Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

zaterdag 6 juli 2013

Lezen door een 3D-bril


Over Thomas Vaessens' Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur

Door Marc van Oostendorp



hip filmpje

Het werk van de Amsterdamse hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde Thomas Vaessens is fascinerend om te volgen. Hij werkt hard en hij denkt altijd serieus na over zijn vak. Daarbij probeert hij verder te kijken dan de individuele beschrijving van een enkel meesterwerk. Hij probeert een theorie te bouwen, antwoorden te vinden op grotere vragen. Wat is literatuur? Hoe moeten we de ontwikkeling van de literatuur begrijpen? Of haar plaats in de samenleving? En wat is daarbij de rol van de literatuurwetenschapper?

Soms verandert hij daarbij van mening en van richting, zoals dat hoort bij iemand die met zulke ingewikkelde dingen bezig is. En hij nodigt uit om met hem mee te denken, hem tegen te spreken en je door hem dan soms toch weer te laten overtuigen.

Zijn nieuwste boek, Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur, is zijn beste, vind ik. 

Het boek is kennelijk primair bedoeld als studieboek voor de propedeuse in Amsterdam, maar ook prima te lezen zonder de bijbehorende colleges. Een traditionele literatuurgeschiedenis (Multatuli heette eigenlijk Eduard Douwes Dekker, en streed zijn leven lang met geldproblemen; zijn bekendste boek is Max Havelaar) is het bepaald niet: het is eerder een theoretische reflectie op wat dat nou eigenlijk precies is, een literatuurgeschiedenis.

Dat is op het eerste gezicht een beetje wennen, omdat Vaessens vrijwel ieder van de begrippen in de titel ter discussie stelt. Modern is het enige woord dat hij (naast van de) ongeclausuleerd handhaaft, al bespreekt hij wel uitgebreid wat ermee bedoeld wordt: dat mensen in de negentiende en de twintigste eeuw in de 'moderne tijd' leefden, wordt als een vaststaand feit beschouwd. 

Knellen

In de eerste plaats heeft hij een originele kijk op de geschiedenis. Die kijk is, zou je kunnen zeggen, ahistorisch. Vaessens gaat ervan uit dat de afgelopen tweehonderd jaar één langgerekte periode vormen (die eventueel momenteel aan het aflopen is, dat laat hij in het midden). Het belang van kleinere deelperioden binnen dat tijdvak – de 'romantiek', het 'naturalisme', het idee dat er steeds weer nieuwe generaties opstaan die in opstand komen tegen de vorigen – relativeert hij vervolgens sterk. Er ís wel romantiek, er ís wel realisme, maar dat zijn eerder manieren om de wereld te zien en de literatuur te lezen die je eigenlijk bij schrijvers in de hele periode kunt vinden. 

Ook de begrippen Nederlands en literatuur relativeert hij. Herhaaldelijk gebruikt hij voorbeelden uit buitenlandse literatuur (er is bijvoorbeeld tamelijk veel aandacht voor T.S. Eliot) en van andere kunstvormen – van muziek tot en met film. Af en toe krijg je de indruk dat de beperking tot de Nederlandse letterkunde alleen maar is ingegeven door het feit dat dit nu eenmaal Vaessens leeropdracht is, maar dat deze af en toe begint te knellen. (De professor maakt in zijn boek als ik me niet vergis zelfs nog een Hitchcock-achtige cameo als hij op een foto voorbij komt rennen.)

Frames

Zoals gezegd probeert Vaessens af te komen van het idee van periodes. In plaats daarvan stelt hij een begrip dat hij losjes baseert op een idee uit de cognitieve taalwetenschap: dat van frames. (Vaessens baseert zich vooral op twee populariserende boeken van George Lakoff.) Van die frames onderscheidt de schrijver er vervolgens vijf, waarvan de namen wel corresponderen met die van vertrouwde perioden: het romantische, realistische, avangardistisch, moderne en postmoderne frame. 

Die frames zijn manieren van denken en manieren van lezen: het zijn samenhangende verzamelingen concepten en metaforen ('de dichter is een eenzame ziener, onbegrepen door zijn eigen volk', 'belastingen zijn een last voor de hardwerkende burger') die samen definiëren hoe iemands wereld eruit ziet. 

Wij mensen hebben frames, volgens de aanhangers van deze theorieën, nodig. Zonder frames zou de werkelijkheid eindeloos gefragmenteerd en versnipperd zijn, een opeenhoping van zinloze feiten en gebeurtenissen. In die zin kunnen we de werkelijkheid ook niet kennen buiten frames. Buiten frames bestaat er alleen totale, vormeloze waanzin.

Glaasjes

Dat wil dus zeggen dat we door een frame niet de werkelijkheid zien, maar wel een werkelijkheid. Je kunt het begrijpen als de rode en groene glaasjes in een 3D-bril. Zo'n glaasje filtert een deel van de beelden weg; maar dat is ook nodig wil het menselijk oog iets kunnen maken van het chaotische beeld op het scherm.

Vaessens presenteert dus vijf van die gekleurde glaasjes om de literaire werkelijkheid van de moderne tijd te kunnen bekijken. Wie door een romantisch glaasje kijkt, ziet bijvoorbeeld hoe het mechanische van de moderne wereld kil en koud tegenover het organische van de natuur en het dichterlijk genie staat; wie door een modernistisch glaasje kijkt, ziet juist hoe een gedicht een autonoom kunstwerk is, een mechaniekje dat de lezer helemaal kan ontcijferen.

De schrijver lijkt overigens interessant genoeg af en toe moeite te hebben met het denken in frames. Hij zegt dat het tegen 'het alledaagse, commonsensical taalbegrip' ingaat: "Taal wordt doorgaans opgevat als een reflectie van de realiteit buiten de taal." (p. 113) In een frames-benadering is dat dus niet zo: over de realiteit buiten de taal valt niets te zeggen. Zelfs wat je ziet of proeft kun je bijvoorbeeld nooit écht beschrijven.

Ontsnappen

Toch blijft Vaessens vervolgens af en toe vast te houden aan het idee dat er ook een werkelijkheid is: "Het is, zoal altijd in de literatuur, complexer en gelaagder dan eenvoudige denkschema's doen vermoeden. We mogen dus niet vergeten dat zulke denkschema's, zoals onze frames, slechts hulpconstructies zijn." (p. 141) Ook verderop heeft hij het over "ontsnappen aan een frame" (p. 168). Dat lijkt me niet helemaal juist. 

Althans, 'onze frames' zijn natuurlijk hulpconstructies waar soms zaken buiten vallen; maar dat betekent alleen dat de frames die 'we' hebben geformuleerd nog niet precies genoeg zijn, en vervangen moeten worden door andere. In die zin is de beperking tot vijf algemene frames natuurlijk een gerechtvaardige simplificatie: in feite zijn er allerlei variaties op het avantgardistische of het postmodernistische frame. 

In feite is Vaessens volgens mij op zulke momenten gevangen in het frame dat hij zelf 'realistisch' noemt: het idee dat er a priori een werkelijkheid bestaat, dat mensen die werkelijkheid kunnen kennen, en dat ze die dan in taal precies kunnen beschrijven. Dat realistische frame ziet Vaesssens dus als 'commonsensical' en 'alledaags'. 

(In een interview op De Contrabas rept de interviewer van de mogelijkheid van een 'frameloze literatuurbeschouwing'. Vaessens gaat daar niet op in, maar een frameloze literatuurbeschouwing is onmogelijk. Je kunt de wereld, die ingewikkelde meerdimensionale werkelijkheid, niet zonder brilletje bekijken.)

Ahistorisch

Zoals gezegd is Vaessens werkwijze grotendeels ahistorisch. Hoewel hij wel ergens een keer het belang van de historische sensatie benadrukt, en uitlegt dat je daarvoor ook moet inzien hoe anders het verleden is, behandelt hij de hele periode als ware het één moment van moderniteit, met alleen vijf verschillende facetten.

Daarbij gaat wel een beetje verloren dat die frames natuurlijk ieder voor zich een historische ontwikkeling hebben doorgemaakt. De post-moderne 'leesstrategie' kun je toepassen op Sara Burgerhart, maar die manier van lezen bestond in de tijd van Wolff en Deken nog niet. Bovendien hebben veel van die frames natuurlijk een beweging door de sociale ruimte doorgemaakt. Vaessens stipt zelf bijvoorbeeld al even aan hoe de romantische blik op de dichter als onburgerlijk genie nog steeds betekent dat iedereen uit een groepsfoto nog steeds Jean-Pierre Rawie of Ilja Leonard Pfeijffer als de dichter eruit zou halen, maar hoe er tegelijkertijd in onze tijd een ironisch patina om dat imago is gekomen.

Zo kun je je ook afvragen of het toeval is dat Vaessens, die opgeleid is door Wiljan van den Akker en Gillis Dorleijn – allebei lezers die volgens Vaessens de letteren bekeken in een modernistisch frame – uitgerekend nu met dat idee van frames komt. Dat idee past natuurlijk zelf bij uitstek in het postmoderne frame: het is immers een uitvloeisel van de gedachte dat de werkelijkheid sterk verbrokkeld is, dat er niet één geprivilegieerde manier is om ernaar te kijken, enzovoort. Het is daarbij dan toch wel verleidelijk om te denken: Vaessens volgt op Van den Akker zoals het postmodernisme op het modernisme.

De lezer centraal

Nee, eigenlijk is dat ook niet helemaal juist. Die frames passen eigenlijk in een frame dat wel op het postmodernisme lijkt, maar daar toch net van verschilt. En dat me eigenlijk ook recenter lijkt – de nieuwste manier van kijken.

Van de vijf frames van Vaessens' literatuurbeschouwing stellen er drie de auteur centraal: het romantische frame ziet hem als een genie, het avantgardistische als een voortrekker en het realistische als een wetenschapper. Twee stellen de tekst centraal: het modernistische ziet hem als een mechaniek dat wordt bijeengehouden door een subject, het postmodernistische juist als een verbrokkelde product van de taal zelf.

Maar het zesde frame stelt de lezer centraal. Die lezer kan zo'n gekleurd glaasje nemen en er elke willekeurige tekst mee bekijken. Het doet er niet toe wat de schrijver precies wilde (dat Multatuli niet voor afschaffing van het kolonialisme was betekent niet dat we Max Havelaar niet als een antikoloniale roman kunnen lezen), en het doet er niet toe wat de tekst eigenlijk betekent, want er is geen eigenlijk.

"Misschien moeten we op een gegeven moment vaststellen," luidt de laatste zin van Vaessens boek, "dat dit verhaal [van de literatuur in de toekomst] een zodanige andere rol van schrijvers en van literatuur impliceert, dat er nieuwe frames nodig zijn om de literatuur van de toekomst te duiden." Maar misschien gaat het in het nieuwe verhaal wel niet langer om schrijvers en literatuur, maar om de lezers. En is het verhaal van de frames zelf het nieuwe frame.


Thomas Vaessens. Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur. Van Tilt, 2013. Bestelinformatie bij de uitgever.

Fabian Stolk is Vaessens' boek ook aan het lezen: aflevering 1, aflevering 2

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.