Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 5 februari 2015

Addenda EWN: z(w)oel

Door Michiel de Vaan

zwoel bn. benauwd en zoel bn. aangenaam warm

Mnl. verzwoelen verzengen (14401460; Jan Praet, Speghel der wijsheit; verzwoelen staat zo in de uitgave van Bormans uit 1872, het hs. zal wel een andere spelling hebben). Vnnl. swoel, zwoel aangenaam warm; onaangenaam warm, broeierig (ca. 1615), swoelen gloeien, drogen (1608). Zonder w: Vnnl. soel, zoel aangenaam warm (1576).

Kiliaan (1599) kent alleen soel maar verwijst daar naar smoel, een afleiding bij smeulen, dat blijkbaar voor hem het meest gangbare woord was. Meerdere moderne dialecten hebben smoel, terwijl z(w)oel zeldzaam is.


Verwanten: Mnd. swōle zomers warm, Mohd. schwul onaangenaam warm (uit het Nederduits ontleend), sinds de 18e eeuw schwül (met ü naar voorbeeld van kühl), Noordfries swol, swaul naast sweel, Oostfries swoul zwoel, Oudengels swól (m./n.) hitte, gloed (van vuur, zon, koorts). Uit Westgermaans *swōla-, een afleiding van het ww. *swelan branden, verzengen, waarop Vroegnnl. zwelen verbranden, schroeien teruggaat. Daarnaast bestond ook een Germaans bn. *swala-, dat in de betekenis koel (brandend koud) in het Noordgermaans voortleeft (Ouddeens swal koel).

Tussen een medeklinker en een *ō verdween *w in het Oudnederlands (of misschien zelfs eerder) door assimilatie aan de klinker, zoals in hoe uit *hwō en zoen uit *swōnō. Er bestaat soms variatie binnen hetzelfde woord (Mnl. swoen / soen, swoegen / soegen, Nnl. swoel / soel), reden waarom de  handboeken aannemen dat de wegval van w dialectisch was. Maar hij valt ook in het oudste Fries en Duits soms al weg, dus het is waarschijnlijker dat de gevallen met -woe- op analogisch herstel van w berusten. Zo kon in zwoel de w makkelijk hersteld worden op basis van zwe

4 opmerkingen:

  1. Is een rechtstreekse klinkerwisseling tussen *-ō- en *-e- wel aannemelijk? M.a.w. is *swōla- niet eerder afgeleid van een o-trap nevenvorm *swalan- dan van *swelan-?

    Olivier van Renswoude

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Daar heb je helemaal gelijk. Ik wil in deze rubriek niet té diep op dat soort vragen ingaan, mijn formulering is samenvattend bedoeld. Maar ik had dezelfde gedachte: zou er een (iteratief) *swalan bestaan hebben? We hebben er geen direct bewijs voor, wel voor een causatief *swaljan.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Okido!

      Is er overigens niet eerder sprake van een u-stam *swōlu- die hier en daar in het Noordwestgermaans in een ja-stam *swōlja- is overgegaan, zoals ook is gebeurd met *kōlu- en *swōtu-?

      Nederduits swṻl (naast swōl, zie De Vries, 1971) en Middelnederduits swōle lijken daar immers op te wijzen.

      Zo ja, mogelijk hebben u-stam en ja-stam in het Hoogduitse taalgebied naast elkaar bestaan en won de laatste uiteindelijk in de vorm van schwül, en heeft dat dus niet zijn umlaut o.i.v. kühl.

      Verwijderen
  3. Dat zou zeker kunnen (ik geloof dat Kroonen in zijn wb. een u-stam reconstrueert), maar ik vond de zaak minder duidelijk dan bijv. bij 'zoet', waar die umlautvormen al ouder zijn. Ik zou dieper in de Duitse dialectvormen moeten duiken om er meer over te zeggen.

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.