Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 13 november 2015

Stageplaats: dialectgebruik op peuterspeelzalen en kinderdagverblijven

Onderzoeksopdracht Gemeente Eijsden-Margraten:
Dialectgebruik op peuterspeelzalen en kinderdagverblijven

Achtergrond

Sinds 1997 is het Limburgs door de regering officieel erkend als streektaal. In artikel 2.12 van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen staat het volgende:
1. In een peuterspeelzaal wordt de Nederlandse taal als voertaal gebruikt. Daar waar naast de Nederlandse taal, de Friese taal of een streektaal in levend gebruik is, kan de Friese taal of de streektaal mede als voertaal worden gebruikt.
2. In afwijking van het eerste lid kan mede een andere taal als voertaal worden gebezigd, indien de herkomst van de kinderen in specifieke omstandigheden daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode.
(Bron )


Het is wettelijk vastgelegd dat het toegestaan is om een levend dialect te gebruiken op peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Het Limburgs en de dialectvarianten van het Limburgs mogen gebruikt worden in de communicatie tussen begeleiders en kinderen. Toch blijkt uit de praktijk dat er niet veel dialect wordt gesproken op de verschillende opvangmogelijkheden. Dat lijkt te worden veroorzaakt door de opvatting dat het spreken van dialect met jonge kinderen leidt tot een taalachterstand in het Nederlands.

Professor Leonie Cornips, verbonden aan het Meertens Instituut en bijzonder hoogleraar taalcultuur bij de Universiteit Maastricht, heeft recent onderzoek gepresenteerd over tweetaligheid, specifiek het spreken van dialect als tweede taal. Kort samengevat bewijst het onderzoek dat het spreken van dialect niet leidt tot een achterstand in de woordenschatkennis van het Nederlands. Uit internationaal verwervingsonderzoek lijkt het verwerven van twee talen cognitief voordelig te zijn.

Wanneer kinderen op jonge leeftijd ontmoedigd worden in het gebruik van het dialect, dan zullen zij het dialect steeds minder gaan spreken. Als een kind op de opvang alleen Nederlands spreekt, zal dat kind thuis ook minder het dialect gaan gebruiken. Ook wanneer er in de gezinssituatie dialect wordt gesproken met een kind, neemt het gebruik van dialect door het kind af.

De dialecten staan onder druk. Gemeente Eijsden-Margraten is van mening dat dialect hoort tot het immateriële erfgoed van een gemeenschap. Dialect vormt een deel van de identiteit van een regio. De gemeente heeft zich dan ook tot doel gesteld om de verschillende dialecten die in de gemeente gesproken worden, in stand te houden en waar mogelijk het gebruik te bevorderen. Omdat al heel jong de basis wordt gelegd voor het gebruik van dialect, wil de gemeente de taalkeuze en het taalgebruik op de kinderdagverblijven en peuterspeelzalen in de gemeente onderzoeken.

Gemeente Eijsden-Margraten wil meer bewustwording creëren dat het spreken van dialect niet leidt tot een taalachterstand. De gemeente hoopt zo het gebruik van dialect te stimuleren en het imago van dialect spreken positief te beïnvloeden.

Beschrijving van de opdracht

Er wordt onderzoek verricht op verschillende peuterspeelzalen en kinderdagverblijven in de gemeente Eijsden-Margraten. Daarbij worden zowel de begeleiders als de kinderen geobserveerd. Eventueel worden enkele kinderen (met toestemming van de ouders) thuis geobserveerd, om zo te onderzoeken hoe ver het effect van het taalgebruik op de dagverblijven reikt.

Er wordt onderzocht op welke opvanggelegenheden er in welke interacties en contexten Nederlands wordt gesproken en in welke het dialect. Ook de keuze voor het gebruik van het Nederlands of het dialect wordt nader onderzocht.

Literatuur

Belangrijke literatuur is: Duranti, Alessandro, Elinor Ochs & Bambi Schieffelin. 2014. The Handbook of Language Socialization. Wiley Blackwell.

Verwachtingen

Aan het einde van de onderzoeksperiode wordt een kort rapport opgeleverd met daarin de onderzoeksresultaten. Belangrijk daarbij zijn een beschrijving van de huidige stand van zaken rondom het gebruik van Nederlands op de verschillende opvanggelegenheden en het effect daarvan op het gebruik van dialect door de kinderen. Het rapport bevat ook een inventarisatie van de de kinderdagverblijven en peuterspeelzalen waar consequent Nederlands gesproken wordt, en de verblijven waar Nederlands wordt afgewisseld met dialect. Daarnaast zal het rapport enkele conclusies vaststellen over de status van het dialect. Mogelijkerwijs wordt er op basis van de status quo een doorkijk naar de toekomst van het dialect gegeven. Het Meertens Instituut verwacht bovendien een onderzoeksverslag.

Praktisch

Het betreft een pilot voor de duur van drie maanden. Het onderzoek zal worden verricht door een student die stage loopt aan het Meertens Instituut. Professor Leonie Cornips zorgt vanuit het Meertens Instituut voor de inhoudelijke begeleiding van het onderzoek en treedt op als begeleider van de student die het onderzoek uitvoert. Voor dit onderzoek is een vergoeding van €200 per maand beschikbaar exclusief reis- en verblijfkosten (maximaal €400) voor het uitvoeren van het onderzoek. Gemeente Eijsden-Margraten is opdrachtgever en zal deze vergoeding voor haar rekening nemen.