Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 10 februari 2014

Ritme en meervoudigheid

Commentaar op het commentaar van Wim Mattens

Door Anneke Neijt 

Met het taalsysteem heb je een representatie van de wereld tot je beschikking. Die kun je beschrijven, je kunt erover nadenken, je kunt toekomstige of onmogelijke werelden verzinnen en je kunt de betekenis van je gedachten doorgeven aan anderen. Dat is waarom taalonderzoek zo fascinerend is.

Ons onderzoek naar de tussenklank en in samenstellingen gaat uit van het perspectief dat je met taal betekenissen uitdrukt. Morfologisch onderzoek gaat dan over de invloed van de vormen die je gebruikt op het wereldbeeld dat je schetst. Wim Mattens vindt het maar niks. Hij meent dat taalkundigen de taal moeten beregelen en dat de indifferentialis daarbij een rol moet spelen.

Het onderwerp van discussie is het onderzoek van Esther Hanssen, Arina Banga, wijlen Rob Schreuder en mij naar de vorm en betekenis van samenstellingen die met of zonder tussenklank en gevormd zijn, in vervolg op ons eerdere onderzoek samen met Harald Baayen naar de invloed van de spelling op de betekenis. Mattens publiceerde er drie stukken over in Neder-L. Ik reageerde op het eerste stuk dat vooral de spellingkant van deze kippenei-kwestie betrof (zie Neder-L of het weblog van onze afdeling) en Banga legde na Mattens’ tweede bijdrage uit waar een van haar deelonderzoeken over ging.

Ons onderzoek

De vraag van ons onderzoek gaat over de functie van de tussenklank voor taalgebruikers: is het een ritmisch element, vooral bedoeld om een prosodisch betere vorm te bereiken, of is het een betekeniselement, een meervoudsaanduider, zoals de oude spellingvoorschriften doen vermoeden? We onderscheiden de betekenissen getal (enkelvoud, meervoud of ongespecificeerd) en meervoudigheid (weinig of veel). We hebben aanwijzingen gevonden voor het idee dat ritme en meervoudigheid te maken hebben met de aan- of afwezigheid van de tussenklank en en we laten zien dat ritme en meervoudigheid op een bepaalde manier samenhangen. Voorheen wisten we niets over het verband, nu kunnen we dat verband beschrijven en we presenteren mogelijke verklaringen.

Vernieuwend binnen het onderzoek naar tussenklanken is dat de samenhang van uiteenlopende aspecten van de Nederlandse tussenklank en onderzocht zijn. Kleiner dan sjwa kan een morfeem niet zijn, en toch – die kleine vorm vervult een aantal functies. Ritme is er een van. Misschien vindt Mattens het ondenkbaar dat morfemen meer dan een enkele rol vervullen, en geeft hij daarom aan een van zijn bijdragen de titel Het roemloze einde van de tussenklank en van het ritmisch element! (Neder-L 2014).

De mening van de Brusselse emeritus

In zijn derde commentaar schrijft Mattens ons dat zijn echtgenote heel kleine appeltaartjes maakt omdat ze meestal maar met zijn tweeën zijn. Daarvoor heeft ze maar één grote appel nodig. Die appel wordt volgens Mattens in de visie van de Nijmeegse morfologen in appeltaartje gezien als een substantief zonder tussenklank met een enkelvoudige betekenis. Mattens vervolgt met “Het is toch te absurd voor woorden dat het morfologisch karakter van appel- in appeltaart(je) afhankelijk zou zijn van de hoeveelheid appels of zelfs van de grootte van de gebruikte appel. Als dat de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek is, dan deugt dat onderzoek niet.”

Onze publicaties heeft Mattens nu wel beter gelezen, maar hij heeft nog steeds niet begrepen dat we de vorm en functie van de tussenklank en bestudeerd hebben. In appeltaart zit die tussenklank niet, en in de samenstellingen die Mattens daarna bespreekt evenmin (fruitafval, regenboog, collegebank, geboortedatum, tegelfabriek, meisjeskamer). Hij vervolgt met samenstellingen die wel een tussenklank en hebben: “En hoe beregelen zij boeken- in boekenbon, boekensteun, boekenplank, boekenrek, boekenkast, boekenverkoper en boek- in boekhandel, boekband, boekverkoper?" Die beregelen we niet, is het antwoord. Ons onderzoek naar de meervoudigheid van het eerste lid van een samenstelling is geen prescriptief onderzoek.

Eigenlijk stelde Mattens alleen aan zichzelf die prescriptieve vraag: “En hoe beregelen zij boeken-  in boekenbon, boekensteun, boekenplank, boekenrek, boekenkast boekenverkoperen boek- in boekhandel, boekband, boekverkoper?” Want hij komt meteen met een antwoord: “Bij de vormen met boeken- hebben we te maken met een collectief gebruikt substantief pluralis, bij boek- met een substantief indifferentialis.”

Aha! Het gaat niet om een meervoudsvorm tegenover een enkelvoudsvorm, maar om een collectief gebruikt substantief pluralis tegenover een substantief indifferentialis. Bedoelt hij dan een collectief gebruikt substantief indifferentialis? En wat betekent indifferentialis precies? Heeft die notie betrekking op de vorm of op de betekenis?

Het roemloze einde van de indifferentialis

De indifferentialis zou geheel in de vergetelheid zijn geraakt als Felix van de Laar De knoedel van de taal niet had geschreven (Neder-L, 19 december 2013). Van de Laar vindt het merkwaardig “dat zowel de spellingcommissie die het Groene Boekje in elkaar heeft geknutseld, als taalgeleerden die er later onderzoek naar hebben gedaan, de inzichten van Wim Mattens over ‘de indifferentialis’ volstrekt hebben genegeerd.” Dat was voor Mattens, die in 1970 op De indifferentialis is gepromoveerd, de aanleiding om de pen op te pakken. Hij geeft hoog op van een jubelende collega, maar hij had natuurlijk gewoon moeten vertellen dat taalgeleerden de indifferentialis niet zien zitten, die ene jubelende collega uitgezonderd. De term speelt geen rol in de Algemene Nederlandse Spraakkunst en het Morfologisch Handboek, je vindt de term niet terug in morfologische leerboeken. De twintigste eeuw heeft een schat aan theoretische inzichten opgeleverd, maar de indifferentialis zit daar niet bij.

Mattens verzuimt uit te leggen wat de indifferentialis precies is. Waarschijnlijk heeft de indifferentialis te maken met de nonsensialis, waarmee ik bedoel dat de betekenis van woorden afhankelijk is van de context. Neem bijvoorbeeld kip en ei. Dat zijn enkelvoudsvormen die niet gespecificeerd zijn voor getal. Behalve een nadere specificatie van het getal kunnen andere betekenisaspecten actief worden in het taalgebruik. Je kunt het woord ei gebruiken om iemand aan te duiden die je een watje of een doetje vindt. Kip kan eveneens ‘mens’ betekenen, in er loopt geen kip op straat. Deze voorbeelden maken duidelijk dat de betekenis ‘persoonsaanduidend’ door de context gerealiseerd wordt. Woorden krijgen sens in de context van het gebruik. Een gangbare term voor het gegeven dat de uiteindelijke vorm en betekenis van morfemen bepaald worden in de talige en buitentalige context is overigens niet nonsensialis, maar onderspecificatie.

Appeltaart

Op basis van de uitkomst bepalen of de methode klopt. Dat is de aanpak volgens Mattens’ vetgedrukte verzuchting Als dat de uitkomst van wetenschappelijk onderzoek is, dan deugt dat onderzoek niet. Onwetenschappelijker kan een oordeel niet zijn. Laten we teruggaan naar de appeltaartjes van Mattens’ vrouw. Morfologisch onderzoek lijkt op koken. Je neemt twee woorden, voegt ze samen, met of zonder de theelepel meervoudigheid of het snuifje ritme van de tussenklank en vervolgens bepaal je hoe meervoudig de samenstelling smaakt. Hoe gecompliceerd kun je het maken, zou Mattens kunnen klagen, maar zo verloopt experimenteel onderzoek nu eenmaal. Het moderne morfologische koken is voor Mattens niet weggelegd. Gelukkig vindt hij de appeltaartjes van zijn vrouw wel lekker.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.