Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 30 mei 2014

Een A.V.R.O.-prijsvraag

Of: een lofdicht op de nieuwe brug bij Moerdijk

Door Bart FM Droog 


Natuurlijk weet iedereen dat de A.V.R.O in het voorjaar van 1937 een nieuwe studio in gebruik nam. Wat minder mensen weten is dat aan de ingebruikname een poëzieprijsvraag gepaard ging, waarbij werd opgeroepen tot het schrijven van declamatorium waarin een in “zoo mogelijk in blijden, krachtigen toon een Nederlandsch onderwerp van dezen tijd [bezongen wordt], waarbij het bestuur o.a. gedacht heeft aan de drooglegging van de Zuiderzee.”

Jan Engelman (1900-1972) schreef ‘De Dijk’ en won daarmee de prijsvraag. Zijn gedicht werd op muziek gezet door componist Bertus van Lier (1906-1972) en was op 22 april 1937 op de A.V.R.O-radio te horen.  De tekst werd overigens door Menno ter Braak in Het Vaderland van 27 april 1937 danig gekraakt (zie hier)– maar dit terzijde, want: een van de andere deelnemers was Martien Beversluis (1894-1966) – qua politieke overtuigingen een van de kleurrijkste Nederlandse dichters uit de 20ste eeuw, die begon als sociaal-democraat en via pacifisme, communisme, monarchisme tot het nazisme kwam.

Het menselijk vermogen om overal betekenis aan te geven

Door Marc van Oostendorp

Het is al een beetje juni, want ik heb het juninummer van Onze Taal al gekregen. Het is mijn lievelingsnummer van dit jaar tot nu toe, met onder andere een artikel van Ton den Boon over de taal van de Beatles en een steengoed artikel van Frank J. over de bijzondere betekenis die we onmiddellijk lezen wanneer iemand in een artikel alleen met initialen wordt aangeduid.

Het mooist vond ik een artikel van Bertold van Maris, waarin hij de lof zingt van het bladeren door de DBNL: de ontdekkingen die je kunt doen over de taal van vroeger, de verhalen van vroeger en de stijl van vroeger.

Van Maris doet ook een aardige observatie:

donderdag 29 mei 2014

Pas verschenen: Gerrit Komrij – “Tien woorden per dag”



Tien woorden per dag, binnenkort te verschijnen bij Uitgeverij Prominent, is een bundel met aforismen van Gerrit Komrij (1944-2012). De Vlaamse acteur, auteur en bloemlezer Gerd de Ley stelde het boek samen.

De Ley verzamelde in 1986 al aforismen van Komrij in In de geest van de gieter, dat echter nooit in de boekhandel terechtkwam. Telkens wanneer De Ley en Komrij elkaar ontmoetten, spraken ze af dat ze zouden ‘revancheren’ met een aangepaste versie en liefst naar aanleiding van een speciale verjaardag. In het jaar dat Komrij zeventig zou zijn geworden, verschijnt nu dus Tien woorden per dag. Voor de nieuwe bundel werd een klein deel uit In de geest van de gieter opnieuw gebruikt; het merendeel van de in deze uitgave geciteerde aforismen stamt uit de periode na 1986.

Gerrit Komrij, Tien woorden per dag. Samengesteld door Gerd de Ley. Baarn: Prominent, 2014. 68 pagina’s. ISBN: 9789079272457. Prijs: € 14,95 | Te bestellen via de uitgever

Wandelende pinautomaat was eerst een wandelende portemonnee

Op Neder-L signaleerde Marc van Oostendorp onlangs de nieuwe uitdrukking 'wandelende pinautomaat'. Aanleiding was de PVV-campagnetaal waarin Nederland werd getypeerd als 'pinautomaat van Europa': een land dat 'gratis geld' verschaft aan andere landen, die daar dus zonder tegenprestaties van profiteren.

Splinternieuw is die uitdrukking trouwens niet: eind september 1998 schreef de Volkskrant dat 'pubers vandaag de dag hun ouderlijk huis als een hotel beschouwen en hun ouders als wandelende pinautomaten'. De variant 'wandelende flappentap' is nog ouder. In 1995 beschreef NRC Handelsblad een blonde toerist in Mexico als 'een wandelende flappentap die welhaast smeekte om te worden beroofd'.

De 'wandelende pinautomaat' is geïnspireerd op een oudere metafoor: 'de wandelende portemonnee'.

Het einde van de BNTL?

Door Marc van Oostendorp

Ik hoorde het de afgelopen weken van van twee onafhankelijke bronnen, dus het is op zijn minst een zorgwekkend gerucht: het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis overweegt te stoppen met de BNTL, de Bibliografie voor de Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Misschien hebben eerstejaarsstudenten Nederlands tegenwoordig een beter gevoel voor humor, maar er zijn tijden geweest dat ze een grapje maakten over die BNTL, die je toen moest raadplegen uit de grote blauwe banden in de Universiteitsbibliotheek. Er werd in Leiden een propedeusevak gegeven dat Basisapparaat heette, en dat je vertrouwd moest maken met de onderzoeksinstrumenten van het vak: hoe kon je snel vinden wat je wilde weten? Het grapje was dat je als je op iedere tentamenvraag voor dat vak 'BNTL' antwoordde, vanzelf een voldoende kreeg.

Gouden tijden, wat u zegt. Waar is de humor op heden gebleven, dat vraag ik u af. Maar het waren ook tijden waarin aan dit soort onderzoeksinstrumenten nog kon worden gewerkt.

woensdag 28 mei 2014

50.000 liederen online in Dutch Songs On Line


Op 19 juni 2014 wordt Dutch Songs On Line gepresenteerd. 50.000 Nederlandstalige liedteksten – van onder meer volksliederen, geuzenliederen, psalmen en kerstliederen, marktzangen en kinderliedjes – van voor 1900 komen dan online. Aan de digitalisering is vijf jaar gewerkt tijdens het project Dutch Songs On Line; een samenwerking van de Universiteit Utrecht, het Meertens Instituut en de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).

De 50.000 liedteksten worden toegankelijk gemaakt via de website van de Nederlandse Liederenbank en van de DBNL. Tussen de beide websites zijn links aangebracht, zodat per lied een maximum aan relevante informatie beschikbaar is, over melodieën, tekstvarianten, auteurs, uitgevers en het reeds gedane onderzoek. Ook zijn een groot aantal scans van oorspronkelijke liedbundels opgenomen (onder meer door de medewerking van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag).

Vacature voor taalkundig onderzoeker bij Fryske Akademy



De Fryske Akademy heeft een vacature voor twee onderzoekers: een historicus voor de vroegmoderne tijd en een taalkundige ‘die zich beweegt op het snijvlak van de sociolinguïstiek en taalsociologie’ (38 uur/week).

Kandidaten richten zich op:

  • Uitvoeren van toponderzoek en het publiceren van onderzoeksresultaten in toonaangevende internationale tijdschriften;
  • Aansturen van onderzoeksgroepen en het begeleiden van promovendi, postdocs en andere onderzoekers;
  • Ontwikkelen en uitbouwen van interdisciplinaire projecten binnen en buiten het instituut;
  • Genereren van externe onderzoeksfinanciering uit nationale en internationale geldstromen;
  • Actief participeren in relevante (internationale) wetenschappelijke netwerken en het onderhouden van nauwe contacten met relevante organisaties en professionals in Nederland en daarbuiten.

Eredoctoraat Open Universiteit voor Frits van Oostrom



Frits van Oostrom, medioneerlandicus en Universiteitshoogleraar in Utrecht, krijgt op 26 september 2014 een eredoctoraat van de Open Universiteit. De OU reikt het eredoctoraat uit vanwege Van Oostroms belangrijke bijdrage aan het toegankelijk maken van wetenschappelijke kennis.

Van Oostrom ontvangt het doctoraat met name ‘vanwege de wijze waarop hij zijn grote wetenschappelijk betekenis voor het onderzoek naar de Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen op aansprekende wijze toegankelijk weet te maken voor een groot publiek.’

Drie hoeraatjes voor Willem Kuiper


Door Marc van Oostendorp


Helaas kan ik er niet bij zijn, als Willem Kuiper vanmiddag in Utrecht geëerd wordt en een boek overhandigd krijgt. Willem is misschien wel de pionier van de neerlandistiek op het internet. Hij is tegelijkertijd een zeer consciëntieuze geleerde. En hij is ook nog eens een uiterst beminnelijk mens.

Willem zat al op internet toen jullie en ik nog respectievelijk met de rammelaar en de typemachine in de weer waren. Ergens eind jaren tachtig, begin jaren negentig moet hij al ontdekt hebben dat je meer met teksten kunt doen wanneer je ze eerst digitaliseert, en hij heeft dat voortvarend aangepakt.

Ik ontmoette hem in de zomer van 1996, in bierproeflokaal In de Wildeman in de Kolksteeg in Amsterdam. Het is daar binnen heel donker, en het bier was bruin, dus ik zou niet durven beweren dat ik veel gezien heb. Maar gezellig was het wel.


dinsdag 27 mei 2014

Vrede is eten met muziek

Door Mechtelien van Barneveld

Vrede is eten met muziek

Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elke hap minstens vijftien maal kauwt;
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik.

Vrede is goed eten met goede muziek.
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten
Dan is marsmuziek net zo bedorven
Als besmet voedsel

Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten
Want dansen is geen vechten.
Wie danst, houdt rekening met andere dansers,
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert, maar die deelt
Met de overigen, de disgenoten.

De verliefden
Het is duidelijk: muziek werkt in op gemoed en lichaam, samen eten bevordert de vrede.

Hoorcolleges geven is discriminatie

Door Marc van Oostendorp


Ik heb me laten overtuigen door de wetenschap: ik wil geen klassieke hoorcolleges meer geven. Ze zijn verspilde tijd en moeite, je bent als docent alleen maar bezig urenlang alles voor te bereiden en ze maken het de studenten alleen maar moeilijker om de stof te onthouden. In het beste geval zijn ze alleen maar amusant, en hopelijk niet al te schadelijk.

Dat blijkt in ieder geval uit een artikel dat deze maand verscheen in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift PNAS. Dit artikel bevat een omvangrijke zogeheten meta-analyse: 225 eerder verschenen wetenschappelijke publicaties over het effect van onderwijs  worden met elkaar vergeleken, zodat er één grote statistiek kan worden gedaan op basis van heel veel gegevens. Het gaat over wis- en natuurwetenschappen, maar ik neem aan dat dit niet veel verschil maakt.

De resultaten laten weinig aan de verbeelding over: studenten die alleen mogen luisteren naar een docent hebben veel meer kans om te zakken voor een tentamen dan studenten die tijdens het college actief meedoen. In een interview in het tijdschrift Wired zegt een van de auteurs dat hun onderzoek voor het onderwijs betekent wat een Amerikaans rapport over roken en gezondheid uit 1964 voor het roken betekende: het definitieve inzicht wat goed is voor de mens en wat niet. En een keerpunt.

maandag 26 mei 2014

Dat ge-Miriam in 'Geachte heer M.'

Door Marc van Oostendorp

Bron: NRC Handelsblad
'I'm all yours, Marie Claude', zegt de schrijver M. ergens aan het begin van de roman Geachte heer M. van Herman Koch tegen zijn interviewster. "Hij weet dat vrouwen het leuk vinden wanneer je hun voornaam uitspreekt," merkt de verteller dan op. "Niet te vaak, want dan wordt het al snel bezitterig, maar precies goed gedoseerd. Achteloos."

Ja, die schrijver M. gaat die Marie Claude wel even inpakken, maar dat pakt natuurlijk allemaal verkeerd uit, en zonder dat hij het weet luidt dat interview juist uiteindelijk zijn ondergang in.

Namen zijn heel belangrijk in Geachte heer M., zoals de titel natuurlijk al zegt. Bijvoorbeeld noemen de hoofdpersonen elkaar lustig de hele tijd bij hun naam: "Miriam, wat is er?", "Zeg het maar, Lodewijk", "Hallo, mevrouw Posthuma?"

Een schoone historie van Jan van Parijs cumulatief en als gratis e-book

Door Willem Kuiper

Als Jan van Parijs aan de vooravond van het huwelijk van de oude koning van Engeland met de jonge Spaanse kroonprinses haar met eigen ogen gezien heeft en weet dat zij niet alleen beeldschoon is maar hem ook zeer welgezind, laat hij zijn vermomming vallen en maakt hij zich bekend als de zoon en troonopvolger van de overleden koning van Frankrijk, en herinnert hij het Spaanse ouderpaar aan hun belofte aan zijn vader. Die weten niet hoe zij moeten kruipen om zich uit deze gênante situatie te redden. De koning van Engeland houdt het voor gezien en druipt af als een geslagen hond. En zo komt deze verkleedpartij tot een goed einde, en vangt Jan van Parijs de eend in de strik die zijn vader uitgezet had. Natuurlijk vond het Franse publiek het buitengewoon grappig dat de Engelse koning de naam-grap niet begreep en zij wel: De Spaanse koningsdochter heet Anne en het Franse woord voor een vrouwtjes eend is “can(n)e”. Ja, dat rijmt. Met wat goede wil en een beroep op het woordenboek van Godefroy kan Anne / Annette ook als eendje begrepen worden.

Onder deze link vindt u de cumulatieve tweetalige editie in pdf voor op uw tablet, en onder deze link vindt u een zip-bestand dat uitgepakt een epub-editie oplevert van enkel de tekst van Pauwels Stroobant, Antwerpen 1612, dus zonder de Franse brontekst, voor op uw e-reader.

Graag tot ziens bij het volgende feuilleton.

P.S. Voor andere e-boeken zie de rubriek: Gratis e-boeken van Neder-L

zondag 25 mei 2014

De menschheid zal er spijt van hebben, 'n boek is álles!

Over boekenjoden
Door Marc van Oostendorp


'Boekenwurm werd boekenjood', kopte de Nieuwe Leidsche Courant in 1950 boven een artikel waarin een journalist een dag was meegelopen met een marktkoopman. Meteen schreef een lezer een boze brief, maar volgens de krant was er sprake van een 'bekende uitdrukking' die zeker niet beledigend was: "Bovendien bleek uit het artikel zonneklaar, dat de schrijver deze nijvere kooplieden als zijn beste vrienden beschouwt en dat 't hem een groot genoegen was ook eens een dag hun aantrekkelijk beroep te mogen uitoefenen."

Toch raakte het woord sinds die tijd snel in onbruik en inmiddels is het vrijwel vergeten. In zijn boekje De handel en wandel van de boekenjood, dat vandaag gepresenteerd wordt op de Boekenmarkt op de Dam, trekt de journalist en historicus Ewoud Sanders de geschiedenis na van de (Nederlandse) boekenjood: zowel van het woord, als van de mensensoort.

Het precieze woord boekenjood werd vooral gebruikt sinds het begin van de negentiende eeuw – Sanders' eerste vindplaats is van 1841. Daarvoor was boekensmous gebruikelijker – smous was een scheldwoord voor Joden, en trouwens bij uitbreiding ook voor niet-Joodse rondreizende handelaren.

zaterdag 24 mei 2014

De wereld zou nog best wat filologie kunnen gebruiken

Door Marc van Oostendorp


De Westerse geesteswetenschappen begonnen allemaal met verbazing over hoe verschillend de mensen zijn. De Grieken hadden twee boeken die ze enorm bewonderden en dagelijks lazen, de Ilias en de Odyssee, en die in een wonderlijke mengeling van Griekse dialecten geschreven waren – een mengeling die, net als de inhoud van de boeken, bovendien in de loop der eeuwen natuurlijk steeds ouderwetser werd. De Romeinen werden machtig in het rijk waarin minstens één andere taal en cultuur een belangrijke rol speelde: de Griekse.

In zijn boek Philology. The forgotten origins of the humanities laat de Amerikaanse historicus James Turner zien hoe de filologie ontstond uit verbazing over die variatie, en pogingen om dat andere begrijpelijk maken, en hoe de traditionele geesteswetenschappen – taalkunde, letterkunde, geschiedenis – uit die filologie ontstonden.

De verandering van filologie van één taal naar filologie van meer talen werd in de Renaissance nog eens overgedaan.

vrijdag 23 mei 2014

Al lezende in Ogier van Denemerken – 33 : Een bijna perfecte Karelroman

Al lezende in Ogier van Denemerken – 33 : Een bijna perfecte Karelroman

Amand Berteloot


Wie OvD tot het einde leest en zich noch door Ludwig Flugels eigenzinnige ingrepen noch door Weddiges interpretaties uit het veld laat slaan, maakt kennis met een spannende en goed vertelde tekst die in volle omvang beantwoordt aan alle eisen die men aan een Karelroman stelt. Ogier de Danemarche, het Franse voorbeeld voor OvD, staat te boek als een verhaal dat tot de z.g. Cycle des barons révoltés behoort, d.w.z. een reeks teksten waarin verteld wordt over de opstand van een aantal vazallen tegen hun leenheer Karel de Grote. De antagonist van Karel in ons verhaal is uiteraard Ogier, maar in het eerste deel van de verhaalcyclus (Ogiers kintsheit, verzen 1-4136) is hijzelf nog te jong om zich actief tegen Karel te verzetten. Daar zijn het vooral Ogiers verwanten die het conflict met Karel veroorzaken, resp. proberen om de koning met Ogier te verzoenen. Pas in het veel omvangrijker tweede deel (Ogiers outheit, verzen 4137-20974) gaat Ogier zelf de directe confrontatie met Karel aan en moeten beide protagonisten het conflict onder elkaar zien te beslechten. Beide delen worden door een eigen proloog voorafgegaan en kunnen zelfstandig als verhaaleenheden functioneren, al bouwen ze op elkaar voort. Wat daarna volgt (Ogiers pelgrimage, verzen 20975-23731) is een aanhangsel waarin het conflict tussen Ogier en Karel geen rol meer speelt.

Absoluut?


Door Bart FM Droog


Vreemd is dat: het irritante 'absoluut' als bevestiging en stopwoord is niet alleen in Nederland, maar ook in Vlaanderen, het Verenigd Koninkrijk en in de Verenigde Staten mateloos populair. Tenminste: dat valt me meer en meer op, bij het bekijken en beluisteren van televisie- en radioprogramma's. Dus vraag ik me af: sinds wanneer is dit 'absolutisme' gaande en in welk land/landsdeel (en door wie of via welk programma?) is het begonnen? 't Is al een tijdje gaande, want in 2007 wekte het al de toorn van de maker van het Irritaal-blog, getuige:  http://irritaal.wordpress.com/2007/08/17/absoluut/.
 

Wie-o-wie weet meer? 

Wat betekent het woord ding volgens Noam Chomsky?

Door Marc van Oostendorp


Het zijn grote vragen, die Noam Chomsky stelt in drie nieuwe artikelen in het Journal of Philosophy: Wat is taal? Wat kunnen we begrijpen? En wat is het gemeenschappelijk belang? De artikelen zijn kort en heel duidelijk geschreven; samen vormen ze denk ik de beste inleiding op zijn eigen ('late') werk die Chomsky schreef.

In het eerste artikel staat Chomsky's begrip van taal als instrument van het denken centraal; ik schreef daar hier vorig jaar een reeksje over. In het derde artikel gaat het over de filosofische achtergronden van zijn politieke activisme. Het tweede artikel gaat over een minder bekend aspect van Chomsky's denken – dat over de vraag wat nu precies de relatie is tussen ons denken en de werkelijkeheid.

Voor Chomsky gaapt de kloof tussen die twee bijna onmetelijk diep – wat natuurlijk opvallend is voor zo'n succesvol wetenschapper.

donderdag 22 mei 2014

19 t/m 28 september 2014: Week van de Afrikaanse roman

Van 19 t/m 28 september 2014 staan Nederland en Vlaanderen in het teken van de Afrikaanse roman. De Week van de Afrikaanse roman is een leesbevorderings-campagne die hernieuwde aandacht wil vragen voor Afrikaanstalige romans in Nederlandse vertaling. Het doel van deze campagne is om in Nederland en Vlaanderen brede en duurzame aandacht te genereren voor de Afrikaanse roman. 

Vijf Zuid-Afrikaanse schrijvers komen speciaal voor de Week van de Afrikaanse roman naar ons toe: Etienne van Heerden, Irma Joubert, Sonja Loots, Kirby van der Merwe en Marita van der Vyver.

Wandelende pinautomaat

Een nieuwe uitdrukking
Door Marc van Oostendorp




Er is een nieuwe, nog nergens geboekstaafde uitdrukking het Nederlands binnengekomen: 'als een/de (wandelende) pinautomaat'. De PVV gebruikte hem in de verkiezingscampagne voor de Europese Unie regelmatig ('Nederland is de pinautomaat van Europa') maar is er duidelijk niet de uitvinder van. Er is heel gemakkelijk een grote verzameling vindplaatsen bij elkaar te googlen:
  • Die geven iedereen en alles (behalve zichzelf) de schuld, vinden alles onredelijk, zien de ‘soos’ als een pinautomaat en willen zich in principe op geen enkele manier ergens invoegen. (De soos als pinautomaat, 2008).
  • Talansky –in de media inmiddels bijgenaamd ’Olmerts wandelende pinautomaat’– zegt uit ’liefde en bewondering’ voor Olmert te hebben gehandeld. (Trouw, mei 2008)
  • Ik wil een rol spelen bij het veranderen van de mentaliteit van mijn gemeenschap, zodat ze een blanke niet meer zien als een pinautomaat maar als een mens die succes nastreeft. (Fred Obala, 2010)
  • Boos riep ze deze week dat ze geen wandelende pinautomaat is. (Mama.nl, februari 2011) 

woensdag 21 mei 2014

Vacature: Junior projectmedewerker, Nederlands Letterenfonds

Het Nederlands Letterenfonds in Amsterdam ondersteunt schrijvers, vertalers, uitgevers en festivals. Samen met het Vlaams Fonds voor de Letteren in Antwerpen organiseert het Nederlands Letterenfonds het Vlaams-Nederlandse gastlandschap op de Frankfurter Buchmesse in 2016. Voor de voorbereiding en organisatie hiervan richt het fonds momenteel een ‘Bureau F16’ in. Daarvoor zijn we op zoek naar een

Junior projectmedewerker
(m/v; 36 uur)


De tijdelijke aanstelling is voltijds, voor de periode van 1 augustus 2014 tot uiterlijk 31 december 2016.

Vacature: Teacher in Residence, Radboud Universiteit

De Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit in Nijmegen is voor de periode van 1 september 2014 t/m 31 januari 2015 op zoek naar een "teacher in residence" (voor 0,2 fte ofwel één dag per week). Deze in de bovenbouw van het VWO werkzame docent dient de opleiding te helpen om de overgang van VWO naar universiteit soepeler te laten verlopen.

Sjwavuur

Eindelijk een nieuw taaljournalistiek tijdschrift
Door Marc van Oostendorp


Waarom heeft niet iedere krant een dagelijkse taalpagina? Nooit kom je de mens zo nabij, als in zijn taal. Verhalen over taal – en daarmee zelfs verhalen over taalwetenschap – zijn uiteindelijk verhalen over mensen. Verhalen over mensen zijn uiteindelijk verhalen over taal. Je kunt er reportages over maken, interviews, achtergrondverhalen, human interest, noem mar op.

Toch bestaat er maar weinig taaljournalistiek.

dinsdag 20 mei 2014

Uitnodiging Boekpresentatie Een bundel opstellen voor Willem Kuiper

Woensdag 28 mei a.s., bijna een jaar na zijn pensionering als universitair docent en onderzoeker bij de Universiteit van Amsterdam en het Huygens Instituut voor Nationale Geschiedenis, zal Willem Kuiper, vaste columnist van Neder-L, tijdens een feestelijke bijeenkomst een bundel in ontvangst nemen met artikelen van vrienden en collega's. De bundel (waarvan de titel nog even geheim blijft) staat in het teken van het digitale onderzoekinstrument dat Willem de medioneerlandistiek heeft geschonken en waaraan hij nog steeds werkt: het Repertorium voor Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten, kortweg REMLT, door Frits van Oostrom in zijn literatuurgeschiedenis Stemmen op Schrift een 'reuzenproject' genoemd.

De bundel is geredigeerd door Marjolein Hogenbirk en Roel Zemel en verschijnt bij de Stichting Neerlandistiek VU/Nodus Publikationen.

De presentatie is op woensdag 28 mei van 15:00-18:00 in Utrecht, Lutherse kerk, Hamburgerstraat 9. Wilt u hierbij aanwezig zijn, dan kunt u zich nog tot 24 mei aanmelden bij Marjolein Hogenbirk, M.Hogenbirk@uva.nl.

Tijdens de feestelijke middag kunt u het boek aanschaffen voor € 19,50. U kunt het boek ook bestellen via dit e-mail adres.

Op deze middag wordt ook het boek Kennis in beeld. Denken en doen in de Middeleeuwen gepresenteerd. Het is samengesteld door Andrea van Leerdam, Orlanda S.H. Lie, Martine Meuwese en Maria Patijn. Dit boek is uitgegeven door Uitgeverij Verloren en is eveneens te koop (€25).

Vierde Voorjaarslezing Ruusbroecgenootschap (23/05)

Op vrijdag 23 mei geeft Clarck Drieshen (University of Leeds) de vierde en laatste Voorjaarslezing van het Ruusbroecgenootschap. Zijn lezing is getiteld: 'Visioensliteratuur in devotionele context: de transmissie en functionaliteit van laatmiddeleeuwse gebedsvisioenen'.

De lezing gaat door op de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen, in lokaal Annexe - Rodestraat 14 - 2000 Antwerpen, van 14u tot 16u.
 
Abstract:
Het gebedsvisioen kan worden beschouwd als een subgenre van de mystieke of visioensliteratuur welke zich in de vijftiende-eeuwse devotionele cultuur in toenemende mate begint te manifesteren als een onafhankelijke tekstvorm. Verspreiders van deze gebedsinstructies zijn veelal devotionele hervormers, zoals Kartuizer monniken en Observanten, die in de visioensverhalen autoritatieve middelen vinden om op grote schaal een spirituele hervorming te bewerkstelligen. Centraal in deze lezing staat de transmissie en de functionaliteit van dergelijke teksten onder (semi-)religieuze vrouwengemeenschappen. Met name het bezit van numerieke gebedsvisioenen, waarin aan de verering van het gekwantificeerde lijden van Christus verschillende beloftes van verlossing worden gekoppeld, stelde deze gemeenschappen in staat om een geheel eigen gebedscultuur te ontwikkelen. Niet alleen konden zij zich hiermee profileren als experts in de passiedevotie maar ook als experts in de verlossing van zielen in het vagevuur. Een verkenning van de transmissie van enkele van deze gebedsvisioenen, zoals het Middelengelse werk The Revelation of the Hundred Paternosters, laat zien dat deze devoties werden verspreid onder religieuze vrouwengemeenschappen in zowel Engelse, Nederlandse en Opperduitse cultuurgebieden en dat er daarbij misschien zelfs gesproken kan worden van een actieve uitwisseling van tekstmaterialen. Eveneens zal worden belicht hoe dat deze gebedsteksten in het proces van verspreiding werden aangepast aan de devotionele culturen van afzonderlijke vrouwenkloosters en hun specifieke interacties met de buitenwereld.
 

Boekpresentatie Kennis in Beeld. Denken en doen in de middeleeuwen


Hoe zagen middeleeuwers zichzelf en de wereld waarin zij leefden? Welke kennis en inzichten bezaten zij en hoe gaven zij deze door? Antwoorden op deze vragen zijn te vinden in de zogenaamde artesliteratuur: instructieve teksten op het gebied van techniek en wetenschap. In Kennis in beeld worden artes-onderwerpen bestudeerd en gepresenteerd vanuit hun beeld- en teksttraditie. Het boek wordt op 28 mei gepresenteerd.
 
 

Programma

15.00-15.30 Ontvangst
15.30-17.00 Feestelijke presentatie
17.00-18.00 Borrel

Aanmelden

Alle belangstellenden zijn van harte welkom. In verband met de catering graag uiterlijk 23 mei aanmelden. Stuur een mail aan Andrea van Leerdam, a.e.vanleerdam@uu.nl.

Evenement:
Boekpresentatie ‘Kennis in beeld. Denken en doen in de Middeleeuwen’
Datum:
28 mei 2014
Tijd:
15:00 tot 18:00
Locatie:
Lutherse Kerk, Hamburgerstraat 9, Utrecht

 

Voorpublicatie: Die Roebaijat van Omar Khajjam

Onlangs verscheen bij Protea Boekhuis de nieuwe vertaling van Die roebaijat van Omar Khajjam. 50 kwatryne door de Afrikaanse dichter Daniel Hugo. ls voorpublicatie verschijnt in Neder-L de inleiding bij deze vertaling.



Die roebaijat is die bes verkoopte gedig van alle tye. Sedert dit in 1859 vir die eerste keer gepubliseer is, het daar al meer as 650 verskillende uitgawes en ’n groot aantal herdrukke die lig gesien. Die helfte van hierdie uitgawes is geïllustreer deur 150 verskillende kunstenaars, en meer as ’n honderd komponiste het die Die roebaijat getoonset. Volgens die redakteur van ’n redelik onlangse uitgawe van dié gewilde gedig, Tony Briggs (2009: xxiv), kan ’n mens praat van ’n Khajjam-industrie of selfs -kultus. Die Khajjam-manie was veral lewenskragtig in die eerste halfeeu ná die verskyning van die gedig.

Die trefkrag van die Die roebaijat (die Persiese meervoudsvorm vir “kwatryn”; die enkelvoudsvorm is roebai) kan hoofsaaklik toegeskryf word aan die vertaler Edward FitzGerald (1809-1883) se digterlike genialiteit. Sy vertaling van die Khajjam-kwatryne is in ’n groot mate eerder herskrywings as getroue weergawes van die oorspronklike gedigte. FitzGerald se herskrywing behels ook ’n rangskikking van die kwatryne tot ’n poëtiese eenheid, sodat ’n mens inderdaad van die Die roebaijat as ’n selfstandige gedig kan praat. Khajjam se kwatryne daarenteen is in ’n chaotiese toestand oorgelewer, sonder enige tematiese samehang. Die eerste uitgawe van die Die roebaijat het bestaan uit 75 kwatryne. FitzGerald het tot aan die einde van sy lewe aan die gedig bly werk deur nuwe variante van bestaande kwatryne te maak (nie altyd verbeterings nie!) en deur nuwes by te skryf. Dit het tot gevolg gehad dat die verskillende uitgawes wat in sy leeftyd verskyn het, ’n wisselende aantal kwatryne bevat het.

10 september 2014: lezingenmiddag 'woorden in beweging' in Antwerpen

Woorden in Beweging
150 jaar Van Dale
Woensdag 10 september, Antwerpen

Van Dale bestaat 150 jaar. Om dat te vieren organiseert het INL samen met Van Dale 'Woorden in Beweging': een laagdrempelige conferentie met een wetenschappelijk tintje. De middag is gratis toegankelijk en bestaat uit vier lezingen, afgewisseld met gesproken columns en een quiz ( i.s.m. Onze Taal). Kortom, een gevarieerd programma over taalverandering gezien vanuit het Nederlandse woord.

Locatie: Hof van Liere, F. de Tassiszaal, Prinsstraat 13, Antwerpen
Presentatie: Betty Mellaerts

Boek- en filmvoorstelling ‘Geen pANiek’

Betere begeleiding anderstalige leerlingen in basisschool dankzij provinciale subsidies

21 mei – 14.30 uur - Antwerpen


Op 21 mei stellen Lieve Lenaerts, Yasmine Wauthier en Garant-Uitgevers hun boek en film Geen pANiek. Snel op weg met anderstalige nieuwkomers voor. DoorElkaar* en Provinciaal documentatiecentrum Atlas (docAtlas*) ondersteunden het project voor een betere begeleiding van anderstalige leerlingen in de basisschool. Op de schoolbanken van de lagere scholen in Vlaanderen zitten minstens één op drie nieuwkomers waarvan de roots buiten België liggen. Het project is een primeur in Vlaanderen waar de provincie Antwerpen graag mee haar schouders onder zet. Ook Cera Foundation ondersteunde het project financieel.

Lucebert en leerlingen

Door Mechtelien van Barneveld

De placemat

Wat is het schilderij een bron van inspiratie geweest voor generaties leerlingen! En ook voor leraren, ouders en passanten. Lucebert is een leermeester. Alle kleuren van de regenboog, alle facetten van het bestaan komen in zijn werk aan de orde, zowel in in het beeldend werk als in de gedichten. Het volledige leven als motor voor leren en plezier maken.

De oorsprong van de belangstelling voor poëzie op school gaat terug tot activiteiten op het voormalige Heymanscollege, waar leraar Nederlands (dichter en conrector) Leendert Witvliet met de sectie Nederlands Poëziefestivals organiseerde, lang voor Doe maar dicht maar zulks deed. Hij is degene geweest die Lucebert gevraagd heeft om een wandschildering te maken voor de nieuwe school in het kader van de 1%-regeling.

Gratis tijdschriften voor 600 dollar per artikel

Door Marc van Oostendorp


Het is altijd een mooi moment, wanneer een promovendus zijn eerste artikel gepubliceerd krijgt in een wetenschappelijk tijdschrift. Maar deze keer was er toch iets vreemds aan de hand. Een collega uit Zuid-Frankrijk had via e-mail contact opgenomen met F., omdat ze zijn artikel moest beoordelen voor een tijdschrift en ze een paar achtergrondvragen had. Nog voor F. kon antwoorden, drie uur later, had hij al een bericht binnen van de redactie: dat zijn artikel geaccepteerd was. Of hij maar 600 dollar wilde neerleggen.

De naam van het tijdschrift: Open Journal of Modern Linguistics (OJML). Ik had er al van gehoord, van de obscure tijdschriften die wanhopige onderzoekers tegen vergoeding een publicatieforum bieden, en ik krijg ook zelf af en toe wel een e-mail van een of ander blad dat gevestigd is in Hong Kong en dat gehoord heeft van mijn internationale reputatie als moleculair bioloog en mij nu verzoekt om een artikel voor hun tijdschrift International Molecular Biology Today – maar nu is het dubieuze wetenschappelijke tijdschrift daadwerkelijk mijn leven binnengedrongen.

maandag 19 mei 2014

‘Tussen droom en daad…’ mooiste onvergankelijke zin

‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren’ van Willem Elsschot is verkozen tot mooiste ‘Onvergankelijke zin uit de Nederlandse literatuur’. De verkiezing werd georganiseerd door het Erfgoedplatform van de Open Universiteit. Leonieke Vermeer van het Erfgoedplatform: “Het grote aantal mensen dat reageerde op onze oproep om hun favoriete pareltjes van de literatuur in te sturen en het grote aantal stemmers laten zien dat het Nederlandse literaire erfgoed springlevend is.”

Onvergankelijk

Onvergankelijke zinnen zijn erfgoed, dat wil zeggen dat deze zinnen tot in het heden voortleven en door elke generatie weer van een nieuwe lading worden voorzien. Ze worden te pas en te onpas gebruikt. De winnende zin, ‘Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren’, komt uit het gedicht ‘Het huwelijk’ (1910) van Willem Elsschot (1882-1960) dat voor het eerst werd uitgegeven inVerzen van vroeger (1934). Sindsdien is deze zin op talloze manieren gebruikt en in contexten die niets meer met het huwelijk te maken hebben. Goede tweede werd ‘Het is gezien’, mompelde hij, ‘het is niet onopgemerkt gebleven.’, uit De avonden (1947) van Gerard Reve. (De uitslag is te vinden op de website van het Erfgoedplatform http://www.ou.nl/web/erfgoedplatform/literair-erfgoed).

Twitteren

Door Leonie Cornips


@X kiek ns ff ofste powerpoint oaf hobs, maach iech murge daan ff get beij diech oafmaken :p aubbb xx aanders kreijg onvoldoende :p x

Deze tweet gaat over huiswerk en is in het dialect. Het spannende van het taalgebruik op Twitter is dat het zo informeel is. Mensen schrijven op sociale media net alsof ze spreken. De huiswerktweet heeft afkortingen zoals ff voor ‘effe’ (even), ns voor ‘eens’ verdubbelingen van letters bb in ‘aub’ en het mist het onderwerp ik bij het werkwoord kreijg en het onbepaald lidwoord een bij het naamwoord onvoldoende. Dit taalgebruik laat zien wat het geschrevene kan missen (onderwerp, lidwoord) zonder (te) onbegrijpelijk te worden. Het gebruik van tekens  – emoticons – is bijna een ‘must’. Hoewel een lezer van een tweet de schrijver niet kan zien, kan hij of zij uit die emoticons wel opmaken hoe de schrijver zich voelt of hoe de boodschap bedoeld is. Een emoticon als :-) geeft een gezichtsuitdrukking weer. Het staat voor een lachend gezicht dat tegen de klok in 90 graden gedraaid is. Het gezicht ligt dus op zijn zijkant: als u uw hoofd naar links legt op uw schouder dan is het goed te zien. Het haakje ) representeert een lachende mond, het streepje - de neus en de dubbele punt : de ogen. In de huiswerktweet representeert :p een lachend gezicht met een uitgestoken tong en x of xx staat voor een kus.

Geen zin om verschillende kanten van een verhaal te onderzoeken? Dan maak je maar zin!


Ophef alom: Nederlandse studenten kunnen niet meer schrijven. Wie dacht dat het onderwerp, dat steeds opnieuw stof doet opwaaien, te ruste was gelegd, komt bedrogen uit: vorige week stond er wéér een opiniestuk in de Volkskrant over de kwestie. Helaas lijkt de schrijver hiervan, Martin Slagter, de discussie totaal niet te hebben gevolgd, zo constateert ook dit stuk op Neder-L. Schrijven jongeren slechter dan vroeger? Geen idee: er is alleen anekdotisch bewijs. 


Sommige punten die in het stuk worden gemaakt zijn absoluut waar: schrijfvaardigheid is ontzettend belangrijk, en inderdaad denken ook wij dat alleen door middel van onderwijs de schrijfvaardigheid van jongeren verbeterd kan worden.