Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

dinsdag 30 september 2014

Pas verschenen: Het leven volgens Oek de Jong



Op 13 september 2014 is Het leven volgens Oek de Jong – Terug naar een naaktheid gepresenteerd. Deze bundel, onder redactie van Johan Goud, bevat de bijdragen aan het symposium “Terug naar een naaktheid: levensbeschouwelijke aspecten van het werk van Oek de Jong”, dat in november 2013 aan de Universiteit Utrecht gehouden werd.

Diverse neerlandici, filosofen, letterkundigen en religiewetenschappers gaan in hun bijdragen in op de levensbeschouwelijke aspecten van het werk van Oek de Jong, schrijver van romans als Opwaaiende zomerjurken (1979) en Pier en oceaan (2012). Johan Goud, hoogleraar Religie en zingeving in literatuur en kunst aan de Universiteit Utrecht, bespreekt bijvoorbeeld de literaire mythologie in De Jongs werk. Wilbert Smulders, universitair hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde in Utrecht, levert een bijdrage met het artikel ‘Hermans en de Jong: harde en zachte mystiek’.

men is/ ikzelf

 
Wie is 'men' bij Kouwenaar? Men is men, aldus dichter Han van der Vegt onlangs in een beschouwing over Kouwenaars regel 'men moet aan alles een vorm geven':
 
Je denkt misschien dat hij ‘men’ gebruikt om geen ‘ik’ of ‘je’ te hoeven schrijven. Maar wie een aantal van zijn gedichten achter elkaar leest is er snel aan gewend. Kouwenaar schrijft ‘men’ omdat hij ‘men’ bedoelt.
 
Dat zien veel van Kouwenaars lezers toch anders. In zijn boek uit 2008 over de verschillende manieren waarop Kouwenaars poëzie benaderd wordt, Gerrit Kouwenaar en de politiek van het lezen, stelt Gaston Franssen vast dat ook exemplarische lezers als Sötemann, Kusters en Groenewegen het bovenpersoonlijke al snel terugvoeren op het particuliere - 'compleet met biografische details en persoonlijke doelstellingen.' De 'men' die zich ophoudt in de buurt van een huis is geen geabstraheerde lyrische entiteit, maar een Hollandse dichter met een tweede huis in Zuid-Frankrijk. Zo, naar hartenlust contextualiserend, lezen lezers blijkbaar. Franssen laat het zien om vervolgens aan te tonen dat daarmee de problemen niet opgelost zijn. Kouwenaars poëzie is te principieel ambigu om zich te lenen voor welke totaliserende interpretatie dan ook.  

Hoezeer Kouwenaars poëzie zich tegen zo'n interpretatie kan verzetten, blijkt ook uit dit gedicht: 

Seks is (soms) gezond!

Middeleeuwse tips en tricks uit Kennis in beeld. Denken en Doen in de Middeleeuwen
 
Door Ine Kiekens
 
Als mediëviste krijg ik van familie, vrienden en kennissen af en toe het volgende voorgeschoteld: “Vertel eens iets bijzonders, hoe zat dat nu eigenlijk in de middeleeuwen? Aten mensen met mes en vork? Wasten ze zich wel regelmatig? Welke kleren droegen ze? Maakten ze zich op om naar een feest te gaan? En wat deed men als men ziek werd? Wordt daarover iets verteld in die oude geschriften die je daar nu al enkele jaren aan het bestuderen bent?”

maandag 29 september 2014

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [22]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





vrijdag 26 september 2014

Dialect en zelfbeeld



Door Leonie Cornips

In de vijfde klas van de middelbare school heb ik een keer een opstel geschreven voor mijn twee van huis uit dialectsprekende vriendinnen. Zij haalden wel altijd negens en tienen voor Duits, maar dikke onvoldoendes voor Nederlands. Bij mij was het precies omgekeerd: worstelen met Duits maar goed in Nederlands. Maar deze truc mocht tot mijn verrassing niet baten. Ook het opstel dat ik voor hen schreef, kreeg een ruime onvoldoende. Hoe het opstel er ook uitzag, het kon de negatieve vooroordelen over de taalvaardigheid van het Nederlands van dialectsprekers blijkbaar niet doorbreken. Dit speelde in de jaren zeventig toen ook het beroemde sociolinguïstische onderzoek in Kerkrade rapporteerde dat leerkrachten van de basisschool opstellen van hun dialectsprekende leerlingen lager waardeerden dan leerkrachten die de taalachtergrond van deze kinderen niet kenden.

Ik ben altijd nieuwsgierig geweest of die negatieve oordelen over dialectsprekers en hun taalvaardigheid in het Nederlands juist zijn, en wat het effect van die oordelen is op hoe de leerling zichzelf waardeert. Vandaar dat ik opgetogen was toen een studente Orthopedagogiek interesse toonde in dit onderwerp. Anke van den Bersselaar onderzocht voor haar masterscriptie 2.405 leerlingen uit groep 8 van de basisschool in 32 kleine gemeenten in Zuid-Limburg. Ze wil weten of leerlingen die van huis uit dialect spreken zichzelf hoger of lager waarderen dan leerlingen die uitsluitend Nederlands spreken, en of ook meisjes en jongens hierin verschillen. Anke schrijft in haar masterscriptie dat zelfwaardering als een thermometer is die bijhoudt in hoeverre iemand zich door anderen gewaardeerd en geaccepteerd voelt. Vooral kinderen tussen acht en dertien jaar kunnen een negatief zelfbeeld ontwikkelen wanneer ze te veel negatieve opmerkingen ontvangen. Ze denken dan: ‘ik ben niet de moeite waard’ of ‘ze lachen vast om mij’. Op die leeftijd zijn meisjes gevoeliger dan jongens voor commentaar van anderen. Negatieve opmerkingen kunnen ‘harder’ aankomen, waarschijnlijk omdat zij zich stelselmatig lager waarderen dan jongens.


Pas verschenen: Tekstblad (2014, nr. 4)



Deze week verscheen een nieuw nummer van Tekstblad, tijdschrift over tekst en communicatie.

Inhoud:

Over het voeren van gesprekken...
Tom Koole, hoogleraar Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoekt hoe mensen een gesprek organiseren en met welke vanzelfsprekendheden dat gebeurt.
Onderzoek naar de manier waarop mensen conversaties voeren, is direct relevant voor tekstschrijvers. Teksten spelen een belangrijke rol in geschreven gespreksprotocollen, bijvoorbeeld bij de huisarts of in de meldkamer van 112.
Rita Stiekema voerde met hem een gesprek over het voeren van gesprekken.
 
Smeuïge koppen, verwarrend of effectief?
Verwarrende aandachttrekkers
Dagbladen en nieuwssites gebruiken soms dubbelzinnige koppen of suggestieve foto’s. Twee experimenten tonen aan dat nieuwsgebruikers zich nauwelijks storen aan dit soort verwarrende aandachttrekkers.
Stijlboeken van nieuwsredacties verbieden suggestief of dubbelzinnig taalgebruik, maar dagbladen en nieuwssites maken in hun koppen regelmatig gebruik van alliteratie, rijm of dubbelzinnigheden. Het komt ook voor dat een foto bij een nieuwsartikel geen besproken feiten weergeeft, maar een onverwacht aspect van het nieuws. Aandacht trekken is ongetwijfeld het doel, maar onthoudt de lezer dan nog wel wat het eigenlijke nieuws was? Twee experimenten tonen aan dat nieuwsgebruikers weinig hinder ondervinden van verwarrende aandachttrekkers.
Door Luuk Lagerwerf, Carly Timmerman en Anique Bosschaert.

Spanneld!

Door Marc van Oostendorp

Wie nog nooit op Marktplaats.nl geweest is, kent de Nederlandse taal niet. Zo iemand mist bijvoorbeeld advertenties waarin gezocht wordt naar een 'mooie vrouw voor spannelde foto's maken samen': "Ben op zoek naar een mooi vrouwtje voor spannelde foto 's te maken voor hobby geen foto modellen of betalingen puur voor hobby en spannelde locaties opzoeken enz."

Drie keer spanneld. Dat kan geen typfout meer heten. Op Facebook schrijft iemand over een tochtje naar Vinkeveen in 1955: "Vond het ook wel spanneld dat uitstapje, want in onze tijd kwam dat (behalve het schoolreisje) eigenlijk nooit voor." En al tien jaar geleden schreef iemand in het gastenboek van Citygirl: "lieve sil en mike ik vind het heel erg leuk om julie zwangerschap van zo dicht bij te mogen meemaken vind het ook supper spanneld kan ook niet wachten om die kleine in me armen te nemen en straks op te passen".

Veel komt het niet voor, en of het allemaal doorzet valt in dit stadium niet te voorspellen, maar hier borrelt toch wel een mogelijke taalverandering. Waar komt die vandaan?

donderdag 25 september 2014

Addenda EWN: Zode

Door Michiel de Vaan

zode zn. ‘plag’ en zodde zn. ‘drassig land’

Zode kent twee klinkervarianten, oo en aa. De oudste attestaties betreffen Noordhollandse plaatsnamen, Saden bij Zaandam (ca. 1180) en in Sadenhorne (1130–1161 kopie ca. 1420). In het Vroegmiddelnederlands staat in het Vlaams het mv. saden ‘graszoden’ (1260, 1287) naast eenmaal soeden (datief mv.) ‘weiland’ (1251–1275). Zaden verschijnt later ook in de rekeningen van Gent (1336) en in Van Maerlant’s Spieghel Historiael, derde partie (1301–1325). Dit zade is een ontlening van de kustdialecten uit (een voorstadium van) Oudfries sātha m. ‘graszode’ (waaruit Modern Fries seadde), dat op Proto-Germaans *sauþan- wijst.

De aa-variant zit ook verborgen in Middelnederlands saddijc, saddic, zaddik ‘kuil of del die ontstaan is door het uitgraven van aarde ten behoeve van de ernaast gelegen dijk’, dat alleen in Noord-Holland voorkomt. Het bronwoord is Oudfries sāthdīke, saddik ‘land waar graszoden worden gestoken (om een dijk mee af te dekken)’. Een voorbeeld uit de statuten van Edam (1467) bevat zowel zoden als zaddick: soo wye enighe versche zoden gebrocht hadde op sijn werf of hofstede, die sal bewisen dat zaddick waer se ghedolven sijn.

Te gast in mijn rommelige werkkamer: Jan Stroop

Door Marc van Oostendorp





Welkom in de chaos van mijn werkkamer op het Meertens Instituut. Deze week verscheen Jan Stroops nieuwe boek De taal, die weet wat. In bovenstaande video praat ik met Jan over dat boek.

Deze video is een eerste poging om Neder-L multimedialer te maken. Ik hoop dat het jullie bevalt, al zal ik voorlopig toch wel vooral blijven schrijven.

Hier is het boek waar het over gaat:

Jan Stroop. De taal die weet wat. Over wat kan en niet kan in het Nederlands. Amsterdam: Athenaeum, 2014. Bestellen bij de uitgever.

In het interview verwijst Jan ook naar het boek Language and Space: Dutch, geredigeerd door Frans Hinskens en Johan Taeldeman.

woensdag 24 september 2014

De R in verengelsen

Door Marc van Oostendorp

Het is misschien best leuk om met mensen te werken die net zo oud en sloom zijn als ik, maar het haalt het niet bij werken met mensen die jong en slim zijn. Leve het college geven! Er komt weer een briljante nieuwe generatie taalwetenschappers aan.

We hadden het gisteren over de verschillende manieren om de r uit te spreken. Er zijn er volgens de Klankencyclopedie van het Nederlands enkele tientallen van, afhankelijk van hoe je telt. Diezelfde encyclopedie leert ons dat niet al die r'en op dezelfde plaats van het woord gebruikt worden. De Gooise R (die ik schrijf met een hoofdletter) heeft bijvoorbeeld een voorkeur voor het eind van de lettergreep. Er zijn wel veel mensen die raaR zeggen (met aan het begin van het woord bijvoorbeeld een schraap- of een trillende r), maar geen mensen die Raar zeggen (met een Gooise r aan het begin en een schraap of tril aan het eind). Ga maar na, in geheel ons taalgebied zul je niemand vinden die Raar zegt, behalve om de Klankencyclopedie van het Nederlands dwars te zetten.

En toen kwam een van die jonge en slimme studenten ineens met het verschil tussen verengelsen en vereniging op de proppen. In de eerste hoor je wel regelmatig een Gooise R (veRengelsen), maar in de tweede hoor je die niet of nauwelijks (vereniging).

dinsdag 23 september 2014

8ste Dag van de Nederlandse Zinsbouw



Datum: vrijdag 28 november 2014
Locatie: Universiteit Utrecht, Drift 21, zaal 0.05 (Sweelinckzaal)


De Dag van de Nederlandse Zinsbouw is een jaarlijkse workshop waar taalkundigen vanuit verschillende achtergronden, disciplines en theorieën in debat gaan over prominente thema’s die betrekking hebben op de zinsbouw van het Nederlands. In deze achtste editie (DNZ 8) komen drie thema’s aan bod die steeds vanuit verschillende theoretische kaders bekeken worden om zo een indruk te krijgen van de overeenkomsten en verschillen.

Thema’s

Ingebedde V1-zinnen
Barend Beekhuizen (Universiteit Utrecht):
V1-bijzinnen: verbonden in vorm, verdeeld in functie
Saskia Daalder (Vrije Universiteit Amsterdam):
De interpretatie van V1-conditionals:  beschrijving in het kader van de relevantietheorie

Adverbiale bepalingen
Norbert Corver (Universiteit Utrecht):
Over de geleedheid van adverbiale expressies
Lotte Hogeweg (Radboud Universiteit):
De pragmatiek van adverbiale bepalingen

Lange-afstandsafhankelijkheden
Eefje Boef (Universiteit Utrecht) & Tanja Temmermans (KU Leuven, campus Brussel):
Lange-afstandsafhankelijkheden in Generatieve Grammatica
Remi van Trijp (Sony CSL Parijs):
Tijd om de syntactische boom om te hakken: Lange-afstands-afhankelijkheden zonder transformaties of filler-gaps


Deelname aan de dag is gratis

Leids ontzet in 17de-eeuwse theaterversie



Op zaterdag 4 oktober speelt Theater Kwast in hun serie Mond op Mond een stuk dat twee eeuwen lang voor volle zalen zorgde, populairder was dan de Gijsbrecht van Aemstel en nu vrijwel vergeten is; het Beleg en Ontset der stadt Leyden (1645) van Reinier de Bont. Het stuk beschrijft het klassieke verhaal van het Leidens ontzet. De Bont schreef het toneelstuk aan de hand van gesprekken die hij voerde met ooggetuigen. Waardoor het publiek de sensatie krijgt het beroemde beleg vanaf de eerste rij mee te maken.

In Mond op Mond blaast Kwast 17e-eeuwse theaterteksten eenmalig nieuw leven in. In één dag repeteren acteurs en musici een stuk en spelen het vervolgens dezelfde avond met tekst in de hand voor publiek.

Datum: zaterdag 4 oktober 2014
Tijd: 20.15 uur
Locatie: Theater Perdu, Kloveniersburgwal 86, Amsterdam
Entree: € 12,50
Reserveren en meer informatie: www.stichtingkwast.nl

De "meest iconische" zanger

Door Marc van Oostendorp

Vandaag is het tien jaar geleden dat André Hazes overleed en dus gebruikt iedereen naar hartelust het woord icoon. 'In de boekwinkel is vanaf dinsdag een nieuwe biografie beschikbaar over het icoon', schrijft Wel.nl. 'Toen André Hazes in 2004 overleed, verloor Nederland een van zijn meest iconische zangers,' weet Nu.nl.

Meest iconisch? Het WNT kent nog geen betekenissen voor dit woord die er op het eerste gezicht toe doen: alleen evenbeeld ('een ikoon van de Heer') en 'traditioneele beeltenis van Christus of een andere heilige'. Van Dale laat zien dat de betekenis van dat woord naar alle kanten is uitgebreid. Het kan duiden op een gestileerde afbeelding, een computerpictogram of 'iem. die (in een bepaald cultureel opzicht) beeldbepalend is voor de tijd waarin hij of zij leeft'.

maandag 22 september 2014

men is/ ikzelf


door Gert de Jager 

"Je". De lyrisch toegesprokene in de poëzie van Komrij die blijkbaar geen 'ik' wil zeggen: "Je denkt niet graag terug aan kinderjaren." Alle Nederlandse voetballers sinds Johan Cruijff wanneer ze na afloop van de wedstrijd worden geïnterviewd. Kouwenaars 'men'.
 
Wat er aan de hand is, leert misschien een reeks onderzoeken van Amerikaanse psychologen waarover gerapporteerd werd in het februarinummer van het Journal of Personality and Social Psychology. In de NRC van 31 januari maakte wetenschapsredacteur Ellen de Bruin melding van hun bevindingen en sindsdien zwerft er een knipsel over mijn werktafel. Een ongewoon lange titel: "Praten tegen jezelf is prima, maar nooit in de ik-vorm" en een vakkundige lead: "Praten over jezelf als 'je' of 'zij' schept afstand. Dat maakt het makkelijker om om te gaan met irrationele gedachten" geven samen een aardige indruk van wat de dames en heren psychologen zoal hebben geconcludeerd.
 
Het gaat om het verschijnsel self-distancing. Onderzoek naar taalgebruik van dichters die zelfmoord pleegden had al eerder geleerd dat het ertoe doet: in hun gedichten komt het woordje 'ik' veel vaker voor.

Veel gedoe rondom de Franse koning

Door Marc van Oostendorp

Soms droom ik dat ik de loterij win, mij terugtrek in de bergen, taalfilosoof word en mijn dagen wijd aan de Koning van Frankrijk. Sinds de Britse wijsgeer Bertrand Russell (1872-1970) over die man begon te praten, is de discussie nooit opgehouden – ook niet onder semantici. Russell maakte zich druk over de zin:


(i) - De huidige Koning van Frankrijk is kaal.

Deze zin is duidelijk niet waar: hij beschrijft de werkelijkheid niet zoals wij hem kennen. Is hij daarmee onwaar? Niet als je denkt dat dit betekent dat je zou willen beweren 'De huidige koning van Frankrijk is niet kaal'.

Voor Russell was dit een probleem, want hij meende dat iedere zin waar of onwaar moest zijn, maar inmiddels wordt daar anders over gedacht. De zin is niet zozeer waar of onwaar, hij is ongemakkelijk. Tegelijkertijd zijn er andere zinnen te bedenken over die goede beste man die wel degelijk onwaar zijn, bijvoorbeeld:

(ii)- Het hoofdartikel in de Telegraaf van vandaag gaat over de huidige Koning van Frankrijk.

Ik heb al eerder over dat verschil in Neder-L geschreven, maar gisteren las ik een nieuw artikel over de materie met een nieuw inzicht, althans, nieuw voor mij: het verschil tussen onwaar en ongemakkelijk wordt bepaald door waar de zin over gaat.

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [21]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





zondag 21 september 2014

Het dilemma van de bloemlezer


Door Bart FM Droog

Onlangs ontving ik Niets verloren, de nieuwe dichtbundel van de Belgische Philippe Cailliau. Ik had hem gevraagd om uit dit boek één gedicht te selecteren ter plaatsing op het NPE-lemma over het boek. Hij stuurde helaas twee gedichten in. Daardoor werden we gedwongen te kiezen en is het geplaatste gedicht dus eerder de keuze van de NPE dan die van de dichter. Anyhow, het werd het gedicht 'Wandelaar', en is te lezen op het lemma Niets verloren.

Nu staat in dat boek ook dit gedicht:

Een week uit het leven

Maandag: 62.1, 138-83, 56, 36.3
en 62.3, 152-91, 59, 36.2
Dinsdag: 62.4, 129-84, 63, 36.6
en 63.0, 153-94, 50, 36.6

Woensdag: 62.9, 171-96, 58, 36.2
en 62.5, 145-86, 52, 36.3
Donderdag: 62.0, 138-89, 71, 36.3
en 62.5, 150-90, 54, 36.9
Vrijdag: 62.2, 114-81, 78, 36.1
en 61.2, 120-84, 69, 36.2

Zaterdag: 62.0, 123-95, 82, 36.3
en 61.5, 148-88, 52, 36.3
Zondag: 61.2, 119-83, 69, 36.2
en 62.1, 131-115, 70, 36.7

2012, week 43, ochtend, avond.

Het gaat, gezondheids-
kundig, goed fysiek


Scheer je weg van de volwassenmensentafel

Het taalgebruik van Pepijn Lanen
Door Marc van Oostendorp

"Sociaal engagement," zingt de rapper Pepijn Lanen op zijn nieuwe, afgelopen vrijdag verschenen, 'mixtape' Angst & Walging, "vinkgor". Er zijn op diezelfde track nog meer zaken die dezelfde kwalificatie krijgen toebedeeld: "stappen zonder flappen" bijvoorbeeld, "gek worden", "telefoon op vijf procent" en "mensen die zomaar praten": allemaal even vinkgor.

Lanen – die hier optreedt onder zijn pseudoniem Faberyayo en die vooral bekend is van De Jeugd van Tegenwoordig – vind ik een van de interessantere Nederlandse taalkunstenaars van het moment. Waar de dichters over het algemeen braaf, bedaagd en meisjesachtig schrijven over hoe vreemd de wereld eigenlijk is als je er even bij stilstaat, heeft Lanen inmiddels een oeuvre op zijn naam staan dat de uithoeken van de taal verkent. Hier is de hele mixtape:



Er zit als ik het goed zie ook  een duidelijke ontwikkeling in dat werk.

zaterdag 20 september 2014

Worden mensen taalmoe?

Literatuur en taalwetenschap in discussie
Door Marc van Oostendorp



Kunnen wetenschappers en kunstenaars met elkaar praten? Begrijpen schrijvers en taalkundigen elkaar bijvoorbeeld wel wanneer ze het over taal hebben? Presentator Wim Brands maakt nogal wat misbaar aan het begin van de bovenstaande, onlangs opgenomen, video, waarin de romancier A.F.Th. van der Heijden en de Nijmeegse hoogleraar Pieter Muysken met elkaar in gesprek zijn. Het half uur durend gesprek was een "experiment",waarschuwde hij nadrukkelijk, met alle kans van mislukken.

De vorm van het experiment is eenvoudig: de deelnemers stellen ieder één vraag over taal aan de ander. Van der Heijden en Muysken horen bovendien duidelijk tot de top van hun vak, zijn allebei alom gelauwerd en geroemd, zijn welbespraakt, en hebben een brede blik op de taal en op de samenleving. Toch breekt er binnen enkele minuten spraakverwarring uit, en hebben de twee elkaar uiteindelijk geloof ik weinig te bieden.

vrijdag 19 september 2014

De liefste machine – Gastcollege Willem Otterspeer



22 september 2014 | 15:00–16:00 uur | Heinsiuszaal | Universiteitsbibliotheek Leiden


Willem Frederik Hermans en de schrijfmachine
‘Dat niet ideologieën, maar alleen concrete fysische ontdekkingen onze levenswijs duurzaam beïnvloeden, lijkt mij waarschijnlijk en dat nieuwe uitvindingen, nieuwe apparaten de maatschappij diepgaand veranderen is onbetwistbaar’, schrijft Hermans in De schrijfmachine mijmert gekkepraat (1989, 5). Het belang en de betekenis die Hermans toekent aan (media)technologie, blijkt ook uit de veelheid aan radio’s, klokken, geweren, stoommachines, computers en camera’s waar hij in zijn werk bij stilstaat (of mee-rent). In deze Wunderkammer aan toestellen en apparaten neemt de schrijfmachine een bijzondere plaats in. Willem Otterspeer voert ons mee naar die plaats, en spreekt over de rol van de schrijfmachine in het leven en werk van Willem Frederik Hermans.

Willem Otterspeer
Willem Otterspeer is historicus, schrijver en hoogleraar Universiteitsgeschiedenis aan de Universiteit Leiden. Hij bezorgde Hermans’ briefwisselingen met Gerard Reve, Rudy Kousbroek en Ethel Portnoy. In 2013 verscheen het eerste deel van Otterspeers tweedelige biografie over Hermans, De mislukkingskunstenaar (1921-1952).

Tekst en Medium
Dit gastcollege wordt georganiseerd door de opleiding Moderne Nederlandse Letterkunde, in het kader van de BA-module “Tekst en Medium” die zowel de effecten van het medium van literatuur, als de representatie van media en technologie in de literatuur onderzoekt.

Aanmeldingen via lucas@hum.leidenuniv.nl.