Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 2 januari 2014

Minder afleren

Hoe leren tweetalige kinderen klanken onderscheiden?

Door Marc van Oostendorp

Een van de vele wonderlijke dingen die kinderen doen in hun eerste levensjaar, is de klanken van hun moedertaal in hokjes leren stoppen. Ze horen hun ouders een eindeloze stroom klanken maken. Iedere klank klinkt net weer wat anders dan een andere: de mens is een zachte machine die het niet lukt om twee keer achter mekaar precies dezelfde a te zeggen. 

Bovendien lijken sommige klanken heel erg op elkaar. Het verschil tussen de b in bak en de p in pak luistert bijvoorbeeld heel nauw. Als we praten maken we soms b's die objectief gezien vrijwel identiek zijn aan sommige p's. Toch horen we al die verschillen niet, omdat we iedere klank die we horen meteen in zijn eigen hokje plaatsen. 

Het is een beetje als het spelletje dat (iets) grotere kinderen leren spelen, waarbij je blokjes van een bepaalde vorm (een ster, een balletje, een kubus) door het juiste vakje in een doos moet duwen. Alleen heeft hier ieder blokje alleen maar ongeveer de juiste vorm, en passen sommige blokjes bijna in meer dan een vakje.



Hoe die vaagheid precies in hokjes is opgedeeld, verschilt bovendien van de ene taal tot de andere. Het Engels heeft bijvoorbeeld net als het Nederlands een verschil tussen een b en een p, maar de klank van de gemiddelde Engelse b lijkt veel meer op een Nederlandse p dan op een Nederlandse b. (De Engelse p klinkt ongeveer als ph.

Een kind dat zowel Engels als Nederlands leert, heeft dus een groot probleem, zou je zeggen. Is de taal inderdaad lastiger voor zulke kinderen? Doen ze er misschien zelfs langer over? Dat is het onderwerp van het proefschrift De Effecten van Tweetaligheid op de Taalontwikkeling van Zuigelingen waarop Liquan Liu volgende week promoveert in Utrecht.

Liu vergeleek groepen eentalige Nederlandse kinderen in hun eerste en tweede levensjaar, met kinderen die opgroeiden in tweetalige gezinnen en dus naast het Nederlands ook nog Frans, Spaans Engels, Chinees of Duits leerden. Hij onderzocht twee Nederlandse klankverschillen: het al genoemde verschil tussen b en p (of d en t, dat is min of meer hetzelfde verschil) en dat tussen de klinkers in vis en vies. Daarnaast onderzocht hij ook nog of de kinderen verschillen in toonhoogte, zoals wel in het Chinees gebruikt worden, maar niet in de in het onderzoek voorkomende Europese talen, konden horen.

De tweetalige kinderen bleken het daarbij over het geheel genomen helemaal niet slechter te doen dan hun eentalige leeftijdsgenootjes. In het geval van het verschil tussen b en p verliep de ontwikkeling in het eerste jaar soms wat chaotischer bij de tweetalige kinderen, maar ze kwam uiteindelijk ongeveer gelijktijdig met de eentaligen bij het gewenste resultaat: iedere klank werd ofwel als een b gehoord, ofwel als een p op de manier waarop volwassenen het ook zouden doen.

Bij vis-vies bleken de tweetalige kinderen zelfs nog iets sneller dan de eentalige. Ook bij het horen van tonen (die dus in geen van de twee talen voorkwamen) waren de tweetalige kinderen iets beter. Hoe dat kan? Liu oppert dat kinderen in een tweetalige omgeving misschien wel gevoeliger worden voor allerlei subtiele akoestische verschillen tussen klanken, en die daardoor ook sneller oppikken. Of eigenlijk zou ik moeten zeggen: gevoeliger blijven, want we weten dat pas geboren kinderen nog heel veel subtiele verschilletjes tussen klanken opmerken, ook als ze geen deel uitmaken van hun moedertaal.

Je taal leren is onder andere: afleren om te letten op dingen die er in je moedertaal niet toe doen. Tweetalige kinderen hoeven iets minder af te leren.






3 opmerkingen:

  1. Een hypothese: Zou het feit dat toonverschillen en lengteverschillen (i-ie) beter herkend (blijven) worden door tweetalige kinderen wellicht kunnen betekenen dat ze dat soort verschillen gebruiken om de beide talen van elkaar te onderscheiden?

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik begrijp uw opmerking niet goed. Het gaat nu juist om talen die allebei geen toonverschillen gebruiken. Of bedoelt u dat het kind ervan uitgaat dat pakweg Spaans hoger klinkt dan Nederlands? Daar zijn weinig aanwijzingen voor.

      Overigens is het verschil tussen vis en vies er niet vooral een van lengte (de klinkers zijn ongeveer even lang in de uitspraak), maar van hoe dicht je je mond doet (dichter in vies dan in vis).

      Verwijderen
    2. Ja, ik bedoel inderdaad het tweede, dat de ene taal bijvoorbeeld sneller omhoog en omlaag gaat, of in andere delen van het woord of de zin of dergelijke. Maar verder doordenkend, vermoed ik dat je gelijk hebt - de verschillen tussen woorden en zinnen binnen een taal zijn vermoedelijk veel groter dan de verschillen tussen de talen.

      Verwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.