Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 30 april 2014

Promotie Anna Dlabačová: “Literatuur en observantie”



Op donderdag 22 mei 2014 promoveert Anna Dlabačová aan de Universiteit Leiden (opleiding Nederlands) op haar proefschrift Literatuur en observantie. De Spieghel der volcomenheit van Hendrik Herp en de dynamiek van laatmiddeleeuwse tekstverspreiding.

Tijd: 16.15 uur
Locatie: Groot Auditorium van het Academiegebouw van de Universiteit Leiden, Rapenburg 73. Aansluitend receptie.

Het proefschirft van Dlabačová zal verschijnen bij Uitgeverij Verloren.

PhD candidate working on the theoretical modeling of (partial) grammars and their visualization on geographical maps


This PhD project is part of the project Maps and Grammar (http://ifarm.nl/maps/home/). Maps and Grammar investigates the relation between the geographic distribution of linguistic variables (i.e. syntactic, phonological and morphological properties) and their organization in mental grammars. One of the central questions is if and how we can put (partial) grammars on geographic maps, instead of individual linguistic variables. Maps and Grammar includes the postdoc project Computing regions (quantitative analysis and visualization of complex linguistic variation data), the PhD project Inclusion Relations (implicational chains between linguistic variables), the PhD project Transition Zones (theoretical modeling of grammars in dialectal transition zones) and the PhD project advertised here, Grammaticometrics (modeling and visualization of (partial) dialect grammars). The other positions are already filled.

Oude jazz

 
Over Hans Verhagen (2)                                                                     
door Gert de Jager
 
In 2003 verschenen Verhagens verzamelde gedichten onder de titel Eeuwige vlam - met daarin de tweede versie van het openingsgedicht uit Sterren cirkels bellen die ik eerder citeerde -, werd er een tentoonstelling gewijd aan zijn werk in het Letterkundig Museum en kwam er onder de titel Tegen alle bloedvergieten en kanariepieten in een Schrijversprentenboek uit waaraan moderne grootheden als Jan Mulder en Ilja Pfeijffer meewerkten. Na twee decennia waarin van Verhagens reputatie niet veel meer over leek te zijn, was dat een wonderbaarlijke wederopstanding.
Het was vooral de dichter zelf die opstond. Niet direct met Kouwe voeten dat na een pauze van twaalf jaar verscheen in 1983 en ook niet met Autoriteit van de emotie uit 1992 - beide bundels werden matig ontvangen. Het veranderde pas echt met Echoput & luchtkasteel uit 1995. In 2000 verscheen Triomfantelijke wandelingen, in 2002 Quasi-kamikaze: niet alleen een dichter leek weer in zijn dichterschap te geloven, maar dat deden ook een uitgever die zijn werk liefdevol uitgaf en spraakmakende critici als Pfeijffer en Gerbrandy. De goegemeente geloofde met hen mee. 
Tegen alle bloedvergieten en kanariepieten in gaat vergezeld van een dvd met fraaie fragmenten uit Het gat van Nederland - het legendarische VPRO-programma dat onder redactie van Hans Keller de buitenissigheid van het vaderland registreerde, twee seizoenen werd uitgezonden, met de Nipkowschijf werd bekroond en de standaard zette voor een VPRO-documentairestijl die het decennia heeft uitgehouden.

Lezing 15 mei 2014: Helden in jeugdboeken



De aandacht voor het historische jeugdboek heeft met de 'Canon van Nederland' ook een extra impuls gekregen. Reden te meer om het genre eens onder de loep te nemen. Aan de hand van jeugdboeken over drie perioden uit de vaderlandse geschiedenis geeft Helma van Lierop in deze lezing een beeld van Hollanse helden in verhalen voor de jeugd. Welke eigenschappen hebben helden in naoorlogse jeugdboeken zoals De Engelandvaarders van K. Norel (1945-1947), De val van de Vredeborch van Thea Beckman (1988) en Slavenhaler van Rob Ruggenberg (2007)?

Over de spreker:
Mede dankzij Helma van Lierop is het onderzoek naar jeugdliteratuur in de afgelopen decennia flink in de lift gekomen. In haar positie als hoogleraar aan de Universiteit Tilburg (sinds 2001) en als bijzonder hoogleraar in Leiden (de Annie M.G. Schmidt-leerstoel, van 2001-2013) heeft ze veel onderzoek kunnen doen en veel studenten kunnen lesgeven en begeleiden in het onderzoek naar kinder- en jeugdliteratuur. In recente publicaties scheef ze o.a. over de verfilming van De koning van Katoren en over Jacoba van Beieren in de jeugdliteratuur.

Waar ligt de klemtoon in 'holländisch'?

Door Marc van Oostendorp
Omdat ik deze week zijdelings geschreven had over Russisch, kreeg ik een e-mail van mijn beroemde Vlaamse collega José Cajot over holländisch. In het Duits ligt de klemtoon in dat woord op hol; waarom leggen Nederlandstaligen het op län?

Het komt niet doordat de klemtoon altijd op de voorlaatste lettergreep ligt in het Nederlands, al komt dat patroon wel het vaakst voor. In drielettergrepige woorden kan hij op de eerste (Canada), de tweede (pyjama) of derde (paraplu) lettergreep liggen. Bovendien gebeurt het niet bij andere woorden; ik heb niet de indruk dat mensen holländer zeggen.

Het moet iets te maken hebben met het achtervoegsel -isch; dat trekt de klemtoon altijd naar de lettergreep die er onmiddellijk aan voorafgaat. Próza wordt prozáisch, prótotype wordt prototípisch.

dinsdag 29 april 2014

Het bewustzijn als intelligent klembord

Over Consciousness and the Brain van Stanislas Dehaene
Door Marc van Oostendorp

Ja, het is vroeg in de morgen, maar hier zijn twee eenvoudige opdrachten. Reken eerst uit je hoofd uit hoeveel 12x13 is. En bepaal vervolgens of hij kan verwijzen in de zin Dat hij zijn moeder nooit meer heeft gezien, speet Jan. 

Er is een verschil tussen die twee taken. Bij de eerste volg je in je hoofd een aantal stappen, waarvan je je bewust bent, en die je na kunt vertellen (bijvoorbeeld: 10x12=120, 3x12=36, 120+36=156). De tweede, die misschien wel even ingewikkeld is, los je geheel intuïtief op. Iedere spreker van het Nederlands, weet dat het antwoord ja is, maar niemand weet hoe hij tot dat antwoord gekomen is. (Je kunt er wel een verhaal over vertellen, maar dat is achteraf gepraat, niet iets wat je voelt terwijl je het doet.)

Over de werking, de functie en de theorie van het bewustzijn gaat het nieuwe boek van de Franse neurowetenschapper Stanislas Dehaene, Cognition and the Brain. 

maandag 28 april 2014

Eenig als juiste spelling

De taalkundige als jongeman (2)

Door Marc van Oostendorp

Dat ik later taalkundige zou worden, ze hadden het op de lagers school al kunnen weten als ze beter hadden opgelet. Ik wist namelijk alles beter.

De kenmerkende pedantie die voor veel mensen levenslang de enige manier is waarop ze uiting geven aan hun taalliefde, die heb ik ook gehad. Ja, lachen jullie maar even smakelijk: ook ik heb gedacht dat de taal bestond uit een systeem van spellingsregels en dat ik die regels beter kende dan de onderwijzers.

Ik herinner me nog hoe we in de vierde klas een paar minuten naar een rijtje woorden moesten kijken, waarover we daarna zouden worden overhoord met een dictee. Eén van die woorden was enig, en ik wist zeker dat dit een drukfout was.

Een schoone historie van Jan van Parijs : hoofdstukken [37]-[43]


Een schoone historie van

Jan van Parijs,

coninck van Vranckrijck,


T’Hantwerpen,
By Pauwels Stroobant, in de Cammerstrate, In den Witten Hasewint.
Anno 1612




zondag 27 april 2014

Pas verschenen: TNTL (Vol. 130, Nr. 1)



Onlangs verschenen: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 130 (2014), nr. 1. ISSN: 0040-7550. eISSN (online): 2212-0521.

Inhoud

Artikelen
Het einde van de Uerdinger lijn als scherprechter? Op zoek naar de grens tussen de noordelijke en zuidelijke dialecten in Limburg              
Frens Bakker, Roeland van Hout
Een vorstin met een verleden? Over Guenièvre (en Lancelot) in Die Riddere metter Mouwen
Simon Smith
Een nieuwe lezing van Gorters Mei       
Arie Zevenhuijzen
En garde. Poëtica’s voor een nieuwe roman     
Bart Vervaeck  
The Interactive Intellectual. Bas Heijne on Twitter         
Marjet van Loo, Odile Heynders

Taalunie lanceert online tijdschrift voor taalliefhebbers



De Nederlandse Taalunie brengt een nieuw online tijdschrift uit: Taalunie:Bericht. In het tijdschrift komen onderwerpen aan bod als: Wat zijn de nieuwe trends en ontwikkelingen in het taalgebied? en: Welke sporen zet de Taalunie uit in haar taalbeleid? Het is te lezen op www.taaluniebericht.org.

Via haar digitale tijdschrift wil de Taalunie naar buiten treden met haar visie en activiteiten. Tegelijk geeft het een breed beeld van wat er vandaag in en met het Nederlands gebeurt. 

Een laatste restje 'sch'

Door Marc van Oostendorp
Sommige taalkundigen beweren wel dat ze zich niet met spelling bezighouden, maar een collega van me had de afgelopen week wel degelijk ruzie gehad met zijn vrouw over de juiste schrijfwijze van het woord 'Chinezen'. Zij wilde het zo, maar hij beweerde bij hoog en laag dat het 'Chinese' moest zijn. Tot ze erachter kwamen dat zij het zelfstandig en hij het bijvoeglijk naamwoord bedoelde.

Hij kwam zijn echtelijke sores met me delen, en we praatten er nog even over door. Het geldt voor meer woordparen: je hebt ook Friese Friezen en Balinese Balinezen. Het is bovendien natuurlijk niet strikt genomen een spellingkwestie, of in ieder geval niet alléén maar, want sommige sprekers maken ook verschil in uitspraak tussen de [s] en de [z].

Ik dacht dat ik een leuke regel had gevonden, een lekker ingewikkelde, maar die ging niet op.

zaterdag 26 april 2014

Een piek in het Nederlandse landschap

Uri Rosenthal excelleert nu als deskundige over bezuinigingen op wetenschap
Door Marc van Oostendorp
Ik probeer de moed er een beetje in te houden, maar soms laat ook ik het hoofd even hangen. Nu heb ik bijvoorbeeld Boven het maaiveld gelezen, dat de Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) gisteren presenteerde.

Dat rapport begint met twee observaties: ten eerste, dat de Nederlandse wetenschap het tot nu toe internationaal gezien heel aardig doet, en ten tweede, dat die positie wordt bedreigd doordat anderen (bijvoorbeeld landen in Azië, maar ook Duitsland) flink investeren, terwijl Nederland juist bezuinigt. Wat nu te doen om de positie van de Nederlandse wetenschap te handhaven?

Jullie denken nu: een voorbeeld nemen aan Duitsland, ophouden met bezuinigen? Dat laat zien dat jullie geen verstand hebben van modern management. Het antwoord wordt niet eens overwogen door het AWT. Kennelijk vinden de deskundigen dat een gepasseerd station.

vrijdag 25 april 2014

Dik in wemel


Door Bart FM Droog

Vroeger, toen alles beter was, toen kinderen niet tijdens monarchistische spelen gehersenspoeld werden en de PvdA nog de SDAP heette, toen scheen in mei altijd de zon. Ik weet het nog goed.

Als de dag van gisteren staat dan ook de meimaand van 1926 me bij, vooral door de geboorte van m'n vader, Ab Droog, op de 26ste mei te Roermond, en door het internationaal sosialisties jeugdfeest dat van 21 tot 26 mei in Amsterdam gehouden werd. Deelnemers kregen als 'feestgave' het boekje Hoogty (klik op de titel!), met daarin het gedicht 'Arbeiderszoon' van S. Bonn (1881-1930) en unieke houtsneden van Fré Cohen (1903-1943).

In dat gedicht (compleet te lezen op het NPE-boeklemma) komt dit intrigerende fragment voor:


(...) En als 'n rotskant, kant uw hooge slaap,
en in klinkend stralend luiden
liggen haarlokken uw hoofd om, dik in wemel. (...)

Wemel, wemel - wat een prachtig woord! We kennen het van 'het wemelt van de fouten', maar hier betekent het toch net iets anders. De eerste betekenis van het werkwoord wemelen is volgens de Van Dale: zich her en der gedurig door elkaar bewegen (kruipen, lopen, vliegen, enz.). Wat een intens vrolijk en levendig beeld roept Bonn dus op, met die arbeiderszoon met haarlokken dik in wemel. Mij doet het denken aan Medusa, maar eentje met in plaats van krioelende slangen bijkans dansende haren. Jawis, vind maar eens een kapper die dat voor elkaar krijgt.


   

Jan Stroop geridderd

Namens het Neder-L collectief deel ik onze lezers mee dat het de majesteit behaagd heeft om ‘onze’ Jan Stroop op grond van zijn bijzondere taalkundige verdiensten voor de samenleving te benoemen tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

foto Pieter Stroop

De bijbehorende ere-medaille is hem hedenochtend door burgemeester Geke Faber opgespeld in het stadhuis van de gemeente Zaanstad.


Taal van de betere standen

Door Marc van Oostendorp

'Hoe komt het nu' zei een dame gisterenavond tijdens de koffiepauze, 'dat wij netjes praten en arbeiders plat?'

Verwachtingsvol keek ze me aan. Ik was verzeild geraakt bij de betere standen. Vorig jaar was ik uitgenodigd om een keer een lezing te komen geven over de geschiedenis van de Nederlandse taal.

Ik dacht dat het daarbij ging om een bejaardenhuis in Wassenaar en omdat iedereen mij altijd kan inhuren voor een praatje, had ik ja gezegd. Het bleek te gaan om een landgoed waar temidden van een goed onderhouden park inderdaad oudere gegoede Nederlanders ruime vijfkamerappartementen kunnen betrekken met een gemeenschappelijke huismeester, koks, en bedienend personeel. Af en toe hebben ze een culturele avond, waar een geleerde een dansje komt doen.

Er bestaat eigenlijk geen onderzoek naar de taal van de betere standen.

donderdag 24 april 2014

Call for papers Taal & Tongval 2014



Op 28 november vindt in Gent de 2014-editie van het Taal & Tongvalcolloquium plaats, dit keer met als thema (De)standardisation in Europe: Qualitative and quantitative approaches:

“The 2014 edition of the Taal & Tongval colloquium aims at bringing together researchers to debate about standard language ideologies and the ways in which these are best studied. More specifically the following questions will be at the centre of discussion:
(1)    Which methods can be implemented to gain insight into standard language use and standard language ideologies? Do new, experimental methods yield results comparable to those of traditional methods?
(2)    What can the different methods tell us about the standard language situation, both in the Dutch language area and beyond? To what degree do we find traces of destandardisation and demotisation?
(3)    What are interesting contexts to study standard language ideologies in?
These and other topics will be further explored in the colloquium, which will host invited talks by Winifred Davies (Aberystwyth University), Stefan Grondelaers (Radboud University Nijmegen), Tore Kristiansen (University of Copenhagen) and Barbara Soukup (University of Vienna). In addition, there are a number of slots on the program for regular 20-minute conference presentations.

Aankondiging: Early Modern Europeanism 1648-1815


Date: Friday 6 June 2014
Location: University of Amsterdam, Bungehuis 1.01

The idea of Europe is generally considered to be the typical product of a war-ridden twentieth century. If a European ideal is thought to have existed before the establishment of the European Coal and Steel Community (ECSC) in 1952, its roots are generally sought in the Interbellum. However, thoughts on Europe were also prevalent in Europe prior to 1914.

During this conference we will study the early modern tradition of European thinking between 1648 and 1815. Various questions will be addressed, such as: what forms does early modern Europeanism take? Is the theme of Europe important primarily in times of peace (as during the Peace of Westphalia, Ryswick, Utrecht, and Vienna), or does it continue to be prevalent in public opinion? How do concepts of Europe in literature, political writings, and international law interrelate? How do European visions relate to the emergence of an early modern ‘national’ consciousness? Does the past play a role in early modern Europeanism, and if so, which past? What is the relationship between protestant, catholic, and European thought and does the concept of Europe differ from the earlier concept of the ‘respublica christiana’? And finally: is there a development in the way Europe was perceived in the period between 1648 and 1815?

Ontoegankelijke schatkamers

Hoe onderzoeksbronnen op internet verkommeren
Door Marc van Oostendorp


Wie zich nog eens terug wil wanen in de jaren negentig, moet de website van Celex eens bezoeken. Het is voor veel taalkundig onderzoek naar het Nederlands nog steeds een onmisbare bron: een database waar voor tal van woorden is aangegeven hoe ze worden uitgesproken, hoe je ze in lettergrepen kan verdelen en hoe frequent ze voorkomen in het Nederlands.

Honderdduizenden woorden zijn er verzameld, met rijke, rijke informatie over ieder woord. Om te zien hoe vaak een woord eigenlijk voorkomt in het Nederlands is dit nog steeds een van de meest gebruikte bronnen. Vrijwel iedere taalkundige die weleens een getal met cijfers achter de komma heeft opgeschreven, haalde dat getal uit CELEX. Studenten maken er nog steeds gebruik van.

Het is een prachtige bron, maar hij is ongeveer zo toegankelijk als de archieven van het Koninklijk Huis op zaterdagavond.

woensdag 23 april 2014

Schiphol-Engels: Ladies and g[ɑ]ntlemen

Door Marc van Oostendorp

Wie op Schiphol aankomt, hoort altijd onmiddellijk een nieuw dialect van het Engels, dat je verder nergens op de wereld hoort. Ook elders in Nederland praat men niet zo, zodat je niet kunt zeggen dat het een Nederlands accent is; en tegelijkertijd zijn er meerdere omroepstemmen op Schiphol die het gebruiken, zodat het meer is dan alleen een persoonlijke eigenaardigheid.

Het begint met de eerste klinker in gentlemen. Die klinkt bij de Schiphol-omroepers bijna als de [ɑ] van Jan: meer naar achter in de mond, en meer omlaag dan de klinker die men elders in de wereld op deze plaats gebruikt.

Waarom is dat zo? Dezelfde klinker komt natuurlijk ook aan het eind van het woord voor, maar daarmee, gebeurt het niet, of in ieder geval veel minder. Ik hoor nooit iemand zeggen gentlem[ɑ]n, althans niet wanneer het meervoud bedoeld is.

dinsdag 22 april 2014

Taalmenging



Door Leonie Cornips

Een lezer schrijft me dat hij in Lemiers (gemeente Vaals) tijdens het voetballen dialect hoort met Engelse woorden erin: ‘D’r kiepper hat sjtres, d’r boj sjteet nevver d’r joolpoal’. We kijken er niet meer van op dat het Engels in het Nederlands voorkomt maar wel als het zich mengt met het dialect. In ons denken horen talen thuis in verschillende hokjes. In die hokjes blijven kleine, lokale talen afgescheiden van grote, wereldtalen. Volgens die gedachte leunt een dialecthokje wel tegen het hokje Nederlands maar niet tegen het hokje Engels. In Limburg valt nauwelijks meer op dat het Nederlands zich met het dialect vervlecht. Zo’n vervlechting kan inhouden dat een spreker iets in het dialect vraagt ‘head ut unne vrund?’ en de luisteraar vervolgens in het Nederlands reageert: ‘ja ze heeft al een vriend’. Of het dialect en Nederlands vermengen zich: ‘vrund’ wordt ‘vriend’ in ‘dus ze head al n vriend, mer dat zead niks’. Dat mengen levert overpeinzingen op. Zo schrijft een lezeres: ‘Ons dialect is een zootje. Ook ik spreek geen zuiver dialect meer. Mijn man van het ene dorp, ik uit het andere dorp. Daar vind je zoveel verschillen tussen. Als er dan kinderen komen en iedere ouder spreekt zijn eigen taaltje, dan heb je soms al zoiets als een Babylonische spraakverwarring. Wat doe je dan: je gooit er automatisch een paar Nederlandse woorden tussen. En dan is het kwaad geschied. Je blijft zo praten.’

Niet de versregel of de zin, maar de woorden

Door Marc van Oostendorp
"Schrijven over de techniek van het schrijven," schrijft C.O. Jellema in het eerste opstel in de posthume essaybundel In beelden aanwezig, "lees ik graag. Nieuwsgierig als ik altijd ben naar anderen, of ze het anders en soms beter doen dan ik." Hij had zijn hart kunnen ophalen aan deze bundel, wanneer hij iemand anders was geweest – de bundel bevat een aantal meestal ongepubliceerde stukken uit de jaren negentig – opstellen, lezingen, dankwoorden wanneer hij een prijs gekregen had – die grotendeels vooral gaan over, inderdaad, die techniek.

Het instrument van de dichter is, voor Jellema, niet het gevoel of het beeld, maar de taal. Om preciezer te zijn lijkt hij de taal te zien als een verzameling woorden, althans hij heeft het in In beelden aanwezig nergens over zinsbouw of versbouw, over klank of letterbeeld. Hij heeft het wel telkens over woorden.

Die woorden zijn volgens Jellema "van nature niets-zeggend":

maandag 21 april 2014

Liggend op een dekentje werd ik taalkundige

De taalkundige als jonge man (1)
Door Marc van Oostendorp
Waarom wordt iemand taalkundige? Hoe kom je op zo'n raar, of toch in ieder geval vrij zeldzaam idee? Hoe ben ikzelf daarop gekomen?

Mij interesseert die vraag al heel lang. Ik vraag er regelmatig ook collega's naar. Je krijgt dan, vind ik, interessante verhalen. Maar je leest er slechts zelden iets over. Taalkundigen schrijven bijna nooit memoires of autobiografieën, en over hen wordt slechts zelden in voldoende detail biografisch geschreven.

Omdat er weinig voorbeelden zijn, kan ik het eigenlijk alleen uitzoeken aan de hand van mijn eigen autobiografie. Niet omdat ik denk dat ik nu de allerinteressantste levensloop heb of de meest prototypische taalkundige ben. Maar omdat ik geen andere voorbeelden zo gedetailleerd ken.

Vandaar een nieuwe serie blogposts, hier.

Een schoone historie van Jan van Parijs : hoofdstukken [32]-[36]


Een schoone historie van

Jan van Parijs,

coninck van Vranckrijck,


T’Hantwerpen,
By Pauwels Stroobant, in de Cammerstrate, In den Witten Hasewint.
Anno 1612




zondag 20 april 2014

Schatten uit de DBNL

Door Marc van Oostendorp


Hoe gaat het met de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren? Een half jaar geleden schreven enkele vooraanstaande letterkundigen een ingezonden brief omdat zij zich zorgen maakten over de toekomst van deze digitale schatkamer van de Nederlandse literatuur.  "Weinig andere landen kunnen bogen op zo'n veelomvattende, goed verzorgde, niet-commerciële on-line presentie van hun letterkundige erfgoed", schreven zij onder andere, een beetje plechtig. En ze signaleerden dat dit prachtige erfgoedstuk bedreigd werd door allerlei bestuurlijk getouwtrek.

Of de briefschrijvers zelf ooit antwoord hebben gekregen, weet ik niet. Maar publiekelijk bleef een antwoord uit, terwijl achter de schermen de touwtrekkers bleven touwtrekken. Nog steeds is er bij mijn weten weinig zekerheid voor de paar medewerkers die er nog werken voor de digitale bibliotheek, die desalniettemin nog steeds iedere maand met verrassingen komt (zoals deze maand een aantal boeken van de enkele jaren geleden overleden journalist H.J. Schoo).

zaterdag 19 april 2014

Kromspraak


Een taaltrainer die het verdient zo te heten, is als een koorddanser. Hij is voortdurend op zoek naar het juiste evenwicht. (Lees voor ‘hij’ desgewenst ‘zij’.) Vrijwel onafgebroken is hij aan het afwegen of hij feedback moet geven of niet. En zo ja, op welk moment en op welke manier. Mogelijk geldt dat voor trainers, docenten, onderwijsgevenden in het algemeen.

Het probleem is meestal niet gelegen in de positieve feedback. De meeste cursisten kunnen immers wel wat aanmoediging gebruiken. Hoewel, ook daarin kan men te ver gaan. Al te overdadige loftuiting kan als neerbuigend worden ervaren en averechts werken. Of denk aan een groep waarvan één of twee leden het gewoon veel beter doen dan de rest. Dat komt regelmatig voor en ook dan kun je als trainer de mist ingaan met je positieve feedback, althans gezien vanuit het perspectief van die 'middelmatige meerderheid'. Maar kritische feedback (KF) is toch veel lastiger.

Tussen haakjes  - ziet u ze, zie ik ze, maar zo luidt de uitdrukking nu eenmaal: KF is geen eufemisme voor correctie.

Lijdt Jan Kuitenbrouwer nu ook aan canonangst?

Eik best leuk het beste taalboek van de schrijver van Turbotaal
Door Marc van Oostendorp


Tien jaar geleden stelde Jan Kuitenbrouwer een onbarmhartige diagnose: taalkundigen leden volgens hem net als allerlei andere deskundigen aan een aandoening die hij meteen maar drie namen gaf in één stukje: canonangst, panisch pluralisme of pluralisme. In plaats van de hele tijd te roepen dat van alles en nog wat niet deugde! En fout was! En een schande! En onmiddellijk verboden moest worden!, constateerden ze alleen maar nuchter wat er gebeurde. Ze wilden geen rangordening meer aanbrengen tussen goed en fout, niet meer 'relativeren', zoals Kuitenbrouwer dat met een wat verwarrend woord noemde.

De taalkundige die sindsdien zijn best gedaan heeft om van zijn canonangst af te komen – iedere dag onder de douche hard roepen: 'bah! wat een taalverloedering!', sessies om met andere canonangstigen samen proberen zo overtuigend mogelijk de wenkbrauwen te fronsen –, staat een onaangename verrassing te wachten wanneer hij Eik bes leuk van Kuitenbrouwer openslaat.

Er is daarin nauwelijks sprake van taalkritiek; er worden allerlei taalverschijnselen besproken (het gebruik van wat in de auto is wat kapot, de wonderlijke teksten van het Nederlandstalige lied, het moderne gebruik van Engels), maar de schrijver neemt niet volmondig stelling tegen een en ander.

Wat is er gebeurd?

vrijdag 18 april 2014

Gebruikersonderzoek DBNL


Door Bart FM Droog

Om de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL) beter af te stemmen op de wensen van haar gebruikers, organiseren de Vlaamse Erfgoedbibliotheek, de Nederlandse Taalunie en de Koninklijke Bibliotheek Den Haag samen een gebruikersonderzoek, middels een online enquête. Meewerken aan dit onderzoek kost u ongeveer 10 minuten:

Gebruikersonderzoek DBNL

Met dank aan het Poëziecentrum te Gent, dat over dit onderzoek berichtte.

Basisschool niet afgemaakt? Geen uitkering

Door Marc van Oostendorp

Ik probeer me sinds een paar dagen voor te stellen wat voor mensen het zijn die weigeren om Nederlands te leren, terwijl ze wel een bijstandsuitkering aanvragen. Deze week bleek staatssecretaris Klijnsma een wetsvoorstel naar de Raad van State te hebben gestuurd (ik kan dat wetsvoorstel overigens nergens op internet vinden) die het verplicht moet stellen om 'basaal Nederlands' te leren. Wie dat niet doet, wordt gaandeweg gekort op de uitkering. Het gaat daarbij formeel niet alleen om allochtonen, maar om alle Nederlanders.

Maar wat zouden dat nu voor figuren zijn? Die roepen "Nee, ik ga mooi niet op Nederlandse les, bekijk het maar", maar dan natuurlijk in een andere taal of in een dialect. RTL Nieuws meldt dat 'enkele duizenden mensen in Nederland amper een woord Nederlands spreken en toch bijstand ontvangen'. Maar hoe weet RTL Nieuws dat?

En nog belangrijker: hoe goed gaan die mensen die niet willen het Nederlands leren als er zoveel dwang op staat?

donderdag 17 april 2014

Cursus Nederlandstalige Poëzie na 1965 in Poëziecentrum (Gent)



Het Poëziecentrum in Gent organiseert in mei een cursus Nederlandstalige poëzie na 1965. In deze cursus staat centraal hoe de poëzie in ons taalgebied na 1965 evolueert in samenhang met de maatschappelijke veranderingen. Aan bod komen neoromantiek, postmodernisme, Maximaal, traditionele dichters en recente ontwikkelingen als postpomo, flarf en performancepoëzie. De cursus wordt gegeven door Carl De Strycker, directeur van Poëziecentrum. Hij promoveerde op een proefschrift over de invloed van Paul Celan op de Nederlandstalige poëzie.

De eerste sessie vindt plaats op woensdag 7 mei 2014 van 19u30 tot 21u30, met pauze. Volgende sessies zijn gepland op 14 mei en 21 mei 2014.

Locatie: Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, 9000 Gent
Kostprijs voor de drie avonden: € 20 (inclusief koffie/thee)
Graag inschrijven voor de volledige reeks via: events [at] poeziecentrum [dot] be

De neerlandistiek is dood.

Leve het neerlandistische tijdschrift

Door Marc van Oostendorp
Hoe gaat het inmiddels met neerlandistiek.nl? Het elektronisch tijdschrift is ter ziele, zoals ik vorig jaar in oktober hier in Neder-L aankondigde. De uitgever, het aan de Utrechtse universiteitsbibliotheek gelieerde Igitur, heeft de bestaande artikelen gearchiveerd zodat deze hopelijk tot in aller eeuwigheid bewaard blijven.

En nu komt de domeinnaam vrij. Die gaat over naar het Meertens Instituut. Gisteren vertelde ik op een middag over de toekomst van het neerlandistische tijdschrift wat ik ermee wil doen. (Hierboven staat de Prezi die ik daavoor gebruikte.)

woensdag 16 april 2014

Nieuw Couperus Cahier: ‘De taal van Couperus’

Op zondag 13 april, tijdens de jaarlijkse dag van het Louis Couperus Genootschap in Den Haag, werd het veertiende deel in de serie Couperus Cahiers gepresenteerd.

Een willekeurige passage van Couperus is direct herkenbaar. Maar wat maakt zijn taal nu zo speciaal? Wat zijn nu precies de kenmerken van zijn stijl? En hoe is een typische Couperuszin opgebouwd?

‘De taal van Couperus’ was het onderwerp van een symposium op 23 mei 2013, ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van de auteur. Voor dit cahier zijn drie van de toen gehouden lezingen tot artikel bewerkt.

100 jaar Bertus Aafjes: biografie en tentoonstelling



Op 12 mei 2014 is het 100 jaar geleden dat schrijver, dichter en reisjournalist Bertus Aafjes (1914-1993) werd geboren. Ter gelegenheid hiervan organiseert het Letterkundig Museum vanaf 8 mei een kleine tentoonstelling. Ook verschijnt een biografie over Aafjes van Rob Molin: In de schaduw van de hemel. Deze wordt eveneens op 8 mei in het Letterkundig Museum gepresenteerd.

Praktische informatie

Datum:                Donderdag 8 mei
Aanvangstijd:  16.00 uur, inloop vanaf 15.30 uur
Toegang:             Gratis
Reserveren:      Telefonisch via 070-333 96 66 tijdens openingstijden van het museum 

http://www.letterkundigmuseum.nl/Agenda/tabid/95/YearMonth/201405/ItemID/530/Title/BertusAafjes/Default.aspx