Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 28 februari 2014

Een raadsel uit 1912 opgelost

Door Bart FM Droog

Vorig jaar stootte ik op het allervroegste mij bekende Nederlandstalige autogedicht. Het stamt uit 1912 en is afgedrukt in de debuutbundel Offervonkjes van Frederika Stoer. Heel opmerkelijk is dat in dit gedicht de overgang van paard naar gemotoriseerd vervoer en de daaraan gepaard gaande problematiek wordt aangesneden:
 
Er is een paard overreden,
Het paard van mijn vrome gebeden.
De auto's rijden gedempt en zacht.
Er wordt een paard begraven vannacht.
 
Hoewel het niet expliciet gezegd wordt, moet het paard in kwestie  door een auto overreden zijn. Paarden overrijden immers geen andere paarden en een mogelijke andere dader, een locomotief, komt in heel het gedicht niet voor. Dat overigens nog meer sterfgevallen herbergt:
 
Er rijzen vage geluiden:
Dat zijn de doode bruiden.
 
Maar niets is wat het lijkt. Hoewel een Frederika Stoer bestaan heeft, van 22 april 1882 tot 26 maart 1941, was zij beslist niét de schrijfster van de bundel. Het werk is namelijk een persiflage op het bijna gelijknamige boek Offervlammen van de dichteres Hendrika Boer (1884-1935). Als de gegevens van beide bundels naast elkaar gezet worden vallen de overeenkomsten goed op:
 
Boer, HendrikaOffervlammen. Met een voorwoord door Marie Metz-Koning. [Meindert Boogaerdt Jun.], Krimpen aan de Lek, 1912.
Stoer, FrederikaOffervonkjes. Met een voorwoord van Sofie Flets-Honing. Bureau "De Berner Conventie", Deventer, [1912]. 46p. 

Dat het boek een persiflage is werd al in 1913 door K. Kuiper opgemerkt: "Of het echter fijn gevoeld is, en beschaafd, of zelfs behoorlijk een geheel, bundeltje van veertig verzen te wijden aan het boosaardige genoegen, van ééne jonge dichteres schrede op schrede 'hinderlijk te volgen', bij elken zucht door haar geslaakt zwaar na te brommen, en iedere klacht door haar geuit met een 'och kom!' te vernietigen, dat betwijfel ik." (in: Onze Eeuw, Jaargang 13
 

Wie achter deze persiflage zat, meldde hij niet. NPE-onderzoeker Jurgen Eissink ontdekte onlangs dat achter Bureau "De Berner Conventie" Josef Cohen (1886-1965) schuilging, Dé Josef Cohen, jarenlang directeur van de Openbare Bibliotheek te Groningen, aanjager van het literaire leven en tevens gevierd prozaïst, vooral in de periode 1920 - 1950. Hij was ook poëet - hij bracht in 1923 en 1946 dichtbundels uit. Ook is werk van hem opgenomen in Victor E. van Vrieslands grote overzichtsbloemlezing Spiegel van de Nederlandse poëzie door alle eeuwen. Dl. 2: 1900-1940 (Meulenhoff, Amsterdam, 1953).

Maar wat het meest intrigerende aan deze zaak is, is de vraag hoe Josef Cohen tot de naam Frederika Stoer kwam. Was het toeval dat hij deze naam koos (omdat dit rijmde op 'Hendrika Boer'), of heeft hij de echte Frederika Stoer gekend? Hoe het ook zij, ze huwde in 1913, op 31-jarige leeftijd, met de 67-jarige boer Hendrikus Havekes.  Hij stierf in 1926, zij vijftien jaar later. Beiden zijn begraven op begraafplaats Vaassen Oosterhoff.

Josef Cohen overleed op 12 juli 1965 te Groningen aan een hartaanval. Hij is op 13 of 14 juli 'volgens wens van de overledene' in alle stilte gecremeerd.