Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 8 mei 2013

De school-Paardekooper

Door Hans Broekhuis

In zijn herdenkingstukje bij het overlijden van P.C. Paardekooper zegt Marc van Oostendorp het volgende:
Paardekooper heeft niet echt school gemaakt – daarvoor was hij misschien te veel een eenling. Wel heeft hij vele generaties van Nederlandse taalkundigen én taalliefhebbers geïnspireerd tot beter nadenken en beter kijken.
Nu weet ik niet wat het criterium voor “school maken” is, maar feit is dat Paardekoopers werk en vooral zijn Beknopte ABN-syntaksis een verregaande, maar vaak verborgen invloed heeft gehad op de beoefening van de taalwetenschap.

Het lijkt erop dat het Paardekoopers ambitie is geweest om niet minder dan een volledige beschrijving van het Nederlandse taalsysteem te bieden.
Ten einde hiertoe te komen heeft Paardekooper tussen 1950 en 1962 een aantal voorstudies gepubliceerd die verschenen zijn als zelfstandige publicaties en in artikelvorm in de Nieuwe Taalgids. Al snel echter:
bleek de omvang van het ABN-taalsysteem zo enorm groot dat alleen een beschrijving van de hoofdzaken ervan enkele eeuwen zou moeten duren bij het tegenwoordige tempo. Het verschijnen van de grote ABN-Spraakkunst die als rotsvaste ondergrond duizenden voorstudie-heipalen zou hebben, zouden dus hoogstens de kindskinderen van onze kindskinderen pas beleven. [Woord vooraf in de Beknopte ABN-syntaksis, 1963]
Na veel aarzelen gaat Paardekooper er in 1963 toe over zijn Beknopte ABN-syntakis te schrijven. Dit boekje van pakweg 200 pagina’s zou al snel uitgroeien tot een kanjer van een boek dat in de laatste druk van 1986 bijna 1000 grote, dichtbedrukte pagina’s telt. Het meest opmerkelijke feit aan dit werk is dat het veelal oorspronkelijk onderzoek betreft, uitgevoerd volgens een rigide methode die bekend is geworden als de methode-Paardekooper, waarbij paradigmatische (verbindbaarheid van woorden en woordgroepen tot grotere gehelen) en syntagmatische (de vervangbaarheid van woorden en woordgroepen) relaties centraal staan.

En óf Paardekooper school gemaakt heeft, want veel van de door Paardekooper ontwikkelde en/of gepropageerde testen worden in het taalkundige onderzoek dagelijks gebruikt—alleen zijn velen zich er niet van bewust dat ze daarmee de methode Paardekooper toepassen. In zijn column van 8 mei 2013 besteedt Marc van Oostendorp aandacht aan de woordgroep hoog boven de stoel in zin (1) en vraagt zich het volgende af: “Zijn hier nu twee bepalingen bij hangen (hoog en boven de stoel) of is het er maar één? En als het er maar één is, is hoog dan een bepaling bij boven de stoel of andersom?

(1) Het schilderij hangt hoog boven de stoel.

De eerste vraag kan gemakkelijk beantwoord worden door de zogenaamde éénzinsdeelproef. Het feit dat de woordgroep in (2a) als geheel verplaatst kan worden naar de eerste zinsplaats laat zien dat het een zinsdeel kan zijn. Het feit dat het verplaatsen van hoog en boven de stoel in (2b) en (2c) tot een minder aanvaardbaar resultaat leidt, suggereert dat dit geen zinsdelen zijn.

(2) a. Hoog boven de stoel hangt het schilderij.
b. *Hoog hangt het schilderij boven de stoel.
c. *Boven de stoel hangt het schilderij hoog.

De tweede vraag kan beantwoord worden door middel van weglating: bepalingen worden niet verplicht gerealiseerd. Daaruit blijkt dat de zin blijkbaar ambigu is: hoog kan zowel bepaling zijn bij boven de stoel als andersom.

(3) a. Het schilderij hangt hoog.
b. Het schilderij hangt boven de stoel.

Deze twee proeven worden in het syntactische onderzoek dagelijks gebruikt en zijn volledig geïncorporeerd in de traditionele zinsontleding, maar zijn direct ontleend aan de methode-Paardekooper.

Maar Paardekoopers invloed strekt veel verder dan dat. In een artikel in de Nieuwe Taalgids uit 1961 (Persoonsvorm en voegwoord) betoogt Paardekooper uitgebreid dat het voegwoord in bijzinnen en het finiete werkwoord in hoofdzinnen zich in dezelfde positie bevinden, Dit blijkt onder meer uit het feit dat het subject pronomen -ie direct op deze elementen moet volgen.

(4) a. Ik denk dat-ie morgen waarschijnlijk komt.
b. Morgen komt-ie waarschijnlijk.
Deze ontdekking heeft een centrale rol gespeeld in het werk van de generativist Hans den Besten, die in de tweede helft van de jaren ’80 betoogde dat het finiete werkwoord vanuit zinsfinale positie verplaatst wordt naar de tweede positie in de hoofdzin. Dit voorstel is op zijn beurt weer gezichtsbepalend geweest voor de generatieve grammatica en ik durf te stellen dat de Generatieve Grammatica er zonder Paardekooper op dit moment geheel anders zou hebben uitgezien. Wederom is niet algemeen bekend dat Den Bestens idee op dat van Paardekooper terug gaat, hoewel dit gelukkig wel expliciet vermeld wordt in de recente The Syntax of Dutch van Jan-Wouter Zwart.

Het is uit het citaat uit de eerste editie van Paardekoopers Beknopte ABN-syntakis duidelijk dat de 7e en laatste druk van dit werk niet bedoeld is als eindpunt, maar als beginpunt van verder onderzoek in de hoop dat “de kindskinderen van onze kindskinderen” de beschikking krijgen over de grote ABN-Spraakkunst die Paardekooper uiteindelijk voor ogen stond.

Natuurlijk is er in de afgelopen decennia veel veranderd in het taalkunde landschap, al zou het maar zijn doordat het Structuralisme zijn dominante positie heeft moeten afstaan aan de Generatieve Grammatica (die overigens in veel opzichten als een natuurlijke voortzetting van het Structuralisme gezien kan worden). Dit betekent echter niet dat de Beknopte ABN-syntakis bijgeschreven dient te worden in de annalen van de geschiedenis van de taalwetenschap. De Beknopte ABN-syntakis heeft in vele opzichten een voorbeeldfunctie en niet in minst voor de Syntax of Dutch, waar ik nu zelf bij betrokken ben.

De macro-opzet van het laatste werk is voor een groot deel overgenomen van Paardekooper. Net als de Beknopte ABN-syntakis is de Syntax of Dutch verdeeld in vier grote delen die betrekking hebben op woordgroepen met respectievelijk een werkwoord, een zelfstandig naamwoord, een bijvoeglijk naamwoord en een voor/achterzetsels als kern. En net als de Beknopte ABN-syntakis legt de Syntax of Dutch nadruk op de interne structuur van deze woordgroepen. Daarnaast maakt de Syntax of Dutch onbeschroomd gebruik van de tests die tezamen de methode-Paardekooper vormen en bevat het tal van syntactische beschrijvingen die voortborduren op die van Paardekooper. Wie weet waartoe we in staat zullen zijn als we Paardekoopers stokje nog een paar keer doorgeven aan volgende generaties.

Helaas is Paardekooper niet meer onder ons maar zijn ambitie en werkwijze is nog springlevend—volgens mij maken alle Nederlandse syntactici een beetje deel uit van zijn school.

2 opmerkingen:

  1. Een buitengewoon nuttige en terechte aanvulling op het stukje van Marc, Hans. -- Ad Welschen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Bedankt, Ad. Misschien is het wel goed om er even bij te vertellen dat ik dit stukje geschreven heb op verzoek van Marc!

      Verwijderen

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.