Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zondag 18 januari 2015

Nederlandstalige poëzie uit de Eerste Wereldoorlog (1)


Door Bart FM Droog


Wat opvalt aan recent verschenen bloemlezingen met poëzie uit de Eerste Wereldoorlogspoëzie, is dat het gehalte aan Nederlandstalige verzen erg klein is.  


Honderd jaar geleden stak er een storm op die later bekend werd als De Grote Oorlog, na 1939 de Eerste Wereldoorlog genoemd. De oogst van dit conflict bestond uit verwoeste landschappen, dorpen en steden en miljoenen doden en verminkten. Toch heeft dit conflict ook iets van waarde opgeleverd: toeristische trekpleisters en gedichten.

De toerististische W.O.-I attracties zijn bekend: de Vlaamse Westhoek (Ieper), de verdwenen Zeppelinhangars bij Gent, het  onlangs gesloopte Engelse Kamp te Groningen, etcetera. Maar terwijl we bijkans gebombardeerd worden met Duits-, Engels-, Italiaans-, Japans, Russisch-, Servo-Kroatisch-, Turks- en anderstalige oorlogsgedichten uit 1914-1918 (zoals in Geert Buelens' Het lijf in slijk geplant. Gedichten uit de eerste wereldoorlog (2008)), kennen we nauwelijks Nederlandstalige oorlogspoëzie uit die tijd. Hoe komt dat? 

De meest voor de hand liggende reden is dat men bij 'oorlogspoëzie' denkt aan gedichten die aan het front geschreven zijn. Nu was Nederland neutraal en Vlaanderen grotendeels bezet. Ergo: het is niet vreemd dat het brede publiek denkt dat er dús weinig Nederlandstalige poëzie in de Eerste Wereldoorlog is geschreven – op een handvol juweeltjes van Agnita Feis, Paul van Ostaijen en Albert Verwey en de bloed-en-bodemverzen van enkele extremistische Vlaamse dichters na. Einde verhaal. Of toch niet?

Burgers

De Eerste Wereldoorlog was ook voor burgers – zowel in bezette steden als in neutrale landen – zeer ingrijpend. Er was honger. Er waren opstanden. Belgische arbeiders werden naar Duitsland gedeporteerd. Naar schatting één miljoen Belgen vluchtten naar Nederland, honderdduizenden weken uit naar Frankrijk en Engeland. Er vielen doden, aan het front en achter het front. Schepen – ook neutrale – werden gekelderd door zeemijnen of torpedo's. Er waren bombardementen op steden - ook op Nederlandse, zoals op Goes, Sluis en Zierikzee in 1917. Per vergissing weliswaar, maar voor de slachtoffers en nabestaanden maakte dat geen verschil.

Soldaten

Nederland telde op 1 januari 1914 circa 6.200.000 inwoners. Het Nederlandse leger groeide in 1914 van 59.000 tot 200.000 man. Bij de demobilisatie in 1918 telde de Nederlandse krijgsmacht 237.000 man.

België telde bij het uitbreken van de oorlog circa 7.600.000 inwoners. Waarvan ongeveer 250.000 dienst deden in het leger. Vlamingen én Walen. In totaal dienden in 1914-1918 circa 330.000 mannen in het Belgische leger – waarvan rond de 33.000 de oorlogsjaren vooral als geïnterneerde in Nederland doorbrachten.

Onder al deze mensen, burgers en militairen, was een behoorlijk aantal dat gedichten over de oorlogservaringen schreef – veel van deze verzen zijn na te lezen in de bloemlezing Het monster van de oorlog (2004) en/of op deze online bloemlezing: www.wereldoorlog1418.nl/oorlogsverzen/gedichten/

Het bekendste en onbekendste Nederlandstalige Eerste Wereldoorloggedicht
'Lied van de dood' van Frans van Raemdonk

Gek genoeg ontbreekt daar, net als in alle andere mij bekende bloemlezingen, het 'Lied van de dood' van de Belgische frontsoldaat Frans van Raemdonk (1897-1917). Hij schreef het circa 1916. Het is het bekendste en tegelijkertijd onbekendste Nederlandstalige Eerste Wereldoorlogsgedicht. Op Vlaamse seniorenblogs en sites van oud-militairen wordt het regelmatig geciteerd. Maar in geen van de zeshonderd tot dusverre voor de NPE onderzochte Vlaamse en Nederlandse bloemlezingen uit de 20ste en 21ste eeuw duikt het op:

Der zullen geen klokken luien
hun droevig dooden-lied,
als ik zal vallen, dorstig
in 't bloedig Yzergebied...

Mij zal geen wagen voeren
noch volgen een zwarte stoet
van bleeke mannen, gelijk men
bij Kristene menschen doet...

Der zullen geen vrienden komen,
en op mijn graf, noch kruis
noch kronen, noch bloemen strooien,
'k zal sterven zóo ver van huis...

Maar, als die droeve tijden
van dwang en muiterij
voorbij zijn, en 't sedert maanden
gedaan is en uit met mij,

dan zal er een zonne rijzen
van vurige liefde rood...
Dan zullen de klokken luien!
voor hen, die ginds liggen, dood.

Dan zullen de klokken luien
een eeuwig verlossingslied!
Doch zij die ginds liggen, die zullen
't niet horen in 't Yzergebied!

Frans van Raemdonck
Uit: De zielezang van Joris Sylphe. Verzorgd door O. Dambre. De Landtsheer, Temse, 1919. 2de druk onder de titel De zielezang van Frans van Raemdonck, 1922. 127p. [1]bl. pl.

Dit gedicht is na 1918 door Vlaamse nationalisten 'gekaapt', waardoor het 'besmet' raakte en buiten de officiële literatuur viel. Ten onrechte – want als je het puur leest als gedicht van een soldaat uit 1917, dan heeft het evenveel zeggingskracht als 'InFlanders Fields' van de Canadees John McCrae of – uit een wereldoorlog later – 'Het Lied der achttien dooden' van Jan Campert.

Verantwoording illustraties:

Tekening: Jan Rinke. Uit: Frank Gericke. Van het slagveld der natiën. Een boek over België in dezen tijd, behelzende tal van persoonlijke herinneringen, reisbeschrijvingen, stemmingsbeelden, indrukken, opmerkingen, beschouwingen, anecdoten en verhalen over het land van België, zijne bevolking en hare levenswijs tijdens den nog woedenden oorlog. Met 300 ill., geteekend naar oorspronkelijke foto's door Jan Rinke. D.A. Damen, Den Haag, 1915. 396p.
Foto: Frans van Raemdonck. Fotograaf onbekend. Van bidprent, uitgegeven door zijn neef Clemens de Landtsheer.


(wordt vervolgd)