Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zaterdag 13 juli 2013

Waarwaarts? Zeewaarts!


Wat is erger? Onbenul of plagiaat?
En - wie volgt D.F. Scheurleer op?
Kortom: oceanen vol zeepoëzie

Door Bart FM Droog


De verschijning van de bundel Zeewaarts! maakte me nieuwsgierig naar meer Nederlandstalige ‘zeepoëzie’.  Via Google belandde ik bij een artikel van René Zwaap in De Groene Amsterdammer van  28 juli 1999. Zwaap berichtte daarin dat de Leidse hoogleraar G. Kalff (1856-1923) in 1915 de bloemlezing Van zeevarende luyden en zee-poëten uitgebracht zou hebben en hij deelde mee:  “De poëzie van de Lage Landen heeft in feite verrassend weinig zeebenen. "

Nu is het gekke dat het boek van G. Kalff geen poëziebloemlezing is, maar een essaybundel over de 1700 pagina’s tellende overzichtsbloemlezing Van varen en van vechten. Verzen van tijdgenooten op onze zeehelden en zeeslagen, lof- en schimpdichten, matrozenliederen. Verzameld door D.F. Scheurleer (1855-1927). 1e dl.: 1572-1654. 2e dl.: 1655-1678. 3e dl.: 1679-1800. Nijhoff, 's-Gravenhage, 1914.

Ergo: uit alles blijkt dat Zwaap het boek van Kalff uit 1915 nooit onder ogen heeft gehad - anders had hij niet beweerd dat het een bloemlezing was, noch dat er verrassend weinig zeepoëzie zou bestaan. De bloemlezing uit 1914 spreekt boekdelen. Het is een allesbehalve obscuur boek, dat in de afgelopen decennia gretig gebruikt is door Nederlandse folk-ensembles. Maar dit - en het geblunder van Zwaap - terzijde.


De zingende walvisch

Want. In de zomer van 1939 verscheen bij uitgeverij H. Meulenhoff de zeepoëziebloemlezing De zingende walvisch. De samenstellers waren Benjamin Cooper en J.W.F. Werumeus Buning. Uitgeverij H. Meulenhoff is een andere uitgeverij dan de bekende J.M. Meulenhoff. Samensteller Benjamin Cooper heeft nooit bestaan - 'hij' was een gezamenlijk pseudoniem van Hans Keilson (1909-2011) en de verder onbekende reclameman/vertaler G. Klaass. J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958) was destijds de bekendste Nederlandse dichter en criticus, schrijver van de intens populaire ballade Maria Lécina (Querido, 1932. De 47ste druk verscheen in 1983). De Walvisch was niet gedateerd en geen enkele bron werd erin opgevoerd - wat ook toen uitzonderlijk was voor een bloemlezing.

De zingende walvisch was voorzien van een door Buning gesigneerd voorwoord, waarin stond: "Een ernstige, groote bloemlezing uit onze maritieme poëzie zou naast het weinige dat er op dit gebied bestaat geen kwaad kunnen; het is een van de rare dingen in Nederland, dat men ze nog niet gemaakt heeft."

Uitgeverij Nijhoff


In oktober 1939 maakte de uitgever van de bloemlezing uit 1914 bezwaar. Dagblad De Tijd citeert 'uitgever Martinus Nijhoff'. Ho! Uitgever Martinus Nijhoff, de grootvader van de dichter Martinus Nijhoff (1894-1954), leefde van 1826-1894. Zijn zoon Wouter Nijhoff (1866-1947) volgde hem op als uitgever. Deze werd als uitgever opgevolgd door zijn neef Wouter Nijhoff (1895-1977). Het is dus mogelijk dat de schrijver van dit krantenbericht doelt op óf de dichter Martinus Nijhoff óf op diens vader of neef. Maar ook dit terzijde.

Nijhoff: "Zoo schrijft de uitgever [H. Meulenhoff] op den omslag; "Een boek met Nederlandsche Zeeliederen, korte gezegden en rijmen, alle betrekking hebbende op het zeeleven. Dit is de eerste maal, dat hier een dergelijke bundel verschijnt. Alle gegevens zijn zooveel mogelijk uit de oorspronkelijke bronnen verzameld uit musea, bibliotheken, zeevaartscholen", enz. (Ik heb geen andere bijdragen in het oudere gedeelte kunnen ontdekken, dan die, welke reeds in "Varen en Vechten" waren afgedrukt)."

Jop Pollmann


Kort daarop werpt Jop Pollmann in Onze Taaltuin zich op de zaak, in het artikel 'Plagiaat of nog erger?' schrijft hij over de gewraakte opmerking in het voorwoord: "Als je zooiets leest, loop je naar je boekenkast en je houdt het kleine, nieuwe boekje naast de drie dikke deelen van Dr. D.F. Scheurleer's 'Van Varen en Vechten', en dan vraag je je met stomme verbazing af, hoe het mogelijk is, dat op litterair gebied nog zulke enormiteiten worden gedebiteerd."

Of de samenstellers van De zingende walvisch plagiaat hebben gepleegd (door het zonder bronvermelding overnemen van veel werk uit het boek uit 1914) of niet, vindt hij een ondergeschikte kwestie: "Wat moeten we ervan denken, wanneer iemand een bepaald werk gaat ondernemen en niet op de hoogte is, nòch op de hoogte wordt gesteld van de groote werken, die er reeds zijn verschenen? Is dat niet een veel ernstiger verschijnsel? Want dan is die onwetendheid niet alleen te constateeren bij de beide verzamelaars en hun uitgevers, maar ook bij de(n) bibliotheekambtenar(en), zonder wier hulp een werkje als het onderhavige toch zeker niet tot stand kon komen. En ligt daar dan geen lacune? Is het voor onze cultuur niet veel erger, dat standaardwerken onbekend blijken te zijn? Is het niet jammer van de moeite, die zóó onnoodig moet worden besteed?"

(...) "Het geval Buning-Cooper-Scheurleer stelt me andermaal voor de dringende vraag, of er, tot groote schade voor ons volk, niet al te veel hapert aan de gezonde popularisatie van onze wetenschap? (...) Wij in onze wetenschap [moeten] er (ook) voor zorgen met een beetje efficiency te werken: het moet niet meer voorkomen, dat op het gebied der letteren; om zoo te zeggen, steeds maar weer gezocht wordt naar de uitvinding van de naaimachine, die allang bestaat."
"Het is voor Buning-Cooper persoonlijk te hopen, dat zij géén plagiaat hebben gepleegd; maar als zij zelf gingen snuffelen en vonden, is het, als verschijnsel, wellicht nog minder ‘onschuldig’ dan plagiaat."


Na de oorlog


Na de oorlog raakte Buning uit de gratie wegens vermeende collaboratie. De beschuldigingen waren onterecht: weliswaar had Buning zich - als zovelen -aangemeld bij de Kultuurkamer, maar hij was ook in het verzet actief geweest. Desalniettemin kreeg hij na de oorlog een publicatieverbod van twee jaar - in hoger beroep teruggebracht tot één jaar. Zijn zware aanpak zou ten dele veroorzaakt zijn door een ziekelijk jaloerse Martinus Nijhoff, die verliefd was op een vrouw waar ook Buning een relatie mee had.

Door naar 1969. P. Hijmans publiceert zijn dissertatie J.W.F. Werumeus Buning. Werk en leven met brieven en documenten (Wolters-Noordhoff nv, Groningen). In dit gedegen boekwerk staat helaas niets over De zingende walvisch-affaire. Het is dus onbekend wat de naweeën van deze affaire waren of wat Buning zelf hierover meegedeeld heeft. 


 2013 - wie voltooit Scheurleers werk?


Terug naar 2013. Het is bijna 100 jaar geleden dat de omvangrijke zeegedichtenanthologie van D.F. Scheurleer is verschenen. Daarna is een stroom aan zeepoëziebloemlezingen uitgebracht. Onderstaande een overzicht van de meest expliciete. Buiten beschouwing gelaten zijn de themabloemlezingen over de kustprovinciën en havensteden, die doorgaans ook vele zeegedichten bevatten. Gezien het grote aanbod rijst de vraag: wordt het niet eens tijd dat iemand het stokje van de in 1927 overleden Scheurleer overneemt en zich zet aan het samenstellen van de grote overzichtsbloemlezing van de Nederlandstalige zeepoëzie 1801-2000?    


 Zeepoëzie / maritieme bloemlezingen 1900-2012 (een onvolledig overzicht)


Onze mannen ter zee in dicht en beeld. Gedichten, portretten, penningen en grafmonumenten door tijdgenooten
. Verzameld door D.F. Scheurleer. Martinus Nijhoff, 's-Gravenhage, 1912-1914. Drie delen. Omvang: 3 dl. (Dl. 1: 1572-1654. - XXIV, 209 p., [50] bl. pl. - dl. 2: 1655-1678. - XVI, 270 p., [57] bl. pl. - dl. 3: 1679-1800. - XVI, 267 p., [54] bl. pl.). Oplage van 230 ex. op zwaar Cartridge papier, genummerd 21-250 en 20 exx. op groot papier Van Gelder, genummerd 1-20. 
Van varen en van vechten. Verzen van tijdgenooten op onze zeehelden en zeeslagen, lof- en schimpdichten, matrozenliederen. Verzameld door D.F. Scheurleer (1855-1927). 1e dl.: 1572-1654. 2e dl.: 1655-1678. 3e dl.: 1679-1800. Nijhoff, 's-Gravenhage, 1914. Deel 1 en 2 zijn integraal te downloaden via: http://www.dbnl.org/titels/titel.php?id=sche055vanv01
 Nederlandsche liederen en balladen. C.M.B. Dixon & Co., Apeldoorn, 1917. Integraal op DBNL te vinden: http://www.dbnl.org/arch/_ned029nede01_01/pag/_ned029nede01_01.pdf. Groot gehalte aan ‘zeepoëzie’
De zingende walvisch. Zijnde een bundel zeemansliedjes en verzen, rijmen, gezegden en rariteiten, uit vele eeuwen, van ernstigen en vermakelijken aard, verzameld en uitgelezen en met een voorrede versierd. Door Benjamin Cooper en J.W.F. Werumeus Buning. H. Meulenhoff, Amsterdam, [1939].
Hart van Holland. Een keur uit onze historische zee-lyriek. De Tijdstroom, Lochem, [1942]. 
De Muze op zee. Een bloemlezing van gedichten over de zee. Bijeengebracht door Adriaan Morriën. VVVB, [Amsterdam], 1951. 55p. 
De dichter en de zee. [Samenstelling en inleiding M. Vasalis.] Vierluik-reeks. Gottmer, Haarlem/Antwerpen, 1960.
Verzen bij de vleet. Gevangen bij het vissen naar dicht en rijm op de wateren en langs de oevers van de voormalige Zuiderzee. [Samenstelling] G.R. Kruissink. Vereniging "Vrienden van het Zuiderzeemuseum", [Enkhuizen?], 1964. 47p.; bijdrager: Rijksmuseum "Het Zuiderzeemuseum" (Enkhuizen); nummers 1-2 van reeks Uit het Peperhuis. Bloemlezing van poezië over de voormalige Zuiderzee. 
Oranje blaast hij al! Gedichten betreffende Noordpoolreizen en de walvisvaart in het Nederlands en (Hollands-) Afrikaans. Verzameld en geannoteerd door C. de Jong. De Jong, [Pretoria], 1981. IX+182p.
Op de brug. 32 dichters van Poetry International over de Nieuwe Willemsbrug in Rotterdam of over andere bruggen, rivieren en zeeën. Samenstelling Joke Gerritsen, Hannie Groen en Martin Mooij [vertalingen door Zehra Aydin ... et al.]; tekeningen leerlingen van de Prins Hendrikschool op het Noordereiland. Rotterdamse Kunststichting/Rotterdamse Boekverkopersbond, Rotterdam, 1982. (Sonde-reeks.) Bevat dit ook oorspronkelijk Nederlandstalig werk?
1 februari 1953. Stormramp en watersnood nagewerkt in gedichten, verhalen en toneeltekst. Samengesteld en van een nawoord voorzien door Ad Zuiderent. Kwadraat, Vianen, 1983. Ook 2de druk 1983.
Het nieuwe avontuur. Ontdekkingsreizen in de poëzie. Samengesteld door Hans Heesen. Uitgeverij Kwadraat, Utrecht, 1991. 100p.
Als een verre zee boven ons. Gedichten over water in het landschap. Samengesteld door Henk van Zuiden. Kwadraat, Utrecht, 1994.
Dat schitterende water. Nederlandse poëzie over de zee. Samenstelling Dirk Kroon (uitgave op initiatief van de directie Noordzee van Rijkswaterstaat). BZZTÔH, 's-Gravenhage, 1996. 
Soms raakt de zee van liefde puur verstild. 100 mooie gedichten over de zee. Samengesteld door Bart Plouvier. Icarus/Anthos, Antwerpen/Amsterdam, 1996. (Icarus is een imprint van De Standaard.) 
Naar 't Zuiderland. Dichters langs de Middellandse zee. Samenstelling Stefan van den Bossche en Koen Vergeer. Lannoo/Atlas, Tielt/Amsterdam, 2002.
Na de watersnood. Schrijvers en dichters en de ramp van 1953. Samengesteld en ingeleid door Ad Zuiderent. Querido, Amsterdam, 2003.
De Wadden in gedichten. Samengesteld door Henk van Zuiden. Uitgeverij 521, Amsterdam, 2004. 
In een blauwgeruite kiel. Gedichten over Michiel de Ruyter. Samenstelling Chrétien Breukers. BnM Uitgevers, Nijmegen, 2007. De Contrabas Bloemlezing.
Vaar naar de vuurtoren. Eiland = isla = island = eilân. Gedichten over twaalf eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden. Samenst. Klaas de Groot. In de Knipscheer, Haarlem, 2010. [Gedichten in het Engels, Fries, Nederlands en Papiaments.]

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.