Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zondag 29 november 2015

Tiecelijn 28. Jaarboek 8 van het Reynaertgenootschap

De boekenbeurs is voorbij. Tijd voor verdieping en niche. ‘We did it again.’ De nieuwe Tiecelijn is gearriveerd. Vandaag werd in Sint-Niklaas het achtste jaarboek van het Reynaertgenootschap voorgesteld. Met een jaarboek dat precies 333 pagina’s telt, komt het totale aantal Tiecelijnpagina’s sinds 1988 op 7427. 

1988. Laten we even terugkeren:  op 17 november 1988 lezen we: ‘Vanaf half drie 's middags is Nederland verbonden met Internet, als tweede land ter wereld’. De wereld is veranderd. En Tiecelijn ook. Goed nieuws is dat het Reynaertgenootschap onlangs besliste in elk geval tot jaargang 33 Tiecelijn op papier te blijven publiceren.   

Tiecelijn 28 opent met een bijdrage van Joep Leerssen, hoogleraar Moderne Europese Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, over de Reynaert in de eeuw van het nationalisme. Jan de Putter gaat in op de geschiedenis van het Reynaertonderzoek met als focus Arnout, de auteur die naast Willem in de proloog van Van den vos Reynaerde wordt genoemd. Walter Verniers en frater Robin Moens (1992) – de jongste auteur – richten de aandacht op Tibeert. Verniers focust in een tweede bijdrage op Pancer en Grimbeert. Hans Rijns kijkt hoe een middeleeuwse tekst in latere tijden sterk gecensureerd werd.


Zoals steeds zet Tiecelijn sterk in op de Reynaerticonografie en is het jaarboek fraai geïllustreerd. Rik van Daele brengt verslag uit van twee iconografische zoektochten. In minstens één geval levert dit een verrassend resultaat op. Een van Vlaanderens grootste beeldende kunstenaars, Luc Tuymans, gebruikte voor een van zijn schilderijen een Reynaertbeeld van de Sit-Niklase beeldhouwer Albert de Smedt: ‘A Belgian Fox story’. Even merkwaardig is de bijdrage over de zoektocht naar de bronnen van de fabels in de La Fontaine Room van het stoomschip (s.s.) Rotterdam, een luxe cruiseschip dat momenteel dienst doet als hotel. 

Dit nummer is een reis. Met Hans Rijns trekken we naar het colloquium van de International Reynaerd Society in Zürich in juli 2015. Met Trude Gielen reizen we door de tijd dankzij een schilderij van Jacob Jordaens in het gemeentehuis van Hulst. En verder bezoeken we via recensies de elfde eeuw, de eeuw van Egbert van Luik en later de Ysengrimus (Paul Wackers), de veertiende eeuw met de Renart le Contrefait (Paul Verhuyck) en de zestiende eeuw met een groet aan Christoffel Plantijn (Hans Rijns). Paul Wackers leidt een dertiende-eeuwse vossentekst in van Philippe de Novare, een tijdgenoot van de Reynaertauteur, die voor het eerst in het Nederlands wordt vertaald. Mark Nieuwenhuis vertaalde ‘De Vossenstrijd’ van Sebastian Brant uit 1497.

Tiecelijn besteedt steeds veel aandacht aan poëzie. Yvan de Maesschalck laat de lezer kennismaken met werk van H.C. ten Berge en met nieuwe bundels van drie vrouwelijke dichters: Emma Crebolder, Lies van Gasse en Sebastiene Postma. 

Het bibliografische aspect van de Reynaertstudie komt aan bod in de bijdrage over de collectie van Maurits de Jonghe (1924-2011), die recent werd verworven door de Bibliotheca Wasiana. 

Tiecelijn is digitaal te bekijken op de DBNL (t.e.m. jg 24) en op www.reynaertgenootschap.be. De spiksplinternieuwe Tiecelijn 28 staat nu al integraal op het internet. Wie Tiecelijn wil volgen kan dit ook via Facebook.

Tiecelijn 28 kost 20 EUR, een steunabonnement minstens 25 EUR.
Bestellen via: info@reynaertgenootschap.be