Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 13 november 2014

Addenda EWN: aanfluiting

Door Michiel de Vaan

aanfluiting zn. ‘voorwerp van spot’

Zeventiende-eeuwse afleiding van het ww. aanfluiten, een zestiende-eeuwse leenvertaling van Hoogduits anpfeiffen. Luther gebruikt in 2 Kronieken 29:8 das man sie anpfeifft ‘dat men ze bespot’ en in Jeremia 51:37 zum anpfeiffen ‘tot mikpunt van spot’.

Als eerste heeft de Vorsterman Bijbel uit 1528 de combinatie van aan met fluiten: Daer wt is die gramscap des Heren ouer Iuda ende Ierusalem gecomen, ende heeftse gegeuen in beroeringhen ende verwoestinge, datmense aenfluyt, alsoo ghi met uwen ooghen siet (2 Kronieken 29:8). De Liesveldtbijbel (1542), Biestkensbijbel (1560) en Deux-Aesbijbel (1562) gebruiken in deze passage nog aenpijpt, met het oudere ww. pijpen ‘fluiten’. Wel komt aenfluyten in de Biestkensbijbel en de Deux-Aesbijbel voor in Jeremia 51:37: Ende Babel sal ten steenhoop, ende tot eener draken wooninghe worden, ten wonder, ende ten aenfluyten, dat niemant daerinne woonet (1562).

Het huidige zn. komt voor het eerst voor in de Statenbijbel (1637), waar ter aenfluytinge staat in 2 Kron. 29:8, tot eene aenfluytinge in Jeremia 19:8 en tot eene ontsettinge ende aenfluytinge in Jer. 51:37. Vanuit de Statenbijbel is het woord in de standaardtaal gekomen.

Fluiting bestond al eerder in de letterlijke betekenis ‘gefluit’. In 1481 vinden we floytinghe in Die gesten of geschiedenisse van Romen. De variant fleitinge in het volgende citaat van Engelsman (1485) heeft betrekking op het gefluit of gezang van een vogel: als si niet wt en wil so duwet si dat een ore stijf tegen die aerde ende dat ander oer stopt si mit horen stert op dat si sijn fleitinge niet horen en sal ‘Als ze [nl. de adder] niet uit [haar hol] wil dan duwt ze haar ene oor stijf tegen de grond en het andere oor stopt ze dicht met haar staart, opdat ze het gefluit [van de vogel] niet hoort’. Zie voor de klankvariatie tussen ui, oi, ei onder fluit. Tussen 1485 en 1637 is fluytinghe ‘gefluit’ slechts enkele malen overgeleverd, bijv. in het Brusselse rederijkersspel Jupiter en Yo (1583), bij Kiliaan (1599), die het met ‘fluiten, klakken met de tong’ vertaalt, en in de Epitheta van Anthoni Smijters (1620).

Literatuur:Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart (2005), Nieuw Bijbels Lexicon s.v. aanfluiting.Sarah De Paepe (2007-08), Poetische spelen van sinnen van Jupiter en Yo: Derde spel met prologen en derde Arguatie van Minnen. Teksteditie met inleiding, verklarende aantekeningen en vertaling. Licentiaatsverhandeling Univ. Gent.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.