Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 5 september 2013

Reactie leraren Nederlands op de Diagnostische Tussentijdse Toets (DTT)

Hieronder de brief die de sectie Nederlands van de vereniging Levende Talen deze week gestuurd heeft aan de onderwijsvoerders in de Tweede Kamer over de zogenoemde Diagnostische Tussentijdse Toets (DTT).

Geachte onderwijswoordvoerders,

Op 5 september spreekt u over de invoering van een diagnostische tussentijdse toets in het voorgezet onderwijs.

We informeren u daarom graag over ons standpunt ten aanzien van de wenselijkheid van een dergelijke tussentoets en de zorgen die we hebben over de validiteit van de tussentoets zoals die nu voor Nederlands lijkt te worden ontwikkeld.


De DTT zal bijdragen aan een verdere verschraling van het taalonderwijs

Het advies van de Raad van State en de Onderwijsraad wijzen op het risico van ‘teaching to the test’ door de invoering van een tussentoets. In de Memorie van Toelichting en in de reactie van de Staatsecretaris op het advies van de Raad van State wordt dit risico weliswaar onderkend, maar wordt de verantwoordelijkheid om die te voorkomen neergelegd bij leraren en scholen, wier professionaliteit het zou moeten zijn om dit te voorkomen.

Hiermee schuift de Staatsecretaris de problemen van zijn toetsgerichte beleid al te gemakkelijk bij ons leraren op het bord. Onderzoek naar de toename van ‘teaching to the test’ en daarmee de teloorgang van de kwaliteit van het taalonderwijs (Canton et al. 2013), laat zien dat leraren door het huidige op centrale toetsing gefocuste systeem in toenemende mate worden gedwongen tegen de eigen professionele waarden in te handelen. Een kwart van de taaldocenten staat onder druk om cijfers aan te passen, terwijl bijna de helft van alle taaldocenten zich door de toenemende sturing op cijfers beperkt voelt in de eigen professionaliteit. Invoering van een centrale tussentoets zal dit alleen maar verder versterken. Leerlingen worden zo steeds beter in het maken van cito-toetsen en steeds minder goed in lezen en schrijven.

De DTT is overbodig
Invoering van een diagnostische tussentijdse toets is bovendien overbodig. Leraren Nederlands toetsen gedurende de eerste drie leerjaren van het voortgezet onderwijs herhaaldelijk de taalvaardigheid van leerlingen. Die herhaalde meting door leraren is niet alleen betrouwbaarder, maar vooral ook veel meer valide dan de eenmalige meting van één taalvaardigheid door een centrale cito-toets.

Bovendien maken steeds meer scholen in aanvulling hierop gebruik van volg- en adviessystemen waarin de leesvaardigheid, woordenschat en spellingsvaardigheid van leerlingen landelijk gebenchmarkt worden en gekoppeld worden aan de referentieniveaus taal. Hiermee zijn leraren voldoende toegerust om de hiaten in de taalontwikkeling te diagnosticeren en te remediëren.
Het geld dat nu geïnvesteerd wordt in de ontwikkeling van een overbodige centrale toets die het onderwijs mogelijk meer schade dan goeds brengt, zou daarom beter gebruikt kunnen worden voor de versterking van het examen Nederlands aan het einde van het voortgezet onderwijs door het herinvoeren van schrijfvaardigheid als onderdeel van het centraal examen.

De DTT is onvoldoende valide
De nu ontwikkelde toets wordt inhoudelijk bepaald vanuit de door het Ministerie opgelegde randvoorwaarden – digitaal, correctie door de computer en adaptief en niet door didactische uitgangspunten van taalvaardigheidsonderwijs.

Voor Nederlands is een DTT ontwikkeld gericht op de toetsing van schrijfvaardigheid. We maken ons ernstig zorgen over de validiteit van deze toets. We weten immers dat dergelijke meerkeuzetoetsen ongeschikt zijn gebleken voor het meten van schrijfvaardigheid (Pullens et al. 2013). Indirecte toetsing, bijvoorbeeld leerlingen oordelen laten geven over teksten van anderen, is wezenlijk anders dan zelf teksten schrijven, dergelijke toetsten versterken bovendien de schadelijke werking van ‘teaching to the test’ – leren leerlingen nu nog teksten schrijven, straks leren ze alleen nog andermans teksten te beoordelen.

Hoe de DTT er precies uit gaat zien, is voor ons nog steeds onduidelijk. Het lijkt ons van belang om in de ontwikkeling van een dergelijke toets het veld vroegtijdig te betrekken. Niet voor niets bespreekt de RMO de cito-toets als casus in zijn rapport over meer tegenwicht in de publieke sector. Het lijkt ons in dezen raadzaam de slager niet zijn eigen vlees te laten keuren. Daarom zou – mocht er onverhoopt tot invoering van de verplichte DTT besloten worden – door een andere partij dan het Cito gericht onderzoek gedaan moeten worden naar de inhoudelijke validiteit van de toets.

De kwaliteit van het taalonderwijs in de onderbouw van het VO zou naar onze overtuiging eerder verbeterd kunnen worden door normen vast te leggen voor het aantal lesuren Nederlands per week. Op sommige scholen krijgen onderbouwklassen vier uur per week Nederlands, terwijl er op andere scholen volstaan wordt met twee uurtjes moedertaalonderwijs per week.

Daarnaast is het terugslageffect van het centraal examen Nederlands in de onderbouw steeds sterker geworden. In onderbouwmethodes oefenen leerlingen al vanaf de eerste klas met teksten met meerkeuzevragen. Een beter en meer valide eindexamen Nederlands zou hier verandering in kunnen brengen en zo bij kunnen dragen aan de versterking van de kwaliteit van het taalonderwijs in de onderbouw van het voortgezet onderwijs.

We wensen u veel wijsheid toe in uw beraadslagingen.

Klaas Heemskerk, voorzitter Sectie Nederlands van de Vereniging van Leraren in Levende Talen 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.