Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zondag 31 augustus 2014

X | XXX

Over 'Nederlandstalige' avant-gardegedichten
Door Marc van Oostendorp

"Deze bloemlezing", schrijven Hubert van den Berg en Geert Buelens in hun nawoord bij hun bloemlezing Doe uw werk! Avant-gardistische poëzie uit de Lage Landen, "wil een representatief overzicht bieden van avant-gardistische gedichten in het Nederlands."

De vraag is nu: wanneer is een avantgardistisch gedicht precies in het Nederlands geschreven?

Van den Berg en Buelens lijken daar zelf weinig twijfels over te hebben. "Nederlandstalig werk van [Kurt] Schwitters namen we bijgevolg eveneens op," schrijven zij, "Frans- of Duitstalige gedichten van Nederlanders of Vlamingen niet." Maar ik zit dan toch met de vraag: in hoeverre is het volgende gedicht (van H.N. Werkman, uit 1932) in het Nederlands geschreven:


Dat lijkt misschien een flauwe vraag, maar in dit geval zitten er toch serieuzere kwesties aan vast.

zaterdag 30 augustus 2014

Een wijze kind in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp


Dat we 'het mooie meisje' zeggen, met een buigings-e maar 'een mooi meisje' zonder, is een wonderlijk fenomeen. Wie heeft er eigenlijk wat aan dat onderscheid? Het is dan ook langzaam maar zeker aan het verdwijnen, nu steeds meer jonge mensen 'een mooie meisje' zeggen. Als we dat eerdaags allemaal doen, is een taalverandering voltooid en zeggen we altijd een vorm met e voor een zelfstandig naamwoord, en een vorm zonder op andere plaatsen (het meisje is mooi, dat is mooi geborduurd).

Nee, dan de middeleeuwen! In een artikel in het nieuwste nummer van het wetenschappelijk tijdschrift TNTL beschrijft Joost Robbe heel precies hoe bijvoeglijk naamwoord werd verbogen in het boek Spieghel onser behoudenisse – waarschijnlijk het eerste boek dat ooit (rond 1470) in Nederland (door Laurens Janszoon Coster) gedrukt werd.

Het system was in ieder geval in dat boek nog een stuk ingewikkelder dan nu.

vrijdag 29 augustus 2014

Het die klok begin lui vir Afrikaans?


Door Prof. Wannie Carstens, voorsitter van die SA Akademie vir Wetenskap en Kuns. 

Taal is altyd gekoppel aan mense. Dit geld ook Afrikaanse mense, wat passievol oor hul taal is en aandring op die gebruik daarvan. Afrikaanse mense glo in die algemeen in moedertaalonderrig en in die reg om hul taal te mag gebruik. Afrikaanse mense weet ook die Grondwet gee hulle daardie reg en eis dit graag op. Pogings om Afrikaans te na te kom, lok daarom altyd reaksie uit. Vir Afrikaanse mense is hul universiteite van groot waarde, ook simbolies. Daarom praat Afrikaanse mense so graag saam oor die hoogste moontlike vlak waarop opleiding in hul taal gegee kan word.

Elke universiteit waar Afrikaans vroeër aangebied is, soos Kovsies, Maties, Tuks, Pukke, NWU-Puk, UJ, UWK en Unisa, het ’n eie oplossing vir die hanteer van die posisie waarin hulle tans is.
Die drastiese agteruitgang van Afrikaans aan die UJ (wat in 1967 as die Randse Afrikaanse Universiteit tot stand gekom het) is nie ’n mooi storie nie. Ons moet daaruit leer wat verkeerd kan gaan as daar met die voete gestem word.

Over de zin van een papieren woordenboek

(door Miet Ooms)

Hoera, Van Dale is 150 jaar! Het woordenboek dus, Den Dikke, de twee-, nee drie-, nee vierdelige intussen! Toch als je de cd-rom meetelt. En dat vieren we! Met een boek (uiteraard), met een voorstelling en.... met een nieuwe editie! Jawel, op papier. Een 'dodebomenmedium', zoals hoofdredacteur Ton den Boon het zo plastisch uitdrukte. Dat lokte al gemengde reacties uit: is het nog wel van deze tijd om zo'n naslagwerk in een papieren versie uit te brengen? Je kan tegenwoordig toch alles online opzoeken? Dat geldt zelfs voor Van Dale: gratis in het handwoordenboek, via een betalend abonnement in Den Dikke. Lekker praktisch: je hoeft niet meer met zo'n zwaar ding te slepen, dat frustrerende geblader tot je aan het juiste lettertje zit is verleden tijd, en je hoeft niet eens vooraf te weten wat de correcte spelling is. Handig, toch?

Toen Londenaren Nederlands verstonden

Door Marc van Oostendorp
In 1599 werd de Londense toneelbezoeker getrakteerd op een toneelstuk, waarin een zekere Lacy zich vermomt als een Nederlander om met een meisje te kunnen trouwen. Hij zingt dan:

Er was een bore van Gelderland
Frolick si byen,
He was als dronck he cold nyet stand,
Upsolce se byen.
Tap eens de canneken,
Drincke scheve mannekin.
(Er was eens een boer van Gelderland; vrolijk zijn zij. Hij was zo dronken dat hij niet kon staan, op zijn benen. Tap eens een kanneke, drink dronken manneke.)

Het lokale publiek kon dit wonderlijke mengeling van Nederlands en Engels kennelijk min of meer volgen, of in ieder geval herkennen. Dat was niet zo vreemd: in de zestiende en de zeventiende eeuw emigreerden relatief grote groepen Nederlandstaligen (vooral Vlamingen) naar het zuidoosten van Engeland, eerst als religieus vluchteling en later ook om er te gaan werken. Naar die groepen en hun taal is maar weinig onderzoek gedaan, maar in een nieuw nummer van Taal en tongval wordt daar radicaal verandering in aangebracht.

donderdag 28 augustus 2014

Addenda EWN: altoos bw. ‘altijd’


Door Michiel de Vaan



Mnl. altos (Limburg,1200), altoes (Limburg,1240), alle /alto:s/, ‘voortdurend, elke keer weer; volstrekt’. Een lokale variant emmertoes wordt in de 15e eeuw in Antwerpen gevonden (MNW). Nnl. altoos,daarnaast ook Vlaams altoost (1598;WNTs.v.Uitb-). Vanaf de 17e eeuw als bw. ook ‘tenminste’.

Verwante vormen: Middelnederduits altegesaltosaltoes, altes ‘geheel,voortdurend’, Middelhoogduits alzogesalzuges ‘geheel,voortdurend’,  Westerlauwers Oudfries altōs, MoWFri. alteasalteast ‘althans, ten minste’.

Een samenstelling van al en een zn. dat van het ww. tijgen ‘trekken’komt. Gezien de Mnd. en Mhd. parallelle vormen was dat tweede lid de genitief van Wgm. *tugi- ‘trek’, waaruit Du. Zug ‘trek,teug’, Ned. teug, Mnl. ook toch ‘trek,teug’ voortkomen. De oudste betekenis lijkt ‘voortdurend’ te zijn, vandaar dat de letterlijke betekenis van Oudnl. *al-toges waarschijnlijk ‘gedurende de hele trek’ was.

De etymologische discussie spitst zich toe op de vraag of altoos inderdaad als tweede lid de genitief Oudnl. *-toges had,zoals meestal wordt aangenomen in oudere handboeken. Het verlies van intervocalische is zeldzaam maar niet onbekend in het Ned. (vgl. verdedigen uit*ver-dage-dingen). Dat de in altoos in alle dialecten vanaf 1200 al weg is, zou aan reductie in onbeklemtoonde positie kunnen liggen. We moeten dan uitgaan van beklemtoning als *áltoges. Op die beklemtoning wijst overigens ook de reductie in Mnd. alteges en altes. In hun woordenboeken betogen Vercouillie (1925) en van Wijk (1936[1912]) dat de oo van altoos “scherplang” was, en dus op Wgm. *au moet teruggaan. Probleem is dan dat we twee verschillende Wgm. vormen zouden moeten aannemen, want voor het Mhd. en Mnd. kunnen we niet om*al-toges heen. Bovendien is een verbaal nomen *tauha-‘trek’, dat dan in Nl. altoos zou zitten, verder niet uit het Germaans bekend. Van Wijk rept van dialectische vormen die *au zouden bewijzen maar noemt zijn bronnen niet. Gezien de schrijftaligheid van het woord in Nederland in de twintigste eeuw is het de vraag of er nog dialecten de geërfde vorm onveranderd bewaard hadden. In het licht van deze problemen geef ik aan de verklaring van altoos uit *altoges de voorkeur.



Hoe een 17-eeuws woordenboekmaker het opnam tegen de elite – en dat met de dood bekocht



Door Marc van Oostendorp

Vandaag verschijnt het boek Schokkende boeken!, onder redactie van Rick Honings, Olga van Marion en Lotte Jensen. Het onderstaande stuk is een voorpublicatie.

392 mensen zetten hun handtekening onder een petitie die op 1 juli 2013 verscheen op het internet en die de gemeente Amsterdam opriep om eerherstel te geven aan Adriaan Koerbagh  (ca. 1632-1669). De gemeente zou hem excuses moeten aanbieden en een straat naar hem noemen. In de tekst van de petitie wordt Koerbagh gekenschetst als een voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, die “door Amsterdam werd vertrapt”.  De eenentwintigste-eeuwse ondertekenaar  hoefde  zich, volgens de tekst, “geen zorgen te maken: dankzij Adriaans vroege strijd voor uw vrijheid van meningsuiting zult u hiervoor niet meer worden vervolgd!”[i]

Hoe wordt een zeventiende-eeuwse woordenboekmaker tot een strijder voor de vrijheid van meningsuiting? Adriaan Koerbagh was oorspronkelijk vooral een taalpurist, iemand in de voetsporen van zijn tijdgenoot Lodewijk Meyer (1629-1688) woordenlijsten waarin alternatieven werden opgesomd voor, vooral, Franse en Latijnse termen. In een van die woordenboeken legde hij een aantal godsdienstige begrippen zo persoonlijk uit dat hij erom werd vervolgd en zeer zwaar gestraft: tien jaar zware arbeid in een ‘rasphuis’, waarna nog tien jaar verbanning uit Amsterdam, en het verbranden van het schadelijke woordenboek. Het laatstgenoemde stukje van de straft werd overigens niet uitgevoerd– men was bang dat zoiets de belangstelling voor het boek alleen maar zou doen toenemen – en Koerbagh heeft het eerste deel van zijn straf nooit uitgezeten. Na vijf jaar rasphuis overleed hij.

woensdag 27 augustus 2014

Je kunt ons alles wijs maken over Diederik Stapel

Wéér een bak met statistieken
Door Marc van Oostendorp


De mensheid is wanhopig op zoek naar een leugendetector. Mensen gebruiken taal om elkaar diepe inzichten in de werkelijkheid toe te werpen én om elkaar maar wat op de mouw te spelden. Wat zou het fijn zijn als er apparaten waren die de ene situatie van de andere konden onderscheiden.

Bij mijn weten hebben we nog steeds geen betrouwbare leugendetectors: je kunt iemands hartslag, zweetafscheiding en ademhaling tot in de fijnste nauwkeurigheid meten, maar het lukt je daarbij nauwelijks om fabeltje van hard feit te onderscheiden. Zou het dan wel lukken door alleen woorden te tellen?

Dat is wel wat de Amerikaanse communicatieonderzoekers David Markowitz en Jeffrey Hancock denken. In een artikel dat gisteren verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift PLOS One beschrijven ze een onderzoek dat ze hebben uitgevoerd op 49 artikelen van Diederik Stapel: van 24 is komen vast te staan dat er fraude in is gepleegd; 25 anderen zijn vermoedelijk wel gebaseerd op reële data. Volgens Markowitz en Hancock toont zich dat verschil al in de taal. Door woorden te tellen komt de waarheid aan de oppervlakte.

Ik heb Markowitz en Hancocks eigen woorden niet nageteld, maar ik geloof er maar weinig van.

dinsdag 26 augustus 2014

Lunchlezing Nelleke Moser: "Bedekte letters, bedrogen lezers: trompe l'oeil in teksten" (Museum Meermanno)



Op zondag 31 augustus 2014 vindt in Museum Meermanno de vierde van zes lunchlezingen plaats in de reeks ‘Boekvorm en leeservaring’. De Nederlandse Boekhistorische Vereniging en Museum Meermanno organiseren deze serie lunchlezingen over de vraag in hoeverre de vormgeving van het boek de leeservaring beïnvloedt. De sprekers bespreken die kwestie vanuit hun eigen deskundigheid en ervaring als boekwetenschapper, vormgever, kunsthistoricus, conservator of letterkundige. Waar mogelijk brengen ze hun verhaal ook in verband met de tentoonstellingen en collecties van Museum Meermanno.

Dit keer houdt Nelleke Moser de lezing, onder de titel:  "Bedekte letters, bedrogen lezers: trompe l'oeil in teksten".

In de Universiteitsbibliotheek Leiden ligt een paradoxaal boekje uit 1779. Het lijkt gedrukt, maar het is volledig met de hand geschreven. Het lijkt een ABC-boekje, bedoeld om uit te leren lezen, maar het is vrijwel geheel onleesbaar. De maker, schrijfmeester Crijn van Zuyderhoudt, heeft namelijk op elke bladzij een afbeelding over zijn eigen tekst getekend, zodat de onderliggende tekst afgedekt is. Het effect is alsof er losse blaadjes in het boekje liggen. Soms zit er een gat in deze getekende blaadjes, waardoor de onderliggende tekst tóch nog deels te zien is. Sommige afbeeldingen zijn zelf weer tekstdragers. Wat is de bedoeling van dit spel met de lezer? In hoeverre getuigt het van een strijd tussen handschrift en druk, woord en beeld, lezen en kijken?

Analoog roken

Door Marc van Oostendorp


De wereld wordt steeds analoger. Het bewijs: vijftig jaar geleden zou niemand de vorige zin begrepen hebben, nee, hem zelfs ongrammaticaal hebben gevonden. Wanneer je zou hebben gezegd dat je analoog ging leven, zou men even over zijn hoornen bril hebben gekeken en meewarig gevraagd hebben: "analoog aan wat?" En hebben getrokken aan zijn analoge sigaret, zonder enig benul van wat men eigenlijk aan het doen was.

Het woord analoog heeft een verbazingwekkend snelle betekenisverandering doorgemaakt. In 1949 betekende het volgens het WNT alleen nog 'een analogie inhoudend, overeenkomstig': de belevenissen van de ene kunstzwemmer waren analoog aan die van de ander.

Dit veranderde door de komst van de cd.

maandag 25 augustus 2014

Geesteswetenschappennijd

Door Marc van Oostendorp

Geen groter geluk voor de hedendaagse academicus dan lange vliegreizen waarin je naast een kritisch ingestelde natuurkundige blijkt te zitten.

De mijne was een Amerikaans-Japanse vrouw op doorreis naar Engeland, waar ze een congres ging toespreken over "een theoretische vorm van vastestoffysica."

Net als iedere moderne onderzoeker die ook maar enigszins bij zijn volle verstand was, lijd ik aan een lichte vorm van natuurkundenijd, dus na een paar minuten begon ik haar te overladen met al mijn woeste wensdromen over hoeveel beter alles is in de natuurkunde dan in de taalwetenschap. Hoe mooi hun theorieën zijn, en hoe stevig daarmee hun fundament. Hoe mensen begrijpen wat onderzoek doen betekent, en ook de buitenwereld dat moeiteloos inziet.

Maar het was volgens haar helemaal niet beter.

Die historie vanden stercken Hercules : hoofdstuk [17]


Die historie vanden stercken Hercules

die veel wonderlike dinghen in sijn leven heeft ghedaen.
Sijn gheboerte was wonderlic, ende sijn leven was avontuerlic,
want hi menich vervaerlic beeste verslaghen heeft,
ghelijc men in die historie hier na verclaren sal.
Ende si is seer avontuerlic ende ghenuechlic om lesen.

Zoals gedrukt door Jan van Doesborch, Antwerpen 1521.





zaterdag 23 augustus 2014

Bredie van stories: Zuid-Afrika en de literatuur in het licht van haar geschiedenis



 
Vrijdag 26 september, 13.30-17.00 uur. Regentenkamer, Oude Vest 159a, Leiden.

Wat betekent het om te schrijven in een tijd van post-apartheid? Of in een land dat haar pijnlijke geschiedenis lijkt te verbergen achter een spectaculaire economische groei? Of in een land waarin economische ongelijkheid de plaats heeft ingenomen van raciale ongelijkheid? Met een werkloosheid die ruim boven de 20% uitstijgt en een bijzonder moeilijke verhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen, is Zuid-Afrika zonder meer een land met een moeilijke geschiedenis en, vooral, met een heel moeilijke verhouding ten opzichte van haar eigen verleden.

Tijdens het symposium gaan internationaal gerenommeerde Zuid-Afrikaanse schrijvers en historici met elkaar in debat over de noodzaak en het belang van literatuur om zich te verhouden tot het verleden van Zuid-Afrika. Wat kan de literatuur bijdragen aan de omgang met raciale verschillen, culturele diversiteit en economische ongelijkheid in een land als Zuid-Afrika? Hoe kan je als schrijver recht doen aan die diversiteit? En wat is het belang van het vertellen van verhalen voor de geschiedenis van het land?

Internationaal gerenommeerde schrijvers zoals Etienne van Heerden en Kirby van der Merwe, die deelnemen aan het symposium, stellen zich die vragen reeds enkele decennia. Samen met onderzoekers van de Universiteit van Leiden, Amsterdam en elders leggen ze zich toe op deze vragen en vatten ze die aan om het Zuid-Afrika van gisteren, vandaag en morgen te begrijpen.

Column 98 : de middeleeuwse slaapmuts als voorbehoedsmiddel

Door Willem Kuiper

Deze augustus maand zendt de NCRV weer de kennisquiz De slimste mens uit. Als de rest van Nederland – jury-voorzitter Maarten van Rossem uitgesloten, want dat is óók een nachtmens – op één oor ligt, spelen mijn echtgenote en ik mee via Uitzending gemist.
     In aflevering 19 van donderdag 7 augustus 2014 kwam een opgave voor over hoofddeksels met als één van de oplossingen: de ‘slaapmuts’. Deze slaapmuts was voor Maarten van Rossem aanleiding om het spel te onderbreken en het publiek te vergasten op een buitenissig ‘terzijde’. Als deze uitzending nog nakijkbaar is als u dit leest, moet u de cursor zetten op tijdstip 25:38. Ik citeer:
Waarom werd er vroeger een slaapmuts gedragen? Men weet dat niet helemaal zeker, maar de veronderstelling is dat dat was om de luizen binnen boord te houden. En die mensen hadden allemaal luizen, en met een slaapmuts op verspreidden ze zich niet door het hele slaapvertrek. Bovendien hadden ze geen centrale verwarming, dus het vroor vaak dat het kraakte in de slaapkamer, zodat je hoofd toch frappant koud werd. Dat zou de reden zijn voor het dragen van de slaapmuts.

Hoe we klanken leren

Door Marc van Oostendorp
Waarom zijn er geen talen waarin drie keer hoesten 'boterham' betekent en een keer in je handen klappen 'eten'? Omdat de woorden van alle (gesproken) talen zijn opgebouwd uit een betrekkelijk kleine verzameling klinkers en medeklinkers. Het aantal varieert van ongeveer 13 in het Hawaiiaans tot ongeveer 130 in sommige talen in zuidelijk Afrika. Het Nederlands zit er zo'n beetje tussen in, met tussen de 40 en 50 klanken, afhankelijk van hoe je telt.

Maar waarom is dat dan eigenlijk zo? Wat maakt zo'n systeem van klinkers en medeklinkers zo aantrekkelijk? Daarover ging een lezing die Bridget Samuels gisteren hield op het congres dat ik dezer dagen bijwoon.

Zo'n klanksysteem is een legodoos. We kunnen in het Nederlands met onze 40 medeklinkers eindeloos nieuwe woordjes bouwen: hoziedipdok, kroekeu, peroestuga. Dat is natuurlijk ook nodig, want we kennen tienduizenden woorden. Om die allemaal te kunnen onthouden is het handiger om ze allemaal met min of meer dezelfde verzameling mondbewegingen te maken die toch nog uit mekaar te houden zijn.

vrijdag 22 augustus 2014

First Brussels International Underground Poetry Festival

Binnenkort, op 19-21-september 2014 in Brussel:


Meer informatie: www.essegem.be

It is said to be the oldest church in Macau

Het Engels in Japan, Nederland en Duitsland


Door Marc van Oostendorp

In mijn zoektocht naar hoe het Engels de wereld verovert, ben ik inmiddels in Japan aangekomen. Toen ik hier in Tokio gisterenavond mijn tv aanzette, verschenen er twee Aziatische meisjes in beeld die door Macau liepen, en een mij onbekende Aziatische taal spraken.

Tot er ineens allerlei vrolijke kleurig letters in beeld verschenen die de tekst Phrase of the day vermelden, waarop een van de meisjes de laatste zin nog eens herhaalde, en die zin bleek te luiden It is said to be the oldest church in Macau. Waarna er werd overschakeld naar een studio, waar een paar Japanse vrouwen ook moeilijk te volgen Engels met elkaar spraken tot er ineens een olijke Australiër binnenkwam die de phrase of the day nogmaals vrolijk lachend uitsprak: It is said to be the oldest church in Macau. (Je kunt een en ander hier terugzien.)

donderdag 21 augustus 2014

Criminaliteit, taal en recht in Mainz, Duitsland



Wat kunnen we opmaken uit de manier waarop een zelfmoordbriefje is opgesteld? Welke invloed heeft het proces-verbaal van verhoor bij politie op rechtbankinteractie, die uiteindelijk beslissend is voor veroordeling of vrijspraak? Hoe wordt de manier waarop beslissingen genomen worden in de EU beïnvloed door de talen van de verschillende afgevaardigden? Dit zijn maar een paar vragen die ter sprake zullen komen tijdens de Roundtable 2014 van de Germanic Society for Forensic Linguistics (GSFL), 5-7 september 2014 in Mainz, Duitsland.

Tijdens deze bijeenkomst zullen forensische experts en studenten van over de hele wereld onderzoeken hoe criminaliteit, taal en het recht elkaar beïnvloeden en welke impact dat heeft op de dagelijkse praktijk. De keynote speakers zijn: special crimes officer en expert in ondervragingsmethoden detective M. Allen (UK), forensisch taalkundige en zelfstandig forensisch adviseur dr. S. Blackwell (UK), klinisch taalkundige aan het Wiener Institute for SuicideResearch dr. B. Eisenwort (AT) en forensisch taalkundige en deskundige in strafzaken dr. F. van der Houwen. Behalve deze keynote speakers zullen er bijdragen zijn van deskundigen uit Tunesië tot Australië en van Duitsland tot Brazilië.