Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 5 maart 2014

Hoe arbeiders hun plaats houden terwijl klinkers naar voren schuiven

Korte inleiding tot het werk van William Labov (3)


Door Marc van Oostendorp

Zijn meesterwerk publiceerde Labov op de leeftijd dat andere mensen met pensioen zijn – tussen 1994 en 2010 verscheen het driedelige Principles of Language Change. Daarin laat hij zien hoeveel hij van de mens en zijn taal begrijpt; hij combineert een zeer groot aantal heel verschillende analysetechnieken om te komen tot een overkoepelend beeld van wat taalverandering eigenlijk is. 

Ik raakte zelf definitief in de ban van Labov toen hij ergens in de jaren negentig een serie lezingen gaf in Nijmegen over het eerste deel van Principles. Met name zijn voorbeeld van hoe een paar klinkers in het dialect van Philadelphia aan het veranderen was, verblufte me.


Die klinker - die in het woord south – wordt steeds iets verder in de mond uitgesproken. Dit laat het volgende grafiek zien (waarbij de y-as aangeeft hoe ver voorin de mond een klinker uitgesproken wordt):



Iedere generatie spreekt de klinker nog iets verder voorin de mond uit dan de vorige. Op zich is dat al wonderlijk genoeg: het betekent dat kinderen niet zomaar de klinker van de vorige generatie overnemen, maar op de een of andere manier achterhalen dat die klinker de neiging heeft meer naar voren uitgesproken te worden en dan een volgend stapje zetten op dat pad. Hoe weten die kinderen dat? En hoe doen ze dat?

Voordat we daarop ingaan is het nuttig naar de volgende grafiek te kijken. Hierin is te zien dat verschillende sociale klassen de klinker ook net iets anders uitspreken. Hoe lager de klasse, hoe meer naar voren de klinker. De arbeiders van Philadelphia spreken hem vrijwel helemaal voorin uit; de professoren en fabrieksdirecteuren een stuk meer naar achteren:


Pas echt verbluffend wordt het als we die twee gegevens met elkaar combineren. In de volgende grafiek staat de leeftijd op de x-as en de uitspraakplaats van de klinker weer op de y-as. De verschillende lijnen geven de sociale klassen weer van de bovenstaande grafiek (LWC staat dus voor lower working class): 



Met de upper middle class is iets vreemds aan de hand; wanneer we deze even buiten beschouwing laten, blijkt dat de verschillende lijnen min of meer evenwijdig aan elkaar lopen. Dat betekent: terwijl kinderen in alle sociale klassen hun klinker steeds meer naar voren uitspreken, blijven ondertussen de verschillen tussen de sociale klassen bestaan. 

Kinderen merken dus kennelijk niet alleen dat ze hun tong iets verder naar voren moeten uitspreken, ze zorgen er ook voor dat je kunt blijven horen wat hun achtergrond is. Dat alles gebeurt natuurlijk volkomen onbewust, en op de kubieke millimeter van de mondholte.

Maar de nu volgende grafiek, en de verklaring ervan doen mij iedere keer weer van mijn taalwetenschappelijke stoel vallen. Hij laat nu het verschil zien tussen mannen en vrouwen in de manier waarop hun klinkers veranderen.


Voor vrouwen is het een bijna rechte lijn: wanneer je het leeftijdsverschil tussen twee Philadelphiaanse vrouwen kent, kun je uitrekenen hoe ver hun uitspraak van south uit elkaar ligt. Voor mannen is er daarentegen een soort plateau tussen hun 20e en hun 60e: ze praten allemaal ongeveer zoals je zou verwachten dat mannen van 40 zouden spreken. Bovendien open de mannen zo'n 20 jaar achter op de vrouwen.

Hoe komt dat? Volgens Labov leren alle kinderen in de eerste 4 à 5 jaar spreken van hun ouders. Daarna ontstaat er echter een belangrijk verschil tussen jongens en meisjes: terwijl voor de meisjes andere meisjes belangrijk worden – belangrijker nog dan hun ouders –, blijven de jongens aan hun moeder hangen.

Stel nu dat er om de een of andere reden in zo'n groep meisjes eentje is die haar klinkers meer voorin de mond uitspreekt. De andere meisjes zullen dat dan mogelijk gaan nadaan. Zodra dit het geval is, wordt een taalverandering als deze in gang gezet. Nieuwe, jongere meisjes, komen op school en ontdekken dat de 'coole', want iets oudere meisjes, net wat anders spreken dan hun moeder. Ze zullen dat dan willen imiteren, en daarbij steeds mogelijk een heel klein beetje doorschieten. 

Dat zet de rechte lijn in die je hierboven ziet. (Ooit moet de ontwikkeling natuurlijk stoppen, bijvoorbeeld omdat de klinker nu zo ver naar voren in de mond zit dat je je tong zou moeten uitsteken om hem nóg verder naar voren te maken.) Het verklaart ook waarom jongens achterlopen: die blijven letterlijk de taal van de vorige generatie vrouwen spreken.

Wat verklaart tot slot het plateau bij de jongens? Hiervoor moet je weten dat de gegevens die aan dit onderzoek ten grondslag liggen inmiddels enkele decennia oud zijn, en stammen uit een tijd dat het veel gebruikelijker was dat alleen mannen werkten. Die mannen pasten zich tussen hun 20e en hun 50e allemaal een beetje aan elkaar aan, en kwamen dus op een gemiddelde uit. Je ziet ook dat ze na hun pensioen meteen 'terugvielen' tot hun natuurlijke klinker.

Het enige wat je hoeft aan te nemen om dit alles te verklaren is dus dat vrouwen en mannen een net wat ander moment kenden waarin ze zich aanpasten aan hun medemens: vrouwen blijvend in de eerste klassen van de school en mannen tijdelijk tijdens hun werkzame leven. Voor allebei die aannames bestaan  aanwijzingen buiten de wereld van de taal.

Zo laat Labov zien dat je de mens bijna helemaal moet begrijpen om de gang van zijn taal te kunnen vatten.


2 opmerkingen:

  1. Heel interessant, maar ik blijf met een vraag zitten. Je stukje verklaart hoe en waarom een taalverandering doorzet, maar niet waardoor die in gang wordt gezet. Waarom spreekt dat ene meisje haar klinkers meer voor in de mond uit en waarom willen de andere meisjes haar nadoen? En dit betreft een taalverandering op een school, maar hoe verspreidt zo'n verandering zich door het hele taalgebied?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Je hebt gelijk met het eerste punt. Het allereerste begin van de taalverandering wordt door deze theorie niet verklaard. Je moet dat toeschrijven aan toeval (er is toevallig een meisje dat net wat anders praat) of aan iets anders.

      Wat betreft het tweede punt: ik leg het uit aan de hand van een schoolplein, maar alle schoolpleinen in een stad communiceren natuurlijk met elkaar. Een kind uit de ene klas woont naast een kind uit een andere klas en na school spelen ze met elkaar.

      Voor de verklaring is het zelfs noodzakelijk dat kinderen uit verschillende sociale klassen elkaar op de een of andere manier 'zien' en daarvoor is één schoolplein waarschijnlijk niet genoeg.

      Verwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.