Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zondag 22 september 2013

Breed uitgemeten Engelse longen en levers

Door Marc van Oostendorp

Van Johan Zoutman wist ik tot nu toe eigenlijk vooral dat hij een zeeheld was. En dat wist ik dan weer vooral omdat ik vroeger weleens in de Zoutmanstraat kwam, en dus wist dat deze in het Zeeheldenkwartier in Den Haag ligt.

Dat hij in 1781 een belangrijke rol had gespeeld bij de Slag om de Doggersbank, was me ontgaan, en ook dat die rol alleen maar beschouwd wordt als die van een 'zeeheld' door het werk van schrijvers en dichters als de Leidenaar Johannes le Franq van Berkhey (1729-1812). En dat terwijl Berkhey nog zo zijn best had gedaan om in detail te vertellen hoe de Engelsen bij die slag (die deel uitmaakte van de Vierde Engelse Oorlog) in de pan werd gehakt:

Ginds hing een kerel, in het want en touw verward; 
Weer elders lag de long en lever, en het hart  
Des doden, uit de wond te kletsen en te roken.

Dat ik nu beter weet, komt door het mooie hoofdstuk ('Lillende lijven, krakende knoken en geknotte koppen') dat Rick Honings geschreven heeft in het nieuwe boek Oorlogsliteratuur in de vroegmoderne tijd.

Uit dat hoofdstuk wordt overigens ook duidelijk dat Berkeys lange gedicht Zeetriumph, waaruit deze passage komt, al in zijn eigen tijd als mislukt werd beschouwd: veel te lang van stof en bovendien partij kiezend voor de Oranjes. Ook blijkt dat Berkheys beeld op zijn zachtst gezegd gekleurd was: feitelijk was er weinig reden om te denken dat de Nederlanders bij Doggersbank gewonnen hadden. Ze hadden ongeveel even klappen geïncasseerd als ze hadden uitgedeeld en waren zwaar gehavend naar Texel teruggekeerd. Het kwam alleen de propaganda goed uit om al die her en der verspreide Engelse longen en levers breed uit te meten.

Er vallen veel meer ontdekkingen te doen in Oorlogsliteratuur. Een bijzonder fraai artikel komt van de Nijmeegse romaniste Alicia C. Montoya, en gaat over de brieven die Madame de Sévigné schreef over de Frans-Nederlandse oorlog (1672-1678). Montoya laat zien hoe De Sévigné in die brieven haar eigen rol als moeder niet alleen beschreef, maar ook vormde, bijvoorbeeld door langdurig stil te staan bij de zorgen die moeders hebben als hun zonen ten oorlog trekken. Juist doordat ze een vrouw was, kon ze haar gevoelens niet alleen uitdrukken, maar ook voor anderen bepalen hoe ze zich konden voelen.

In navolging van de Amerikaan William Reddy wijst Montoya erop dat je met taal de wereld niet alleen kunt beschrijven ('De soldaat trok zijn schoenen aan') of in die werkelijkheid ingrijpen ('Ik verklaar u de oorlog!'), maar dat je door je emoties uit te drukken ook de waarneming van de werkelijkheid door anderen een  beetje kunt veranderen: wie zegt 'ik vind de oorlog verschrikkelijk', maakt die oorlog voor de ander voor altijd minder neutraal.

Die gedachte van Reddy lijkt me op veel van de teksten van toepassing die in Oorlogsliteratuur besproken worden. Het veranderen van de manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt, is natuurlijk het doel van alle propaganda. En hoewel niet alle oorlogsliteratuur rechtstreekse propaganda is, blijkt het al eeuwen heel moeilijk om neutraal over zoiets als oorlog te schrijven, zeker als het een recente gebeurtenis was. Vrijwel alle in dit boek behandelde schrijvers, schreven over gebeurtenissen waarvan hun publiek op de hoogte was. Ze wilden het beeld van die gebeurtenissen alleen een beetje kleuren.

Dat was bijvoorbeeld duidelijk bij Vondel, die in verscheiden hoofdstukken besproken wordt. Het eerste hoofdstuk gaat over Lucifer, en de auteur, Helmer Helmers, laat zien dat het stuk gelezen kan worden als een stuk over de oorlog. Het zijn Lucifer en de zijnen die er de 'moderne' (dus zeventiende-eeuwse) oorlogsmiddelen in gebruiken en daarmee uit hoogmoed de orde verstoren. Hoewel het stuk nadrukkelijk geen 'sleutelstuk' is, waarin je individuele karakters kunt zien als verbeeldingen van personen uit Vondels tijd, zoals zijn stuk Palamedes, neemt het zo wel degelijk stelling in kwesties van de oorlog.

Zo geeft Vondel een emotionele kleur aan oorlog - niet alleen aan de conflicten waarin zijn land in zijn tijd verwikkeld was, maar alle oorlogen uit alle tijden. Dat is wat de hoofdstukken in Oorlogsliteratuur samen laten zien: hoe de oorlog sinds de vroegmoderne tijd voor Nederlanders en andere Europeanen is gaan voelen.

Lotte Jensen en Nina Geerdink, red. Oorlogsliteratuur in de vroegmoderne tijd. Vorm, identiteit en herinnering. Hilversum: Verloren, 2013. Bestelinformatie bij de uitgever.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.