Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 30 oktober 2013

Over strategische verzoeken om honing en 1-maandsrente, zoete-saus-watjes en culturele vloeiendheid

Door Suzanne Aalberse

Vandaag stonden in de Volkskrant een aantal fragmenten afgedrukt uit een emailwisseling tussen een handelaar van de Rabobank en een submitter. De handelaar wil graag de eenmaandsrente wat hoger en hij mailt de submitter: “Als het effe ken, dan wil ik het voor de eenmaandsrente wel wat hoger.” Hij schrijft niet iets formelers als:” mocht het mogelijk zijn, dan zou ik op prijs stellen als u de eenmanssrente wat hoger maakt”maar hij gebruikt het zeer informele “ken” en  “effe”. Dat informele taalgebruik suggereert een band. Voor iemand met wie je een band hebt, doe je meer. Strategisch informeel taalgebruik zou je kunnen zeggen. Een oud voorbeeld van informeel praten om wat gedaan te krijgen zit in de Vos Reynaerde. Bruun de Beer wil honing van Reynaerd. Hij vraagt: “Reynaert, wat haetste wat?” Waar in het hele verhaal de formele aanspreekvorm ghi gebruikt wordt, zit hier de informele aanspreekvorm te (<tu). Die informele aanspreekvorm suggereert een band en Reynaerd hoopt zo meer honing te krijgen. Alweer strategisch informeel. Lulofs schreef er een prachtig artikel over.


Behalve stragisch informeel taalgebruik zitten er meer slimme elementen in het zinnetje van de handelaar. Het verzoek wordt kleiner gemaakt: de rente “wat” hoger maken klinkt minder erg dan gewoon de rente hoger maken en degene die de rente hoger moet maken wordt impliciet gelaten. Hij zegt dat hij de rente hoger wil, maar vraagt niet direct iets aan de submitter. Wensen kleiner maken en niet expliciet noemen zijn typisch voor het maken van lastige verzoeken over de hele wereld. Er is mooi vergelijkend onderzoek van bijvoorbeeld Brown & Levinson hierover.

Hoe leer je dit soort manipulatief taalgebruik? Is het extra lastig als je een tweede taalverwerver bent? Stel nu dat de Rabobank buitenlandse werknemers aanstelt. Hoe snel zouden die kunnen leren slijmen en manipuleren in het Nederlands? Hoe snel zou die werknemer kunnen leren dat “effe”en “ken” in sommige situaties meer opleveren dan schoolboekentaal? 

Dat slijmen is onderdeel van culturele vloeiendheid. De Rabobank zie ik niet vanbinnen, maar vlakbij mijn oude werkplek in Nijmegen werkt iemand die een hoge mate van culturele vloeienheid bezit. Een veel leuker soort vloeiendheid, namelijk de kunst om cultureel geoorloofd te beledigen.Vlakbij het station kun je bij een wagentje loempia’s en friet kopen. De verkoopster heeft veel en spitsvondig contact met haar klanten. Tegen een stevige klant die twijfelt tussen 1 of 2 loempia’s zegt ze; “je moet er nog van groeien hè schat?” Als twee gespierde mannen een portie bestellen, eentje met pikante saus en de andere met zoete dan roept ze de besteller van de portie met zoete saus door te zeggen: “Hé zoete-saus-watje, je eten is klaar.”

 Waar het maken van informele strategische verzoeken al een uitdaging is, is mensen vriendschappelijk afzeiken nog veel knapper. Als je het goed doet, versterkt het de band. Als je fout doet, is het zeer pijnlijk. De verkoopster is meester in het juist doseren van de belediging en het strooien met een stralende lach. Na afgezeken te zijn, verzuchtte een trotste klant  “Ze is Nederlandser dan wij allemaal bij elkaar. “