Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 11 september 2014

15 oktober: Symposium over Floris ende Blancefloer

WEGEN VAN CONTACT: HANDSCHRIFTEN EN CULTUREN

SYMPOSIUM OVER FLORIS ENDE BLANCEFLOER

WOENSDAGMIDDAG 15 0KTOBER-VOSSIUSZAAL UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK LEIDEN


De geschiedenis van Floris ende Blancefloer is misschien het meest romantische verhaal uit de Middeleeuwen. Twee kinderen, een islamitische koningszoon en de dochter van een christelijke slavin, groeien samen op in Spanje. Wanneer de ouders van Floris ontdekken dat hun zoon verliefd is op Blancefloer, verkopen ze het meisje aan de emir van Babylon. Die is zo onder de indruk van haar, dat hij met haar in het huwelijk wil treden. Floris reist Blancefloer achterna in de hoop bij haar te kunnen komen. Door een list lukt dat, maar de emir betrapt ze in bed. De geliefden worden ter dood veroordeeld, maar uiteindelijk is iedereen zo onder de indruk van hun wederzijdse liefde, dat de emir ze begenadigt.

Het verhaal van Floris ende Blancefloer was gedurende de middeleeuwen en nog lang daarna uitermate populair in heel Europa. Het oorspronkelijk in het Frans geschreven verhaal is vertaald in het Nederlands, Duits, Engels, Noors, Spaans en Italiaans.

De afgelopen jaren hebben wetenschappers in Nederland en België vanuit verschillende disciplines deze tekst bestudeerd. Op een mini-symposium, dat plaats zal vinden op woensdagmiddag 15 oktober, zullen zij hun onderzoek voorstellen.

De deelname is gratis, maar wij stellen het op prijs als u zich vooraf aanmeldt.
Dit kan door een mailtje te sturen naar:
Asghar Seyed-Gohrab: a.a.seyed-gohrab@hum.leidenuniv.nl of
Jan de Putter: jande_putter@hotmail.com


VOORZITTER: Rolf Bremmer (Universiteit Leiden)

13:00-13.30
Bespiegelingen over een Perzische liefdesepos en Floris en Blanchefleur
Asghar Seyed-Gohrab (Universiteit Leiden)

Opvattingen verschillen over de oorsprong van de middeleeuwse romance Floris en Blaunchefleur. Sommigen nemen dit verhaal als gebaseerd op een oosterse vertelling, terwijl andere geleerden van mening zijn dat de auteur oriëntaalse elementen heeft ingevoerd voor zijn westerse publiek. Door het verwerken van oosterse motieven is het verhaal ook de belichaming van oost en west en hoe harmonieus diverse culturele waarden uit christelijke en islamitische culturen worden geïntegreerd in een liefdesverhaal. In mijn paper zal ik ingaan op de mogelijke oorsprong van dit verhaal in de context van de klassieke Perzische poëtische traditie, met bijzondere aandacht voor de verhaallijn, liefdescodes, literaire motieven en de setting.

13.30-14:00
 ‘Seems Helen of Troy has found a new face again’
Het klassieke beeld van de islamitische wereld in Floris ende Blancefloer
Jan de Putter (Universiteit Leiden)

Het verhaal van Floris ende Blancefloer staat symbool voor de culturele contacten die er waren in de Middeleeuwen tussen Oost en West. Een westers publiek zou door deze roman kennis met een vreemde, exotische wereld. Toch moet voor het middeleeuws publiek veel bekend zijn voorgekomen. De geliefden lazen Ovidius en spraken onderling Latijn. De relatie tussen de emir en zijn vazallen verschilde niet veel van die in de Europese landen en de rechtsgang week niet wezenlijk af. Kortom, de Oriënt werd beslist niet afgeschilderd als een volledig, onbekende exotische wereld. In mijn lezing wil ik de vraag stellen waarom in het verhaal van Floris ende Blancefloer de islamitische wereld niet als vreemd en exotisch wordt afgeschilderd.

14:00-14:20
Floris en Blancefloer: de Middelnederlandse handschriften
Erik Kwakkel (Universiteit Leiden)


De tekst die tijdens dit colloquium centraal staat, Diederic van Assenede’s Floris en Blancefloer, is blijkens Kienhorst’s inventaris van ridderepiek in slechts twee Middelnederlandse handschriften bewaard. De volledige tekst is opgenomen in de tweede productie-eenheid van handschrift LTK 191 in de Leidse Universiteitsbibliotheek (fols. 33-58). Het dateert uit het midden van de veertiende eeuw en is tegenwoordig samengebonden met vijf andere onafhankelijk tot stand gekomen delen, waaronder De Roman van Ferguut (fols. 1-32). Daarenboven wordt er in de Leidse Universiteitsbibliotheek een fragmentarisch overgeleverde kopie bewaard, namelijk vier dubbelbladen van een codex die gewoonlijk in de late dertiende eeuw wordt geplaatst (LTK 2040). Deze korte lezing en demonstratie introduceert deze twee tekstgetuigen. Centraal staat het schrift en wat de paleografie ons kan leren over de individuen die de bewaarde kopieën afschreven.

14:20: 14:50
Theepauze met bezichtiging handschriften


14:50-15:20
De Middelengelse Floris and Blancheflour:
povere samenvatting of geslaagde ‘short story’?
Erik Kooper (Universiteit Utrecht)


De Middelengelse Floris and Blancheflour is overgeleverd in vier handschriften van zeer verschillende kwaliteit, maar met een gemeenschappelijk kenmerk: het begin ontbreekt. Een reconstructie van de tekst komt niet verder dan een totaal van 1200-1300 regels. In vergelijking met het oorspronkelijke Oudfranse gedicht (dat ook niet compleet is: het einde ontbreekt) van ong. 4000 regels, of de Middelnederlandse versie van Dirk van Assenede, van 3973 regels, lijkt de ME bewerking niet meer dan een povere inkorting van een succesvol origineel. Dit was in elk geval de teneur van de wat oudere literatuurkritiek.
Maar wanneer we de tekst goed bekijken, dan zien we dat de Engelse bewerker zeer bewust met de mogelijkheden van het verhaal en die van zijn eigen taal is omgegaan, en o.a. een aantal talige elementen aan de structuur heeft toegevoegd die een versterking van de verhaallijn, en dus de tekst als geheel, opleveren.

15:20-15:50
Laatbloeiers. Flos unde Blankeflos in het Middelnederduitse literaire
landschap

Elisabeth de Bruijn (Universiteit Antwerpen)

Dat een zo geliefd verhaal als dat van Floris en Blancefloer relatief  veelvuldig is overgeleverd, mag geen verwondering wekken. Wat wel opvalt, is dat er in het Westcontinentaalgermaanse taalgebied zoveel verschillende versies van dit verhaal bestaan, die elk hun eigen accenten leggen en die in steeds wisselende handschriftelijke contexten opduiken. In deze bijdrage staat de Middelnederduitse Flos unde Blankeflos centraal, de versie die binnen het Westcontinentaalgermaanse gebied het grootste aantal tekstgetuigen kent. Flos unde Blankeflos is, behalve in een Ripuarisch fragment, in maar liefst vijf Middelnederduitse verzamelhandschriften tot ons gekomen. In literair opzicht is de tekst behoorlijk uitgekleed, waardoor hij in feite meer weg heeft van een samenvatting (ca. 1500 verzen). Wanneer we de Nederduitse tekstgetuigen in ogenschouw nemen, kan de inhoud misschien wat droog overkomen (zeker voor wie bekend is met de Franse Floire et Blancheflor of Diederic van Assenedes Floris ende Blancefloer). Maar verruimen we de blik naar de overleveringscontext, namelijk naar de verzamelhandschriften waarin Flos unde Blankeflos voorkomt, dan blijkt dat het corpus interessante informatie prijsgeeft over de functie en receptie van de tekst en de handschriften. Daardoor krijgen we een beter inzicht in de literaire cultuur in deze noordelijke regio.

Kleine pauze
15:50-16:00

16:00-17:00
Literatuurgeschiedenis “out of the box”: de Florisromans
Jef Janssens (K.U.Brussel)

Vrij algemeen wordt er door mediëvisten van uitgegaan dat de dominante ontwikkeling in de middeleeuwse epiek loopt van het chanson de geste over de antikiserende romans naar Chrétien de Troyes, die dan als de vader van de Europese roman wordt beschouwd. Floire et Blanchefleur verstoort dit patroon en er valt iets voor te zeggen om Robert d’ Orbigny die eer toe te kennen. De vraag is trouwens of de verschillende Florisromans niet zijn te beschouwen als reacties op het revolutionaire karakter van zijn werk.


Dit symposium wordt mede ondersteund door LUCAS: LEIDEN UNIVERSITY CENTRE FOR THE ARTS IN SOCIETY.