Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

vrijdag 13 september 2013

Dichters van morgen

Eergisteren vergeten


Door Bart FM Droog

'Potdikkie, dit lijkt wel een Dichters van morgen-bloemlezing', verzuchtte ik bij het verwerken van de gegevens uit Op het oog. 21 Dichters voor de 21ste eeuw (samenstelling Maarten De Pourcq & X. Roelens, Uitgeverij P, Leuven, 2005). Want acht jaar na verschijning van dit werk lijken van de gebloemleesden uiteindelijk zes voor iets anders dan de poëzie gekozen te hebben. Daniël Dee behaalde een hoger rendement met Vanuit de lucht. De eerste generatie dichters van de eenentwintigste eeuw (Passage, Groningen, 2001). Daarin achtentwintig dichters, waarvan er nu, twaalf jaar later, nog zeker vierentwintig actief zijn.

Maar dat is nog steeds een lagere oogst dan die van vrijwel alle andere eerdere serieuze bloemlezingen uit het werk van 'jonge' dichters. Van de aanstormende talenten in van Nieuwste Nederlandsche Lyriek (Tjeenk Willink, 1910) tot aan Sprong naar de sterren (Kwadraat, 1999) hebben de meesten enige naam in het poëziedorp der Lage Landen gemaakt.

Een logische verklaring is dat eerdere bloemlezers vaak alleen werk opnamen van jongelingen-mét-bundels. Dat hebben de samenstellers van Vanuit de lucht en Op het oog grotendeels niét gedaan. Waarmee ze een zeker risico namen. Wat te prijzen valt. Des te meer als je hun resultaat vergelijkt met:

Dichters van morgen. Een bloemlezing uit de poëzie van jonge dichters. Samengesteld en ingeleid door Ad den Besten, Uitg.mij. Holland, Amsterdam, 1958. In dit lijvige werk staan verzen van maar liefst zestig  eens zo veelbelovende jonge dichters. Waarvan het merendeel eergisteren alweer vergeten was.

Maar dat gegeven maakt het geenszins een overbodig boek. Want tussen die zestig dichters zaten er vier waar nog regelmatig van gehoord wordt / werd: Armando (destijds ongeveer 29 jaar), Huub Oosterhuis (toen circa 25 jaar) en Mischa de Vreede (rond de 22 jaar). Zover ik nu weet was Dichters van morgen hun debuut qua verschijning in bloemlezingen en vormde zo een mooie springplank voor dit trio.

De vierde was Durk van der Ploeg - al is hij vooral in Friesland bekend. In 2011 werd hij nog onderscheiden met de Gysbert Japicxprijs, de Friese tegenhanger van de P.C. Hooftprijs.

Kom ik op de tweede groep dichters uit Dichters van morgen. Dertien stuks, te weten Peter Berger, Han Foppe, Karel N.L. de Grazell (met héél véél eigen beheer bundels), Julienne Huybrechts (1938-1961), Harry Ikink, Hieke de Jong, Henk Kooijman, André Kuyten (1937-c.1978), Fem Rutke, Dick Steenkamp, Inge Tielman, J. Valentin (pseudoniem van Adriaan van Leent) en Jan Zitman. Ze brachten later weliswaar één of meerdere bundels uit - vooral in de jaren zestig -, maar óf stierven óf ontwikkelden zich op andere terreinen.

Toch zijn de overige jeugdige dichters van toen niet helemaal uit het zicht verdwenen: Piet Calis ontwikkelde zich tot gewaardeerd literatuurhistoricus; Jacques Commandeur werd bekend als acteur, Paul ten Hoopen groeide uit tot wereldberoemd beeldend kunstenaar. Bouke Jagt werd advocaat  en Hans Keller ontpopte zich als journalist en televisiemaker; in Bab Westerveld bleek een vertaler te schuilen en Janna Wolkers, die de zus ván bleek te zijn.

Tot op de dag van vandaag snap ik niet helemaal wat bloemlezer Ad den Besten beoogde met Dichters van morgen. Hij was een ervaren anthologist (van o.a. Stroomgebied, eerste druk 1953), had veel ervaring als redacteur van jong, aanstormend dichttalent (hij had in de jaren daarvoor een aantal Vijftigers begeleid bij het uitbrengen van hun debuut). En toch bracht hij een bloemlezing uit waarvan hij had kunnen weten dat te veel bijeen gepropte jonge bloemen slecht is voor de knopvorming. Hij deed een poging tot uitleg waarom in het artikel 'De poëzie van de jongste dichtergeneratie' (in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden, 1959-1960. E.J. Brill, Leiden 1960. Blz 42-68).


Ik ben niet de eerste die 'moeite heeft' met Dichters van morgen. In 1990 signaleerde Ad Zuiderent in Voortgang het bestaan van deze vreemde anthologie en nog eerder, kort na het verschijnen van het werk, werd al een pamflet tégen deze bloemlezing gepubliceerd door Hans Andreus, Cees Buddingh', René Ghijsen, Gust Gils, Hans Sleutelaar,  C.B. Vaandrager en Simon Vinkenoog.

Enfin - we hebben er in ieder geval Armando, Huub Oosterhuis, Durk van der Ploeg en Mischa de Vreede aan overgehouden.



[Dit stuk is een bewerkte versie van een artikel dat van december 2011 tot maart 2013 op het weblog De Contrabas te lezen was]

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.