Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 20 november 2014

Addenda EWN: aling en alijk

Door Michiel de Vaan

aling bn. geheel

Middelnederlands aling geheel (1294), bw. alinge volkomen, afl. alincklike bw. geheel en al (1298 allingleke). Nieuwnederlands aling en alinck. Wordt voornamelijk in oorkonden, plaatselijke verordeningen, keurboeken, handvesten en andere niet-literaire bronnen gebruikt, en raakt na 1700 buiten gebruik. In moderne dialecten nog bekend in oostelijk Noord-Brabant als alling en in noordoostelijke dialecten als aolng, aolnk, vergelijk ook Westfaals āling, -k heel, gezond.

Verwante vormen: Oudhoogduits alanc en alonc onbeschadigd, geheel, volkomen, Oudsaksisch alung geheel, Mndd. alinc, Oudfries ālong geheel; eeuwig, Oudengels eallunga, eallinga bw. geheel, ealling altijd, Oudijslands ǫllungis bw. zeker.

De suffixvariatie tussen o/u en a in het Oudgermaans wijst op twee PGm. vormen, *alunga- en *alanga-. De vervanging van *-ung door -ing is in het Nederlands en Nederduits een productief proces geweest, zie onder -ing. Het bn. *alunga-, *alanga- is afgeleid van de Germaanse stam *ala- alle, geheel die bestond naast *alla- waaruit Ned. alle voortkomt; zie verder onder al. In afleidingen zet het Nederlands meestal *alla- voort, maar het Mnl. bewaart nog herkenbare sporen van *ala-, bijv. in aelmachtig almachtig.



alijk bn. geheel

Een veel zeldzamer variant in de oudere bronnen is alijk (Holland, 1285), 17e-eeuws aallyk, waarnaast ook nog aelig voorkomt (1485). Het woord wordt op dezelfde manier gebruikt als aling, bijv. in de uitdrukking alinge/alike soene gehele verzoening: met aliker zoene (Holland, 1285), die alinge zoene (Holland, 1420). In moderne dialecten komt alik bn. geheel nog in het oostelijke Limburgs voor.


Qua vorm lijkt alijk erg op Mnl. allike gelijkelijk, evenzeer, ook in allikewel evenwel, bij Kiliaan Vlaams Hollands allick. De woorden met all- zijn de Nl. verwanten van Ohd. allīh algemeen (bij Notker vernieuwd tot allelīh), Mhd. allich, ellich algemeen, algeheel, Mnd. allike bw. volkomen, Oudengels allíc algemeen. Daarvoor kunnen we WGm. *alla-līka- algemeen reconstrueren. Maar alijk, met zijn gerekte a- aan het begin, zet een vorm *ala-līka- geheel voort. Mogelijk is de betekenis van alijk beïnvloed door het ook met *ala- beginnende aling.