Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 31 mei 2012

Nieuw artikel neerlandistiek.nl

In het Open Access-tijdschrift voor de neerlandistiek, neerlandistiek.nl, is onlangs de oratie gepubliceerd van Jos van Berkum. Hij hield deze rede onlangs ter gelegenheid van zijn benoeming als hoogleraar Discourse, Cognitie en Communicatie aan de Universiteit Utrecht. De redactie van neerlandistiek.nl vroeg een taalkundige en een letterkundige om een openbare review te schrijven naar aanleiding van Van Berkums oratie.

De artikelen van neerlandistiek.nl zijn vrij toegankelijk te bezoeken op http://www.neerlandistiek.nl/

De drie artikelen, de oratie met als titel 'Zonder gevoel geen taal' en daarnaast de reviews van Ad Foolen (Radboud Universiteit Nijmegen) en Frank Brandsma (Universiteit Utrecht) vindt u in jaargang 2012 van neerlandistiek.nl. Komend jaar hoopt de redactie te komen met een mooi aanbod van nog meer neerlandistische artikelen en daarnaast themanummers.

Djoegoe-dinges

Karel van het Reve heeft weleens op de radio verteld wat zijn grote wetenschappelijke droom was: heel nauwkeurig vast leggen wat een gemiddelde mens (westerling, Nederlander) zoal allemaal weet en denkt en gelooft. Je laat een aantal onderzoekers maandenlang met een aantal representatieve proefpersonen verkeren en ze eenvoudigweg alles opschrijven: mannen hebben meer haar op hun armen dan vrouwen, de baas van Apple was vroeger Steve Jobs, maar die is nu dood, kersen groeien aan bomen, Rotterdam is een grotere stad dan Gouda, de negende symfonie van Beethoven is een hoogtepunt van de westerse cultuur. Je kunt vervolgens mensen gaan vergelijken, of het experiment over vijftig jaar overdoen om te zien wat er veranderd is.

woensdag 30 mei 2012

Oratie Leonie Cornips: Talen in beweging


Op vrijdag 11 mei sprak Leonie Cornips haar oratie uit getiteld 'Talen in beweging'. Hiermee aanvaarde zij het ambt van bijzonder hoogleraar Taalcultuur in Limburg aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht. De tekst van de oratie is nu ook te downloaden.

HET bestaat niet!


Er zijn mensen die jeuk krijgen van een woord met een apostrof erin (’t en ’n bijvoorbeeld); zie de commentaren bij mijn blog EYE: 'n doorn in 't oog  Anderen voelen zo’n weerzin dat ze niet verder kunnen lezen. Arme apostrof. En hij heeft nog wel zo’n lange traditie en ’t is juist zo’n zinvol letterteken.

De oudste vermelding van ’t TEKEN apostrof dateert uit 1550, maar de apostrof werd al veel eerder gebruikt, bijvoorbeeld door Jan van Boendale (ca. 1300) : in ’t lant van Ludicke.  De apostrof diende om aan te geven dat er letters weggelaten waren. Die letters werden ook niet uitgesproken. ’t Citaat van Van Boendale, in ’t lant klonk waarschijnlijk als intlant. Die t is een reductie van ’t toenmalige lidwoord dat, als dat z’n klinker verloor doordat ’t ‘aanleunde’ tegen een volgend of voorafgaand woord:  tvolc (’t volk); int lant.

Ze kunnen niet meer schrijven tegenwoordig

Slechts één keer in mijn leven heb ik een nota geschreven: toen ik mijn propedeuse Nederlands deed in Leiden. We moesten toen oefenen om een wetenschappelijke tekst te schrijven en dat gebeurde dus in de vorm van die nota — geen idee waarom dit zo genoemd werd. Van Dale Hedendaags Nederlands kent die betekenis niet.

Ik was enorm braaf in die tijd, en de nota was een braaf genre.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 45


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



dinsdag 29 mei 2012

Taal, tekst en maatschappij: het Fries in een veranderende omgeving

Taal, tekst en maatschappij: het Fries in een veranderende omgeving


Meer studenten Fries dan anders, zowel uit Nederland als Duitsland, geven een presentatie op het filologencongres dat dat de Fryske Akademy van 13 tot en met 15 juni organiseert in congres- en studiecentrum It Aljemint aan de Doelestraat te Leeuwarden. Het congresthema van dit jaar is: ‘Taal, tekst en maatschappij. Het Fries in een veranderende omgeving’. Er worden in totaal 45 lezingen gehouden op het gebied van de taalkunde, taalsociologie, letterkunde en (cultuur)geschiedenis. Naast de 10 presentaties van studenten Fries, zijn er lezingen en inleidingen van wetenschappers uit Fryslân, Nederland en het buitenland.

Wetenschappelijk debat


Het congres is een belangrijk podium voor het wetenschappelijk debat over het onderzoek van het Fries in de breedste zin en een ontmoetingsplaats voor wetenschappers die hun sporen al hebben verdiend en voor nieuw talent. Het congres is daarnaast bedoeld voor het brede in de Frisistiek geïnteresseerde publiek. De voertalen zijn Fries, Nederlands, Duits en Engels. Per congresdag zijn de lezingen thematisch gegroepeerd.

Nog geen spoor van het verdwijnen van de slot-n


In Onze Taal (2012:138) schrijft Marc van Oostendorp: “De uitspraak zonder slot-n is duidelijk de standaard geworden in de grootste delen van Nederland.” (Zie ook dit stukje waarop het artikel in Onze Taal gebaseerd is.) Dat strookt niet met wat we in recent onderzoek vonden voor de slot-n van meervouden zoals druiven. Om de invloed van de spelling uit te sluiten, gebruikten we plaatjes van woorden die in een zinnetje moesten worden uitgesproken. De meerderheid van de door ons ondervraagde proefpersonen, jonge mensen, leerlingen van regionale middelbare landbouwscholen, blijkt nog steeds in meer dan de helft van de gevallen een slot-n uit te spreken. Er zijn wel grote individuele en regionale verschillen. In Heerenveen en Doetinchem vinden we in driekwart van de zinnen een slot-n, in Roermond in ruim de helft van de zinnen, in Barneveld ruim 40% en in Rijnsburg ruim 30%. Dus zelfs in het westen, dat bekend staat om zijn n-loze uitspraak, wordt nog vaak een slot-n uitgesproken.
Ons onderzoek ging overigens ook over de tussen-n in het midden van samenstellingen. We vergeleken op basis van plaatjes van druiven en plukken de uitspraak van zinnen zoals Hij wil nu de druiven plukken met de uitspraak van zinnen zoals Dit is echt een druivenplukker. Het blijkt sprekers die vaak een slot-n uitspreken ook vaak een tussen-n gebruiken. De tussen-n wordt wel minder vaak uitgesproken dan de slot-n, wat verklaarbaar is op grond van het verschil in context. De twee woorden van een samenstelling worden immers sneller uitgesproken dan de woorden van een woordgroep en dat bevordert weglating van de n. Doel van ons onderzoek was om na te gaan of de tussenklank die we met en schrijven als meervoud beschouwd kan worden. Op grond van de uitspraakovereenkomsten kun je die vraag met ‘ja’ beantwoorden.


Esther Hanssen, Arina Banga, Anneke Neijt en Robert Schreuder
Bron: Esther Hanssen, Arina Banga, Anneke Neijt en Robert Schreuder (te verschijnen). The Similarity of Plural Endings and Linking Elements in Regional Speech Variants of Dutch. Language and Speech. Dit artikel is ook gepubliceerd als hoofdstuk in het proefschrift van Esther Hanssen, http://dare.ubn.kun.nl/dspace/bitstream/2066/91445/1/91445.pdf. Zie de resultaten op p. 42 en in de bijlage, p. 64-5. 

Arnon Grunberg doet zijn stijl weg

Moderne schrijvers willen niet opvallen door hun stijl. Ze willen verhalen vertellen die je zo kunt begrijpen, zonder afgeleid te worden door het taalgebruik. Neem Arnon Grunberg. Volgens de Utrechtse hoogleraar Geert Buelens zijn de grote drie van de Nederlandse literatuur – Hermans, Mulisch en Reve – inmiddels vervangen door één persoon, Grunberg. Om dit te bewijzen heeft Buelens zijn studenten de afgelopen maanden een, heel aardige, website laten maken die helemaal aan Grunberg gewijd is. Er staan stukjes op over 'Grunberg als zoon', 'Grunberg en de receptie in Duitsland', 'Grunberg en de Jood', 'Grunberg als (ex-)geliefde' en nog een hele lijst onderwerpen. De stukjes zijn over het algemeen kort, maar goed geschreven en geven samen een aardige inleiding in het werk van de grote één.

maandag 28 mei 2012

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 44


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Oh, een spelfout


Een veel gebruikt Nederlands woord isa. Je weet de weg niet en je ziet een voetganger: A, die kan ik even vragen. Je bent benieuwd naar het weerbericht en dan kondigt de radio het net aan:A, stil even jongens!Vreemd genoeg léés je nooitAen het staat ook niet in Van Dale. In de gegeven voorbeelden zal men eerderHaschrijven, dat wel in het woordenboek staat, maar je hóórt heel vaak alleen maarA. Er lijkt een zekere angst te bestaan om zon enkele a te schrijven; vandaar ook liever twee of drie as achter elkaar: Drentse Aa, Zegns aaa. En er zijn mensen die erahvan maken, maar dat klinkt eigenlijk anders en wordt door Van Dale een uitroep van teleurstelling genoemd.
Iets soortgelijks is aan de hand metO.

De klucht van de Schuyfman

De klucht van de Schuyfman is een vroeg zestiende-eeuws stuk dat bewaard is gebleven in het Trou moet blijcken-archief. Het is een van de leukste toneelstukken uit onze literatuurgeschiedenis en het verdient meer aandacht. Helaas is de editie uit 1928 (herdruk 1932) van Stoett alleen maar tweedehands te koop en gelukkig staat deze editie op dbnl-site. Femke Kramer gebruikte deze klucht als schoolvoorbeeld van laat-middeleeuwse humor in haar proefschrift Mooi vies, knap lelijk.

In Een esbatement Vande Schuyfman zijn twee bevriende schooiers, Schuyfman en Sloef, op zoek naar iets te eten. Ze zijn op zee geweest, maar vonden het werk op een schip toch wel erg zwaar. Dat zien ze niet meer zitten. Ze bedenken allerlei plannen, zoals huismussen van het dak schieten, een beurs stelen en bedelen als schipbreukelingen.

Voordat ze die plannen echter tot uitvoering kunnen brengen, stuiten ze op een afgelegen woning waar ze wel om eten kunnen gaan vragen. Helaas reageert de dove vrouw die opendoet niet op hun smeekbedes, maar begint allerlei onsamenhangende verhalen te vertellen. Terwijl Schuyfman haar aan de praat houdt, probeert Sloef naar binnen te gaan om eten te zoeken. Dan maakt de vrouw een opmerking waar ze wél wat aan hebben: de overbuurvrouw is overleden en daarom geeft de familie eten weg.

Hielden de hippies wél van korrekt spellen?

Volgens Hans van Driel, cultuurwetenschapper in Tilburg, veranderen de tijden. Vroeger vond Van Driel het nog belangrijk dat er correct gespeld werd, schrijft hij in Taalschrift, het tijdschrift van de Taalunie, maar nu ziet hij 'de urgentie ervan steeds minder in'.

Dat Van Driel zijn rode pen heeft opgeborgen komt niet doordat hij zelf is gaan inzien dat het allemaal onzin was, die schoolmeesterij. Nee, hij schrijft het toe aan een totale omwenteling in de westerse cultuur:

zondag 27 mei 2012

Taalonderzoek in het Nederlands/Duits/Nedersaksische grensgebied


Ik ben Martin ter Denge en ik studeer Interculturele Communicatie aan de Universiteit van Utrecht. Voor mijn masterscriptie doe ik onderzoek naar het gebruik van Engels, Duits, Nedersaksisch/Plattdeutsch en Nederlands in het bedrijfsleven in het grensgebied. Ik word daarbij begeleid door hoogleraren Roselinde Supheert en Jan ten Thije. Mijn onderzoek is geliëerd aan het internationale Toolkit for Transnational Communication in Europe-project (http://www.toolkit-online.eu/).


Mijn onderzoek draait om een aantal kernpunten:
o Het gebeurt steeds vaker dat Duitsers en Nederlanders onderling Engels spreken, omdat men elkaars taal niet voldoende denkt te beheersen.
o Een andere manier van communiceren is dat men onderling de eigen taal blijft spreken. Het Duits en het Nederlands zijn zodanig verwant, dat ze met een beetje oefening prima onderling te verstaan zijn. Dit wordt Receptieve Meertaligheid of Luistertaal genoemd.
o Een derde en vaak vergeten manier van communiceren is het gebruik van de Nedersaksische dialekten, zoals het Tweants, West-Mönsterlännisch, Graofschupper Platt, Achterhooks, etc. De dialekten zijn de laatste decennia bezig aan een opmars, die bekend staat als de dialektrenaissance.


Om uit te zoeken hoe mensen over deze manieren van communiceren denken, heb ik een enquête ontworpen en in het Duits, Twents en het Plattdüütsch vertaald. Deelnemers aan mijn onderzoek kunnen dus kiezen uit 4 talen waarin ze de enquête willen invullen.

Ik zoek nu mensen die wel eens in zakelijke, grensoverschrijdende spraaksituaties in het Nedersaksische gebied terecht komen en die voor mij een enquête willen invullen, die bestaat uit ongeveer 30 vragen die maximaal 10 minuten van uw tijd zullen kosten.



Bent u geïnteresseerd, of kent u mensen die wellicht geïnteresseerd zouden zijn, brengt u ze dan met mij in contact en stuur deze informatie door. Geeft u in uw e-mail ook aan in welke taal u de enquête wenst te ontvangen. U krijgt dan een Word-bestand toegezonden die u kunt invullen door het gewenste antwoord vet te maken, of in het juiste vakje een x te zetten.


Met vriendelijke groet,
Martin ter Denge
g.j.m.terdenge@students.uu.nl 

Promotie 23 mei 2012: Jac. van Ginneken onder vuur


Op 23 mei 2012 promoveerde oud-NIOD-onderzoeker Gerrold van der Stroom aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op het proefschrift Jac. van Ginneken onder vuur. Over eigentijdse en naoorlogse kritiek op de taalkundige J.J.A. van Ginneken (1877-1945). Promotor was prof. dr. Theo A. J.M. Janssen; copromotor was dr. Jan Noordegraaf.
Deze dissertatie bevat bijdragen over 'Jac. van Ginneken, Werner Sombart en J.M. Hillesum in de jaren '10 over de Joden',  'De receptie van Van Ginnekens taalbiologie', 'Van Ginneken in WO II', 'Van Ginneken "deutschfeindlich"' en over Van Ginnekens streektalenboekje uit 1943.
De Nijmeegse jezuïet Van Ginneken was tijdens het Interbellum een internationaal gevierd taalkundige, maar zijn werk werd na zijn dood in oktober 1945 vrij snel door zijn Nederlandse collega's geboycot. Deels kwam dat door de 'acrobatische wetenschap' die hij bedreef, maar vanaf het laatste kwart van de afgelopen eeuw is Van Ginneken ervan beticht zich in 1914 in zijn tekst over 'De Jodentaal' schuldig te hebben gemaakt aan antisemitisme, zich vanaf 1925 tot en met de Tweede Wereldoorlog met zijn taalbiologie aan zoiets als 'rasdenken' te hebben bezondigd en zich tijdens de bezetting te inschikkelijk tegenover de 'foute' kant te hebben betoond.
In het proefschrift beantwoordt Van der Stroom de vraag of die postume aantijgingen tegen Van Ginneken terecht zijn en of ze recht doen aan wat de door critici geïncrimeerde teksten en handelingen van Van Ginneken in hun wetenschappelijke context, respectievelijk in de tijd waarin zij thuishoorden werkelijk aan denkbeelden en opvattingen behelsden en wat zij beoogden.
Jac. van Ginneken onder vuur is verschenen als deel 68 van de reeks Uitgaven Stichting Neerlandistiek VU, telt X + 372 bladzijden en 23 illustraties, bevat een register op persoonsnamen en kost voor particulieren i 39,95 (excl. verzendkosten). Het boek is te bestellen bij de Stichting Neerlandistiek VU, De Boelelaan 1105, NL B 1081 HV Amsterdam (ISBN 978-90-8880-024-5) en bij Nodus Publikationen, Postfach 5725, D B 48031 Münster (ISBN 978-3-89323-768-5 (http://elverdissen.dynds.org/~nodus/nodus.htm).