Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zondag 31 mei 2015

Negeer en regeer

Bezuinigen met Geert Joris
Door Arie Pos

Met een toenemende lichtheid in mijn hoofd las ik op Taalunieversum een bericht onder de titel ‘Taalunie aanwezig op jubileumcongres Comenius’. Het duizelde me spoedig van de ingenieus gespinde waninformatie.

Ik ben er danig door van slag geraakt en heb me suf gezocht en rot gerekend om alle snippertjes bij elkaar te vegen en er chocola van te maken. En dan nog kloppen mijn sommetjes in de verste verten niet met wat in dat bericht wordt verteld.

Hogerhand

Ook een intergouvernementeel orgaan als de Taalunie dient, geloof ik, een transparant beleid te voeren en daarover tijdig, helder en volledig te communiceren – niet alleen naar ‘de politiek’, maar ook naar haar partners, naar belanghebbenden en naar ‘de burger’. Dat gebeurt, ontdekte ik tot mijn ontreddering, al jaren niet meer en uit de recente publieke interventies van Algemeen Secretaris Geert Joris maakte ik zelfs op dat deze niet erg aan transparantie hecht maar liever stofwolken opwerpt of onvolledig, en met enige minachting voor de partners en het veld communiceert.

Ook De nieuwe Taalunie – beleidsplan 2015-2020 grossiert in onduidelijkheid, zag ik: geen begroting, geen vaste bedragen (überhaupt geen bedragen) voor wat tegenwoordig afdelingen heten maar vage verhalen over integrale jaarbegrotingen ‘in het licht van actuele strategische keuzes’. Een jaarbegroting 2015 is nog niet openbaar maar een actuele stategische keuze lijkt onmiskenbaar de afschaffing van een disproportioneel groot deel van de financiële ondersteuning voor de buitenlandse neerlandistiek. Daarover wordt niet open en evenmin eerlijk of volledig gecommuniceerd, heb ik de indruk. Het debat erover wordt uit de weg gegaan of genegeerd. Inhoudelijke argumenten worden op voorhand niet ontvankelijk verklaard door een beroep op orders van hogerhand, met name van het Nederlandse Ministerie van OCW. 

Serieus

Ik veronderstel dat van de Taalunie, mevrouw Bussemaker en de heer Dekker een helder beleid mag worden verwacht en dat dat ter discussie moet kunnen staan. Transparantie is daarvoor broodnodig en geboden. Aan die eis wordt vooralsnog niet voldaan. Algemeen Secretaris Geert Joris is de eerst aangewezene om opening van zaken te geven over de wijze waarop de Taalunie het beleid dat haar is opgelegd uitvoert. Daar is een belangrijk internationaal belang mee gemoeid. Wanneer de Taalunie haar taak en het maatschappelijk belang dat ze dient serieus neemt, mogen politiek, partners en publiek van haar meer transparantie, commitment en aanspreekbaarheid verwachten dan ze de laatste tijd heeft getoond. 

Ik verzoek Geert Joris daarom zich niet langer te verschuilen achter bewindslieden of stofwolken maar open en correct over het Taaluniebeleid te communiceren en het debat daarover serieus te nemen.

Zorgvuldig gespind

In het hierboven aangehaalde bericht naar aanleiding van het congres in Olomouc werd toegelicht, er werden vragen beantwoord en er werd gesproken over mogelijkheden om de pijn te verzachten. Palliatieve hulp heet dat in de zorg. Want één ding moet duidelijk zijn: ‘we krijgen er geen euro bij’.

De transparantie is ver te zoeken. Er wordt eenzijdig gecommuniceerd. Top down heet dat in het management. Jij bepaalt wat anderen moeten weten. Als zij een vraag hebben geef jij ze jouw zorgvuldig gespinde gelegenheidsantwoord. Je verrast ze met een spectaculair autoritaire bezuinigbrief waar zelfs je eigen naaste medewerkers die drie dagen later een tweedaagse brainstormsessie met vertegenwoordigers uit het veld hebben over het ‘nieuwe beleid’ niets van weten – de sessie wordt dan een ludiek potje mosterd na de maaltijd. 

Exotisch vragenrondje

En daarna ga je pappen. Begrip voor de onrust, waardevol en belangrijk werk, zeer gewaardeerd, uiteraard, en ja, er had anders moeten worden gecommuniceerd maar daar hebben we ons al voor verontschuldigd. Verplicht nummertje empathie en excuus achter de rug, en dan nu terzake.

Dat ‘terzake’ framen we als exotisch vragenrondje in het Tsjechische Olomouc – zij vragen en wij draaien. Ik loop de punten in het stuk op de site van de Taalunie even langs:

1. Waarom moet de Taalunie bezuinigen?
"Het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een bezuiniging van € 200 miljoen doorgevoerd op het subsidiebudget voor onderwijs en onderzoek en op de internationale uitgaven, waaronder ook de financiering voor de Taalunie valt. Door de aangekondigde bezuinigingsbedragen op te tellen, konden wij voor de Taalunie een bezuiniging afleiden van € 3 miljoen aan Nederlandse zijde. Als de Vlaamse overheid daarin was gevolgd, had dat zelfs tot een totale bezuiniging van € 4 miljoen kunnen leiden. Met een nieuw strategisch beleidsplan heeft het Algemeen Secretariaat van de Taalunie de bezuiniging uiteindelijk weten te beperken tot zo'n € 1,9 miljoen, waarvan € 1,5 miljoen aan Nederlandse zijde en € 400.000 aan Vlaamse."

Met andere woorden, omdat het Nederlandse Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat aan de Taalunie heeft opgedragen. De Vlaamse overheid was er niet voor maar de Nederlandse overheid drong aan en gooide alvast het Erasmus Taal Centrum in Jakarta eruit (een exclusief Nederlandse hobby en er is geen Koning Leopold II Taalcentrum in Congo), zodat de bijdrageverhouding 2/3 Nederland versus 1/3 België uit balans raakte. Uiteindelijk kon er (Nederland betaalt meer dus bepaalt meer) een Taaluniebezuiniging van 1,9 miljoen worden bereikt: 1,5 miljoen aan Nederlandse zijde en € 400.000 aan Vlaamse kant. Als je het halfmiljoen voor het ETC van de Nederlandse bezuiniging aftrekt, zit je zo ongeveer weer op een verhouding van 2/3 voor Nederland en 1/3 voor België. Dat moet dus ongeveer kloppen.

Wiens brood men eet

Geert Joris: ‘Nee, er valt niet inhoudelijk te praten over die bezuinigingen. Die moeten van OCW en dan voer ik dat uit zonder OCW erop te wijzen dat dat een heel domme en heilloze onderneming is die op korte termijn voor grote schade zorgt en op langere termijn desastreus is voor de internationale contacten op alle gebied en voor het imago van de Nederlandse taal en de Nederlandse en Vlaamse cultuur in het buitenland. Ik weet wel dat ik als een van de vier externe doorlichters van het Taaluniebeleid in 2011 heel andere ideeën ventileerde (zie ons rapport) maar ik ben nu Algemeen Secretaris (eigenlijk zou ik directeur moeten heten) en wiens brood men eet diens taal men spreekt.’

2. Waarom wordt er bespaard op de internationale neerlandistiek?

"Van de bijna € 2 miljoen besparingen is zo'n 25% verwezenlijkt op het terrein van de internationale neerlandistiek. Op andere terreinen is evenredig bespaard, zowel inhoudelijk als organisatorisch. Na een reorganisatie werkt de Taalunie bijvoorbeeld met elf mensen minder. De andere terreinen van de Taalunie zijn eveneens van belang voor studenten en docenten in het buitenland en dus is het belangrijk dat ook die voldoende overeind worden gehouden. Denk hierbij aan handige voorzieningen als Taaladvies.net en de rol die de Taalunie speelt voor de positie van het Nederlands."

Geert Joris: ‘Ik lieg en toch ook weer niet als ik zeg dat er van de bijna € 2 miljoen besparingen zo’n 25% is verwezenlijkt op het terrein van de internationale neerlandistiek. Read my lips: ik zeg “is verwezenlijkt” dat gaat over eerdere bezuinigingen. De grote klapper staat voor dit jaar op het programma en daarover zijn we nog in bespreking, al staat het bedrag tot op de laatste euro vast.’ 

Weggejorist

Op de reële bezuinigingen is geen duidelijk zicht te krijgen uit openbare stukken dankzij het gebrek aan transparantie in de laatste jaren. Maar met enige moeite valt er het nodige bijeen te vissen. Dan blijkt als we de laatste ronde meetellen dat sinds 2011 in feite vrijwel tweederde van het budget voor de internationale neerlandistiek is weggejorist: van € 2.100.000 in 2011 gaat het naar € 720.000 in 2015, ofwel € 1.380.000 minder. Inclusief de jaarindexering gaat het om ruim 1,4 miljoen minder: meer dan de helft van de totale bezuiniging van € 2.476.917 op de gezamenlijke overheidsbijdragen aan de Taalunie tussen 2011 en 2015.

Hoe zijn de bezuinigingen op NEM-posten voor de ronde 2015 verdeeld? Dat moet er ongeveer zo uitzien:

ETC   450.000
Zomercursussen   450.000
Suppleties 189.000
Platforms € 100.000
Nieuwe/groeiende afdelingen   60.000
Culturele manifestaties   60.000
CnaVT vrijgestelde landen€75.000
Totaal€1.384.000

Indrukwekkend

In 2014 werd onder de post nascholing/deskundigheidsbevordering bovendien bezuinigd op docentencursussen (€80.000) en masterbeurzen (€100.000). Voorts werd ook het niet-universitair onderwijs Nederlands in het buitenland (bijna 400.000 leerders, ruim 6.000 lesgevers) gekort: de opheffing van het Taaluniecentrum per 1 juli 2014 (integratie binnen de Taalunie) leidde tot een inkrimping van het budget met 70.000 euro van 390.000 euro naar 320.000 euro.

Dat brengt de totale tot nu toe geïdentificeerde bezuinigingen op het onderwijs Nederlands in het buitenland op € 1.634.000 van de totale bezuiniging van € 2.476.917 = 66 %. Indrukwekkend.

Reken maar na

Maar, zoals gezegd: het zijn provisorische berekeningen. Ik ben zeer benieuwd naar de officiële Taaluniecijfers, die vooralsnog nergens publiek voorhanden zijn.

Geruststellend is intussen wel dat Geert Joris in Olomouc meedeelde: ‘De basisfinanciering, broodnodig voor het overeind houden van de afdelingen in de hele wereld, verlagen we bijvoorbeeld niet.’ Daar is mooi wel even € 310.000 per jaar voor beschikbaar. Een goudmijn, waar je inderdaad gerust vele tientallen docentschappen mee overeind kunt houden. Reken maar na wat ze krijgen:

  • instelling met één docent, ongeacht de omvang van de aanstelling: 1.500 euro per jaar
  • instelling met twee of meer docenten, aanstelling in totaal 1,5 voltijds: 2.500 euro per jaar
  • instelling met twee of meer docenten, aanstelling in totaal 3,5 voltijds: 3.500 euro per jaar
  • instelling vanaf 8 docenten (met een aanstelling van minimaal 0.75 fte) van wie minstens één met de status van (geassocieerd) hoogleraar, minimaal 150 studenten en een door de nationale autoriteiten geaccrediteerd programma: 5.000 euro per jaar
Daar kan je toch algauw elk jaar weer een krantenabonnement en een (paar) tasje(s) boeken mee kopen.

Evenredig

Wederom Geert Joris: ‘Op andere terreinen is evenredig bespaard, zowel inhoudelijk als organisatorisch.’ Duidelijk is dat we ‘Op andere terreinen is evenredig bespaard’ niet lichtvaardig moeten lezen als ‘Evenals op het onderwijs Nederlands in het buitenland is op andere terreinen evenredig bespaard.’ Nee, er wordt bedoeld: ‘Anders dan op het onderwijs Nederlands in het buitenland is op andere terreinen evenredig bespaard.’

Joris weer: ‘Na een reorganisatie werkt de Taalunie bijvoorbeeld met elf mensen minder.’ 
Ja, ook de Taalunie zelf heeft bespaard – ‘bijvoorbeeld met elf mensen minder’. Hier is het een en ander op af te dingen – bijvoorbeeld natuurlijk verloop en outsourcing, maar de boodschap is duidelijk. Benevolum parare heet dat in de retorica: stem uw publiek welwillend, in dit geval door te zeggen dat u zelf mede lijdt. In managementspeak heet het: kies de rol van medeslachtoffer.

Nobel streven

Tot slot nog een fantastische redenering: ‘De andere terreinen van de Taalunie zijn eveneens van belang voor studenten en docenten in het buitenland en dus is het belangrijk dat ook die voldoende overeind worden gehouden. Denk hierbij aan handige voorzieningen als Taaladvies.net en de rol die de Taalunie speelt voor de positie van het Nederlands’

Kortom: wat de Taalunie niet specifiek voor studenten en docenten Nederlands in het buitenland doet is ook hartstikke handig voor ze want dat is toch ook Nederlands? Ofwel: de dingen die bij deze bezuinigingen niet ter discussie staan wil de Taalunie toch blijven uitvoeren. Zowaar een nobel streven waarmee ik de heer Joris alle succes wens.

3. Waarom bespaart de Taalunie op de zomercursussen?
De Taalunie schaft de zomercursussen niet af. Wat we wel doen is de dure zomercursussen afschaffen. Een uitgave van € 3000,- tot € 5000,- per student valt in tijden van besparingen niet langer te verantwoorden. Er wordt op dit moment gezocht naar een manier om de zomercursussen in 2016 aan te passen aan de behoeften van de hedendaagse studenten en ze met een lager budget te behouden. We zoeken ook naar andere extra financiering zoals een (beperkte) bijdrage van studenten zelf. Zo moet het mogelijk zijn om toch jaarlijks 100 tot 150 studenten een zomercursus aan te bieden in ons taalgebied.

De Taalunie schaft de zomercursussen niet af.’ In tegenstelling tot eerdere berichten.

Wat we wel doen is de dure zomercursussen afschaffen.’ Het ging precies over die zomercursussen, als ik het goed heb. Dus er wordt wel afgeschaft?


Inhoudsloze kletspraat

‘Een uitgave van € 3000,- tot € 5000,- per student valt in tijden van besparingen niet langer te verantwoorden.’ Dat is zonder onderbouwing een goedkoop argumentum ad populum. U bedoelt de totale kosten per buitenlandse student voor  drie weken lessen, huisvesting en maaltijden in een duur congrescentrum, plus excursies, culturele avonden en toegang tot musea en andere bezienswaardigheden tijdens de excursies? Dat kost geld, ja, en daar is op allerlei manieren op te besparen zonder dat de cursussen of zelfs de inhoud daarvan in het geding zijn/is. Dus waarom eerst beweren dat die zomercursussen worden afgeschaft?

‘Er wordt op dit moment gezocht naar een manier om de zomercursussen in 2016 aan te passen aan de behoeften van de hedendaagse studenten en ze met een lager budget te behouden.’ Mooi – zie boven, als is dat ‘aanpassen aan de behoeften van de hedendaagse studenten’ inhoudsloze kletspraat en alleen ‘in 2016’ geen geruststellende toezegging. 

Hoge pet

‘We zoeken ook naar andere extra financiering zoals een (beperkte) bijdrage van studenten zelf.’ Lumineus idee! Waarbij aangetekend dat ze zelf hun vliegticket v.v. al betalen. En sponsoring door het Nederlandse bedrijfsleven mag ik hopen, daar heeft staatssecretaris Dekker een heel hoge pet van op.

‘Zo moet het mogelijk zijn om toch jaarlijks 100 tot 150 studenten een zomercursus aan te bieden in ons taalgebied.’ Aha, ‘toch jaarlijks’, waarbij zij aangetekend dat 100 tot 150 deelnemers de helft of minder is dan vroeger, zodat er op voorhand ook op de verlaagde kosten al de helft bespaard wordt. Just for the record.

4. Betekent het afschaffen van de suppleties het einde van afdelingen Nederlands?
"Nee. Met de steun van de vele afdelingen Nederlands in Nederland, Vlaanderen en de rest van de wereld, willen wij er alles aan doen om de impact te beperken van de beslissing om de toeslagen op de lonen van moedertaaldocenten af te bouwen. Met Europese fondsen kan mogelijk alternatieve financiering worden voorzien en structurele uitwisselingsafspraken tussen universiteiten kunnen eveneens een uitweg bieden. Voor landen en universiteiten waarvoor geen directe oplossing kan worden gevonden, zal een fonds worden ingesteld."

Dat klinkt geruststellend maar is het vooralsnog allerminst. Het geurt naar oneigenlijk gebruik van Europese fondsen – het promoten van de eigen taal is de verantwoordelijkheid van het desbetreffende land – en structurele uitwisselingsafspraken tussen universiteiten betekent het financieringsprobleem verleggen naar de universiteiten, die in de laatste decennia juist weinig tot geen interesse meer aan de dag leggen om dergelijke afspraken op het gebied van taalstudies te maken. Integendeel, ze zijn liever een taalopleiding kwijt dan rijk (daar was onlangs nog wat drukte over in Amsterdam). Er zal dus waarschijnlijk een flink ‘noodfonds’ moeten worden ingesteld.

5.  Had de Taalunie anders moeten communiceren?
"Ja. We hadden de Internationale Vereniging voor de Neerlandistiek (IVN) eerder moeten betrekken bij en moeten meenemen in de communicatie. Door omstandigheden moesten we de beslissingen echter snel naar buiten brengen. Wij betreuren deze communicatieve onhandigheid en hebben daarvoor ook onze verontschuldigingen aangeboden aan de IVN. Deze strekken zich uiteraard uit naar het hele veld."

Zie ‘Serieus’, ‘Zorgvuldig gespind’ en ‘Exotisch vragenrondje’ hierboven.

6. Wat gebeurt er nu verder?
"Resultaten inzichtelijk maken In 2014 was de Taalunie al gestart met het opstellen van een kader voor rapportering over de '(social) return on investment' van de afdelingen Nederlands in het buitenland. Dit instrument moet het mogelijk maken de Nederlandse en Vlaamse overheid op structurele en heldere wijze te informeren over wat de investeringen in de wereldwijde neerlandistiek en het Nederlands als Vreemde Taal opleveren. Dat deze investeringen lonen, is de overtuiging van iedereen die bij dit veld betrokken is. Het is nu zaak die kwantitatieve winst en die kwalitatieve meerwaarde te tonen. De Taalunie wil en kan dit niet alleen: we doen dat samen met de afdelingen Nederlands wereldwijd en de IVN, maar ook met de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland en de diplomatieke posten ter plaatse."
Dat wordt een veelomvattend onderzoek. Ik hoop dat daarin nu eens en voor altijd duidelijk het economische, culturele en sociale rendement voor Nederland en Vlaanderen in een koersvaste geldwaarde (+ indexering) zal kunnen worden uitgedrukt, en wel van iedere leerling en student Nederlands in het buitenland vanaf het begin van het onderwijs tot aan zijn/haar overlijden, met een door degelijk rekenwerk onderbouwde verdiscontering van de postume nawerkingseffecten (via onder meer nageslacht, familie, vrienden en collega’s, investeringen, beleidsbeslissingen, goodwill, naamsbekendheid, patenten, uitvindingen, artistieke realisaties en enigerlei ander effect dat op enig moment dienstig is of wordt aan de Nederlandse en/of Vlaamse economie, taal, cultuur en samenleving). Wat een flauwekul, meneer Joris, en wat moet dat wel niet gaan kosten?

"Alternatieve instrumentenIn overleg met de IVN werken we daarnaast aan alternatieve instrumenten om studenten voor het vak te (blijven) motiveren. Een goedkopere zomercursus, waarvoor bijvoorbeeld ook een (beperkte) eigen bijdrage wordt gevraagd, is een eerste piste die op dit moment wordt verkend. Zoals gezegd, wordt voor de suppleties naar oplossingen gezocht met Europese middelen en met de hulp van andere afdelingen Nederlands. Hiervoor wordt een werkgroep ingesteld."

Ah, er wordt een werkgroep alternatieve instrumenten ingesteld. Een bloemengietertje als blaasinstrument, een drumstel van pannen en deksels en een kolenkit met bezemsteel en touw als contrabas. Dat zal studenten enorm motiveren. 

7. Draait de Taalunie de besparingen terug?
"Nee. Aan het feit dat de Taalunie moet besparen, valt niets te veranderen. We bekijken op dit moment wel of het tekort van de Taalunie in 2015 gespreid over meerdere jaren mag worden gecompenseerd. Daarmee zouden we een deel van de besparing op de zomercursus kunnen terugdraaien en de mogelijkheid kunnen bieden om voor de suppleties een langere transitiefase in te voeren."

Glashelder, maar let op: ze wil het tekort in 2015 wel gespreid over meerdere jaren compenseren om een deel van de besparing op zomercursussen terug te draaien en een langere transitiefase voor de suppleties in te voeren. Zoiets heet een carrousselconstructie in de financiële wereld. Als er geen euro minder wordt bezuinigd moet het geld voor het gedeeltelijk terugdraaien van de cursusbesparing en de verlenging van de suppletieafbouw ten koste van andere (NEM?)posten gaan, toch? En verder wordt die suppletie toch gewoon afgebouwd en wordt er op de zomercursussen toch flink bezuinigd. Tel uit je winst.

8. Wat is de rol van het Algemeen Secretariaat van de Taalunie?
"De Taalunie bestaat uit het Comité van Ministers, dat de beslissingen neemt, de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, die het Comité van Ministers adviseert, en een Interparlementaire Commissie, die de beslissingen van het Comité van Ministers controleert. Het Algemeen Secretariaat van de Taalunie bereidt het beleid voor en voert het uit. Medewerkers van het Algemeen Secretariaat doen, in overleg met de politieke medewerkers van de ministers en de ambtenaren, voorstellen voor het Taaluniebeleid. Daarnaast kan het Comité van Ministers ook zelf opdrachten geven. Het doorvoeren van bezuinigingen volgens specifieke voorwaarden was zo'n opdracht."

Werd die vraag werkelijk in Olomouc gesteld? Dat was een inkoppertje. Alleen de laatste twee zinnen zijn off the beaten track en van een verbazende ‘incompleetheid’: de Vlaamse ministers hebben zich vanaf het begin en bij herhaling verzet tegen de bezuinigingen, die er door de Nederlandse ministers ‘met specifieke voorwaarden’ in opeenvolgende rondes zijn doorgedrukt. So much voor de eenheid die de Taalunie uitstraalt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.