Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 22 mei 2015

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Voorwoord bij: Cornips, Leonie & Barbara Beckers (red.). 2015. Het dorp en de wereld. Over dertig jaar Rowwen Hèze. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt. pp 264

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Door Leonie Cornips

Rowwen Hèze bestaat dertig jaar en trekt volle poptempels, weidetenten en theaters met steeds nieuwe fans en trouwe fans die hun band al sinds de begintijd volgen. Dat is een buitengewone prestatie. Het dertigjarig jubileum wordt gevierd met een tournee, een tentoonstelling in het Limburgs Museum en met dit dikke boek voor Rowwen Hèze, over Rowwen Hèze en vooral over wat Rowwen Hèze voor ons betekent.[1] Het boek bevat bijdragen van Rowwen Hèze zelf (Tren van Enckevort, Wladimir Geels, Jack Haegens, Rudy Havermans, Theo Joosten, ex-bassist Jan Philipsen, Jack Poels en Martîn Rongen), van fans, liefhebbers, bewonderaars, muzikanten, journalisten, documentairemakers en wetenschappers. Zij proberen allen op een of andere wijze het succes, hun liefde voor of de betekenis van Rowwen Hèze voor hun eigen leven of voor dat van anderen te verklaren. Het prachtige beeldmateriaal is verzameld door Frank Holthuizen. Deze bijdragen in het dorp en de wereld zijn, naast ‘Rowwen Hèze aan het woord’ verdeeld over acht thema’s: (i) Rowwen Hèze en de fans, (ii) Rowwen Hèze van nabij, (iii) Hoe het begon, (iv) Het persoonlijke en het universele, (v) Geloof, troost en verlies, (vi) Rowwen Hèze en de muziek, (vii) De verbeelding van Limburg en (viii) Rowwen Hèze en de taal. De thema’s lopen in elkaar over en daarom zal ik de 45 bijdragen[2] van de 43 auteurs in vogelvlucht kriskras door de thema’s aanstippen.[3]
 

Hoe het allemaal begon (thema iii)
Laat ik beginnen met hoe het allemaal begon. Theo Joosten beschrijft hoe Rowwen Hèze dertig jaar geleden begon. En Rowwen Hèze zou er niet zijn zonder America en Horst en zoals Hans Renes beschrijft niet zonder de ontginning van de Peel. Leendert Brouwer laat zien hoe zeer de achternamen Enckevort, Geels, Haegens, Joosten, Poels en Rongen met America en Horst verweven zijn. Ton van Reen schetst de armoede van zijn grootmoeder Adriana van Asperen die als tijdgenoot van Christiaan Hesen, bijgenaamd Rowwen Hèze in de Peel opgroeide. ‘Dat [Christiaan Hesen] zijn toevlucht zocht in de drank en dat hij niet in staat was om voor zijn kinderen te zorgen, maakt zijn lot alleen maar triester’, schrijft Wim Moorman. Goffe Jensma rekent grondig af met het idee dat de vernoeming van een band naar een kluizenaarstype zoals Rowwen Hèze iets typisch Limburgs zou zijn. De streektaalmuziek van bands uit de Friese Wouden ‘maakt volop gebruik van ditzelfde beeld van de ongepolijste, vrijgevochten arbeider uit de heidedorpen’ ook geromantiseerd als een soort van primitieve wilde, een volstrekt ‘andere’ in een Fries reservaat: de heide.’

De betekenis van popmuziek: inhoud en taalkeuze
De lokale uitwerkingen van de sociale betekenis die Rowwen Hèze heeft, staan natuurlijk niet los van de culturele invloed van de populaire muziek op onze samenleving sinds de jaren vijftig. Denk maar aan Elvis Presley, the Beatles, the Rolling Stones en Bob Dylan en de invloed van hun teksten en muziek. Denk maar aan de fundamentele menselijke thema’s waarover ze zingen: over romantische liefde, de zoektocht ernaar of liefdesverdriet, in de put zitten en extase, verdriet en rouw, hoop en geloof, triomf en seks, vrijheid en oorlog. Door de tijd heen verandert de lokale betekenis van de popmuziek continu. In de jaren vijftig zou Rowwen Hèze het in Nederland nooit gemaakt hebben. Nederlandstalige muziek, zo schrijft Hans Renes, gold toen als oubollig. Die oubolligheid is nu verdwenen.

Zingen in dialect was toen nog ongekend hoewel volgens Hans op de Coul en Ine Sijben de regionale omroep in Limburg (R.O.Z.) doorslaggevend was bij het ontdekken en promoten van dialectzingende troubadours als Jo Erens en Frits Rademacher. In de jaren zestig en zeventig maken deze bij ouderen geliefde brave liedjes, plaats voor het ironisch en rebels gebruik van dialect in liedteksten door jongeren.

Popmuziek en jeugdcultuur (thema iv)
Was popmuziek in de jaren vijftig en zestig het natuurlijke terrein van jeugdcultuur, fans uit de begindagen van Rowwen Hèze zijn mee blijven luisteren en zijn met hun, eveneens ouder wordende, bandleden meegegroeid. Lies Wesseling schetst hoe de zanger in ‘Heilige Anthonius’ in zijn jeugd eerst achteloos zijn spullen rondstrooit maar bij het ouder worden dit rondstrooien als levenshouding bewust omarmt. Aagje Swinnen merkt terecht op dat de vanzelfsprekende associatie van populaire muziek met jeugdcultuur uit de jaren vijftig en zestig nu niet meer geldt; optredens van Rowwen Hèze leveren ontmoetingen op tussen mensen van verschillende generaties. De jongste fan binnen de fanclub is een jaar oud, de oudste een-en-tachtig!

De wisselwerking tussen muzikanten en fans vernieuwt zich continu, niet in het minst door de (sociale) media. Intiem luisteren naar de stem van Jack Poels en herbeleven van optredens van de band is door Internet, koptelefoon, laptop, smartphones en tablets vanzelfsprekend geworden; uitvindingen waar fans in de jaren zestig en zeventig alleen maar van konden dromen. Zo komt eenvoudig een heel geïndividualiseerde binding van de fan met de band tot stand.

Fan- en familie-identiteiten (thema i)
De fans uiten in hun bijdragen hun liefde en bewondering voor de band. Het verleidelijke van populaire muziek is dat het fans en ander publiek bij concerten de gelegenheid biedt om buiten het alledaagse, buiten het gewone te treden waardoor eigen identificaties en relaties in samenhang met elkaar herijkt kunnen worden. In de bijdrage van Mirthe Smeets zegt Jan Polmans: ‘Je ruikt gewoon het avontuur, het bruisende. Je krijgt weer het gevoel: hier gebeurt iets!’ Fans kunnen door Rowwen Hèze saamhorigheid voelen. Als familie reizen zij samen naar een concert in Scheveningen of Roskilde of huren bungalowhuisjes in America voor een slotconcert. Fan Monique Zijlmans vertelt in de bijdrage van Cleo Freriks: ‘We zien elkaar ook regelmatig buiten de concerten om. Feestjes, huwelijken. We zijn een keer naar een communie in Limburg geweest.’ Als fan ben je nooit alleen tijdens een concert, schrijft Diana Vullings-Smeets. En een fan is besmet met het virus: er is de combinatie van muziek, de band en het enthousiasme waarmee de band speelt. Dit enthousiasme slaat weer over op de fans die dit gevoel weer met andere fans delen.

Familie en fan-identiteiten komen dus nadrukkelijk tot stand in interactie tussen fans onderling en tussen fans en de band. Fans en band versmelten in een buitengewone ervaring met elkaar. Je voelt ‘letterlijk de passie, energie en overgave van je helden’, schrijft Björn Smeets. Jos Schatorjé vertelt hoe hij kippenvel krijgt
in de volle Mérthal, luisterend naar een live optreden van Rowwen Hèze. Ook voor Tom Peeters, de accordeonist van de coverband Station America lijkt er altijd ‘een ‘wij-gevoel’ te ontstaan en lijken band en fans elkaar moeiteloos te kunnen vinden’. Voor Jan Philipsen voelt het contact met de fans tijdens het spelen ‘als verliefdheid, die drang om het publiek weer te ervaren’. Maar er is ook een andere type fan. Daartoe behoort bijvoorbeeld de dementerende moeder van Jeroen de Kloet die nog nooit naar een concert van Rowwen Hèze geweest is en geen Limburgse is. “Moeders’ van Jeroen doorbreekt, zo schrijft hij, zo mooi ‘het stereotype beeld dat fans jong en dweepzuchtig zijn, maar laat zien dat fandom zich uit kan strekken tot je gehele leven, tot de periode van dementie aan toe (…) Nee, ze weet niet wie Rowwen Hèze is. Ja, ze voelt Rowwen Hèze nog zo goed aan.’  Door de muziek van Rowwen Hèze kunnen moeder en zoon hun liefde uiten voorbij het talige en cognitieve. Zo’n uiting is ook mogelijk tussen Tom Doesborg en zijn Oekraïense ‘broer’ Zjenja met wie hij muziek uitwisselt. Tom krijgt cd’s van bands uit Moldavië, Zjenja krijgt van hem de nieuwste productie uit America.

De teksten van Rowwen Hèze (thema v)
Wat in iedere bijdrage te lezen is, is hoe de teksten van Jack Poels en de muziek van Rowwen Hèze mensen weten te raken en ontroeren. Het gaat in de liedjes van Rowwen Hèze over eenvoudige, alledaagse dingen; het is pure, herkenbare poëzie, de liefde voor het leven klinkt er doorheen, schrijft Jan Brands. Jack Poels breekt mijn hart met gewone woorden, laat Leon Giesen weten, met goed getroffen beelden uit het leven van ons stervelingen. Frans Pollux: ‘Schoonheid door eenvoud’. Het is literatuur betoogt Ben van Melick, zoals Bestel mar waarin de regels en de zinnen perfect in de ritmiek van de muziek passen, perfecte timing, geen woord te veel, geen woord te weinig. De opgewekte vaart van de texmex-klanken contrasteert betekenisvol met de mentale onverschilligheid en het moedeloze laat-maar-waaien in het verhaal van Bestel mar, waardoor verdraaglijk wordt wat niet te harden is, ondeugd en onvermogen acceptabel worden en er ruimte ontstaat voor enig koppig verzet’. Jan Polmans vertelt hoeveel steun hij heeft gehad aan de liedteksten toen zijn ouders overleden, net als Maaike Frencken die haar vader verloor en net als een fan tijdens zijn scheiding die dit aan Kitty Jansen vertelt. In de teksten herkennen nabestaanden vaak het beeld van de overledene, schrijft Lucie Geurts-Saris.

Succes: authenticiteit en commercie (thema ii)
Veel auteurs schrijven dat zij Rowwen Hèze als authentiek ervaren, als echt, als dicht bij zichzelf. Dat komt doordat de ik-persoon waarover Jack Poels zingt, in de meeste interpretaties van de toehoorders met Jack Poels samenvalt: ‘Jack Poels zingt over zichzelf’. En Jack Poels verleidt door te zingen over premoderne waarden, over het tijdloze platteland. Het straalt ‘de verheerlijking en romantisering van het dorpse leven in een landelijk gebied, uit, volgens Lotte Thissen.

Eveneens waarderen de fans dat de bandleden in het ‘echt’ of als zij van het podium af zijn, ook zo aardig zijn. Ze staan altijd open voor een praatje en ze laten zich zien na het slotconcert in café Boëms Jeu. Voor Jan Philipsen staat authenticiteit voor: ‘Ben je daadwerkelijk wie je bent? Straal je uit wie of wat je bent? Dat is de toets waaraan het publiek ons keurt’. Voor hem vormt: ‘authenticiteit [] de noodzakelijke brug op weg naar succes. Met de identiteit van de Peel als basis’. Het uitdragen van authenticiteit en het commerciële succes van de band, net zoals de commerciële verkoop van T-shirts en gadgets, waarover Leonie Cornips schrijft, hoeft dus niet met elkaar in tegenspraak beleefd te worden. Naast authenticiteit, is hard werken en een ingenieuze setlist ook nodig voor succes, ‘om de zaal te pakken’, deelt Jan Willem Anholts ons mee vanachter de schermen.

Herinneren (thema iv)
Rowwen Hèze doet Anges Andeweg herinneren aan haar studententijd in Wageningen. Andere auteurs identificeren zich met hun jeugd en kindertijd. De Peel in brand: ‘daar werd mijn jeugd bezongen, ík was daar aan het zingen’, laat Paul van Loo weten en Johan van de Beek: ‘Over mijn kinderjaren. Over ieders kinderjaren. Over de rand. De periferie. De jeugd op het land. Althans, daar gaat het voor mij over. Al had deze band maar één lied gemaakt, dit lied, dan was dat al voldoende geweest voor onsterfelijkheid.’

Peter Nissen wijst ons erop dat de tekst Vur altied is vurbeej refereert aan de kerk, de pastoor, alles wat met het katholieke leven van doen heeft, tot een wereld hoort die voorbij is. ‘Maar die wereld is wel nog bij vlagen aanwezig in onze herinnering’. Op de CD ’n Hemel op aarde hoort Charles van Leeuwen een ándere religieuze ervaring dan in de film. ‘Zachter, geloofwaardiger, luchtiger, terloopser. (…) Ook de religieuze ervaring is er, ze treedt echter niet op de voorgrond.’

De taal van Rowwen Hèze (thema viii)
De teksten van Rowwen Hèze laten de grenzen van tijd vervagen en herinneringen doemen op. Dat geldt ook voor identificatie met een plek. De bewering dat fans, liefhebbers en luisteraars zich automatisch met America, de Peel of (Noord)Limburg identificeren doordat Jack Poels in het dialect van America zingt, is te gemakkelijk. Fans tot ver buiten America en tot in de verste uithoeken in Nederland zingen in dit dialect en coverbands op Ameland, geïnterviewd door Mathilde Jansen,  zingen in het dialect van Jack Poels. In dit opzicht vraagt Michiel de Vaan zich af hoe luisteraars door heel Limburg (en elders) zich tot verschillen tussen het Americaans en andere dialecten in Limburg verhouden. Het zingen in het dialect door Rowwen Hèze heeft volgens Marc van Oostendorp wel consequenties voor het ritme en volgens Ben Hermans voor het rijm. Ritme en rijm zijn niet los te zien van het gebruik van de sleep- en valtoon in het dialect van America waarover vooral Herman Crompvoets uitweidt. Jos Swanenberg beargumenteert dat onder invloed van globalisering, lokale talige karakteristieken in dialecten verdwijnen.

Identificaties met een plek (thema vii)
Fans identificeren zich niet zozeer met een plek maar vooral met de stereotype beelden waar Limburg volgens hen voor staat: volgens Vincent de Rooij met warmte, onderlinge verbondenheid, en een positief levensgevoel en volgens de geïnterviewden door Kitty Jansen met gezelligheid en bourgondische sfeer.

Hoe krijgt een plek door Rowwen Hèze nog meer betekenis? Lotte Thissen en Sjaak Kroon besteden aandacht aan de liedteksten die de personages op bepaalde plekken situeren: in de kroeg, op een kerkplein, op het agrarische platteland, vreemde hotels, in de buurt van fanfaremuziek en aardige mensen, in de trein. Dan zijn er de plekken waar Rowwen Hèze speelt en de luisterverwachtingen van het publiek. In een feesttent staat een afscheidingshek tussen band en publiek, wordt zeer zeker met bier gegooid, ruigere muziek gespeeld terwijl het theater zich veel beter voor ballades leent en mensen op stoelen kunnen zitten.

Sociale identificaties (thema iv)
Frans Pollux verwondert zich erover dat stadse jongeren in Blerick zich door Rowwen Hèze kunnen identificeren met het dorpse boerenleven. In zijn voetballende jeugd klonk: ‘Ruige boeren,’ vulde de linksback aan want in optredens wordt er geduwd en geschreeuwd. En enorm veel gedronken. Niets voor mietjes. En dus wel iets voor ons.’ Die identificatie van stadse jongeren met het dorpse boerenleven komt door het dialect tot stand maar vooral door de praktijken tijdens de concerten (bier drinken, schreeuwen, vloeken en modder) in combinatie met het veilige thuisgevoel van Rowwen Hèze‘s onderwerpen. De stadse pubers vereenzelvigen zich niet zozeer met de dorpse boerenpubers, zegt Pollux, maar zijn in wezen overtuigd dat Rowwen Hèze iets Limburgs verbeeldt (en dus niet iets Hollands) waarmee ook zij zich kunnen identificeren.

In vele bijdragen valt de gelaagdheid van de constructie tussen ‘wij’ en ‘zij’ en dus ook de meervoudige en ambigue identiteiten moeiteloos te ontdekken: dorp versus stad; boeren- versus stadsjongens; ballades versus rock; Noord versus Zuid-Limburg; Zwarte plak versus America. Horst versus America gaf, zoals Wim Hendrix de lezer vermakelijk laat weten, aanleiding tot het carnavaleske protestlied ‘Niks, stront niks’ waarmee Rowwen Hèze hun landelijke TV debuut konden binnenhalen; vooral Erin Bauer benadrukt de opposities tussen rijk en arm, periferie en centrum en minderheid versus meerderheid. De context bepaalt welke culturele invullingen van plek en tijd in interactie met sociale categorieën (leeftijd, gender, sociale klasse, leefstijl, etniciteit) naast elkaar kunnen bestaan en welke niet. Zo schrijft Jos Perry: ‘Jazeker, ik ben Maastrichtenaar; maar niet full time. (…) Diep van binnen weten we best dat we op één enkele dag twintig verschillende personen kunnen zijn (…) Van die twintig zitten er af en toe een paar elkaar in de weg (…). Maar in de regel houden ze het best met elkaar uit. Grensland alaaf!’

Rowwen Hèze en de muziek (thema vi)
Volgens Jeroen de Kloet speelt Rowwen Hèze heel bewust met globalisering. Zij zijn ‘een uitgekiend voorbeeld van een specifieke toe-eigening van Amerikaanse culturele vormen juist om een regionale identiteit vorm te geven.’ Erin Bauer beredeneert dat inspiratiebron Los Lobos en Rowwen Hèze de geografische afstand tussen Los Angeles en America moeiteloos overbruggen door een ‘culturele gemeenschap’ te construeren op basis van een gelijke sociaal-economische achtergrond, muzikale karakteristieken, accordeon-klanken en rebelsheid tegen ‘mainstream’ autoriteiten. Ook volgens Sjaak Kroon vervagen geografische grenzen als Rowwen Hèze in Texas in het ‘echte’ Amerika in precies dezelfde jongerencentra, cafés, danstenten en feestzalen speelt als ‘thuis’, daar waar Jack Poels zich ‘meteen op z’n gemak voelt, met aardige mensen die ook in America hadden kunnen wonen, waar alles heel gewoon is tot en met de op de een of andere manier kneuterige inrichting van de bar, heel menselijk, zoals vroeger Jongerencentrum Club Cartouche in America of Café Boëms Jeu.’
               
Als redacteuren zijn we al deze auteurs dankbaar die belangeloos hun bijdrage hebben geschreven. Het was een plezier om Het dorp en de wereld samen met auteurs, het Limburgs Museum en Uitgeverij Vantilt tot stand te brengen. Laat ik besluiten met de woorden van fan Monique: ‘Maar ik weet dat het [Rowwen Hèze] niet voor eeuwig is. Alhoewel, als Mick Jagger op zijn zeventigste nog op het podium kan staan, kan Poels dat ook.’



[1] Twee boeken over Rowwen Hèze zijn eerder verschenen: Jan Brands. 1995. Een splinter van de ziel. Rowwen Hèze en het grote dorpsverlangen. SUN: Nijmegen/Amsterdam en Jan-Willem Anholts en Jan Brands. 2005. Kilomeaters. 20 Joar Rowwen Hèze. Mooi Limburgs Boekenfonds.
[2] Wim Hendrix heeft zijn bijdrage in het dialect en in het Nederlands geschreven, de bijdrage van Erin Bauer is in het Engels geschreven en in het Nederlands vertaald.
[3] Een inspiratiebron hierbij is het artikel van Nikolas Coupland. 2011. Voice, place and genre in popular song performance. Journal of Sociolinguistics 15/5: 573–602.