Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 31 januari 2014

Bért, Bèrt, Birt?

door Miet Ooms

Enkele dagen geleden kwam ik bij dit filmpje uit. We zien hier een jongetje dat uit alle macht duidelijk wil maken hoe je zijn naam moet uitspreken. Bèrt, met een open è, en niet Bért, met een meer gesloten e. Het werd volop gedeeld, en heel wat mensen vielen voor de overtuigingskracht van Bert (eigenlijk Mathiz, Berth is zijn familienaam) en zijn vriendje.

Dichtoogst 2014


Door Bart FM Droog

Momenteel is het Poëzieweek. Een week waarin een vloedgolf aan dichters en gedichten over de lage landen spoelt. In deze golf is ook een aanwas van nieuwe dichters waar te nemen. Maar wat blijft na al dit massale gewas, gespoel en geweek? Jawel, de nieuwe dichtbundels van 2014!

Daarvan zijn tot dusverre veertien solobundels en drie bloemlezingen van het reguliere soort verschenen en gedetecteerd. Een (groeiend) overzicht staat op het jaaroverzicht 2014 van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Een kleine greep:

Thomas Blondeau,  (1978-2013). Mijn beste gedicht dat u nooit zult lezen. Nawoord Ellen Deckwitz. De Bezige Bij, Amsterdam, 2014. Debuut.
Delphine 
LecompteDe baldadige walvis. De Bezige Bij Antwerpen, Antwerpen, 2014. 144p.
De veertig van Heytze
[Samenstelling] Ingmar HeytzePodium, Amsterdam, [2014]. 109p. Heytze's veertig favoriete door anderen geschreven gedichten. 

Als de productiestroom hetzelfde blijft betekent dit dat in 2014 circa 168 dichtbundels zullen verschijnen. Dit is niet significant meer of minder dan de oogst van de voorgaande jaren.


20ste Frysk Filologekongres: 10-12 desimber 2014

Oankundiging en oprop foar lêzingen

De Fryske Akademy organisearret dit jier foar de tweintichste kear it Frysk Filologekongres, yn Ljouwert op woansdei 10, tongersdei 11 en freed 12 desimber. It kongres wol in poadium wêze foar it wittenskiplik debat oangeande de frisistyk yn ’e breedste sin. De fiertalen binne: Frysk, Nederlânsk, Ingelsk en Dútsk.


De opset fan it kongres is dat der elke dei út ein set wurdt mei in plenêre lêzing. Dêrnei binne der parallelseksjes. Op ’e tongersdei is der in jûnsseksje oer Underwiis. It kongres is rjochte op ’e neifolgjende ûndersyksmêden:

De fles is kwaad

Door Marc van Oostendorp

De beroemde klassieke violist Gidon Kremer ging als hij in de jaren negentig in Brussel speelde 's avonds naar een kroeg om daar naar Roby Lakatos te luisteren, de virtuoos van de zigeunermuziek. Lakatos is, nog steeds, verbazingwekkend: dat iemand dat allemaal kan! Als hij speelt, lijkt het soms wel alsof er drie mannen tegelijkertijd op die viool aan het werk zijn: de ene speelt een razendsnelle melodie, terwijl een ander er de begeleiding bij tokkelt, terwijl de derde op het blad van de viool roffelt.

Kan zoiets ook in taal? Heb je pure taalvirtuozen?

Erik Bindervoet komt als een van de eersten voor die titel in aanmerking. Samen met Robbert-Jan Henkes vertaalde hij onvertaalbare werken als de romans Ulysses en Finnegan's Wake van James Joyce, en de liedteksten van The Beatles en van Bob Dylan.


donderdag 30 januari 2014

Officiële opening Taalportaal.org



Op zaterdag 1 februari 2014 vindt tijdens de Grote Taaldag in Utrecht de officiële opening van Taalportaal plaats. De doelstelling van dit virtuele instituut is om alle bestaande kennis over de Nederlandse en Friese grammatica digitaal beschikbaar te maken voor een internationaal publiek.

De afgelopen drie jaar hebben onderzoekers van het Meertens Instituut, de Fryske Akademy, het Instituut voor Nederlandse Lexicologie, de Universiteit Leiden en de Universiteit Utrecht samengewerkt aan een toegankelijke online grammatica van het Nederlands en het Fries. In een Wikipedia-achtige omgeving worden zowel de woordstructuur en de klankstructuur als de zinsstructuur van het Nederlands en het Fries beschreven. Het Taalportaal beschrijft hoe de hedendaagse grammatica van het Nederlands eruitziet, op basis van bestaande publicaties. Omdat de grammatica van het Nederlands verandert, zal de informatie in de toekomst up-to-date worden gehouden. In Zuid-Afrika zijn inmiddels uitgewerkte plannen om ook het Afrikaans, de dochtertaal van het Nederlands, toe te voegen.

Het is nu eenmaal een echt meisje-meisje

Door Viorica Van der Roest

Afgelopen weekend in Trouw, in de rubriek Moderne manieren, beklaagde een zekere ‘Afknapper’ zich tegen Beatrijs Ritsema over een man met wie ze een blind date zou hebben, maar die al het initiatief aan haar liet. Hij wilde dat zij datum, locatie en tijd van het afspraakje zou bepalen. Geen goede zet van de heer in kwestie, want, aldus Afknapper: “ik ben een echte ‘vrouw’-vrouw, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik vind dat hij de moeite moet nemen om iets voor te stellen”. Beatrijs begreep blijkbaar precies wat Afknapper bedoelde, en was het nog met haar eens ook. Dumpen die man, was het advies.

Dat ‘vrouw’-vrouw was ik nog niet eerder tegengekomen, wel al heel vaak meisje-meisje, of gewoon zonder streepje: meisjemeisje. In mijn omgeving meestal gebezigd door vrouwen die zich tegenover hun feministische vriendinnen schuldbewust verantwoorden voor de barbies en roze jurken van hun dochter: ‘het is nu eenmaal een echt meisje-meisje’. Dat echt wordt er trouwens heel vaak voor gezegd of geschreven, alsof er nog iets extra benadrukt moet worden. Of is dat een overblijfsel van toen mensen nog gewoon zeiden ‘het is een echt meisje’, net zoals je kunt zeggen ‘het is een echte jongen’? Maar nu is dus al een tijdje die verdubbeling gangbaar. Het lijkt wel bijna alsof er een algemene categorie is, meisje, en een bepaalde afdeling van deze categorie wordt bevolkt door meisjes die graag met barbies spelen en roze jurken dragen.

Tweeregeligheid en verwarring

Door Marc van Oostendorp

Vroeger was het duidelijk: een telefoon had een draaischijf, een slagerij had witte tegels, en een gedicht had een strakke vorm. Beklemtoonde lettergrepen volgden trouwhartig op onbeklemtoonde, en aan het eind van iedere regel stond een rijmwoord. Veertien regels, en je had een sonnet, veertienduizend regels en je had een epos.

Dat is voorbij. Hoe kun je nog een gedicht herkennen? Niet doordat het rijmt, niet doordat er een vaste dreun in zit. Ja, de regels worden afgebroken; ja, er staat vaak veel wit om de tekst heen. Maar zelfs dat geldt allebei niet per se voor ieder gedicht.

Toch hebben gedichten, anders dan proza, een vorm.

Zonder string

Gert de Jager
 
De enige bundel van de vijf die ik gelezen heb. Een bundel waarvoor noch Van den Berg in NRC Handelsblad, noch Schouten in Vrij Nederland enige waardering kon opbrengen. Voor de eerste werd ‘de poëzie bedolven in te veel tropisch gekleurd taalgeweld’;  de tweede zag een dichter die ‘wel mateloos exotisch en grensoverschrijdend in de weer [was] met e-mailtjes en bluesliedjes, bedelaars en zeeleeuwen maar toch ook nogal ongeconcenteerd’. In De Groene beleeft Gerbrandy hetzelfde nogal anders: hij is ‘meegenomen op een zintuiglijk overweldigende tocht naar oorden die de meeste West-Europeanen exotisch zouden noemen’. Bij hem mondt het uit in een ‘fysieke leeservaring’ die in de buurt komt van een ‘trance’. 
 
Het laatste – dat vind ook ik iets moois.

woensdag 29 januari 2014

Speurtocht: de oudste naam der koning!

Door Marc van Oostendorp

Vandaag ga ik eens crowdsourcing proberen, naar aanleiding van een alarmerende ingezonden brief, gisterenavond in NRC Handelsblad: de (mannelijke) genitief ligt op de mestvaalt! Want wat constateert C. Menderhof uit Krimpen aan den IJssel: in de krant was onlangs sprake van het gezicht der Koning, en ook hoort hij regelmatig spreken over de commissaris der koningin. Terwijl der natuurlijk de vrouwelijke vorm is.

Eigenaardig genoeg staat in het online Stijlboek van dezelfde krant te lezen:

 Wij schrijven: commissaris van de koning (tweemaal onderkast). De vorm Commissaris der Koning is archaïsch.

Ook in naam der koning blijkt heel vaak voor te komen, in ieder geval volgens onze vrienden van Google. De belangrijke vraag is nu natuurlijk: waarom ligt de mannelijke genitief op de mestvaalt en de vrouwelijke niet?

dinsdag 28 januari 2014

Ongemakkelijke beleefdheid

Door Suzanne Aalberse

In hun opiniestuk "Laten we het woordje ‘u’ in ere herstellen" van 21 januari betogen Lotte Schouten en Noortje Pelikaan dat het woord u teloor gaat en dat die teloorgang een symptoom is van een steeds verdergaande respectloze omgang in de samenleving. 

De grote sympathie waarop het woordje u zich in hun bijdrage mag verheugen is een relatief nieuw verschijnsel. In zijn roman Klaasje Zevenster (1866) laat van Lennep zijn personage dominee Bol bij het horen van de aanspreekvorm u de retorische vraag stellen: Is dat nu gezond en gangbaar Hollandsch?".Het impliciete antwoord is dat u als onderwerp (in bijvoorbeeld ‘Wilt u’) geen gezond en gangbaar Nederlands is.

De ondergang van een boekhandelaar

Adr Heinen sluit zijn deuren
Door Marc van Oostendorp


Toen ik meer dan dertig jaar geleden de oudervereniging van mijn middelbare school de stuipen op het lijf had gejaagd met een artikel over de kwalijke manier waarop de boekenbeurs aan het eind van het schooljaar werd georganiseerd – zo ik iets ben, is het hoofdredacteur van de schoolkrant –, nodigde meneer Heinen me uit in zijn winkel.

Hij had de mooiste zaak van Den Bosch – een boekhandel, en wat voor een! In de kelder de buitenlandse boeken, op de eerste verdieping de poëzie, in het midden de Nederlandse romans, bij de ingang de Salamanders. Een zeventiende-eeuws pand in de Kerkstraat met overal waar je keek boeken, en ergens helemaal bovenin het kamertje waar meneer Heinen zetelde.

maandag 27 januari 2014

Zeur-tweets

 Door Leonie Cornips

Nederlanders opgewekt Twittervolk’ kopt de Volkskrant afgelopen maandag. ‘Meeste zeur-tweets uit Simpelveld en Vaals’ kopt L1 op dinsdag. Beide rapporteren over onderzoek van mijn collega Erik Tjong Kim Sang van het Amsterdamse Meertens Instituut en eScience Center. Erik analyseerde meer dan twee miljard Nederlandstalige en dialect-tweets sinds begin 2011. Hij onderzocht met speciale software alle woorden per tweet. Een tweet bevat maximaal 140 tekens. Hij stelde op basis van de gevonden woorden twee lijsten samen: een lijst met positieve en een lijst met negatieve woorden. Positieve woorden zijn volgens Erik hoera, gelukkig, blij, dank en emoticons zoals xd,  :) ;) (deze tekens stellen een lachend gezichtje voor). Homo, ranzig, schurk, jezus en :( ;( :< :-( vallen volgens hem onder negatieve woorden en emoticons.

Volgens de Volkskrant is, gezien de spreiding van de ‘positieve’ en ‘negatieve’ tweets over Nederland, ‘het humeur op het platteland beter dan in de grote steden: Amsterdam, Rotterdam en Den Haag scoren onder het landelijk gemiddelde. Ook op  provincieniveau is dit effect waarneembaar: de westelijke provincies scoren lager’. De provincie Limburg komt er niet zo best van af: samen met Zuid-Holland heeft Limburg de laagste score van het land en Simpelveld en Vaals blijken ‘de minst blije gemeenten te zijn’. Vlaamse Twitteraars zijn in de woorden van L1 ‘nog iets naargeestiger’.

Middelnederlands met een harde g

Door Marc van Oostendorp

'Laat Middelnederlands klinken!' Dat is het motto van de app Vogala die Frits van Oostrom eerder deze maand uitbracht voor de iPad. Naast Van Oostrom brengen enkele andere specialisten op het gebied van de middelnederlandse literatuur en bekende stemmen als Mieke van der Weij en Jean-Marc van Tol het Middelnederlands tot gehore.

Dat is heel loffelijk, en ik ben blij dat Vogala er is. De app is gratis en op deze manier kunnen mensen dichter bij die oude taal, die geschiedenis, die soms ontroerende literatuur worden gebracht. De app is prettig voor geïnteresseerde leken, voor scholieren, voor mensen die nieuwsgierig zijn naar de levende taal van enkele eeuwen geleden. Maar wat mij nu interesseert: klonk het Middelnederlands ook echt zoals in deze app?

Die historie van Floris ende Blancefleur : hoofdstuk [3]


Van Floris ende Blancefleur

T’Antwerpen
op de Lombaerde Veste
in De Gulden Pellicaen
by Guillaem van Parijs
1576



zondag 26 januari 2014

Voer voor volkstaalkundigen

Door Marc van Oostendorp



Er zijn in Nederland jammer genoeg geen beoefenaren van de folk linguistics. Dat (volkstaalkunde) is, net als folk physics of folk biology, een onderwerp van de psychologie. In de eerste twee vakken bestudeer je de intuïtieve ideeën die mensen in het dagelijks leven blijken te hebben over de natuur: dat mijn glas melk op de grond valt als ik hem loslaat, dat de zon 's ochtends opkomt, dat de muis de kater niet zal opeten.

Ieder mens heeft een heleboel 'kennis' over de wereld om hem heen. Ik schrijf dat 'kennis' nu met aanhalingstekens omdat deze soms in tegenspraak is met wat de wetenschap inmiddels heeft achterhaald. Toch blijft ook de knapste astronoom op een bepaalde manier 'weten' dat de zon in het oosten opkomt: je kunt theoretisch weten dat het anders is, gevoelsmatig blijft de zon draaien en niet de aarde.

Zo is het ook met taal – een trouwer metgezel van de mens dan het paard en de hond, een grotere bron van dagelijkse verwondering dan de flonkerende sterren of het groeien van de olijfbomen.

zaterdag 25 januari 2014

Pas verschenen: TNTL (Vol. 129, Nr. 4)



Onlangs verschenen: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 129 (2013), nr. 4. ISSN: 0040-7550. eISSN (online): 2212-0521.

Het thema van dit nieuwe nummer is Computationele benaderingen in de literatuurwetenschap.

Inhoud
Artikelen
Inleiding             
Karina van Dalen-Oskam
Digital Humanities: the Next Big Thing? Enkele notities bij een ontluikend debat           
Stephan Besser, Thomas Vaessens
De afstand tussen close en distant. Methoden en vraagstellingen in computationeel letterkundig onderzoek        
Els Stronks
Online boekdiscussie van een afstand gelezen               
Peter Boot

Het probleem met promoties

Door Marc van Oostendorp
Het is maar een klein stukje in NRC Handelsblad van vandaag, maar het snijdt een serieus probleem aan — misschien wel het grootste, nauwelijks besproken probleem in het Nederlandse academische bedrijf van dit moment.

Op pagina W6 vertelt de Utrechtse organisatiepsycholoog over een probleem dat ze onlangs had in een promotiecommissie. Ze vond een proefschrift onacceptabel en meldde dit, maar het werd uiteindelijk zelfs zonder discussie toegelaten tot de promotie. Twee andere beoordelaars hadden immers geen problemen.

Het is een situatie die veel academici vermoedelijk kennen.

vrijdag 24 januari 2014

Ook uitkomsten van onderzoek moeten linguïstisch en methodologisch verantwoord worden.

Door Wim Mattens

Er is geen enkele medicus die op het idee zou kunnen komen een onderzoek in te stellen naar prostaatkanker bij vrouwen. De anatomie van het vrouwelijke lichaam geeft namelijk geen enkele indicatie om te veronderstellen dat een dergelijk onderzoek tot medisch relevante resultaten zou kunnen leiden. Een medicus die een dergelijk onderzoek zou willen instellen, wordt waarschijnlijk dringend aangeraden een bepaalde collega-medicus te raadplegen.

Aan dit voorbeeld moest ik denken, toen ik enkele jaren geleden voor het eerst kennis maakte met het idee van de Nijmeegse school voor morfologie, waartoe o.a. Banga, Hanssen en Neijt behoren, om een onderzoek in te stellen naar de numerieke specificatie van het eerste lid van nominale samenstellingen op een zevenpuntsschaal van singularis tot pluralis. Ik vroeg me namelijk af welke indicatie de anatomie van de Nederlandse taalsystematiek de Nijmeegse morfologen zou kunnen geven om te veronderstellen dat een dergelijk onderzoek tot formeel en semantisch relevante resultaten zou kunnen leiden.

Dirk van Bastelaere tegen Belgische Dichter des Vaderlands

Vlaams Belang voor Dirk van Bastelaere

door Bart FM Droog
© foto's Bert Bevers


Op 17 januari 2014 publiceerde essayist Dirk van Bastelaere in dagblad De Standaard het artikel 'De Vaderlandse dichter als splijtzwam' – dit kort na de bekendmaking dat de Nederlandstalige Charles Ducal de eerste Belgische Dichter des Vaderlands wordt.

Voor wie het niet weet: Ducals 's landsverzen worden ook in Franse en Duitse vertaling gepubliceerd. Over twee jaar zal Ducal zijn stokje overgeven aan een Waalse collega, wiens of wier verzen dan ook in Nederlandse en Duitse vertaling verschijnen. Na nog eens twee jaar zal dan een Duitstalige dichter de vaderlandsdichterlijke rol vervullen.

Van Bastelaere, die abusievelijk meent dat men in Nederland een Dichter des Vaderlands middels een volksraadpleging benoemt, stelt:

"Een zandzakje dat een gammele dijk moet versterken, dat is een 'vaderlandertje'. (...) Samen met andere vaderlandertjes, vol geschoffeld door voetbalwereld, muziekindustrie en Open VLD, moet de nationale dichter de mensen achter de dijk inprenten dat ze meer delen dan het grondgebied alleen." (...)

"Tweede vergissing is dat het om import uit Nederland gaat waar, anders dan in het politieke mijnenveld België, blijkbaar nog een vaderlandgevoel bloeit. Als wij al iets moeten importeren, dan misschien het idee van een poet laureate voor het hele Nederlandse taalgebied, los van onze aftandse koninkrijken." (...)
Dirk van Bastelaere

Schrijfles van Pfeijffer: begin uw zinnen met 'hoewel'

Het jaar van de stijl
Door Marc van Oostendorp

Beter leren schrijven – dat was mijn voornemen aan het begin van dit jaar. Dus meldde ik me bij mijn eerste privé-leraar: de gelauwerde Italiaans-Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer. Hij accepteerde me na enige onderhandelingen als leerling in een schriftelijke cursus die bestaat uit een aantal opdrachten die door de meester van commentaar worden voorzien. Er is ook een andere cursist die ik niet ken maar die volgens Pfeijffer "wel heel slim is", en die dezelfde opdrachten uitvoert.

Op 8 januari kregen we ons eerste huiswerk:

Je eerste opdracht is om een grote kerststal te beschrijven. Je weet wel. Met honderden poppetjes in papier-maché-bergen die elektrisch zijn aangedreven. Kort. Een alinea. 100/200 woorden.

donderdag 23 januari 2014

Zang versus zinsmelodie

door Miet Ooms


Gisteren ontdekte ik via Twitter een clipje, waarin het nummer 'Let it go' uit de Disneyfilm Frozen in 25 talen te horen is. Ik nodig iedereen uit om het zelf hier eens te beluisteren, liefst met de ogen dicht. Ik vond het alleszins een aparte ervaring.
De volgende talen komen aan de beurt, in deze volgorde: Engels, Frans, Duits, Mandarijn (Chinees), Zweeds, Japans, Spaans (Lat. Am.), Pools, Hongaars, Castiliaans, Catalaans, Italiaans, Koreaans, Servisch, Kantonees, Portugees, Bahasa Maleisisch, Russisch, Deens, Bulgaars, Noors, Thai, Canadees Frans, Vlaams. Dit zijn uiteraard niet alle talen waarin de film (en dus ook de song) is vertaald, het is wel een heel gevarieerde selectie.

Beatrijs: een middeleeuwse Lady Gaga?

Op 2 oktober 2013 woonde ik de ‘Dag van het Nederlands’ bij, georganiseerd door het Nascholingscentrum CNO van de Universiteit Antwerpen. Die dag was helemaal gewijd aan de literatuur. Eén van de sessies droeg als titel ‘Waarom zou (je) Beatrijs nog lezen?’. Waarom ‘je’ in deze titel tussen haakjes stond, heb ik nog altijd niet kunnen achterhalen. De sessie werd in de folder als volgt aangekondigd:

‘Vertrekkend van het Middelnederlandse werk zelf vragen we ons af welke waarde dit werk nog heeft/kan hebben anno 2013. We bekijken op een creatieve manier enkele fragmenten uit het werk en trekken dan parallellen naar de hedendaagse populaire cultuur. Via de muziek (Lady Gaga, Madonna…), tv-reeksen en films tonen we aan hoe de figuur van Beatrijs kan blijven inspireren. Daarbij belichten we ook het veranderende vrouwbeeld aan de hand van enkele (wetenschappelijke) artikelen en bijhorende opdrachten.’

Toen ik dit las, fronste ik natuurlijk meteen mijn kritische wenkbrauwen, maar een en ander wekte zodanig mijn nieuwsgierigheid op dat ik toch maar eens ben gaan luisteren.

Een teloorgang van onze beschaving

Door Marc van Oostendorp


Soms probeer ik me voor te stellen hoe het is om iemand anders te zijn: de vrouw die een roze fiets met een lekke band meesleurt over de kades, de treinconducteur met een koortslip, een jongen die een totaal versleten rokkostuum draagt. Meestal lukt het in ieder geval naar mijn eigen tevredenheid. Maar hoe het is om iemand te zijn die 'een teloorgang van onze beschaving' afkondigt, daar kan ik me echt niets bij voorstellen.

Het gebeurde deze week voor de zoveelste keer in de Volkskrant, de krant die zich specialiseert in het onbeheerst moord en brand schreeuwen als het over taalzaken gaat. Vorige week mocht René Appel al melden dat het feit dat de Universiteit van Maastricht een bestuurslid heeft die uit het buitenland komt (man, man) 'een reele dreiging voor het Nederlands als cultuurtaal' vormt. Deze week was het de beurt aan twee historicae die de kladderadatsj voorzien in het 'ongebreideld tutoyeren van jan en alleman'.

 Wanneer men met een dergelijke boodschap komt, hoeft men natuurlijk niet meer te kunnen redeneren of te formuleren om de kolommen van de Volkskrant te halen.

woensdag 22 januari 2014

Massaal op knopjes drukken voor de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

Hoe staat het ondertussen met het Groot Nationaal Taalonderzoek? Ik was er vorige maand nogal negatief over op de website van Onze Taal, en zoals dat tegenwoordig gaat op het internet: er ontstond een paar dagen tumult (zie bijvoorbeeld hier voor een glimp) en toen was het alweer bijna vergeten.

Nu heeft Emmanuel Keuleers, een van de (taalkundige) onderzoekers, alsnog gereageerd, in een uitgebreid bericht op het weblog van Onze Taal

Wat blijkt: ik had het bij het verkeerde eind. Maar ik kon ook bijna niet anders.

Want achter het officieel gepresenteerde 'Groot Nationaal Onderzoek' zat een ander onderzoek verborgen, dat veel beter was, maar ook minder makkelijk uit te leggen.

dinsdag 21 januari 2014

Taalonderzoek in Limburg

Door Leonie Cornips

2014 wordt een spannend jaar voor de studie naar Taalcultuur in Limburg. In het vroege voorjaar starten twee jonge talentvolle onderzoekers met een eigen project. Het project dat in februari begint, vervult een langgekoesterde wens van me. Het onderzoekt of kinderen voordelen dan wel nadelen ondervinden van het tweetalig opgroeien in het dialect en in het Nederlands. In de laatste vijftien jaar is er veel internationaal onderzoek verricht naar de cognitieve ontwikkeling van tweetalige kinderen. Cognitie staat voor de mentale activiteit die informatie in de hersenen verwerkt door leren, waarnemen, herinneren, denken, interpreteren, geloven en problemen oplossen. Nu lijkt zeer recent onderzoek aan te tonen dat tweetalige kinderen beter dan eentalige kinderen zijn in taken die juist de inzet van cognitief, uitvoerende functies vragen. Die uitvoerende functies zijn belangrijk voor hoe kinderen op school en in het alledaagse leven functioneren. Zij zorgen ervoor dat het kind doelgericht gedrag ontwikkelt waardoor hij of zij op school goed presteert.

Uitvoerende functies helpen het kind om impulsen te onderdrukken, om onbelangrijke informatie te negeren en om zich goed te kunnen concentreren op een bepaalde taak. Maar nu komt het. In internationaal onderzoek bestudeert men jonge kinderen die in twee nationale talen (standaardtalen) opgroeien, dus kinderen in Amerika die Engels en Spaans verwerven.

Stramme fossielen

door Gaston Dorren

fossielDat het Nederlands nog wat kliekjes overheeft van de aanvoegende wijs, moge bekend verondersteld worden. Ik heb het over werkwoordsvormen als leve (de koning), zij (het) en ware (het niet).
Dat het hier om kleine restjes gaat, blijkt niet alleen uit de betrekkelijke zeldzaamheid van zulke vormen, als schaarse stipjes in een menigte van aantonende en gebiedende en onbepaalde wijzen. Er is nog een andere aanwijzing voor: ze worden vaak niet meer vervoegd.

maandag 20 januari 2014

Vorm en wereldkennis verklaren samen de interpretatie van samenstellingen

Door Arina Banga

Het duurt altijd even voordat ik ze gerustgesteld heb, de mensen op feestjes die bij het horen van het onderwerp van mijn proefschrift meteen in paniek raken. “Dat vind ik zo moeilijk! Ik weet nóóit of het nou pannuhkoek is of pannennnnnnkoek!” Hoewel ik deze regels zelf niet zo heel moeilijk vind, is mijn missie in zulke situaties niet om mijn gesprekspartners (met een biertje in de hand) kennis van de Nederlandse spelling bij te brengen, maar om ze enthousiast te maken over een fascinerende uitkomst van mijn onderzoek. Mijn proefschrift gaat immers helemaal niet over hoe de Nederlandse spelling zou moeten of kunnen zijn.

Voor mijn experimenten nam ik de spelling simpelweg als feit aan, zoals ik eigenlijk mijn hele leven al doe als ik lees of schrijf (in september 1995 ging ik naar de brugklas: “In de nieuwe spelling!” prijkte er in opvallende letters op de schoolboeken van al die nieuwe vakken die ik zou gaan volgen – op mijn twaalfde vond ik de middelbare school zelf een stuk spannender dan de discussie over de spelling). Ook mijn proefpersonen, studenten, deden dat, want die konden meestal nog niet eens schrijven toen de spelling veranderd werd, laat staan zich druk maken om een n meer of minder.

Tachtig procent dialectgebruik

Door Leonie Cornips

‘In Limburg spreekt tachtig procent van de inwoners dialect,’ zei een toehoorder onlangs bij een lezing. Ik zag aan zijn lichaamshouding dat het moeilijk zou worden om hem, in een paar minuten, op andere gedachten te brengen. Niet dat ik hem wilde laten weten dat het percentage niet zou kloppen, maar wel dat het type onderzoek naar aantallen dialectsprekers veel haken en ogen kent. Dat is lastig uitleggen. Percentages zijn prima als we de hoeveelheid vogels in onze achtertuin willen tellen tijdens de landelijke vogelteldag of hoeveel mensen er onder het minimuminkomen moeten leven. Percentages zijn echter niet zo simpel te duiden wanneer ze ons over het gedrag van mensen informeren.

Het lijkt een eenvoudige vraag om te beantwoorden wie er in Limburg dialect spreekt, maar dat is het zeker niet.

Vrijdag 28 februari: lezingen over ‘Bilderdijk biografisch’

Alle belangstellenden zijn welkom!

Plaats: Bilderdijk-Museum, De Boelelaan 1105 (gebouw Vrije Universiteit), kamer 1B-21, 1081 HV

Programma:

13.00 Ontvangst
13.30 Ledenvergadering

Sprekers ‘Bilderdijk biografisch’:
14.00 Eva Rovers, biografe van Boudewijn Büch
14.45 Pauze
15.10 Gerard Leliefeld, schrijver van: ‘Over het leven van een zonderling genie: mr. Willem Bilderdijk’ en: ‘Bilderdijk en de Verlichting’
15.20 Rick Honings, co-auteur van: ‘De gefnuikte arend: het leven van Willem Bilderdijk’
15.50 Marinus van Hattum, bezorger van ‘Mr. W. Bilderdijk’s briefwisseling: 1798-1806’

Wie zit er ook alweer fout?

Door Marc van Oostendorp

De laatste weken zijn er wat mensen op Meldpunt taal die elkaar hebben gevonden in het woord alweer. Dat wordt volgens hen 'steeds vaker' (alles wat fout is, gebeurt steeds vaker, dat is een bekende wet in het menselijk bestaan) verkeerd gebruik van gemaakt:
wat een heerlijk gevoel geeft me dit dat er ook andere mensen zijn die zich daaraan storen. Ik schreef er eerder al over in 2010. Het geschreven stukje is te vinden als u op trefwoord "alweer" zoekt. Ik hoor dit IEDEREEN fout doen: Arsenal staat alweer met 1-0 achter. Eh..dat doet lijken alsof Arsenal ELKE wedstrijd met 1-0 achter staat. Enzovoorts. 
Wat is hier aan de hand?

Die historie van Floris ende Blancefleur : hoofdstuk [2]


Van Floris ende Blancefleur

T’Antwerpen
op de Lombaerde Veste
in De Gulden Pellicaen
by Guillaem van Parijs
1576



Die historie van Floris ende Blancefleur : hoofdstuk [1]


Van Floris ende Blancefleur

T’Antwerpen
op de Lombaerde Veste
in De Gulden Pellicaen
by Guillaem van Parijs
1576



Die historie van Floris ende Blancefleur als feuilleton in Neder-L

Inleiding tevens Verantwoording

Omstreeks 1150-1160 schreef een onbekende Franse auteur een voor die jaren revolutionaire roman over de idyllische liefde tussen twee kinderen, Floires en Blanceflor genaamd. Floires was de zoon van een Saraceense Spaanse koning, die tijdens een strooptocht in Galicië een groep pelgrims naar Saint Jacques (Santiago de Compostella) overviel, in wier gezelschap zich een christen Franse ridder met dochter bevond. De vader verzette zich en liet het leven. De dochter werd als slavin meegenomen en cadeau gedaan aan de koningin van Spanje.
     Enige tijd later komen beide vrouwen erachter dat zij in blijde verwachting zijn. Na wat hoofdrekenwerk blijkt dat hun zwangerschappen volstrekt synchroon lopen, met als gevolg dat uitgerekend op de feestdag van Pasques Florie (Palmpasen) de koningin moeder wordt van een zoon, die geheel in stijl met de feestdag Floires (bloem) genoemd wordt, en de slavin moeder van een dochter, die zij Blanceflor (witte bloem) noemt. Omdat beide kinderen op dezelfde dag / nacht waren verwekt en geboren, zijn zij elkaars evenbeelden, zowel lichamelijk als geestelijk, en hun enige ambitie en verlangen is om bij elkaar te zijn.
  Als de dag nadert dat Floires volwassen wordt, vindt zijn vader dat het uit moet zijn met die kinderliefde. Hij stuurt Floires te logeren bij zijn oom Jorrans en tante Sebile in Montoire, in de veronderstelling dat hij bij het zien van het prinsessenspul aldaar Blanceflor binnen de kortste keren vergeten zal zijn. Het liefst had hij voor alle zekerheid van Floires’ afwezigheid gebruik gemaakt om Blanceflor te doden, maar hij laat zich door zijn echtgenote overhalen om haar op de markt van Nicea te verkopen. Zo belandt Blanceflor in de harem van de emir van Babilonië (Caïro), die zo onder de indruk is van haar schoonheid, dat hij uit eigener beweging bereid is te breken zijn gewoonte om elk jaar een nieuwe maagd als echtgenote te kiezen uit de 7 x 20 die hij daar luxueus heeft opgehokt, waarna de oude als dank voor bewezen diensten onthalst wordt.

zondag 19 januari 2014

Examen

Gert de Jager
 
1.         Het tekort aan huispersoneel en de toekomstige inrichting der woningen.

2.         Verzetspoëzie. 

3.         Onze manieren in het publieke leven. 

4.         Wat heeft de H.B.S. mij gegeven? 

5.         Zwarte handelaars en zwarte kopers. 

6.         De werkijver na de oorlog. 

7.         Het leven op het platteland. 

8.         Hoe droom ik mij het herstel van de verwoesting in mijn woonplaats? 

9.         Nederland bleef trouw.
 

Het eindexamen Nederlands van de Hogere Burgerscholen A en B in 1947, afgenomen in de namiddag van 3 juni. Een simpele opgave: maak een opstel. De kandidaat kreeg tweeëneenhalf uur de tijd.

Voor wie niets kon bedenken was er opdracht 10:  

Aap, roos, zeef

Door Leonie Cornips

Op school toverde ik letters uit een roodbruine bakelieten doos die ik op richels van de deksel tot woorden combineerde. Na gebruik moesten we die letterdozen weer fatsoeneren en inleveren bij de meester. Ik weet nog hoe spannend ik het vond dat ik leerde lezen. In de openbare bibliotheek van Roermond zijn nu enkele letterdozen en leesplankjes te zien. Best jammer dat de letterdozen in de vitrine staan want bij het zien ervan popel ik om er eentje vast te houden en de letters weer door mijn handen te laten glijden. Ik hoor weer het krassen van mijn kroontjespen en haast denk ik de inkt te ruiken.

Bij het leesplankje dat onderwijzer Hoogeveen ontwierp – aap-noot-mies – hoorde een vertelselplaat, een letterdoosje, een leesboekje en natuurlijk het zwarte schoolbord met krijtjes. De leesplankjes waren bedoeld om lange en korte klinkers te kunnen herkennen. Het is niet voor niets dat het leesplankje zijn intrede doet rondom de invoering van de leerplicht in 1901. Begin 1900 verschijnt een versie voor Nederlands-Indië met het beginrijtje aap, gijs, dien, zus, boe en later voor het Afrikaans met lam, wit, pien en leen.

Waarom nieuwslezers volgen

Door Marc van Oostendorp

Het is vreemd om een nieuwslezer tegen te komen. Je kent de stem, maar zo iemand blijkt er altijd anders uit te zien dan je dacht. Kennelijk vorm je je op basis van een stem onwillekeurig een beeld van de persoon. (Ik ben zelf ook wel eens iemand tegengekomen die zei: 'ik dacht dat u zwart haar had en slank was!' Toen heb ik mijn haar geverfd en ben naar de sportschool gegaan, maar niet iedereen is zo dienstwillig.)

Gisteren kwam ik dus een nieuwslezer tegen en ik kon een paar minuten met hem praten voor hij weer ging nieuwslezen. Hoewel we weinig tijd hadden, vertelde hij een aantal interessante dingen. Dat zijn stem eigenlijk wat te hoog was bijvoorbeeld, voor de moderne tijd.

zaterdag 18 januari 2014

Limburgismen

Door Leonie Cornips

Natuurlijk had ik al veel eerder willen schrijven over de Facebookpagina Limburgismen die door Neerlandicus Tommy Hopstaken opgericht is. Deze pagina vermeldt: ‘Een Limburgisme is een Limburgse uitdrukking die door Limburgers zonder blikken of blozen “vertaald” wordt naar het Nederlands. Op het eerste gezicht lijkt er niks mis met deze vertaling, maar schijn bedriegt!’ De website is op 29 maart 2013 gelanceerd en ik krijg er een goed humeur van. Bij een oude zwart-witfoto van een jongetje bijvoorbeeld staat te lezen: ‘Ik ben ontzettend groots op mijn nieuwe helpen’. Met het woord ‘bretels’ dat het ‘goede’ woord voor ‘helpen’ is, heb ik helemaal niets. Bretels brengen me niet terug in mijn kindertijd waarin meisjes in dikke maillots (‘majo’s’) moesten rondlopen in de winter omdat lange broeken toen nog geen pas gaven. Die majo’s waren ondingen: ze kriebelden en zakten voortdurend af. Helpen onder je jurkje zorgden ervoor dat alles op zijn plaats bleef zitten, behalve als ze losschoten wat nogal eens gebeurde. Je moest dan over je schouder of onderlangs je heup onder je trui door naar je bovenrug wriemelen om die helpen te pakken te krijgen en weer aan je majo vast te klikken. Zo’n woord als ‘helpen’ heb ik dus niet, zoals ‘bretels’, uit een boek geleerd maar in een alledaagse situatie en is daardoor beladen met associaties. Daarom is dit woord nog steeds zo waardevol en betekenisvol voor me. Uitdrukkingen als watblief? en non de pie voeren me ook onmiddellijk terug naar de plek waar ik opgroeide.

Zelfplagiaat

Een kille aflevering in de horrorserie De verleden tijd van lijken

Door Marc van Oostendorp



"Kijk eens," zei Sophia, de boomlange promovenda, terwijl ze haar iPad onder de neus van haar promotor Wouter duwde. "Het staat alweer in de krant!" Hoewel er slechts een artikel op het schermpje paste, wees ze voor de zekerheid de titel aan: "Nog meer gevallen van zelfplagiaat ontdekt!"

 

"Ik vind het zelf ook onzin," zei ze er voor de zekerheid bij, "dat zelfplagiaat, maar de media zitten er bovenop, dus we kunnen het echt niet langer toestaan!"

vrijdag 17 januari 2014

Het Venijnig Gebroed


Door Bart FM Droog

Niets zo zeldzaam als dichtersgroepen. In de afgelopen honderdenveertien jaar is er maar een handvol van gesignaleerd. En dan heb ik het niet over toevallig bijeengeplukte dichters waar naderhand een stempel op werd gedrukt (zoals bij De Vijftigers het geval was) of groepen die door reclamejongens bedacht zijn, nee, ik heb het over dichters die jarenlang in hecht groepsverband hebben samengewerkt. Een van die zeldzame échte dichtersgroepen is Het Venijnig Gebroed. Geboren in Brugge in 1997 en nu, zeventien jaar later, nog steeds actief.

De leden - albrecht b. doemlicht (1975), Frederik Lucien de Laere (1971), Jan Wijffels (1979), Ann Slabbinck (1978) Denis S.M. Vercruysse (1975) - schrijven natuurlijk in de eerste plaats... gedichten. Maar in de wijze waarop ze met hun werk naar buiten treden, in  groepsverband, met ruime aandacht voor de multimediale mogeliijkheden die sinds de uitvinding van de elektriek binnen ons bereik zijn gekomen, dat maakt ze bijzonder.

Lees hun boek Opgezet spel (Poëziecentrum, Gent, 2012), bezoek hun site www.venijniggebroed.be, woon een van hun vele  optredens bij, of - voor wie in de toekomst niet naar Ieper, Brugge, St.-Agatha-Berchem, St.-Anna-ter-Muiden of  Damme kan afreizen, huur ze in voor uw  feestavond.  

Zie ook: www.nederlandsepoezie.org/dichters/v/venijnig_gebroed.html

Taalvoorsprong

Door Leonie Cornips

Ouders vragen me vaak hoe nadelig het is als zij hun kind in het dialect opvoeden. Het antwoord op deze vraag is simpel: opvoeden in het dialect is prima als het kind daarnaast ook met het Nederlands opgroeit. Het taalkundig onderzoek naar hoe kinderen hun talen verwerven, is de laatste tiental jaar in een stroomversnelling geraakt. Het laat min of meer zien dat het opvoeden van je kind in twee talen een aantal voordelen kan opleveren. Dat zijn in het oog springende resultaten van onderzoek want de hele vorige eeuw dachten taalkundigen juist het tegengestelde: een kind tegelijkertijd in twee talen opvoeden – dialect en Nederlands – is nadelig voor een goede beheersing van het Nederlands. Maar nu denken we er anders over.

Het idee dat een jong kind door het verwerven van twee talen in de war raakt, is een misverstand. Kinderen leren onder bepaalde condities twee talen spreken als een eentalig kind. Ze krijgen dan twee ‘moedertalen’. Veel tweetaligen hebben de ervaring dat ze als kind gemakkelijk twee moedertalen leerden. Een lezer schrijftme: ‘Als kind van Friese ouders spraken we in het gezin Fries. Als kind groeide ik op in Noord-Groningen en op straat en met vrienden spraken wij Gronings. Thuis werd er zodanig gesproken dat we goed Nederlands leerden en begrepen. Ik heb nooit een achterstand ervaren, sterker nog ik vond de lessen Nederlands vaak saai.’

Het verschil tussen een ander boek en hetzelfde boek

Door Marc van Oostendorp

Wat is het verschil tussen een ander en hetzelfde? Je zou denken dat ze precies het omgekeerde betekenen, als je kijkt naar zinnen als de volgende:
  • Joop las Oorlog en vrede en Frits las hetzelfde boek.
  • Joop las Oorlog en vrede en Frits las een ander boek.
Maar blijkens een intrigerend artikel van Daniel Hardt en Line Hove Mikkelsen dat sinds vorige week op internet staat, is dat niet helemaal waar. Hun artikel gaat over het Engels, maar je kunt de relevante voorbeelden zo in het Engels vertalen.

Je zou zeggen: beide zinnen beweren dat Joop boek x las en Frits boek y, en dat x=Oorlog en vrede. De eerste zin zegt daarbij dat y=x en de tweede dat y ≠ x. Afgezien van die ontkenning betekenen de zinnen dus precies hetzelfde. Maar Hardt en Mikkelsen laten zien dat je een ander niet altijd kunt gebruiken waar je in een parallelle context wel hetzelfde kunt zeggen. Hier is het voorbeeld dat ik het duidelijkst vindt:

donderdag 16 januari 2014

Cité Duits

Door Leonie Cornips
Heeft u weleens van Cité Duits gehoord? Het is een taalvariëteit die gepensioneerde mijnwerkers als kinderen al spraken in het net over de Maas gelegen Eisden in België. Alleen in Eisden spreken ze Cité Duits. De Cité is, net zoals de kolonie, een benaming voor een mijnwerkersdorp. Toen ik net hoogleraar was in 2011, hield Jan Kohlbacher – voormalig onderwijzer in de Cité Eisden – een lezing over deze taal.

En zo zijn we met elkaar in contact gekomen. Ik heb sindsdien drie opnames mogen maken van gesprekken tussen deze ex-mijnwerkers. Deze middagen waren bijzonder: levendig, vol herinneringen en plezier. Het is duidelijk dat deze groep mannen van kinds af aan een hechte groep vormt. Zij zijn kinderen van ouders met Hongaarse, Karpaatse, Poolse, Italiaanse, Tsjechische, Sloveense en Oostenrijkse roots die voor de Tweede Wereldoorlog door de mijnmaatschappij geworven werden. Cité Duits is ontstaan doordat de omringende dorpen de mijnwerkers als anders zagen. Door een taal met elkaar te ontwikkelen, konden deze mijnwerkers zich van jongs af aan van die anderen distantiëren en zich tegelijkertijd met elkaar identificeren. Zo konden zij zich via hun taal thuis voelen in de Cité.

De scandeermachine

Door Marc van Oostendorp




Een videocolumn deze keer. Deze video, en de hierin aangekondigde (open source) software heb ik gisteren gepresenteerd op de KB. Meer informatie (inclusief een pdf van de tekst van mijn lezing) op kb.nl/fellowlezing en nias.nl/kb-lecture.

(De video is gemaakt door Jochem Tames van Tames Media.)

woensdag 15 januari 2014

Aankondiging: VIOT-congres 2014 van 16 tot en met 18 december in Leuven

Het VIOT-congres 2014 zal gehouden worden in Leuven. We kijken ernaar uit om u in Leuven te ontvangen van dinsdag 16 tot en met donderdag 18 december 2014. Het thema van het dertiende VIOT-congres is: 'De macht van de taal/De taal van de macht'.

Bij taalbeheersing gaat het er immers over hoe de taal ingezet en bewerkt wordt om op een zo efficiënt mogelijke manier een specifiek doel te bereiken. Die 'beheerste' taal betekent dus macht, want ze genereert een groter effect dan het geval is wanneer de taal niet op weloverwogen wijze ingezet wordt.

Dat of die

Door Leonie Cornips

Elke week ontvang ik wel een of meerdere keren een Veldgewas in mijn e-mailbox. Veldgewas, onder redactie van Wim Kuipers en Har Sniekers, heeft als doel de poëzie in het Limburgs te bevorderen. In Veldgewas W090 schrijft Wim Kuipers iets heel interessants over het woordje dat. Hij noteert de volgende zin uit het L1 nieuwsbericht: “A67 dicht na ongeval bij Geldrop, Alderkienjer: De ANWB verwacht dat het weggedeelte voorlopig nog dicht blijft. Er ligt olie op het wegdek en dat moet eerst verwijderd worden.” Wim schrijft het volgende commentaar: “Ik liet die zin lezen: niemand vond het erg dat daar staat dat het wegdek verwijderd moest worden. Kan toch niet! Dat snap je wel!”

Wim signaleert hier variatie en wellicht wel veranderingen in het Nederlands.

Taal verandert in één klap

Door Marc van Oostendorp


Hoewel de Amerikaanse taalkundige William Labov vorige maand 86 geworden is, blijft hij verbazen. Nu vond ik op zijn website weer een mooi nieuw artikel waarin hij een van de grote controverses van de taalwetenschap uit de afgelopen twee eeuwen aanpakt. We weten dat de uitspraak van talen voortdurend verandert, maar hoe gebeurt dat? Verandert eerst het ene woord een beetje, en dan het andere? Of veranderen woorden allemaal tegelijk?

De grote wetenschappelijke doorbraak van de taalkunde in de negentiende eeuw kwam toen taalkundigen dat laatste aannamen:

dinsdag 14 januari 2014

De spelling is vrij

De laatste weken is er, onder andere op Neder-L, weer een discussie opgelaaid over de precieze manier waarop de tussen-n moet worden geregeld. Volgens sommigen is er een rigoureuzere maatregel nodig: de spelling moet worden vrijgelaten. Dat vindt bijvoorbeeld Wil Bijlsma, taalkundige, oud-docent Taalbeheersing aan de Sociale Akademies in Amsterdam, oud-docent Nederlands aan een Pedagogische Akademie, en oud-schrijver van de taalrubriek in De Groene. De bijdrage is geschreven in 'zyn ygen spelling'.

door Wil Bijlsma

Ook zonder ′het Groot Diktee′ van Kees van Kooten en Philip Freriks is byna iedereen bang om spelfouten te maken. Ik niet meer.

En u? Breekt u zig nog het hooft over: De meid mijdt de kaas met de mijt. Of Vind je dat zinvol, en vindt je broer dat ook? Is het begravenis vanwege begraven? En probleemen vanwege probleem? En is het lieter en gieter of liter en giter?

We sgryven volgens het Groene Boekje. Maar de ontwerpers van onze spelling (De Vries en Te Winkel) hebben ons het regt gegeven om onze eigen spelling te schrijven. Wist u dat?

In het laatste Groot Diktee hat ik 13 fout, maar nu is het mooj geweest. Ik maak gebruik van dat regt. Ik zet boven al m’n mails: myn ygen spelling.

Ik zal uitleggen hoe myn spelling in elkaar zit.

Luistertaal

Door Leonie Cornips

Overkomt u het volgende ook wel eens? U bent op vakantie in Frankrijk, zit op een terrasje en knoopt een gesprekje aan met uw buren. Na wat onhandige pogingen in uw beste Frans om tot een gesprek te komen, merkt u dat uw tafelgenoten het Frans ook niet al te machtig zijn. Hilariteit alom want u blijkt beiden Nederlanders in Frankrijk te zijn.

Een andere grappige taalsituatie vind ik vaak terug op mijn werk. Toen ik voor twee maanden naar Freiburg vertrok, dacht ik mijn Duits op de universiteit te kunnen oefenen. Maar daar kwam in de praktijk niets van terecht. De collega’s spraken Engels tegen me en de secretaresses schakelden bij het horen van mijn Duits over naar het Engels. Toch hadden zij Duits kunnen blijven spreken, want die taal is voor mij een luistertaal.

Huiver, wetenschappelijke uitgever

Door Marc van Oostendorp


Wetenschappelijke boeken moeten natuurlijk gratis zijn: ze worden op kosten van de staat gemaakt door onderzoekers die ze schrijven, redigeren en vaak ook nog persklaar maken. In plaats daarvan zijn ze zo verschrikkelijk duur, dat het 'publiceren' van een boek vaak betekent dat het boek minder publiek wordt. De uitgever verbiedt de auteur immers om het boek op een website te zetten. De lezer mag het boek alleen kopen.

Daar kun je over klagen, maar de Duitse taalkundige Martin Haspelmath besloot er wat aan te doen. Samen met een paar collega's is hij een eigen uitgeverij begonnen, de Language Science Press. In de afgelopen week publiceerde hij een manifest op een weblog waarop hij zijn ideeën uiteenzet.

Als wetenschappelijke uitgever zou ik hier geloof ik knap zenuwachtig van worden. Haspelmath is niet de eerste de beste.

maandag 13 januari 2014

Call for Papers The Roots of Nationalism: National Identity Formation in Early Modern Europe, 1600-1815

Radboud University Nijmegen, The Netherlands
22-23 January 2015

Did nations and nation states exist in the early modern period? In the field of nationalism studies, this question has created a rift between the so-called ‘modernists', who regard the nation as a quintessentially modern political phenomenon, and the ‘traditionalists', who believe that nations already began to take shape before the advent of modernity. While the modernist paradigm has been very dominant, it has been challenged in recent years by a growing number of case studies that situate the origins of nationalism and nationhood in earlier times. Furthermore, scholars from various disciplines, including anthropology, political history and literary studies, have tried to move beyond this historiographical dichotomy by introducing new approaches.

Taal en emoties

Door Leonie Cornips

Als eentalige kan ik er zelf niet over meespreken maar dialectsprekers vertellen me vaak dat zij voor hun beide talen – het dialect en het Nederlands – verschillende gevoelens hebben. Tweetaligen hebben dus blijkbaar iets wat eentaligen, zoals ik, moeten missen. Wiel Kusters maakte vorig jaar in een lezing een onderscheid tussen het Kerkraads als zijn moedertaal en het Nederlands als vadertaal. Zelfs een eentalige begrijpt onmiddellijk wat hij met dit onderscheid bedoelt: in de moedertaal lukt het beter om iets uit te drukken dan in de vadertaal. Guus Urlings verwoordde het in zijn column Wat is nou typisch Limburgs? als volgt: ‘de moedertaal heeft een dimensie diede vadertaal mist. Een dimensie die voornamelijk emotioneel is. Ik voel het tenminste wel eens zo’.

Sindsdien ben ik gefascineerd in het onderscheid dat tweetaligen tussen moedertaal en vadertaal beleven. We weten dat iemand zeer gemotiveerd is om uit liefde de taal van de ander te leren spreken. Zo schrijft een puber op de website van Girlscene: ‘vreuger hub ig altied plat gekalt mer deurch sjool bin ich nederlands goan proaten,, mer de jonge dea ich leuk ving proat ouch plat ,, dus ig ving dat ich ut  weer mot lere….’

Slechte tijden, droevige boeken

Door Marc van Oostendorp


Bron: PLOSOne

De financiële letterkunde bestaat echt! Voor mijn vervolgverhaal De verleden tijd van lijken hier op Neder-L, bedacht ik een hoogleraar Financiële Letterkunde, omdat ik dacht dat dit absurd genoeg was. Het blijkt niet absurd; het blijkt de toekomst.

In het online wetenschappelijke tijdschrift PLOS One verscheen vorige week een artikel met een voorbeeld van wat de combinatie van economie en literatuurwetenschap zou zijn: Books Average Previous Decade of Economic Misery. In het artikel laten de auteurs zien dat er een correlatie is tussen de economische stand van zaken in de wereld in een bepaalde periode en hoeveel droevige woorden schrijvers na afloop van die periode in hun boeken gebruiken.

Tja. Als de situatie in de wereld moeilijk wordt, worden de schrijvers ook somber, althans met een 'time lag': eigenlijk werden de boeken pas echt verdrietig na een periode van elf jaar. Maar wat moet je nu met zo'n resultaat?

Die historie van Urbaen cumulatief en als gratis e-book

Vandaag is het Koppermaandag, dat is de maandag ná het feest van Driekoningen, dat op 6 januari gevierd wordt. Gedurende de Middeleeuwen kwamen op die dag de gilden voor het eerst in het nieuwe (januari)jaar weer in vergadering bijeen. Toen het gildewezen ophield te bestaan werd de traditie voortgezet door de typografen, die hun geachte cliëntèle op deze dag een relatiegeschenk presenteerden: de koppermaandagprent.
     Bij wijze van digitale koppermaandagprent bied ik de lezers van Neder-L hierbij de Historie van Urbaen als e-boek aan. Het boek is opgemaakt in epub. Klik hier om het te downloaden. Het boek is ingepakt als zip-bestand en moet eerst ontzipt worden – bijvoorbeeld met 7-Zip – om gelezen te kunnen worden.
     Voor wie de Historie van Urbaen liever als papieren boek leest, zie hier een pdf-versie van deze roman: Nederlands en Frans. Dubbelzijdig afdrukken, ruggetje erom, en klaar is kees.

Tot ziens bij het volgende feuilleton.

W.K.
   

Andere Neder-L e-boeken vindt u hier:

http://nederl.blogspot.it/p/blog-page.html

zondag 12 januari 2014

‘English, unless…’

Door Leonie Cornips

‘Je bent teruggegaan naar je roots’ hoor ik als ik in Amsterdam vertel dat ik ook aan de Universiteit Maastricht (UM) werk. Ik weet nooit precies wat ik onder roots moet verstaan, maar de naam Universiteit Maastricht opent snel een blik waar allerlei gedachten over Limburg als knikkers uitrollen. Zo stelt men de UM als een plek voor waar voornamelijk Limburgers studeren en werken die onderling dialect spreken. Maar niets is minder waar. Alle universiteiten willen internationaliseren om de concurrentie aan te kunnen. Dat kan haast niet anders dan door hoog te eindigen in ranglijsten van beste universiteiten in de wereld en door Engelstalige artikelen te publiceren waar velen naar verwijzen.

Zonder overdrijving is de UM koploper in internationalisering in Nederland. Er komen meer medewerkers en studenten uit het buitenland dan waar ook. Twee jaar geleden was ruim de helft van de wetenschappers en studenten aan de Faculteit van Cultuur en Maatschappijwetenschappen – mijn thuisbasis – van elders. Steeds meer topstudenten uit Brazilië, Rusland, India en China studeren hier. Bovendien heeft de UM als eerste universiteit in Nederland het Engels als onderwijstaal ingevoerd en een volledig tweetalig Engels-Nederlandse werkomgeving. Ik ontvang intern nieuws, e-mails en contracten in beide talen.

Pas verschenen: De tienduizend dingen. Feestbundel voor Reinier Salverda

De tienduizend dingen. Feestbundel voor Reinier Salverda.
Onder redactie van Hanno Brand, Ben Groen, Eric Hoekstra en Cor van der Meer.
Ljouwert: Fryske Akademy & Afûk, 2013, 500 pp.
ISBN 978-90-62739-67-7. Fryske Akademy nr. 1075
Prijs: 39,95 euro
Te verkrijgen: Afûk Fryske boekwinkel,
Bûterhoeke 3, 8911 DH Ljouwert
Postbus 53, 8900 AB Leeuwarden
Contact: Afûk-webwinkel
ynfo@afuk.nl. Telefoon: 058-234 3070

Knagen en rommelen in de achttiende eeuw

Door Marc van Oostendorp

De achttiende eeuw! De Nederlandse letteren in de achttiende eeuw! Wie eenmaal het indrukwekkende boek Worm en donder van Inger Leemans en Gert-Jan Johannes heeft gelezen, het nieuwste deel in de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, hoeft een tijdje lang geen ander tijdperk meer. In die honderd jaar tussen 1700 en 1800 gebeurde zo overstelpend veel: alles wat je zou willen. Er werden bijtende satires geschreven en persoonlijke ontboezemingen; de roman kwam op, terwijl er mensen elkaar in de haren vlogen over de rol van de gebroeders De Witt of de noodzaak om de psalmen op hele noten te zingen; er werden erotische toneelstukken geschreven met Willem V in de hoofdrol en schrijvers verzonnen fantasiereizen.

Worm en donder is een boek met vooral veel energie.

zaterdag 11 januari 2014

Taal of dialect

Door Leonie Cornips

Als ik in Limburg een lezing geef, is er altijd wel een aandachtige luisteraar die de vraag stelt: ‘Wat is het verschil tussen een taal en een dialect?’ Deze vraag raakt het hart van het onderzoek naar taalcultuur. Als taalkundige kan ik deze vraag eenvoudig beantwoorden: ‘Er is geen verschil tussen een dialect en een taal’. Als taalkundige verricht ik onderzoek naar de grammatica – de systematiek – van een taal en wil ik deze beschrijven en verklaren. U kent ze wel: die kleine ‘Wat & Hoe’ pockets die zo handig zijn voor op vakantie en die in een paar bladzijden uitleggen hoe een vraag in het Spaans of Grieks te stellen. Zowel een taal als dialect beschikken over een grammatica: ze bevatten beide klanken, woorden, zinnen en regels om de talige bouwstenen te vervoegen en te verbuigen, aan elkaar vast te plakken tot zinnen en teksten.

Deze bouwstenen hebben ook een betekenis die we met elkaar vastleggen.

J.H. de Veer


Door Bart FM Droog

Dankzij de toenemende digitalisering en online-plaatsing van allerhande archieven kon gisteren eindelijk een beter beeld ontstaan van een van die meest ongrijpbare dichters uit de recente poëziegeschiedenis: J.H. de Veer.

Gerrit Komrij publiceerde in 1979 drie gedichten uit De Veers bundel De Vliet (1901) in de bekende bloemlezing De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten. Komrij had echter geen idee wie J.H. de Veer was of wanneer hij geleefd had. Rond 2000 verrichte ik daarom al enig onderzoek naar De Veer en kwam tot deze ruwe schatting: circa 1850-circa 1910. 

Gisteren kwam ik J.H. de Veer weer tegen, bij het samenstellen van de overzichten van de jaarlijkse dichtbundelproductie 1900-1910. Het besluit een lemma over hem aan te maken was snel genomen - het zou, dacht ik, vanwege zijn obscure status maar weinig werk inhouden. Gelukkig had ik het mis. Want via de DBNL, de online Burgerlijke Stand-archieven en www.delpher.nl kwam een schat aan informatie boven water.

4 redenen waarom de taal niet door de sociale media wordt aangetast

Door Marc van Oostendorp

De sociale media zoals Twitter en Facebook zijn een bron van zorg en hoop. Ze zouden voor maatschappelijke verruwing zorgen, of juist voor meer onderling begrip. Ze zouden ons mensen eenzamer maken, met allemaal meer aandacht voor hun telefoon dan voor elkaar; of ze zouden ons juist dichter bij elkaar brengen. De mensen zouden er dommer en minder belezen van worden, of juist slimmer en actiever. Ze zouden de taal over het randje van de afgrond doen storten; of ze zouden juist zorgen voor een ongehoorde explosie van taalcreativiteit.

Je kunt natuurlijk eindeloos over dit soort zaken twisten, liefst dan natuurlijk via Twitter, en dat geeft ongetwijfeld veel vreugde aan alle betrokkenen. Maar je kunt de zaken ook eens nuchter bekijken. Van de invloed op de maatschappij of de individuele mens heb ik geen verstand, maar wat de taal betreft lijkt er mij weinig reden voor overdreven optimistische verwachtingen; maar ook niet voor pessimistische.

Hier zijn vier redenen voor een wat nuchterder kijk op de sociale media dan de gangbare.

vrijdag 10 januari 2014

Bovengrondse taalverschuiving

Door Leonie Cornips

Het kan u nauwelijks ontgaan zijn dat er onlangs twee fraai vormgegeven boeken over de geschiedenis van de mijnwerkers in de Mijnstreek verschenen zijn. Ad Knotter redigeerde de wetenschappelijke uitgave Mijnwerkers in Limburg. Een sociale geschiedenis en Wiel Kusters publiceerde In en onder het dorp. Mijnwerkersleven in Limburg. Kusters, komend uit een gezin van mijnwerkers, vertelt over de veranderingen in het mijnbedrijf die de mijnwerkers direct aangingen, onder welke omstandigheden zij hun werkzaamheden ondergronds moesten uitoefenen en vooral hoe. Bijzonder is dat hij deze geschiedenis met die van zijn eigen familie vervlecht.

Dit boek brengt – veertig jaar na sluiting van de mijnen – de mijnwerker glansrijk tot leven, niet alleen door de toepasselijke foto’s, gedichten en prozafragmenten van de auteur zelf, maar ook door woorden als boettere, roetsj en sjravele. De mijnwerker krijgt geur, kleur, smaak en diepte door zijn beschrijvingen over de hitte, tocht, het lawaai, duister, stof, de silicose, stank en de kwellende dorst na de sjiech.

De Klucht van de Koe (1612) 8 en 9 februari 2014 in De Brakke Grond

Theatergroep De Kale speelt De Klucht van de Koe van Bredero in Theater de Brakke Grond, Amsterdam op 8 februari om 21.00 uur en 9 februari om 15.00 uur.

Voor de voorstelling is er een inleiding door dr. Jeroen Jansen, docent Historische Nederlandse letterkunde (UvA). De inleiding begint een uur voor de voorstelling. Aanvang op 8 februari is daarom om 20.00 uur en op 9 februari om 14.00 uur.

Na vierhonderd jaar keert Bredero’s meesterwerk terug naar de plek waar het zijn première beleefde.


donderdag 9 januari 2014

Nieuwe editie van de PAO-cursus ‘Recente Nederlandse en Vlaamse letterkunde’ volgende maand van start

De Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur in Nijmegen organiseert voor de negende keer op rij een cursus Recente Nederlandse en Vlaamse Letterkunde voor iedereen die interesse heeft voor literatuur. Acht specialisten laten hun licht schijnen over boeken van nu.

Geenvoud en gemeenvoud

Door Felix van de Laar

Toen ik kennismaakte met de indifferentialis van Mattens, opende mij dat de ogen voor het feit dat er méér onder de zon is dan het begrippenpaar enkelvoud en meervoud waarin vorm en inhoud zo innig samengingen. Ik kwam hem helaas pas in 2000 op het spoor, ná het gekrakeel over de “tussen-n” in 1995, want toen ging ik nog - en velen met mij - van die simpele dichotomie uit. Indertijd stoelde ik mijn pleidooi (in Tekstblad 1996 en 1997, later gepubliceerd in “De nieuwe kleren van de spelling - de tussen-n is een verzinsel!”, eigen beheer, Amsterdam, 1998) om de taalgebruikers vrij te laten of ze “pereboom” of “bessensap” zouden schrijven, nog steeds op de notie van het enkelvoud “één peer is genoeg” en het meervoud “vele bessen voor je wat te drinken hebt”, als vrijgevochten variant op hoe we het tussen 1953 en 1995 hadden geleerd.

Nine-gag Op Zn Limburgs en swag

Door Leonie Cornips


Voor de Universiteit van Maastricht word ik regelmatig benaderd om iets over mijn onderzoek te presenteren aan leerlingen van de basisschool en het voortgezet onderwijs. Zij zijn immers de studenten van de toekomst. Ik kom net terug van een lezing voor negentig leerlingen van 4 VWO uit Noord-Limburg in de prachtig gerestaureerde kapel van het University College Maastricht aan de Zwingelput.

Voordat ik ga spreken over ‘wat wetenschap is’ vertelt een studente eerst hoe het is om in Maastricht te studeren. Ik begin met mijn les ruim voor twaalf uur en merk al vrij snel dat de aandacht behoorlijk verslapt. Ik vraag aan twee leerlingen in de eerste rij die druk met hun smartphones in de weer zijn wat er aan de hand is. Het blijkt net 12 over 12, op de 12de van de 12de in 2012 te zijn. Terwijl er een voorzichtig gejoel losbarst, kan ik wel waardering opbrengen voor deze fascinatie voor cijfersymboliek.

Waar bevindt zich precies 'de grot tegenover de kerk'?

Door Marc van Oostendorp

Toen ik maandag terugkwam op mijn werkkamer, lag de nieuwe  er al! We zijn inmiddels beland bij deel IV van zijn monumentale Syntax of Dutch: 375 pagina's over voor- en achterzetsels in het Nederlands. (U kunt het hier gratis downloaden; maar als ware liefhebber koopt u die delen natuurlijk en zet ze te pronken in uw kast.)

De wonderlijkste verschijnselen komen aan de orde: dat je wel kunt zeggen De taalprof ging de hoek om, maar niet De taalprof liep de tafel om. Dat je kantoor in De taalprof werkt momenteel op het kantoor wél van de bepaling nieuwe kunt voorzien, maar niet in De taalprof werkt momenteel op kantoor. Dat De taalprof liep drie kilometer het kanaal langs gek klinkt, terwijl die zin volkomen begrijpelijk is, en bovendien parallel aan De taalprof liep drie kilometer het bos in. 

Hoewel het boek natuurlijk gaat over de syntaxis van die voorzetsels, is er veel ruimte voor de betekenis van voorzetsels.

woensdag 8 januari 2014

Provinciale prijs voor Letterkunde 2013 voor Gie Bogaert en Gaston Durnez

De Provinciale prijs voor Letterkunde 2013 is in twee luiken opgesplitst en bekroont een individueel prozawerk en het complete oeuvre van een Antwerps auteur. Gedeputeerde voor Cultuur Luk Lemmens: “Schrijver Gie Bogaert wordt bekroond voor zijn intimistisch prozawerk ‘Luchtgezichten’ uit 2010, terwijl ‘literaire duizendpoot’ Gaston Durnez voor zijn rijke carrière gelauwerd wordt. Met deze prijzen willen we de heren belonen voor hun belangrijke bijdrage aan onze literatuur en het rijke cultuurleven in de provincie Antwerpen nog eens in de verf zetten.”

Taaldiversiteit

Door Leonie Cornips

Terwijl ik deze column schrijf, verblijf ik in Freiburg in Zuid-Duitsland. Twee maanden lang ben ik verbonden aan een onderzoeksinstituut dat bij de Universiteit van Freiburg hoort. Dat betekent dat ik twee maanden geen vergaderingen hoef bij te wonen maar vakliteratuur kan lezen, mijn onderzoek in Limburg kan uitwerken en ik subsidieaanvragen kan schrijven zodat veelbelovende studenten hopelijk aan het werk kunnen.

Freiburg is een oud, romantisch stadje met een dom – de Münster – en met veel studenten. Ik woon op eigen verzoek niet in het centrum maar in een kleine etage aan de rand van de stad bij een groot park en tegenover het Zwarte Woud. Ik woon liever in een buurtje waar ik een praatje kan maken dan tussen hotels, lege kantoren en gesloten winkels ’s avonds.

In een nieuwe stad valt meteen een andere taaldiversiteit op dan thuis.