Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

dinsdag 29 september 2015

De Rots is niet meer

In memoriam Frank Martinus Arion 

door Michiel van Kempen



Frank Martinus Arion (2)
Frank Martinus Arion, april 2014,  foto Michiel van Kempen 
Vanochtend heel vroeg overleed hij, of gisternacht heel laat, zo mag je het ook zeggen– het paste helemaal in het patroon van de man die nog minzaam glimlachend met een glas whiskey recht overeind stond, wanneer allen die hem omringden al als slappe vaatdoeken over hun barkruk hingen. Althans, dat was het beeld van de Frank Martinus Arion die decennialang op festival na festival te gast was. De man die minstens één dijk van een boek had geschreven: Dubbelspel – en is dat al niet meer dan de meeste auteurs uit hun pen krijgen? Maar vijf jaar geleden was het opeens afgelopen met die rots van een man die het levenslicht zag op de Rots der Struikeling, zoals zijn generatiegenoot Boeli van Leeuwen het noemde: Curaçao. In korte tijd deden Parkinson en Alzheimer hun verwoestende werk. Maar ze kregen Frank Efraïm Martinus er nooit helemaal onder.


Natuurlijk was het een droomdebuut, dat schitterende boek Dubbelspel waarmee de verlegen, prachtige jonge man Frank Martinus Arion in 1973 zijn intrede deed in de letteren.
Een roman die geschreven was alsof een heel goede vertaler hem uit een andere taal had overgebracht, zo observeerde Gerrit Komrij scherp. En in zekere zin was dat ook zo: de jonge Frank had een gedegen taaltraining gehad door de Fraters van Tilburg, maar zijn moedertaal was het Papiamentu. Ik heb het niet nagezocht, maar ik durf er gif op in te nemen dat praktische alle In Memoriams vooral gewijd zullen zijn aan deze roman, de eerste geheel zwarte Antilliaanse roman – nou ja, in het Nederlands dan toch. De romans die volgden schuurden, naar vorm en inhoud. Die waren in wezen veel Afrikanistischer dan zijn debuutroman. Afscheid van de koningin (1975) schopte al in zijn titel tegen het laatste heilige huisje dat was blijven staan na de révolte van 68; de rook van de rookbom onder de gouden koets was snel genoeg vervlogen. En Nobele wilden (1979) herpakte al in zijn titel het 18de-eeuwse stereotype van de edele zwarte, nu in een eigentijdse vertelling over een iconische plaats van het arrogante christendom: Lourdes. Die drie romans deden al snel vergeten dat Frank Martinus Arion helemaal niet zo anti-Hollands was. Hij schreef dan weliswaar al in de jaren ’50 echte zwarte verzen, maar Jos de Roo heeft in zijn proefschrift – recent als publiekseditie uitgebracht: Praatjes voor de West – laten zien hoe uit het éigenlijke debuut van Frank Martinus Arion, zijn columns voor de microfoon van de Wereldomroep, iemand tevoorschijn kwam die vol bewondering naar Nederland keek. Nee, dat was niet enkel een door de fraterswol geverfde naïeveling. Frank Martinus Arion bleef graag in Nederland komen, hij bewonderde de scherpte van Erasmus, het clair-obscur van Rembrandt, de taal van Multatuli. Ook zijn afkeer van het haring-eten in het verhaal ‘Sambal en haring’ is gegroeid uit een bijzondere, gelukkig ook kritische observatie van het Nederlandse leven. En hij kon eindeloos vaak op- en neervliegen, omdat zijn literaire vrienden en generatiegenoten Tip Marugg en Boeli van Leeuwen geen zin hadden om het vliegtuig te nemen en de baranka di lamán te verlaten.

Onder de kracht van Dubbelspel en de schuurspons van zijn volgende twee romans, kon Frank Martinus Arion weinig goeds meer doen in de ogen van de literaire kritiek. Zijn romans De laatste vrijheid (1995) en De deserteurs (2006) kregen met zure mondjes geschreven recensies. Goed, de laatste roman gaat in zijn groteske beschrijvingen misschien wat al te ver, maar De laatste vrijheid is als verbeelding van de vulkanische Caraïbische werkelijkheid minstens romantechnisch bijzonder geslaagd. Wie zal er nu spreken van zijn verzamelde essays Intimiteiten van het schrijven (2009) – ach ja, hij was vaak slordig en misschien zelfs lui in de aaneenrijging van een veelheid aan sprankelende ideeën. En wie zal er spreken over zijn verzamelde gedichten Heimwee en de Ruïne (2013), een bijna programmatische titel voor zijn eigen positie op de brokstukken van de laat-koloniale wereld, poëzie tegelijk zo vol van een blinkende vitaliteit.


Frank Martinus Arion (1)

Trudi Guda en Frank Martinus Arion, Curaçao, april 2014. 
Foto © Michiel van kempen
Fragiel, schuifelend, langzaam sprekend, zo was hij in april 2014 toen ik hem thuis opzocht, bij zijn liefhebbende Trudi Guda, een fantastische vrouw en bijzondere dichteres. Maar bij al het verval van het fysieke bleef Franks geest wakker, wakker zoals een vlam die telkens opspringt maar niet genoeg zuurstof krijgt. Hij schuifelde weg naar zijn door wind en tropenzon aangetaste grote bibliotheek, kwam terug en schoof me een boek toe uit 1975: Franciscains d’Oc Les Spirituels ca 1280-1324. Hij liet blijken dat hij heel goed wist wie daar voor hem zat en dat hij ergens in dat grote hoofd van hem had opgeslagen dat ik zeventien jaar in Franstalig gebied had gewoond en dit boek wel zou kunnen lezen. En tegelijk liet hij zien hoe grondig hij zich gedocumenteerd had voor zijn Nobele wilden, hij bleef de man die er een eer in stelde altijd zijn eigen weg te gaan. Ook in het allerlaatste van zijn fysieke krachten, zo ontroerend neergezet in de film van Cindy Kerseborn, toonde hij dat geestkracht alles aan kan, eeuwen geschiedenis, eeuwen van knechting, Rots op de vulkanische rots van zijn geboorte-eiland.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog Caraïbische letteren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.