Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 29 juli 2013

Rijckaert zonder Vreese als feuilleton in Neder-L


Toen in 1951 de handelseditie verscheen van Luc. Debaenes De Nederlandse Voksboeken, was er geen oudere druk van Rijckaert zonder Vreese bekend dan die van Hieronimus Verdussen, Antwerpen 1619. E. van Autenboer noemt in ‘Onbekende drukken van volksboeken en andere duutsche werken in 1569’, in: Leuvensche bijdragen, 45 (1955), p. 134-145, een verloren gegane Antwerpse druk uit of van vóór 1569: nr. 103: Ryckaert sonder bieese [sic], een historie. Helaas moet deze druk als verloren beschouwd worden.
     Rijckaert zonder Vreese is de Nederlandse vertaling van een Franse prozaroman, Richard sans Peur, geredigeerd door Gilles Corrozet. De oudste bekende druk is die van Pierre Mareschal en Barnabé Chaussard, Lyon s.d. Vanaf ca. 1530 wordt de roman ook te Parijs herdrukt door Alain Lotrian en Denis Janot. Deze drukken zijn digitaal (nog) niet beschikbaar, wel een herdruk Barthelemy Ancelin, Lyon 1601. Onlangs vond ik deze druk in facsimile op Gallica, de website van de Bibliothèque nationale de France.
     Met de digitale publicatie van deze druk kan de Nederlande vertaling effectief met de Franse brontekst vergeleken worden. De editie van de roman door Denis Joseph Conlon, Richard sans Peur. Edited from Le Roman de Richart and from Gilles Corrozet's Richart sans Paour, Chapel Hill 1977, is hiervoor minder geschikt.

Rijckaert zonder Vreese lijkt op het eerste gezicht een niemendalletje over een ruige bolster met een blanke pit die van een vrij en ridderlijk leven houdt, en wiens voornaamste eigenschap is dat hij niet bang is voor de duvel en zijn oude moer. Maar dat is schijn. Onder de luchtig vertelde avonturen van de hoofdpersoon, hertog van Normandie en zoon van Robrecht de Duivel, gaat een complex referentiekader schuil met als rode draad de niet aflatende strijd tussen de mens en de duivel, die er voortdurend en stelselmatig op uit is de mens te verleiden en te bedriegen om na zijn dood zijn ziel mee te kunnen nemen naar de Hel. Dit demonisch kat en muis spel vindt zijn climax in het zeven jaar durende huwelijk dat Rijckaert sluit om toe te geven aan de uitdrukkelijke verlangens van zijn leenmannen, die vinden dat hij een vrouw moet nemen om de hertogelijke dynastie te waarborgen. Uit Rijckaerts reactie blijkt dat hij er zelf absoluut geen behoefte aan heeft om zijn vrije leven in te ruilen voor dat van een gehuwd man, waarmee hij zich een aardje naar zijn vaartje toont. Bovendien wier hand zou hij moeten vragen?
     Rijckaert weet het goed gemaakt. Zeven jaar daarvoor vond hij een zuigeling in een boomtop die bij nader onderzoek door een vrouw met kennis van zaken een meisjesbaby van drie dagen oud bleek te zijn. Althans ... In feite ging het om de duivel Brundemor die deze metamorfose had aangenomen om Rijckaert te bedriegen. En dat hij dat boven in een boom deed, was mogelijk bedoeld als travestie naar de legende van de Droge Boom, die wij kennen uit onder andere het Bouc vanden Houte. Deze naamloze baby vondeling wordt op last van Rijckaert ver van de bewoonde wereld door zijn boswachters echtpaar groot gebracht. Het meisje groeit als kool. Als zij 7 jaar oud is, oogt zij als een vrouw van 14, dat wil zeggen volwassen, geslachtsrijp en huwbaar.
     Het huwelijk wordt gesloten en zeven jaar lang leven Rijckaert en zijn echtgenote als man en vrouw. Daarna wendt zij een dodelijke ziekte voor en doet zij alsof zij sterft. Dankzij de verwikkelingen rond haar uitvaart komt Rijckaert erachter dat hij zeven jaar lang het bed gedeeld heeft met een duivel in vrouwengedaante. Hoe hem dat bevallen is, wordt nergens verteld, maar aan het einde van de roman toont de duivel zich dankbaar voor die jaren. Natuurlijk kuist de Nederlandse vertaler of de drukker hun slaapkamergeheimen, maar in de Franse brontekst wordt wel degelijk gesuggereerd dat Rijckaert onbevreesd zijn echtgenote besteeg. En wie bekend is met de Arturroman Erec et Enide zal een déja vu-ervaring krijgen bij het lezen van de woorden: “in welcken tijdt hy niet veel avontueren gehat en hadde, weerdich te beschrijven.” Maar ... hier zet de vertaler ons op het verkeerde been – het zoveelste bewijs dat ook dit soort ‘pulp fiction’ niet zonder de brontekst gelezen kan worden. Gelukkig kan Rijckaert later zijn afkeer en weerzin voor het huwelijk als gevolg van dit bedrog na een kluizenaarschap in de abdij van Fescamp overwinnen als hij oog in oog komt te verkeren met Clarice, de dochter van koning Astolpho van Enghelandt tijdens een tournooi te Parijs, dat werd uitgroepen door koning Carel de Groote van Vrancrijc.
     Clarice is de ‘verloofde’ van een Engelse ridder die luistert naar de naam l’Amoureux de Galles: de verliefde c.q. minnaar van c.q. uit Wales, die kennelijk de instemming van haar vader geniet. Clarice echter blijkt, zoals wel vaker voorkomt, zich niet te kunnen vinden in de partnerkeuze van haar vader. Zij geeft Rijckaert ondubbelzinnig blijk van haar wederverliefdheid en stemt in met een ontvoering. Dat er om haar gevochten wordt, waarbij er doden vallen en de Welsche minnaar ernstig heupletsel oploopt, het kan haar humeur niet echt bederven, blij als zij is nu de vrouw en echtgenote te zijn van Rijckaert zonder Vreese.
     Natuurlijk laat haar vader dat niet op zich zitten en valt hij met een leger Normandie binnen. Rijckaert zou de oorlog verloren hebben als zich niet een Zwarte Ridder had aangeboden zijn ‘engelbewaarder’ in de strijd te zijn op voorwaarde dat Rijckaert hem tezijnertijd een wederdienst zal bewijzen. Die Zwarte Ridder is niemand anders dan de duivel Brundemor die zeven jaar lang Rijckaerts echtgenote was. Rijckaert – die natuurlijk van niets weet, immers ook toen gold: een man merkt nooit wat – accepteert het aanbod en krijgt daar geen spijt van. De Zwarte Ridder maakt minced meat van de Engelsen en dwingt hen zich terug te trekken in hun boten. En redt daarmee het huwelijk van Rijckaert en Clarice.
     Enige tijd later vraagt de Zwarte Ridder om de beloofde wederdienst en wil hij dat Rijckaert voor hem in het strijdperk treedt tegen de duivel Burgifer, die Brundemor uit zijn ambt als seneschal van de Hel wil zetten. Tijdens een rustpauze in dat gevecht vraagt Burgifer of Rijckaert wel weet namens wie hij in het strijdperk getreden is. Rijckaert laat zich niet gek maken en zegt: Een man een man, een woord een woord. Nadat Burgifer zich overgegeven heeft omdat hij niet bestand is tegen de slagen met de appel van Rijckaerts zwaard, dat reliquiën bevat, wordt hij naar de bewoonde wereld geëxcorteerd door de intens tevreden Brundemor die zijn ambt terug heeft. Daarbij spreekt Brundemor dankbaar over de gelukkige jaren als kind en later als vrouw van Rijckaert. Rijckaert reageert gegêneerd en vraagt Brundemor “par amour” hierover op te houden en hem voortaan niet meer te bedriegen, met als resultaat een middeleeuws herenaccoord.

Wie vertrouwd is met middeleeuwse literatuur zal de nodige ontleningen herkennen aan andere teksten en ook is de roman gestoffeerd met de namen van helden uit de wereld van Karel de Grote. Maar hoe groot die helden ook zijn, Rijckaert is de allerbeste ridder van allemaal. En altijd maakt hij zijn epitheton ornans ‘zonder vrees’ waar.

In de eerste dagen van april van dit jaar verloor ik mijn stem. Aanvankelijk werd gedacht aan een onschuldige keelontsteking die met geduld verdwijnen zou. Maar toen mijn geduld op was en mijn stem nog altijd niet terug heb ik een KNO arts van het AMC (UvA, Amsterdam) geconsulteerd. Die constateerde dat mijn linker stemband niet bewoog. Op de CT-scan die daarna gemaakt werd, waren dingen te zien die er heel beroerd uitzagen. Intensief vervolgonderzoek bracht aan het licht dat ik leed aan slokdarmkanker op een plaats die inoperabel is. Van 19 juni tot 26 juli j.l. ben ik dagelijks bestraald en heb ik wekelijks chemo gekregen met als doel de tumor te vernietigen. Bij wijze van afleiding en om de moed erin te houden heb ik tussen de bedrijven door deze roman geëditeerd, daarbij gebruik makend van een door mij begeleide doctoraalscriptie van Suzanne Preij (Amsterdam 2004). Haar zeer nauwkeurig afschrift heb ik opnieuw gecollationeerd naar fotokopieën van de druk van Verdussen en in voetnoten heb ik de druk van Barthelemy Ancelin, Lyon 1601 diplomatische geëditeerd, omdat die nagenoeg gelijk zal zijn geweest aan de tekst die de vertaler gebruikte. Graag draag ik deze editie op aan de artsen, verpleegkundigen en medewerkers van het AMC als dank voor de meelevende en invoelende manier waarop zij mij de afgelopen drie maanden onderzocht, behandeld, begeleid en verzorgd hebben.

Willem Kuiper

1 opmerking:

  1. Beste Willem,

    Velen zullen je erkentelijk zijn dat je op deze wijze van je nood ook nog een literair-historische deugd hebt weten te maken. Het zal je zeker mentaal geholpen hebben zonder vrees deze duivel te bedwingen.
    Ik wens je veel beterschap en een spoedig herstel.

    Ad Welschen

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.