegingen worden in Madurodam nauwelijks benoemd: de waargenomen miniatuurwereld is een 'goede' en 'niet te groot'; dat de wereld die daartegenover staat, de echte wereld, slecht zal zijn en wel te groot, ligt voor de hand. Als Reisbrief inderdaad als een aannemelijke intertekst kan worden gezien voor Madurodam, kan het gedicht dan ook als een interpretant dienen? Geeft Reisbrief aan Madurodam méér betekenis, of een andere betekenis?

De samenhang tussen de formele en inhoudelijke kenmerken suggereert wel zoiets. In Reisbrief is formele regelmaat een norm die in het gedicht wordt verwerkelijkt; het paradijs wordt weliswaar van een afstand, maar als een geheel waargenomen. In Madurodam lijkt dezelfde formele regelmaat de norm, maar wordt ze slechts af en toe verwerkelijkt. Ook inhoudelijk zijn er doorbrekingen van het paradijselijke kader: buiten de realistische schaal van Madurodam en zijn bewoners om wordt er een kerktoren omhelsd en afscheid genomen van iets als een dal. Iemand die zichzelf als een goedige reus karakteriseert, ziet een wereld waarin het leven tegenovergesteld is aan het zijne en dat is een wereld waarin het leven niet te groot is. Zo'n lyrisch subject lijdt aan zichzelf en zijn existentie. Terwijl in het gedicht uit 1960 het paradijs een fraai uitzicht is, lijden in het gedicht uit 1997 postmoderne reuzen aan hun postmoderne gebrokenheid en die gebrokenheid ervaren ze lijfelijk. 

En zo klopt alles precies. Bewust, halfbewust of onbewust verwerkte Woudsma het gedicht van Bergman in zijn eigen gedicht en dat leidt ertoe dat een gedicht uit 1997 eigentijdser is dan een gedicht uit 1960. Toch blijf ik Reisbrief nog steeds briljant vinden en Madurodam wat minder. Het komt door rijmen, regels, een cadans. Gelukkig maar dat literatuurgeschiedenis uiteindelijk een fictieve constructie is en dat wie leest op het moment dat hij leest, leeft in de illusie van de gelijktijdigheid.


3 opmerkingen:

  1. Beste Gert de Jager,

    Een oud-cursiste van me wees me op dit artikel.

    Ik ken het gedicht van Bergman goed, en ik kende het ook al goed toen ik in de jaren '90 'Madurodam' schreef. Maar áls er van beïnvloeding sprake is, moet dat compleet onbewuste beïnvloeding zijn! Noch tijdens het schrijven, noch daarna heb ik (tot vandaag!) aan (een verband met) 'Reisbrief' gedacht.

    Mijn gedicht is eenvoudigweg geïnspireerd op een bezoek dat ik ooit aan Madurodam bracht.

    Overigens ligt het echte Madurodam wel degelijk in een soort 'dal', het ligt in elk geval iets lager dan de omgeving. Natuurlijk is in mijn gedicht ook om meer geestelijke redenen voor de formulering 'dit goede dal' gekozen.

    Voor mij gaat 'Madurodam' deels over het prettige van een kleine, op het eerste gezicht makkelijk beheersbare wereld en deels over de tegelijkertijd irritante én schattige klein(burgerlijk)heid van het échte Nederland. Maar anders interpreteren kan natuurlijk altijd.

    Met vriendelijke groet,

    Co Woudsma

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Beste Co Woudsma,

    Leuk dat u terugschrijft. Dat de verwerking van zo'n beroemd gedicht als dat van Bergman onbewust geschiedt, is iets waarmee ik van meet af aan rekening heb gehouden. De theoretici van de intertekstualiteit gaan ervan uit dat we van met een cultureel bepaald repertoire aan associaties en tegenstellingen rondlopen en dat een goed nieuw gedicht in het licht daarvan beschreven en geanalyseerd kan worden. Het goede en nieuwe wordt zichtbaar in het licht van het voorafgaande. Wat dat betreft is het voor mij erg prettig te vernemen dat u Reisbrief inderdaad goed kent.

    Overigens geloof ik dat onze interpretaties elkaar bepaald niet uitsluiten.

    Hartelijke groet,

    Gert de Jager

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Beste Gert,

      Ik sluit onbewuste beïnvloeding zeker niet uit. Ik heb wel eens een prachtige liedmelodie bedacht, een tijdje later vond ik dezelfde melodie terug bij de Beatles... Dat is natuurlijk een afdoende bewijs van onbewuste beïnvloeding.

      En nee, onze interpretaties sluiten elkaar niet uit.

      Ik las net (nog vluchtig)in uw VSB-bespiegelingen. Misschien heeft u Het Parool van afgelopen donderdag gezien, een krant vol eindejaarlijstjes. De poëzierecensente van voornoemde krant, Dieuwertje Mertens, vond mijn bundel 'Hoogste zomer' de beste van het jaar. Goed, natuurlijk maar de mening van één deskundige, maar leuk om te lezen als je zelf de auteur bent...

      Groeten uit het pittoreske Vechtstadje Weesp,

      Co Woudsma

      Verwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.