Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 3 februari 2014

Wie ontraadselt het geheel

Door Marc van Oostendorp

De schrijver Gerard van 't Reve dacht dat de naam van écht succesvolle schrijvers het ritme DAMta moest volgen: Multatuli, Dostojevski. Zulke namen waren beter te onthouden en dan wist de klant in de winkel waar hij om moest vragen. (Onzin? Bedenk dan de namen van de boekwinkels Broese, Donner en Heinen wel het juiste ritme hebben en die van het overkoepelende concern Polare niet.)

Reve haalde daarom van 't uit zijn naam. Judith Herzberg heeft dat niet nodig. De trocheeën komen haar aanwaaien. De bijna tachtigjarige dichteres heeft heel veel dichtbundels geschreven, en bijna allemaal hebben ze een tweelettergrepige titel, met klemtoon op de eerste lettergreep (Zeepost, Beemdgras, Strijklicht, Dagrest, Landschap, Bijvangst, Zijtak). Dergelijke DAM-ta combinaties worden wel  'trocheeën' genoemd.

Dat Herzbergs nieuwste bundel Liever brieven heet, is dan ook een heuse ontwikkeling in haar werk. Ineens zijn daar maar liefst twee trocheeën, net als in haar naam: Judith Herzberg, Liever brieven.


Het volgende gedicht staat bijvoorbeeld in deze bundel:

De lucht in

Nu
   ik langzaam dommer word
   vind ik het vooral zo stom
   dat de wijsheid van de grijsaard
   of de wijze aardigheid
   voor mij onbereikbaar
blijken.

Nu
   tijdgenoten, lotgenoten, heen
   en weer geïnteresseerd
   bij wie liefde en geheimen
   veilig leken tot voorgoed
   zomaar snel de dood in sluipen
   eigenlijk dus onbetrouwbaar
blijken --

   Wie ontraadselt het geheel.
   Vroeger vrouwen als ze
   wereldwonder onzin vonden
   kozen de bezemsteel.

In de eerste strofe bestaat iedere regel uit precies vier trocheeën, als je nu bij de volgende regel trekt en blijken bij de voorafgaande. Voor de tweede strofe geldt bijna hetzelfde, alleen hebben de regels tijdgenoten, lotgenoten, heen en eigenlijk dus onbetrouwbaar het voorafgaande respectievelijk het volgende woord niet nodig. En dus vallen nu en blijken ineens buiten het ritme, zoals ze ook al anders uitgelijnd zijn. Je zou nog kunnen denken dat het iets te maken heeft met het gevoel dat beschreven wordt – dat van langzaam buiten de gebruikelijke gang (DAMta DAMta) van het leven vallen als je ouder wordt.

Ook in de laatste strofe gebeurt iets met het ritme. De tweede regel is een trochee te kort, maar dat was al een keer eerder gebeurd (en weer geïnteresseerd). De ware ritmische gebeurtenis zit in de laatste: kozen de bezemsteel is de enige regel die niet trocheïsch is. Het alternatief kozen bezemstelen zou dat wel zijn, maar in de laatste regel wordt het onzinnige dreunende wereldwonder dus verlaten, al dan niet per bezemsteel. Het brengt ons ook terug naar de titel van het gedicht, die ook al geen trochee is.

In het kader van de gedichtenweek schrijf ik iedere werkdag een stukje over de taal van een gedicht dat vorig jaar verscheen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.