Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 18 november 2013

Mijn eerste ritme: geen zin in

Door Marc van Oostendorp


Van Dale heeft met de serie Mijn eerste Van Dale nobele doelen: 'voorleeswoordenboekjes' maken voor kinderen vanaf een jaar of drie, die hen vertrouwd maken met taal, lezen en woordenboeken.

Ouder en kind praten met elkaar en min of meer spelenderwijs breiden de kinderen hun woordenschat uit. In het deeltje dat de Neder-L-redactie kreeg toegestuurd (Aan het werk, als e-boek) komen bijvoorbeeld de woorden verkopen, bibliotheek en behangen aan de orde.  Maar tijdens het lezen dringt zich de vraag op: waarom zijn dit versjes? En nu daarvoor gekozen is, hadden die versjes niet met wat meer taalplezier geschreven kunnen worden? Kan hen niet een wat betere, eh, smaak worden aangeleerd?

Volgens mij valt er wel het een en ander te verbeteren. Het ritme is soms zo krom dat je er als voorlezer bijna wel over moet struikelen. Dat laat zich het best illustreren aan de hand van een voorbeeld:

Zich vervelen
Twee zeemeerminnen zaten zich
verschrikkelijk te vervelen.
Ze konden niet bedenken
wat ze samen zouden spelen.
De ene wilde tikkertje,
maar de andere zeemeermin
die antwoordde: Tikkertje,
daar heb ik geen zin in.

De gedichten in de bundel zijn over het algemeen bijna jambisch, maar vaak net niet helemaal. Bovendien zijn de regellengten ongelijk. In de eerste regels is het nog wel te doen, al stoort het mij een beetje dat zich en vervelen door een enjambement gescheiden worden.

In de volgende vier regels wordt het helemaal chaotisch. De ene wilde tikkertje krijgt onwillekeurig een nadruk op tje, in de volgende regel is een elisie nodig (maar d'andere zeemeermin), en in de laatste twee regels zit helemaal geen metrum meer. Alleen wordt vanwege het rijm de klemtoon op een onnatuurlijke plaats afgedwongen: daar heb ik geen zin IN. Waarom, o waarom, is daar nu niet gekozen voor: daarin heb ik geen zin?

Nog een voorbeeld, het volgende:

De computer
Mijn vader zijn computer
die staat op het bureau.
Een bureau, dat is een tafel
met een la erbij en zo.
Soms maak ik daar een tekening
met een hondje of een man.
Die komt dan uit de printer.
Wist je al dat ik dat kan.

In de eerste regels van het gedicht wordt tamelijk krampachtig met een aantal stoplappen (mijn vader zijn computer, een bureau dat is een tafel, een la en zo) het ritme opgebouwd. Maar de laatste regel past daar helemaal niet in, terwijl dat makkelijk had gekund (wist jij dat ik dat kan).

Is dit nu zout op slakken? De schrijfster van zulke versjes heeft toch niet de pretentie om de nieuwe Annie M.G. Schmidt te zijn? Misschien. Wanneer je de versjes zonder gevoel voor ritme voorleest, kom je er natuurlijk best doorheen. Maar waarom heeft die schrijfster die pretentie niet? Of de uitgever? Je zou denken dat het nu niet zoveel extra had gekost om de kinderen in deze gevoelige leeftijd niet alleen kennis te laten maken met boeken en woordenboeken, maar ook met hoe móói taal klinken kan.

Een andere bespreking van dit boek verschijnt vandaag op het weblog van Milfje Meulskens.

1 opmerking:

  1. Het kan beter, dat ben ik met je eens. Een schrijfster kan van oorsprong wel orthopaedagoog zijn, omgekeerd wordt het wat lastiger. Vandaar wellicht dat ze zich niet voldoende heeft verdiept in klankkleur en ritme.

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.