Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 8 april 2015

Uitroeptekens als minismileys

Door Marc van Oostendorp

Er is een kleine verandering die ik bij mezelf meen te bespeuren, maar die nauwelijks te bestuderen is. Ik heb het idee dat ik meer uitroeptekens schrijf dan vijfentwintig jaar geleden. En ik denk dat ik daar ook niet de enige in ben – anders zou ik het hier natuurlijk ook niet melden. Ik heb het onlangs eens op Twitter nagevraagd en daar vonden de mensen het ook.

Het is moeilijk te onderzoeken – je zou daarvoor liefst even snel door digitale bestanden heen gaan, maar heel veel zoekmachines op internet zijn er juist op getraind leestekens te negeren. Je zou het dus wel kunnen doen door zelf een grote hoeveelheid materiaal te verzamelen, maar het moet dan wel vooral informeel geschreven Nederlands van vijfentwintig jaar geleden zijn. En waar haal je zo snel grote hoeveelheden ingescande persoonlijke brieven uit die tijd vandaan?

Er moet eens een student interpunctologie een scriptie over schrijven.
Dus doe ik voor het gemak maar even of ik gelijk heb. Wat zou de verklaring kunnen zijn? Ik houd niet van het type verklaring, maar het zou misschien weleens te maken kunnen hebben met het elektronisch schrijven – het feit dat het allemaal snel en kort moet. Voor mijn gevoel zet ik uitroeptekens vooral na korte zinnetjes, en doe ik dat omdat het anders te bars klinkt. Er is een verschil tussen:
  • Ik doe dat morgen. Tot dan, Marc.
en:

  • Ik doe dat morgen! Tot dan! Marc.
Het tweede 'klinkt' aardiger voor mijn innerlijke oor. Je kunt zo'n uitroepteken zien als een manier om aan de koele elektronische letter een beetje een menselijke toon mee te geven. Bij een zin met een punt gaat de toon aan het eind omlaag. Wanneer je dan veel korte zinnetjes schrijft, krijg je onwillekeurig een barse toon.

Maar beter nog kun je het uitroepteken zien als een minismiley, de kleinste grafische manier om iets wat anders al te serieus klinkt er wat aardiger uit te laten zien, een van het groeiend arsenaal aan middelen die we inzetten om het geschreven woord méér te maken dan een opeenvolging van letters.

 We hebben de afgelopen twee decennia een explosie meegemaakt van dat soort tekens. Mensen zeggen wel dat dit is om de schrijftaal wat van de kwaliteiten van de spreektaal mee te geven, maar die mensen hebben nog nooit een handgeschreven brief uit vroegere eeuwen gezien: ook daar staan tekeningetjes in, wordt van alles gedaan met de vervorming van het handschrift, enzovoort. Communiceren is altijd meer geweest dan een zakelijke boodschap overdragen, in letters.


2 opmerkingen:

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.