Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 8 oktober 2015

Taalversmalling



Door Leonie Cornips

In zijn recente column schetst Frans Pollux hoe het dialect sluipenderwijs in Limburg verdwijnt. Mensen zijn mobieler en partners komen van verder weg dan eigen dorp, stad of provincie. Nederlands wordt dan de voertaal in het gezin, zeker met kinderen. “Opvoeding schakelt elke generatie meer dialectsprekers uit dan dat er nieuwe bijkomen” schrijft hij. Cijfers lijken dit beeld te ondersteunen. Tussen 1995 en 2011 hebben leerlingen uit groep 2 en 4 van 400 basisscholen door heel Nederland de volgende vragen van onderwijskundig onderzoeker Driessen beantwoord: welke taal spreek je met je vader, je moeder en je vriendjes? In Nederland heeft Limburg samen met Friesland de hoogste scores in dialectgebruik (hoewel het Fries op de basisschool thuishoort). In 1995 spreekt ongeveer de helft van de moeders en vaders in Limburg dialect met hun kind; in 2011 is dat met elf procent geslonken. 42 procent van de kinderen zeggen in 1995 dialect met hun vriendjes te spreken; in 2011 is dat tien procent minder. Deze cijfers zeggen overigens niets over de betekenis die de kinderen hechten aan hun dialect, wat zij precies onder ‘dialect’ verstaan en of zij hierin van elkaar verschillen in de provincie.


In het meest negatieve scenario geven ouders van nu het dialect niet meer door aan hun kinderen, en toekomstige ouders geven het Nederlands niet meer door maar het Engels (vernederlandst Engels eigenlijk). Het wonderlijke aan dit scenario is dat we eentaligheid nog steeds vanzelfsprekend vinden terwijl onze wereld verbreedt. Waarom niet tweetaligheid? Vaders kunnen immers prima dialect met hun kind spreken en moeder Nederlands (of omgekeerd) en beide ouders met elkaar in het Nederlands en kinderen in dialect. Ik ben dus heel nieuwsgierig waarom de ouders over wie Pollux schrijft en die in Limburg wonen, niet voor een tweetalige optie gekozen hebben. Vaak verzekeren mensen me dat het dialect spreken een hoge emotionele waarde heeft en tussen mensen in Limburg een speciale binding bewerkstelligt. Vanuit die beleving valt er dus iets weg in gezinnen waar een dialectsprekende ouder voor het Nederlands in de opvoeding kiest. Of geldt die emotionele waarde en binding alleen voor de ouderen in Limburg? 


Wat dus wonderlijk is, is dat onze talenkennis in een alsmaar meertaliger wereld afneemt. We verliezen dialect en spreken hooguit één vreemde taal. Eurostat verkondigde afgelopen week dat een op de zeven personen in Nederland geen vreemde taal spreekt. Als we in Nederland dat wel doen, dan is dat overwegend Engels. Dat geldt voor heel Europa want volgens de Europese Unie is Engels de meest gesproken taal in Europa. In 2013 kregen ruim 16,5 miljoen leerlingen in de basisschool in Europa Engels gedoceerd. Dat heel Europa voor het Engels kiest, betekent een enorme versmalling in het taalaanbod. Dat geldt zeker voor Limburg met zijn buurtalen Duits en Frans. Waar ouderen vroeger het Duits via Duitse televisieprogramma’s van huis uit met de paplepel meekregen (Bonanza), beheersen jongere sprekers die buurtaal nauwelijks meer, laat staan het Frans. Laatst vertelde een oudere fotograaf me dat hij een jongere journalist vaak op reportage vergezelt naar Luik. Niet om foto’s te maken maar om als tolk te dienen.

Ik vraag me bij onderzoeken als Eurostat wel altijd af wie zij precies meten en hoe? Dialectsprekers beschouwen zich niet echt als tweetalig dus hoe omschrijven zij zichzelf in een dergelijk type onderzoek. De rapportages van Eurostat reppen ook niet over andere talen die veel kinderen in Europa thuis spreken zoals het Turks of Arabisch. Dit is heel goed te zien voor Luxemburg. Luxemburg staat volgens meting van Eurostat nummer een in de lijst van meertalige landen in Europa want het is officieel drietalig (leerlingen krijgen onderwijs in het Lëtzebuergesch, Duits, en Frans op de basisschool). Maar Luxemburg is ook een land met een hoog percentage immigranten, namelijk ruim veertig procent. Van die veertig procent is ongeveer eenderde deel van Portugese herkomst en dus Portugeestalig. Toch verdwijnen deze thuistalen -immigrantentalen en dialecten - uit de statistieken van Eurostat en dat terwijl die diversiteit aan thuistalen in een globaliserende wereld aan het toenemen is.