Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 6 januari 2014

Gemiste talen


Ik was denk ik een jaar of acht toen ik merkte dat ik wat miste en dat kwam door mijn oude buurman. Opa, zoals ik hem noemde, werkte altijd in zijn tuin. Afgebakend van  het veldje met rabarber en sperziebonen stonden kleurrijke dahlia’s. Een enkele draad scheidde onze tuinen en ik kroop regelmatig onder de draad door om met hun schapendoes te spelen. Opa had een kleindochter van ongeveer mijn leeftijd. Op een zekere dag vertelde hij me dat zijn kleindochter wel twee talen sprak: Nederlands en dialect. Die opmerking maakte indruk op me: het kunnen spreken van meerdere talen klonk naar kennis, weidsheid en ruimte. En ik sprak slechts één taal.

Ik kan me als opgroeiend kind in Heerlen niet herinneren dat wij nog iets anders in de wijk spraken dan ons koelpietennederlands. Mijn ouders spraken dialect maar alleen met hun familie buiten Heerlen. Mijn echte oma in Maastricht moet dialect met me gesproken hebben, want zij beheerste geen Nederlands. Maar daar heb ik geen weet meer van.
Ik wist dat vaders van kinderen uit mijn lagere schoolklas uit Polen, voormalig Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië kwamen. Er was een jongen, Marconi, die uit Italië kwam. Het geheugen is een onbetrouwbaar iets maar afgezien van Marconi, die af en toe Italiaans sprak, heb ik nooit Pools of Tsjechisch in de wijk gehoord. Dialect overigens ook niet, met uitzondering van opa die oorspronkelijk uit Klimmen kwam. Opa was lid van Veldeke waarover hij weleens vertelde, vooral over de spelling van dialectwoorden.

De lagere school en speelplaats was het domein van het Nederlands. Maar alles veranderde toen ik naar het Eijckhagencollege in voormalig Schaesberg ging. Iedereen sprak dialect en ik was er een grote uitzondering. En toen miste ik het dialect pas echt. Ik heb het geprobeerd te leren van vriendinnen maar zij lachten me bij mijn onhandige pogingen mild uit en ik heb nooit doorgezet. Eerlijk gezegd was ik een beetje jaloers: zij spraken niet alleen dialect maar ook hun spreekbeurten Duits hoefden zij niet voor te bereiden. Dat ging uit de losse pols en hun Duits was steengoed. Dat ik nu juist weer goede cijfers bij Nederlands haalde, was maar saai bij al die werelden die zich bij die verschillende talen openden. Toen ik later mijn vriendin uit Nieuwenhagen vroeg voor mijn taalkundig onderzoek: ‘hoe zeg je dit of dat in je dialect’ was haar antwoord steevast: ‘welk dialect, dat van mij, mijn moeder of oma?’ Zo’n bewustzijn van talige verschillen, dat is indrukwekkend.

Nu ik sinds een jaar weer zo vaak in Limburg ben, mis ik het dialect spreken weer. Gek is dat: je kan dus blijkbaar iets missen wat je nooit bezeten hebt. Gek ook dat je tweetalig wil zijn terwijl onze samenleving zoveel moeite doet om iedereen van een tweede taal af te helpen. Dit geldt niet voor het Engels natuurlijk, dat behoren we allemaal aan te leren. Maar dialecten, Turks, Berber, Arabisch, Pools, Italiaans, we zijn ze in de nationale context liever kwijt dan rijk. Volgens velen zijn al die talen maar slecht voor de beheersing van het Nederlands en lopen we daardoor een taalachterstand op.

We besteden veel geld aan onderzoek naar zogenaamde taalachterstand maar bij mijn weten is er geen enkel onderzoek naar mensen die het spreken van andere talen missen. En toch zijn die mensen er. Ik mis het dialect spreken. Het zou mij, nu ik weer vaak in Limburg ben, een nog groter gevoel van thuiskomen geven. Kleinkinderen maken niet meer vanzelf grapjes in het Heëlesj met hun opa en oma of in het Italiaans met  nonna en nonno; talen waarin grootouders het meest vertrouwd zijn. Tijdens vakantie missen we talen ook – het gestuntel bij de Franse bakker, de Deense supermarkt, het onvermogen om iets zinnigs te zeggen tegen Catalaans sprekende terrasgenoten in Barcelona.

Nu veel mensen niet meer wonen en werken in de streek waar hun (groot)ouders opgegroeid zijn, zouden we eigenlijk nog meer talen moeten spreken dan we doen. Elke taal meer opent een veelvoud aan ontmoetingen. Elke taal meer herbergt een schat aan kennis die de wereld een stuk begrijpelijker maar tegelijkertijd ook spannender maakt.

Deze column verscheen eerder in Dagblad De Limburger/Limburgs Dagblad. De komende weken zal iedere dag om 12.00 een stukje van Leonie Cornips verschijnen over het Limburgs.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.