Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

dinsdag 14 juli 2015

Het einde van de website

Door Marc van Oostendorp

Af en toe moet ik mezelf er even aan herinneren dat ik in een spannende tijd leef – de tijd van de internetrevolutie. Vrijwel alles wat er in mijn leven veranderd is in de afgelopen twintig jaar en dat geen rechtstreeks verband houdt met het feit dat ik vroeger jong en enthousiast was en nu vergrijsd en verbitterd, komt door het internet.

Dat ik geld uit de muur kan halen. Dat ik iedere dag, inclusief dagen in het weekeinde, ruim vijftig brieven kan beantwoorden. Dat ik ook als ik op reis ben duizenden boeken bij me heb, en er nog veel meer kan opzoeken. Dat degene wiens deadline ik overschrijd, makkelijk kan controleren dat ik wel tijd heb voor andere dingen.

Staat van dienst

Bij dat internet hoort, zolang ik me er op begeef, ook dat mensen zeggen dat 'de hype nu wel voorbij is', dat we binnenkort weer normaal gaan doen, en terugkeren tot het oude. We gaan weer gewoon papieren boeken lezen, vinyl luisteren, via een vaste lijn bellen, travelercheques op reis meenemen.

Het zijn niet de onverstandigste mensen die het zeggen.
Nu schrijft GJ Bogaerts bijvoorbeeld dat de dood van de website nakende is, en die Bogaerts heeft een indrukwekkende staat van dienst op het internet.

Jasje

Zijn redenering is ook interessant. Websites, zegt hij, ontwikkelen zich steeds meer tot plaatsen vol onrust. Je kunt op een beetje webpagina overal op klikken, en daardoor word je als lezer steeds meer afgeleid. Bovendien: degene die het sterkste aan je weet te trekken met al zijn links, heeft de grootste overlevingskansen in deze jungle. En dat zijn de Buzzfeeds en de Facebooks van deze wereld. Als eenvoudige kleine jongen valt daar niet tegenop te webzijden.

Dus ontstaat er in een bepaalde tegencultuur volgens Bogaerts nu al ruimte voor nieuwe vormen; aan de ene kant voor door redacties met de hand samengestelde digitale magazines, aan de andere kant traditionele vormen in een nieuw jasje, 'van videokanalen met een vaste programmering tot afgeronde longreads die lineair ‘genuttigd’ kunnen worden'.

Diepere inhoud

Waarom die zaken geen websites genoemd mogen worden, snap ik alleen niet zo goed. Het aantrekkelijke van de website lijkt mij nu juist dat het zo'n volkomen open vorm is: alles kan. YouTube is een website, De Telegraaf heeft een website, de Baarnse Bridgeclub heeft een website.  Websites zullen blijven bestaan zolang er internet bestaat.

Maar Bogaerts bedoelt natuurlijk iets anders: heeft het zin om websites te maken als media-uiting? Websites met korte stukjes die uiteindelijk vermalen raken in de stroom van lollige berichtjes op de sociale media? Of moet je je richten op bredere en diepere inhoud, op grote stukken die mensen speciaal voor je komen opzoeken?

Vissen

Wij zitten hier bij Neder-L natuurlijk in een niche – we zijn er voor een niet al te grote doelgroep, maar als je bij die doelgroep hoort, voel je je hopelijk wel verplicht om ons te volgen. En eigenlijk zou ik wel behoefte hebben aan meer verzamelsites voor dit soort specialistische websites. Wie houdt er bijvoorbeeld ons en onze collega-wetenschapsbloggers bij om daar iedere dag de interessantste stukken uit te vissen? Wie maakt er een dagelijkse krant met alle mooiste boekrecensies van het Nederlandse internet? En wie verzamelt er nu eens de Nederlandstalige longreads?

Er is behoefte aan nog veel meer websites.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.