Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

maandag 29 juli 2013

Als De Schutter dat geweten had, of zou geweten hebben...



door Jan Stroop


Georges de Schutter betoogt in zijn artikel ‘De werkwoordelijke eindgroep en nog steeds geen einde?’ dat metrum en ritme belangrijke factoren zijn bij de keuze van de volgorde in de werkwoordsgroep. ’t Is een artikel dat zich niet leent voor lezing bij hoge temperaturen. Marc van Oostendorp geeft er in zijn blog de essentie van weer: we zeggen liever gelopen had dan had gelopen, omdat de eerste volgorde beter klinkt. Dat laatste vind ik ook, maar de vraag is of dat ‘klinken’ wel uit dit onderzoek geconcludeerd mag worden. De Schutter baseert zich namelijk op geschreven taal, een roman van Hella Haasse en teksten uit twee Vlaamse kranten (Knack en De Standaard) van journalisten die beide volgordes door elkaar gebruiken, de rode (had gelopen) en de groene (gelopen had) volgorde. Zo heten ze nu eenmaal, sinds ze met die kleuren door Anita Pauwels op haar dialectkaarten weergegeven werden.


Dat er grote verschillen zijn tussen geschreven en gesproken taal had ik al gemerkt toen ik de uitkomsten van 't boek van Mona Arfs vergeleek met de gegevens uit het Corpus gesproken Nederlands (CGN), meer speciaal die uit de subcomponenten 'spontane spraak'; bij elkaar zijn dat ruim 5 miljoen woorden. ’t Corpus van Arfs bestond uit voorgelezen teksten (bijv. voor het TV-Journaal), krantenteksten en juridische teksten, kortom geschreven taal, net als bij De Schutter. Zie onderstaand staatje (NB. gekocht staat hier voor ‘voltooid deelwoord’) .

   Totaal
   had gekocht
   gekocht had
    CGN (Ned.)
   4212
    1573 : 37%
     2639 : 63%
      Arfs
   3642
    2625 : 72%
     1017 : 28%

              Tabel 1. Volgorde in de tweeledige groep in de bijzin

Het antwoord op de vraag waarom de volgorde <hulpwerkwoord-voltooid deelwoord> in de onderzochte geschreven taal van Arfs zo vaak voorkomt, ligt voor de hand. Journalisten vinden dat die volgorde beter is. Dat hoorde ik al in 1970. Toen ik onlangs een vooraanstaand  journalist van De Volkskrant vroeg waarom hij toch steeds de rode volgorde schreef, was dit zijn antwoord: “het is inderdaad iets dat journalisten elkaar wijsmaken. Toen ik bij de Volkskrant begon en 'geweest is' schreef, zei een eindredacteur: 'is geweest' is mooier.' Toen ik vroeg waarom dan, zei hij: 'Dat zei Jan Blokker.' Dus tja, dan sta je met de mond vol tanden. Maar ik zal erop letten. ” 

Van dat laatste mooie voornemen is bij deze journalist weinig te merken. Als zelfs een stijlbewuste journalist het niet kan laten om (bijna) steeds de rode volgorde te gebruiken, dan is 't geen wonder dat 't bij zijn collega's ook de gewoonste zaak van de wereld is. Kijk er trouwens de kranten maar op na en anders de hertaling van Max Havelaar. Bij sommigen is 't een dwangneurose geworden die zinnen produceert als: nadat ze 60 jaar waren getrouwd.

Juist als het gaat om wat beter klinkt of soepeler loopt, is een database met gesproken taal een belangrijke aanvulling, of liever gezegd, die zou op de eerste plaats moeten komen. Dat blijkt nu opnieuw uit de verschillen tussen wat De Schutter gevonden heeft en wat het CGN te zien geeft.

Op blz. 16 constateert De Schutters: “dat heeft/hebben opgeraapt bij de meeste taalgebruikers zoveel populairder is dan opgeraapt heeft/hebben.”  ’t Aantal gevallen van zulke scheidbaar samengestelde werkwoorden in zijn corpus is 118:  bij 94 (80%) staat ’t hulpwerkwoord voorop (rood) , bij 24 (20%) ’t deelwoord (groen). De Schutter voert die voorkeur voor rood bij dit soort werkwoorden terug “op de algemene tendens om in de werkwoordelijke eindgroep bij voorkeur een jambisch patroon te realiseren.” En op blz. 28 stelt hij inderdaad vast dat 57% van de gerealiseerde eindgroepen een jambisch patroon vertonen en ook, op één na, allemaal het hulpwerkwoord vooraan hebben. Jammer dat hij hier geen voorbeelden geeft. Betreft 't eindgroepen met een meervoudig  hulpwerkwoord, zoals 't enige voorbeeld dat op blz. 16 staat: hebben opgeraapt? Dat is in elk geval niet jambisch, maar trocheïsch. Overigens kunnen zijn conclusies op zijn best alleen gelden voor bepaalde soorten geschreven Nederlands.

In ’t gesproken Nederlands van ’t CGN liggen de verhoudingen bij die scheidbaar samengestelde werkwoorden duidelijk anders. Ik heb 167 gevallen gevonden (oplossen, opnemen,  opzetten, opstellen,  meemaken,  meegaan, enz.). De percentages zijn hier: rood 40%,  groen 60%.  Dus andersom als bij De Schutter. In gesproken Nederlands is de volgorde opgeraapt heeft/hebben populairder dan de omgekeerde. Voor dat Nederlands is dus ook een andere verklaring nodig, want opgeraapt heeft/hebben is niet jambisch, zelfs niet regelmatig.

Perfect jambisch is een werkwoordsgroep als gelopen had:  hij vertoont een opeenvolging van zwak-sterk-zwak-sterk, in de notatie De Schutter: <- + - 0>. Bij een groep als gewerkt had hebben we een onvolledig jambisch patroon: zwak-sterk-zwak, of <- + 0 >. Dan zijn er groepen als gewerkt hebben waarbij "geen enkele variant tot een excellent resultaat leidt, b.v. als de alternatieve werkwoordelijke groepen resp. het patroon <-+0-> (gewerkt hebben) en <0- -+> (hebben gewerkt) vertonen” (blz. 35). Geen van tweeën is jambisch. De Schutter heeft "de voor het volledig begrijpen van voorkeuren" de relevante vraag welke keuze hier gemaakt wordt, moeten laten liggen.

In 't  CGN komen 183 van zulke werkwoordsgroepen voor: 135 vertonen de groene volgorde (74%), 48 (26%) de rode. De volgorde gewerkt hebben (voltooid deelwoord -  hulpwerkwoord) is dus veruit dominant. Hier heeft een eventuele metrische voorkeur voor de jambe geen rol gespeeld. Interessanter is nu welke volgorde de sprekende Nederlander kiest in het enkelvoud. Gewerkt heeft vertoont een jambisch patroon, heeft gewerkt juist niet. Je zou dus verwachten dat bij dit type werkwoordsgroep de groene volgorde nog meer voorkomt dan bij niet-jambische als gewerkt hebben. Dat blijkt niet zo te zijn. Bij een totaal van 176 is 62% gewerkt heeft,  38% heeft gewerkt.

Hoe zit 't met de meerledige werkwoordsgroepen? Niet ondenkbaar dat daar, anders dan bij de scheidbaar samengestelde werkwoorden, wél een jambisch patroon in te herkennen is. Ik neem als voorbeeld de drieledige groep in de bijzin. Zie dit staatje dat afkomstig is uit Stroop 2009.

   CGN
Totaal
    zou hebben gedaan
   zou gedaan hebben
   gedaan zou hebben
Ned.
233
21: 9 %
8 : 3%
204 : 88%
Vla.
206
5 : 3%
153 : 74%
48 : 23%

Tabel 2. Volgorde in de drieledige groep in de bijzin

Volgens De Schutters notatiesysteem ziet die afwisseling er hier zo uit:
Volgorde A, zou worden gedaan: 0 + - -  + (sterk-sterk-zwak-zwak-sterk)
Volgorde B, zou gedaan worden: 0  - + 0 -  (sterk-zwak-sterk-sterk-zwak )
Volgorde C, gedaan zou worden: -  + 0 0 -  (zwak-sterk-sterk-sterk-zwak)

De drie volgordes voldoen geen van alle aan de eis van een regelmatige afwisseling, volgorde C nog ’t minst. Toch wordt die ’t meest gebruikt. Ook als het voltooid deelwoord eindigt op een zwakke lettergreep, gelezen zou hebben, blijft volgorde C metrisch onregelmatig: zwak-sterk-zwak-sterk-sterk-zwak. En dat is ook 't geval als de persoonvorm meervoudig is: gedaan zouden hebben: zwak-sterk-sterk-zwak-sterk zwak. Alleen gelezen zouden hebben is regelmatig én jambischzwak-sterk-zwak-sterk-zwak-sterk.
Ook bij dit type werkwoordsgroep is de keuze van de volgorde niet bepaald door een metrische factor.

In bovenstaande tabel 2 is te zien dat er grote verschillen bestaan tussen Nederland en Vlaanderen. In de gesproken taal in Nederland wordt een ander patroon gebruikt dan in die in Vlaanderen. In Vlaanderen is dat in meerderheid volgorde B, in Nederland in een veel groter percentage volgorde C. Dat verschil wordt zelfs groter bij de andere werkwoordsgroepen; en er blijkt systeem in te zitten; zie Stroop 2009. Wel zijn ’t alle twee uitbreidingen van de tweeledige groep, maar ze verlopen anders. Aan de tweeledige groep is niet te zien van welk systeem hij deel uitmaakt.

In ’t Nederlandse systeem staat ’t deelwoord maximaal vooraan:
bijzin: gekocht had
hoofdzin: (zou) .. gekocht hebben
bijzin: gekocht zou hebben
hoofdzin: (zou) .. gekocht willen hebben
bijzin:  gekocht zou willen hebben
enzovoorts

In ’t Vlaamse staat ’t voltooid deelwoord onmiddellijk voor ’t laatste (hoogste) hulpwerkwoord:
bijzin: gekocht had
hoofdzin: (zou) .. gekocht hebben
bijzin: zou gekocht hebben
hoofdzin: (zou).. willen gekocht hebben
bijzin: zou willen gekocht hebben
enzovoorts

In de 17e eeuw werd 't Vlaamse systeem, de eigen syntactische norm in Vlaanderen (Daems 1981), door Nederlandse schrijvers bijna even vaak gebruikt als 't andere: 43% tegenover 48% de andere volgorde, en de overige de derde volgorde. In 19e-eeuwse Nederlandse kranten is 't bijna 50%; zie tabel 3. Ook Multatuli schreef meestal zo: "uitdrukkingen ...die in de tweede kamer zouden gebezigd zyn." (6-12-1862).

  Kranten
Totaal
   zou hebben gedaan
     zou gedaan hebben
   gedaan zou hebben
19e e
 9352
     2937 : 31,4 %
 4597 :  49,2%
 1818 : 19,4%
20e e
38301
17987 : 47%
7158 : 18,7%
13156 : 34,3 %
1980-89 
  1131
      755: 67% 
      6 : 0,5% 
    370 : 32,5% 

Tabel 3. Volgorde in de drieledige groep in de bijzin (Historische kranten)

Tegenwoordig komt dit Vlaamse systeem in de Nederlandse kranten vrijwel niet meer voor; tussen 1980 en 1989 was 't daar nog maar 0,5%,  in gesproken Nederlands is 't 3%; zie tabel 2 en 3. Er heeft in dat gesproken Nederlands dus een ingrijpende verandering plaats gevonden, die 't voltooid deelwoord helemaal naar voren haalde. Daardoor ontstond een type werkwoordsgroep met een ander intonatiepatroon: een sterk begin, gevolgd door neergaande reeks hulpwerkwoorden, een soort groen intonatiepatroon. 

't Vlaamse systeem, een stijgende reeks gevolgd door 't hoogtepunt, gevolgd door een korte neergang, rood+groen eigenlijk, weet in Vlaanderen van geen wijken; zie Daems 1981. Waarom dat zo is en waarom dat systeem in Nederland wel verdwenen is, daar zou nog eens naar gekeken moeten kunnen worden, dus niet steeds alleen maar naar die tweeledige werkwoordsgroep. Dat is mijn desideratum. En misschien moet iemand ook eens proberen zijn eigen voorkeuren onbevangen te beschrijven, net zoals een grammaticus dat doet. Niet vanaf papier, maar al sprekende.

De Schutter heeft een ander desideratum:  Zo’n omvangrijk corpus (een gediversifieerd corpus met inbegrip van gesproken taal) is ook een absolute must. En verderop nogmaals: een ruim elektronisch doorzoekbaar corpus bij voorkeur dan ook nog eens met een uitgesproken sociolinguïstisch profiel wat de sprekers / schrijvers en de aard van de onderzochte teksten betreft.

Maar dat is er dus al, ’t Corpus Gesproken Nederlands!  Als De Schutter dat geweten had….


Literatuur:
Mona Arfs, M. Rood of Groen? De interne woordvolgorde in tweeledige werkwoordelijke eindgroepen met een voltooid deelwoord en een hulpwerkwoord in bijzinnen in het hedendaags Nederlands,  Göteborg 2007.

Frans Daems,  Een eigen syntactische norm in Vlaanderen? Volgordevariatie in werkwoordgroepen. In: Hdl. Nederlands Filologencongres, Holland University Press, Amsterdam 1981: 119-125.


12 opmerkingen:

  1. Stroops stelling dat metrum normaal gesproken weinig of geen effect heeft op de keuze tussen de groene en de rode volgorde blijkt ook uit een recent corpusonderzoek van Gert de Sutter naar krantenartikelen.

    Dit kan in literaire teksten natuurlijk gemakkelijk anders zijn. Het zou daarom interesant zijn om bij schrijvers die dit effect laten zien, te onderzoeken of metrum ook effect heeft op de keuze tussen de ongemarkeerde volgorde en de stilistisch gemarkeerde volgorde , dus tussen "dat-ie komen kan" en "dat-ie kan komen".

    De hypothsee dat er een zekere correlatie tussen de twee verschijnselen is, lijkt voor de hand te liggen: auteurs die het metrum effect vertonen bij de keuze tussen groen en rood, zullen wellicht ook meer (metrum-gestuurde) variatie vertonen tussen en dan sprekers/auteurs die dit effect niet vertonen).

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. De woordvolgordes die ik tussen vishaken geplaats had worden niet uitgespelt: lees "de ongemarkeerde volgorde en de stilistisch gemarkeerde volgorde" in de tweede alinea als volgt: "de ongemarkeerde volgorde hulppww-infinitief en de stilistisch gemarkeerde volgorde infinitief-hulpww".

      Verwijderen
    2. Ik heb even gezocht in 't Corpus Gesproken Nederlands:

      stilistisch gemarkeerd:
      beloven + hww 0
      geloven + hww 0
      bedenken + hww 0
      komen + hww 0

      ongemarkeerd
      hww + beloven 0
      hww + geloven 9
      hww + bedenken 3
      hww + komen 379

      Verwijderen
    3. Dat gevallen van het type 'komen kan' in het CGN niet gemakkelijk te vinden zijn, verbaast me niet echt, omdat ik de indruk heb dat dat meer in het bijzonder een kenmerk van 'literaire' taal is: vandaar ook de de beperking van mijn hypothese tot de bellettrie .

      In Vestdijks "kind tussen vier vrouwen" kwam ik het onlangs weer vele malen tegen, bijvoorbeeld: p.5 (vallen kon), p.19 (zien kon), p.21 (doen zou, bechermen zou), p.88 (trouwen zou), 196 (maken kon), 203 (hebben kon), p.210 (smelten kon), p.221 (vertellen wou), p,223 (spreken wilde), p.226 (ontsnappen zou, trippelen laat), p.227 (uiten kon), 236 (wandelen moest), 238 (schreeuwen kon), en dat gaat zo maar door in de tweede helft van de roman. Ik heb in de tweede helft overigens meer gevallen aangetekend dan in de eerste maar dat kwam wellicht doordat ik er bij het lezen steeds meer op gespitst raakte (ik heb er in de eerste helft vast vele overgeslagen). De paginanummer verwijzen overigens naar de editie in de "Verzamelde romans”.

      Natuurlijk is Vestdijk vanwege zijn afkomst (Harlingen) niet de meest ideale auteur om te onderzoeken, hoewel ik geen enkele geinverteerde reeks van drie of meer werkwoorden gevonden heb, zodat dialectinvloed niet erg waarschijnlijk lijkt. De hoge frequentie van het voorkomen van de geinverteerde volgorde valt me vaker op in (vooral wat ouder) literair werk, ook bij auteurs uit het westen; ik heb ze helaas nooit eerder getagd. Ik geef er hier een paar die ik uit de dbnl versie van Haasse’s “Zelfportret als legkaart” heb gehaald (ik heb alleen op 'kan' gezocht): tonen kan, vermoeden kan, groeien kan, overwinnen kan, hervinden kan, lezen en schrijven kan, herinneren kan (2x).

      De gesuggereerde hypothese geldt dus voor het auteurtype Vestdijk, Haase, etc.

      Verwijderen
  2. En uitgespeld moet natuurlijk niet met een "t".

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Een vergelijking met verwante talen lijkt me ook wel interessant. De "Vlaamse" doorbreking van de werkwoordelijke eindgroep komt ook in het Luxemburgs voor, mogelijk ook nog in aangrenzende Duitse dialecten. In de Noord-Nederlandse dialecten staat daar nog een andere volgorde tegenover:

    - gedaan hebben zou

    Deze volgorde is standaardtalig in het Fries en het Duits, maar wat ongewoon in het Nederlands. Aardig is dat ons "gedaan zou hebben" dan weer fout Duits is en "min Frysk" (het komt wel voor, maar wordt als hollandisme afgekeurd). Blijkbaar is er toch 'n oude noord-zuidtegenstelling.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Beste Plaatsman, Voor een deel is dit onderzoek al gedaan. Een goed overzicht van de verschillende woordvolgordes in de verschillende Nederlandse dialecten is te vinden in Barbiers e.a. (2008), Syntactische Atlas van de Nederlandse Dialecten, deel 2. Amsterdam: Amsterdam University Press. Een vergelijking van de woordvolgordes tussen de verschillende Germaanse talen is te vinden in (bijv.) Susi Wurmbrand: 'Verb clusters, verb raising and restructuring' in Martin Everaert & Henk van Riemsdijk (2006). 'The Blackwell Companion to Syntax". Oxford (US)/Malden (UK): Blackwell Publishing. Dit laatste is wat technischer maar de overzichten in de verschillende tabellen zijn wel handig. Stuur me een mailtje als je daar een kopietje van wilt hebben.

      Verwijderen
    2. Dag Hans,

      Technisch is voor mij niet zo'n probleem, ik zou dus zeker geïnteresseerd zijn in een kopietje van dat laatste artikel! Het lukt me alleen zo gauw niet om je e-mailadres te achterhalen, maar misschien gaat 't ook als je me contacteert via mijn blog, of via een persoonlijk bericht op twitter (@MarcelPlaatsman).

      Groet,

      Marcel

      Verwijderen
  4. Bij Jan Stroops beschouwingen drie opmerkingen.

    Een. Gegeven de kunstmatige stijlregels van Nederlandse kranten in de laatste decennia met betrekking tot werkwoordvolgorde is het de vraag hoe informatief de frequenties van Nederlandse kranten voor de periode 1980-1989 (Tabel 3) zijn. Zijn zij op dit punt echt representatief voor de schrijftaal in Nederland?

    Ten tweede wil ik erop wijzen dat geschreven taal niet noodzakelijk schrijftaal is. Veel van wat je op het internet vindt (reacties, blogs) is geschreven spreektaal. Dat is het geval in de beide hiernavolgende voorbeelden.
    (1) Hebben jullie enkele goeie films die ik absoluut eens ZOU MOETEN GEZIEN HEBBEN? (http://dvdforum.nl/forum/viewtopic.php?t=94186&sid=c68ba9d2d4f5d9ab3f6b7108c4198766)

    (2) Een zeer goede film deze die iedereen ZOU GEZIEN MOETEN HEBBEN met een grandioze, het kan niet genoeg worden gezegd, Charlize Theron. (http://www.film1.nl/films/trailer.php?id=18365)

    Ten derde. Het is interessant om niet alleen naar drieledige werkwoordelijke eindgroepen te kijken, maar ook naar vierledige, zoals in de bovenstaande voorbeelden met het ‘Vlaamse systeem’, overigens uit Nederlandse – niet Vlaamse – bronnen. Jan Stroop schreef dat ”in het Vlaamse [systeem] […] ‘t voltooid deelwoord onmiddellijk voor ’t laatste (hoogste) hulpwerkwoord [staat]”. Zin (2) laat zien dat dat niet het geval is, ook al lijkt die volgorde minder frequent dan die van (1). Is dat zo? De Nederlandse Spraakkunst van Rijpma en Schuringa, in de bewerking van Jan van Bakel (Groningen, 1968, § 277, p. 207) schreef dat het voltooid deelwoord eigenlijk op verschillende plaatsen in de werkwoordelijke eindgroep (in bijzinnen) kan staan:
    “De regel luidt aldus: het volt. deelwoord kan op iedere plaats in een werkwoordsgroep staan maar de volgorde van de andere leden ten opzichte van elkaar blijft dezelfde: […] schijnt te hebben gewandeld, schijnt gewandeld te hebben; schijnt te willen worden gekozen, schijnt te willen gekozen worden, schijnt gekozen te willen worden, gekozen schijnt te willen worden.”

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Bij een: 't Ging er mij om in tabel 3 te laten zien dat 't gebruik van de volgorde "zou gedaan hebben" in de Nederlandse kranten sterk teruggelopen is. Meer niet.


      Bij ten derde; In mijn artikel uit 2009 over spontaan GESPROKEN Nederlands(zie boven) heb ik wel degelijk ook de vierledige groep besproken. Die komt natuurlijk veel minder voor dan de andere.

      bij Nederlandse sprekers 11 keer:
      1 : zou kunnen worden gedaan
      0 : zou kunnen gedaan worden (de Vlaamse volgorde)
      10 : gedaan zou kunnen worden


      bij Vlaamse sprekers 12 keer
      0 : zou kunnen worden gedaan
      10 : zou kunnen gedaan worden (de Vlaamse volgorde)
      2 : gedaan zou kunnen worden


      Verwijderen
    2. Het voorbeeld op dat dvd-forum is natuurlijk wel gewoon Vlaams, ook al is de site Nederlands: de betrokken poster komt uit Brugge.

      Verwijderen

  5. Bij mijn derde punt wou ik er vooral op wijzen dat ook 'zou gedaan kunnen worden' (of mijn voorbeeld 'zou gezien moeten hebben') een mogelijke volgorde is, althans in Vlaanderen. Die structuur (pv – vd – inf –inf) kwam niet voor in Stroops artikel uit 2009, en ze zat kennelijk niet in het CGN. Maar die structuur laat wel zien dat het voltooid deelwoord niet noodzakelijk onmiddellijk voor het hoogste hulpwerkwoord (infinitief) moet staan.
    Voor de rest zijn wij het wel eens met elkaar.

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.