Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

woensdag 29 februari 2012

Rutger en Bervoete Broers


In de klucht De Bervoete Broers uit 1559 haalt de treiterige Hans Goetbloet het bloed onder de nagels van de franciscaner monniken vandaan. Deze monniken worden afgeschilderd als volgevreten fatsoensrakkers die ervan overtuigd zijn dat ze het gelijk aan hun kant hebben, en één van hen aarzelt niet Hans af te tuigen om zijn argumentatie kracht bij te zetten. Voor de vechtpartij begint trekt de monnik eerst zijn pij uit, zodat hij op dat moment geen monnik meer is en er wél op los mag meppen.

Aan deze klucht moest ik denken, toen Rutger Castricum van PowNews op bezoek ging bij Naeme Tahir om haar te bevragen over de persvrijheid. Tahir had in haar Buitenhof-column betoogd dat er grenzen zijn aan wat journalisten mogen doen. Helaas voor Castricum is Naeme Tahir getrouwd met Andreas Kinneging, hoogleraar rechtsfilosofie. Kinneging trok zijn professorale toga uit en legde zijn boek Geografie van goed en kwaad aan de kant toen Castricum aanbelde. Kinneging bleek een hoogleraar in de filosofie van de rechtse directe; een schermutseling op de wijze van voor de Franse revolutie volgde.

Uiteindelijk liep alles toch nog goed af. Zowel de monnik als de hoogleraar sloeg de tegenstander niet volledig in elkaar, zowel Hans Goetbloet als Rutger Castricum belandde niet in het ziekenhuis. De conclusie is dat de Nederlandse samenleving steeds kluchtiger wordt, maar waarom horen we zo weinig mensen lachen?

Achter de Verhalen 4

Van woensdag 18 april tot en met vrijdag 20 april 2012 vindt het tweejaarlijkse internationale congres plaats voor modern-letterkundige neerlandistiek – ditmaal in Utrecht. Op de deze week gelanceerde website is alle informatie over het congres te vinden: het programma en abstracts, maar ook praktische gegevens over locatie en registratie. De URL van de website is: http://blog.hum.uu.nl/achterdeverhalen/register/

Stageplaatsen op het Meertens Instituut

Op het Meertens Instituut is plaats voor 2 of 3 student-assistenten die willen meewerken aan de Taaldetector, een online-app waarmee gebruikers kunnen bepalen uit welke streek een spreker van het Nederlands komt.

De werkzaamheden bestaan uit het selecteren van geschikte dialectverschijnselen uit bestaande dialectatlassen en het opstellen van meerkeuzevragen ('Hoe zegt u X in uw dialect?') De app gaat deel uitmaken van een groot media-project (landelijke en regionale televisie, krant, boek) dit najaar.

Indiensttreding: zo snel mogelijk. Werktijden in overleg. Het Meertens Instituut betaalt een bescheiden stagevergoeding. Meer informatie: marc.van.oostendorp@meertens.knaw.nl

Lisa Kuitert : In memoriam Piet Verkruijsse (1943-2012)

"Aan al diegenen die de afgelopen weken blijvend van hun belangstelling hebben blijkgegeven! Hartelijk dank weer voor alle bezoeken, brieven, bloemen, kaarten, voorbeden, schouderklopjes, brandende kaarsjes, geschenken, telefoontjes, e-mails en sms’jes."
Als ik deze woorden onder de noemer ‘update’ in mijn mailbox zag verschijnen dan hield ik mijn adem in. De ironische toon van Piet stelde je gerust, maar je wist ook dat er achter de ironie een zwaard van Damocles hing.

Nu is het dan zover.

Piet heeft zijn crematie op zorgvuldige wijze voorbereid, zoals we van hem hadden kunnen verwachten. De vrijdag voor zijn dood ging ik samen met Kuniko Forrer, promovenda Boekwetenschap, bij hem langs. Hij vroeg me om vandaag, hier op de crematie, in zeven minuten iets te zeggen over hem, als boekwetenschapper. ‘Ik ben een beetje een control freak’, voegde hij eraan toe.

Vlaamse dialectendag: 17 maart

Op 17 maart organiseert Variaties vzw. Koepelorganisatie voor dialecten en oraal erfgoed in Vlaanderen de vierde Vlaamse dialectendag. Prof. dr. J. Taeldeman geeft in het namiddagprogramma een lezing over overgangsdialecten. Prof. dr. J. Van Keymeulen stelt er onder andere de Woordenbank van de Nederlandse Dialecten voor, een project waarbij het de bedoeling is om amateurdialectwoordenboeken te ontsluiten via een website. Er is ook ruimte voor dialectmuziek in de muzikale ronde van Vlaanderen. 's ochtends worden er acht workshops aangeboden over dialect en digitalisering enz. U kunt zelfs komen rappen in het dialect. Voor het volledige programma: zie http://www.wvd.ugent.be/4dedialectendag en www.variaties.be. inschrijven kan op variaties@huisvanalijn.be.

God en Zijn koters

'Een zootje ongeregeld.' Dat vond God van de Joden in de woestijn, althans volgens de bijbelmovie van het boek Leviticus die de IKON gisteren online heeft geplaatst.

In die 'bijbelmovies' worden de bijbelboeken een voor een in maximaal een minuut samengevat. Het taalgebruik is dat van de dertiger die denkt dat hij nog best als een jongere klinkt.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 11


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



dinsdag 28 februari 2012

Berry Dongelmans over Piet Verkruijsse (1943-2012)

Lieve Gisella, Elske en Matthy
Geachte aanwezigen

Waar praat je over als je met Piet meerijdt naar Antwerpen voor een vergadering van de redactie van Dokumentaal. Over het vak, over vakgenoten, over de laatst verschenen publicaties. Al konden we ook – op weg naar … – rustig tien of vijftien minuten zwijgend naast elkaar zitten, luisterend naar de radio.

Waar praat je over met Piet als je – samen met je vrouw Heleen –, of samen met gemeenschappelijke vrienden Ellen Krol en Chris van Saarloos, met en bij elkaar eet. Over de kinderen, over je ouders, je opvoeding, over wat je beweegt in het leven, en ja, over het vak, over vakgenoten en over de laatst verschenen publicaties.

Waar praat je over als je op een reisje naar Boedapest ’s ochtend voor het ontbijt samen baantjes trekt en daarna ontspant in een thermaal bad van 35 graden. Over het communisme, over Animal Farm van George Orwell en ‘dat die partijbonzen wel verdomd goed voor zichzelf wisten te zorgen’.

Jacht op de slot-n!

Ik verzamel woorden waarvan je de slot-n móét uitspreken, zelfs als je niet uit Groningen komt. Ik heb er na jaren zoeken pas twee, maar ik geef de moed niet op.

Behalve noorderlingen kunnen de meeste Nederlandstaligen jongen op twee manieren zeggen: mét een slot-n of zonder (jonge). Je hoort daarbij een beetje te mengen volgens onbekend recept: als je de hele tijd jongen zegt klink je als een noorderling, maar zeg je alleen jonge, dan is het ook niet goed.

Het rare is: er zijn vormen waarbij het niet kan.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 10


Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



maandag 27 februari 2012

Ga toch fietsen

door Jan Stroop
Of het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een "peer-reviewed journal" is, weet ik niet. Er wordt in elk geval wel beoordeeld. Ik doe daar zelf namelijk ook af en toe aan mee. Maar soms lijken de beoordelaars van het TNTL de deskundigheid te missen om het tijdschrift voor uitglijders te behoeden. Die gedachte kwam bij me op toen ik in 't laatste nummer 't artikel Fiets 'ersatzpaard' las. Daarin presenteren Gunnar de Boel en Luc de Grauwe (voortaan B en G) een etymologie die op geen enkele manier aannemelijk gemaakt wordt. Hun conclusie is dat het Nederlandse woord fiets een Duits leenwoord is, dat teruggaat op het Latijnse leenwoord vice in de betekenis 'plaatsvervanger'.

Dat zit zo.

Esopet in de onderbouw

Maar al te vaak denken docenten Nederlands dat oudere literatuur typisch iets voor de bovenbouw van het vwo is. Niets is minder waar. Veel oude teksten zijn zeer bruikbaar in de onderbouw, je moet er echter wel iets voor doen om zo'n verhaal toegankelijk te maken. Met een goede tekstkeuze en genoeg enthousiasme krijg je je leerlingen heus wel warm voor, laten we zeggen, een Middeleeuws verhaal.
Hieronder heb ik een lessencyclus van drie lessen over Esopet, je weet wel, die Middelnederlandse fabelbundel. Leuke korte verhaaltjes, waar je in 2 havo echt wel iets mee kunt, of in een brugklas. Er hoort ook een leerlingenboekje met opdrachten bij. Aan de slag! En laat me weten hoe het gegaan is.

O uitgekotste wijn van Amsterdam

Geen prettiger lectuur dan gejammer van dode saggerijnen. Zoals Adriaan Roland Holst (1888-1976) die over het culturele leven in Hilversum schreef:

O uitgekotste wijn van Amsterdam
zijn jullie allen, uit je open monden
als drogend bloed uit onverzorgde wonden
druipen de woordjes, misselijk en lam,
mislukte namaak van mislukte artiesten,
snotje, geboren toen de zotheid nieste.

In de schone letteren hoor je dit soort geluiden de laatste jaren minder, het is het domein geworden van het cabaret, de weblogs en de politiek, al moest de wijn daarvoor verworden tot halalvlees.

Het Gooi werd aan het eind van de negentiende-eeuw door onder meer de komst van het spoor een aantrekkelijke plaats voor kunstenaars en schrijvers. Vooraanstaande Tachtigers als Frederik van Eeden en Lodewijk van Deyssel vestigden zich er, en iedereen die er niet woonde kwam er weleens langs. Je krijgt het idee dat je in die tijd geen Nederlandse schrijver kon zijn zonder een rothumeur, dus iedereen kreeg een hekel aan iedereen:

Garrelt Verhoeven: In memoriam Piet Verkruijsse (1943-2012)

Lieve Gisella, Elske en Matthy, familie, vrienden en collega’s van Piet,

Het doet me goed om hier te staan op uitdrukkelijk verzoek van Piet zélf. Ik mag hier staan om de laatste fase van zijn loopbaan te belichten, als conservator ad interim van de Artis Bibliotheek van mei 2006 tot februari 2011. Een korte, maar prachtige periode, als een verrassend slot van Piets indrukwekkende academische loopbaan.

Vele jaren eerder leerde ik Piet kennen als de voorman van de wat wel de 'Amsterdamse school' in de boekwetenschap werd genoemd; de analytisch bibliografen, die even uitgebreide als ingewikkelde beschrijvingen maakten van oude drukken. Als jonge boekwetenschapper in Leiden rekende ik me tot de 'Leidse school' die een meer cultuurhistorische benadering voorstond. Toen Piet op een congres een warm pleidooi hield voor de grondige analyse van iedere oude druk, reageerde ik met de vraag dat je toch niet álle bomen hoeft te beschrijven om te zien dat het een bos is. Koren op de molen van Piet, die reageerde met de opmerking dat bibliografisch onderzoek duidelijk zal maken dat er heel vreemde bomen in het bos staan.

zondag 26 februari 2012

Eddy Grootes: In memoriam Piet Verkruijsse (1943-2012)

Het was vorig jaar een halve eeuw geleden dat de wegen van Piet en mij elkaar voor het eerst kruisten. Niet dat het bij die gelegenheid ging om echt contact. Piet meldde zich, overigens net als Herman Pleij, in 1961 als eerstejaars aan bij de studentenvereniging Unitas. En daarvan fungeerde ik toen als rector. Als ik eraan terugdenk hoe ik zelf als uit de klei getrokken aankomende student had opgekeken tegen dergelijke in jacquet geklede ouderejaars, zal dat bij de jonge student uit Groede wel niet veel anders zijn geweest. Al moeten we de Piet van toen ook niet onderschatten. Herman Pleij herinnert zich hoe Piet een opzienbarend optreden van Johnny the Selfkicker op de sociëteit organiseerde om zijn medestudenten met de nieuwste literaire trend kennis te laten maken. Afgezien van de gemeenschappelijke studierichting wees er in het begin van de jaren zestig nog niets op dat de wegen van Piet en mij jarenlang parallel zouden gaan lopen. Dat gebeurde pas zo'n vijf jaar later. Kort nadat ik in september 1965 vanuit een leraarsbaan was aangesteld bij de afdeling Documentatie van het Nederlands Seminarium, dook ook Piet daar op, als kandidaatsassistent.

Even wat quote'jes over het Engels

De tv was nog niet langs geweest en ze wisten al wat ik ze ging vertellen. "Mensen willen met die Engelstalige functies zich beter voordoen dan dat ze zijn. Vooral die ontzettend vage functies zijn zo belachelijk. Je hebt geen flauw idee wat het inhoudt. Ik ben tegen."

Dat stond in ieder geval in het persbericht van het tv-programma Editie-NL dat vrijdag op internet verscheen, een paar uur voordat de cameraploeg langskwam.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 9

 
Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



Promotie Nina Geerdink, 5 april 2012

Op 5 april a.s. promoveert Nina Geerdink op haar proefschrift Dichters en verdiensten. De sociale verankering van het dichterschap van Jan Vos (1610-1667).

Over het algemeen wordt aangenomen dat broodschrijverij in Nederland pas in de achttiende eeuw opkwam en in de negentiende eeuw een rol van betekenis ging spelen. Voorbeelden van financiële vergoeding voor literair werk in de Gouden Eeuw zijn schaars, en dichters beweerden zelf bij hoog en laag dat ze enkel voor de eer dichtten. Het proefschrift van Nina Geerdink laat zien dat er wel degelijk voordeel te behalen viel voor zeventiende-eeuwse dichters.

Symposium & oratie Leonie Cornips, 11 mei

Op vrijdag 11 mei om 16.30 uur spreekt Leonie Cornips haar oratie uit getiteld 'Talen in beweging' waarmee zij het ambt aanvaardt van bijzonder hoogleraar Taalcultuur in Limburg aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen aan de Universiteit Maastricht.

Koop hier een makkelijke naam

Heeft u al bedacht hoe u de Nederlandse industrie vooruit gaat helpen? Ik wel! Wanneer de regering haar plannen doorzet, wordt het over een paar jaar moeilijk nog geld te krijgen voor onderzoek dat niet op de een of andere manier nuttig is — waarbij 'nuttig zijn' betekent: geld opleveren voor het bedrijfsleven.

Welnu, ik ben er uit: ik ga namen beoordelen.

maandag 20 februari 2012

Overleden: Piet Verkruijsse (1943-2012)








Vanavond bereikte ons het droeve bericht dat onze Neder-L redacteur Piet Verkruijsse is overleden. In januari 2011 werden wij opgeschrikt door een e-mail van Piet, die ik hier integraal citeer, omdat hij zo typisch des Piets is:

Lieve vrienden, 
Helaas heb ik geen goed nieuws te melden. Darmcarcinoom met uitzaaiingen naar de lever. Volgende week naar de oncoloog om te zien wat er met chemo nog te doen is. Intussen probeer ik zo normaal mogelijk te doen. Ik houd jullie op de hoogte. 
Hartelijke groet, 
Piet

Op 14 februari j.l. maakte Piet via zijn ‘updates’ bekend dat een PET-scan liet zien dat er een ware explosie van uitzaaiingen had plaatsgevonden, verspreid over zijn hele lichaam. Het was zijn laatste update.

Piet versterkte de Neder-L redactie in de loop van 1997 na de opheffing van het papieren tijdschrift Dokumentaal, informatie– en  communicatiebulletin voor neerlandici (1972-1997), waarvan hij een steunpilaar was. In de bijna 15 jaar dat hij aan Neder-L heeft bijgedragen en geredigeerd, demonstreerde Piet overtuigend hoe belangrijk een goede academische nieuwsvoorziening is. Wij zullen Piets inbreng, zowel in de berichtgeving als in de discussie over hoe een tijdschrift als Neder-L zou moeten en kunnen functioneren, heel erg missen.
Onze gedachten gaan uit naar zijn partner Gisella Klein, alsook naar zijn dochter Elske en haar partner Matthy.

De Neder-L redactie:

Peter-Arno Coppen
Willem Kuiper
Marc van Oostendorp
Francien Petiet
Ben Salemans

Paul Dijstelberge


Daarginds

Dit is een zeer persoonlijke herinnering aan een persoon van wie ik heel veel heb gehouden en van wie ik veel heb geleerd. Mijn leven en dat van Piet zijn met elkaar verweven geweest. Dat wil niet zeggen dat we heel veel tijd met elkaar hebben doorgebracht, al zagen we elkaar met grote regelmaat. Maar op een aantal momenten in de dertig jaar dat ik hem heb gekend, scharnierde mijn leven zomaar in een andere richting en daar was hij bijna altijd bij betrokken. Dat geldt voor mijn professionele leven maar ook voor mijn persoonlijke leven.

Ik was 23 toen ik Nederlandse Taal- en Letterkunde ging studeren. Niet omdat ik enige ambitie had. Ik studeerde omdat ik mijn vader had beloofd dat ik naar de universiteit zou gaan zodat ik na mijn studie kon gaan werken aan de belangrijkste taak ter wereld: de verheffing van de arbeider. Mijn vader was overleden toen ik 18 was zodat ik die belofte niet kon terugnemen. Nederlands leek me makkelijk. Inspirerend vond ik mijn studie niet. Ik had geen beurs - achteraf gelukkig - maar werkte achtereenvolgens als schoonmaker, afwashulp en restaurantkok. Er waren jaren dat ik één studiepunt haalde. Of geen. Het zal duidelijk zijn dat dit leven faliekant mis had kunnen gaan, dat het voor de hand had gelegen dat ik zonder diploma in het niets was verdwenen.

Het liep goed af omdat ik Piet tegenkwam. Ik vond hem in eerste instantie een rare kerel. Van zijn gevoel voor humor en ironie begreep ik weinig. Maar hij overhandigde me tijdens een van die colleges Analytische Bibliografie en Paleografie een zeventiende-eeuws boek en veranderde door die simpele handeling mijn leven. Tot die tijd vegeteerden schrijvers als Hooft en Huygens in de bekende Letterkundige Pantheon boekjes of in vreselijke tekstedities van auteurs die hun wijsgerige commentaren groter lieten afdrukken dan de tekst van de schrijver zelf. Ik wist wel dat oude drukken bestonden maar niet dat je ze kon aanraken, laat staan lezen.

Het bibliografisch beschrijven van boeken - het is voor mij nooit iets anders geweest dan een excuus om naar boeken te kijken en me te blijven verwonderen. Maar de allereerste bibliografische beschrijving op het bord schrijven, dat zal ik nooit vergeten. Daarna heb ik er nog minstens 50.000 gemaakt, tja, 17 jaar bibliograaf. Ik heb zowel mijn kandidaats-scriptie als mijn doctoraalscriptie bij Piet geschreven. Van enige beperking van de omvang van onderzoek of het verslag ervan moest hij toen ook al niets hebben. Al ben ik in mijn poging om de dikste scriptie ooit te schrijven gestrand op Cees Aarts die ook nog eens de aller, allerlaatste mogelijkheid om als 'oude stijler' af te studeren voor mijn neus had weggekaapt door dat uurtje op de laatste vrijdag van augustus 1989 al een jaar van tevoren te reserveren. Die studeerde trouwens ook bij Piet af.

Piet en ik werden vrienden. Maar niet omdat we allebei zoveel van oude boekjes hielden of omdat ik zijn ironie inmiddels was gaan begrijpen en waarderen. Ik was inmiddels een redelijk succesvolle 'chef' in een tot restaurant opgewaardeerd cafeetje in de Jordaan, met het vergaren van een Bib Gourmand als hoogste streven. Op een dag zat ik voor de deur broccoli schoon te maken en in keurige roosjes onder te verdelen toen Piet aan kwam zeilen, zijn fiets tegen de gevel van de buren parkeerde en ook ging zitten. 'Wat doe JIJ hier?' waren zijn eerste woorden waarbij hij mij licht argwanend bekeek. Het was zijn eerste afspraak met Gisella en later zaten ze samen boven mijn hoofd te eten. Er zouden vele avonden volgen. De keuken was in de sousterrain, het restaurant daarboven. De klassieke muziek uit de keuken dreunde vaag door tot in het restaurant en wie bij het raam zat werd met enige regelmaat getrakteerd op langswaaiende vlammen - er werd in die dagen stevig geflambeerd en boven het fornuis zaten wat simpele ventilatoren in de ramen. In de boom op de binnenplaats achter het restaurant woonde een zwarte haan die op bevel ruggelings in een koekenpan ging liggen.

Toen ik stopte met koken omdat de drukte van die baan niet meer te combineren was met de nu intensieve studie, bezorgde Piet mij ander werk. Bij de Ritman bibliotheek zou ik uiteindelijk bijna 40.000 systeemkaartjes met boektitels overtikken, wel snel, niet zeer zorgvuldig. En zo werd ik bibliograaf. In de vele jaren die volgden zouden we regelmatig bij elkaar eten. In Nieuwkoop waren de wijnglazen zo groot als bierglazen en in Amsterdam stond de opera altijd op windkracht twaalf te denderen. Piet hield niet erg van muziek maar zou - ondanks mijn terreur - de opera uiteindelijk wel gaan waarderen. Uit de beginjaren van zijn abonnementenreeks herinner ik me dat ik hem een keer intens tevreden rokend aantrof in de foyer van de Opera, waar hij keek naar de gebeurtenissen op het toneel via een beeldscherm zonder geluid. Later vertelde hij dat hij op een dag toch echt geraakt was door muziek. Hij keek er verbaasd bij.

Werk. Piets academische loopbaan is elders gememoreerd dus beperk ik me hier tot enkele persoonlijke observaties. Piet is betrokken geweest bij een aantal grote projecten. Met sommige liep het niet goed af: ik vind het bijvoorbeeld jammer dat het documentatiecentrum van Neerlandistiek is opgeheven. En dat zijn grote digitale projecten een veel te sluimerend bestaan leiden. Daar is natuurlijk wat aan te doen, maar door de gigantische omvang ervan is het een taak voor een reus. Of een verzameling reuzen. En ik betreur het in zekere zin zelfs dat Piet verhuisde naar Boekwetenschap. Dat was plezierig voor hem en het is voor mij persoonlijk (als zijn opvolger) heel prettig geweest. Voor historische letterkunde is het natuurlijk een ramp dat analytische bibliografie of boekarcheologie geen verplicht vak meer is. Daar wordt er nu vrolijk op los gefröbeld met scripties over mediastrategieën van zeventiende-eeuwse uitgevers en worden boeken en pamfletten bestudeerd aan de hand van fotokopietjes. Ik herinner me een opmerking van een tevreden docent die studenten 'in een dag leerde waar Piet een semester voor nodig had.' Dat is iets dat ik mijzelf heb aan te rekenen en waar ik de komende jaren heel fanatiek wat aan ga doen.

De dood. Het meest algemene beeld is dat de overlijdende vertrekt. Over een rivier, of als een schim opstijgend uit een lege huls. Ik heb veel meer het gevoel dat wij, de nog levenden, in een rijdende trein zitten en dat de doden achterblijven op het perron. We zwaaien nog even en dan zijn we weg. Op weg. We vergeten degenen die we achterlaten. Zo gaat het meestal. Er is een kleine categorie die niet vergeten wordt, van wie de afwezigheid steeds meer wordt gevoeld. Ik heb het grote voorrecht drie van dat soort mensen goed te hebben gekend. Piet is één van hen.

Ben Salemans

Piet Verkruijsse is overleden. Wat een klap voor zijn geliefden, voor de neerlandistiek, boek- en bibliotheekwetenschap, bibliografie en natuurlijk ook voor Neder-L! Wij, de redactieleden van Neder-L, wisten dat hij ernstig ziek was. Maar zijn overlijden kwam toch veel sneller dan wij aan zagen komen. Op 10 februari, tien dagen voor zijn dood, schreef hij nog een bijdrage voor Neder-L. Wat moet die laatste bijdrage hem letterlijk en figuurlijk pijn hebben gedaan. Neder-L zonder Piet is Neder-L niet meer.
Ik zal Piet nooit vergeten. Ik leerde hem persoonlijk kennen in 1997 toen hij toetrad tot de redactie van Neder-L. Wat een aanwinst. Want als er iemand wist wat er op het gebied van de neerlandistiek speelde, dan was het Piet wel, dé spin in het neerlandistische web. Eerlijk gezegd keek ik wel wat tegen hem op, want ik had met veel bewondering vele tientallen artikelen van hem gelezen. Ik had op de dag dat ik Piet leerde kennen gewoon een spijkerbroek en t-shirt aan. En daar stond ik in een keer tegenover de (immer) keurig geklede heer Verkruijsse. Piet voelde dat ik mij ietwat ongemakkelijk voelde, en wist met een paar van zijn beroemde tongue-in-cheek-opmerkingen meteen een relaxte sfeer te creëren.
Piet Verkruijsse was een heel lieve, minzame man. Ik heb hem nooit horen klagen over bezuinigingen, over zijn ziekte, over wat dan ook. Piet was altijd mild. Hij kon zich eigenlijk alleen een beetje opwinden over taalfouten en spelfouten (bijv. in Neder-L-artikelen). Maar in crisissituaties bleef Piet altijd de rust zelve. Hij leunde achterover, luisterde naar argumenten. Dan nam Piet het woord, wat hij meestal aankondigde met “Mmmmm.” Dan volgden enkele vlekkeloos geformuleerde zinnen met vlijmscherpe analyses én met oplossingen.
Piet had zijn hart verpand aan de neerlandistiek, de boekwetenschap, de bibliografie en, de laatste jare, zijn Artisbibliotheek. Die liefde straalde hij uit en hij kon er heel aanstekelijk over vertellen, bijvoorbeeld in colleges of tijdens supergezellige redactie-etentjes bij Piet en Gisella thuis. Ik ga Piet ontzettend missen.
Ben Salemans

Francien Petiet

Of ik niet in de redactie van Neder-L zou willen zitten? Die vraag legde Piet mij enkele jaren geleden voor. We hadden afgesproken in de Artisbibliotheek, waar hij destijds als conservator werkzaam was. Daar zouden we het een ander doornemen en zou ik wegwijs worden gemaakt in Neder-L en de daaraan verbonden werkzaamheden. Ik kwam aanlopen en trof Piet buiten voor de bibliotheek aan. Op de muur van de Artisbibliotheek zat een buitengewoon grote vlinder en Piet was aan het wachten op een specialist van het nabij gelegen Hortus Botanicus. Piet was aan het speculeren wat voor een soort vlinder het zou kunnen zijn en was ervan overtuigd dat het een bijzonder exemplaar was. Hij was voor zijn doen dan ook redelijk opgewonden. Wellicht zag hij zichzelf opnieuw op de voorpagina van de NRC, maar dan niet als ontdekker van een nieuwe Bredero-druk. We bleven doodstil wachten. Toen eenmaal de ‘vlinderexpert’ kwam werd meteen duidelijk dat het een veel voorkomende reuzenvlinder was (de naam is mij ontschoten), ontsnapt uit de vlinderkas van de Hortus, maar niet bijzonder en niet de moeite van het vangen waard. We gingen enigszins teleurgesteld naar binnen, waar we de rest van de middag gesproken hebben over Neder-L.
Het was de bedoeling dat ik Piet zou vervangen, maar daar is weinig van terecht gekomen. Ik werd toegevoegd aan de redactie. De afgelopen jaren bleef de bijdrage van Piet aan Neder-L zeer groot, helemaal toen de weblog van start ging. Veel berichten waren afkomstig van Piet, die een groot netwerk om zich heen had, veel nieuwsbrieven ontving; op het gebied van de Nederlandse taal en literatuur en natuurlijk boekwetenschap ontging hem weinig. Zelfs de laatste dagen voor zijn overlijden was Piet nog betrokken bij Neder-L. Weliswaar was hij te moe om zelf berichten te plaatsen, maar berichten naar mij doorzetten deed hij nog wel. Op woensdag 15 februari ging ik samen met een goede vriendin naar Piet toe om definitief afscheid te nemen, ik namens de redactie van Neder-L. Piet was moe en lusteloos, maar nog wel Piet. Rustig als altijd zei hij dat hij op was en dat het leven voor hem zo geen zin meer had. Het was, hoe zwaar ook, goed om dat van hemzelf te horen. We spraken kort over zowel leuke als minder leuke zaken. De Artis-bibliotheek kwam voorbij, Zeeland en natuurlijk ook Neder-L. Hij was blij met de inzet van de nieuwe Neder-L-ers Bas Jongenelen en Fabian Stolk.
Het is moeilijk te accepteren dat Neder-L zonder Piet verder moet. Hoewel, helemaal weg is hij natuurlijk niet. Als mede-oprichter blijft Piet digitaal voortleven via Neder-L. Een kleine troost voor een groot verlies.
Francien Petiet

Marita Mathijsen

Lof wordt vaak te laat uitgesproken. Vóór Piets overlijden heb ik hem daarom een mailtje gestuurd waarin ik hem liet weten hoezeer ik op hem gesteld was. Ik citeer een aantal passages uit die mail: Je humor was een verademing op de universiteit. Je spitsheid was altijd weer verrassend. Ik heb veel van je geleerd, van je vasthoudendheid, van je wetenschappelijk geweten, van je bescheiden zelfverzekerdheid, van je rustige manier om vast te houden en daardoor dingen te bereiken. Achterbaksheid, berekening, jaloezie, dubbele agenda's of nurksigheid ken je niet - en daarin verschil je van veel collega's. Je hebt een heel bijzondere betekenis voor me gehad, toen mijn echtgenoot plotseling overleed. Ik was toen bezig aan de laatste fase van mijn handboek teksteditie, Naar de letter, en toen heb jij aangeboden mee drukproeven te corrigeren en illustraties te zoeken. Dat was toen een grote troost voor mij, en ook een uitweg, want juist het vasthouden aan werk is in moeilijke omstandigheden vaak het beste. Dat heb je tot nu toe ook laten zien. Ik heb toen je grote vriendschapsvermogen leren kennen.
Dank je voor dit en allerlei andere vrolijkheden en aardigheden, die het bestaan op en om het P.C. Hoofthuis zo veraangenaamden.
Ik heb in de mail aan Piet zijn vakmanschap niet geprezen, Piet wist zelf wel wat hij waard was, maar nu hij er niet meer is wil ik benadrukken hoe groot het verlies is voor de Neerlandistiek en de boekwetenschap. Hij hoorde tot een generatie boekwetenschappers die als we niet oppassen uitsterft. Zijn kennis van het boek, van druktechnieken, van paleografie, van letters en boekopbouw was fenomenaal, en beperkte zich niet tot een enkele periode. Dat hij bovendien 'het boze oog' had en geen boek kon openslaan of een zetfout ontdekte, is niet alleen vermakelijk, maar het getuigt ook van zijn onvergelijkbaar oog voor wat een boek moest zijn.
Marita Mathijsen (UvA)

Klaas Beekman

Voor mij is en blijft Piet Verkruijsse de man van de laconieke manier van spreken, ook als het om heftige zaken ging. Hij had oog voor de gekte om zich heen, maar liet zich nooit gek maken. Piet ging bij alles zijn eigen weg. Zo ontwikkelde hij een systeem – zonder daar enige ophef over te maken – , met behulp waarvan hij via de moderne media studenten thuis aan een opdracht kon laten werken en op het verloop ervan kon toezien. Hij creëerde zo al in een vroeg stadium een manier waarop er flexibel gewerkt kon worden. Ik zie hem nog tevreden achteroverleunend naar zijn scherm kijken.
Klaus Beekman (UvA)

Peter-Arno Coppen

Er zijn niet veel mensen meer die goed kunnen gnuiven. Het komt überhaupt al niet zo vaak meer voor dat ik dit woord gebruik, maar het komt het dichtste bij de indruk die ik wil vastleggen. Het WNT omschrijft het wat onbeholpen als "Met licht leedvermaak, met lichten spot lachen, heimelijk pleizier hebben, gniffelen; ook: zich verkneukelen." maar de gedetailleerdheid en de nuancering verraden al dat de woordenboekmakers er niet goed raad mee weten.
Misschien is dat wel een van de karakteristieke kenmerken van het gnuiven: dat je er niet goed raad mee weet, dat het mensen lichtelijk op het verkeerde been zet. De gnuiver heeft daar zichtbaar plezier in. En dat is dan vervolgens het ultieme gnuiven.
Er zijn dus niet zo veel mensen meer die het kunnen. Het beste voorbeeld is het Neder-L-redactielid Piet Verkruijsse. Wie wel eens een van de schaarse (en dus legendarische) redactievergaderingen van Neder-L heeft meegemaakt, weet wat ik bedoel. Tenzij het over boekrecensies ging (want daar viel weinig over te gnuiven) zat iedereen voortdurend met een half oog naar Piet te kijken die dan, tja hoe zeg je dat, "enigmatisch gnuifde." Ik heb altijd het idee gehad dat Piet dan heimelijk pleizier of lichten spot had over de onwezenlijke ideeën die de andere redactieraadsleden in hun enthousiasme door de kamer slingerden. Gelukkig werden wij dan zo afgeleid door de gedachte aan de vraag hoe Piet er eigenlijk over dacht dat het meeste dan niet doorging.
Het lijkt niet eerlijk om iemand te karakteriseren op een detail, maar in het geval van Piet geloof ik dat ik weinig keuze heb. Het is ondoenlijk voor één persoon om Piet in al zijn neerlandistische veelzijdigheid te schetsen. Ik geloof daarom dat hij niet alleen in beeld blijft door wat hij achterlaat, maar dat hij ook weer oprijst uit de scherpe details die zijn vrienden bij elkaar brengen. En ik heb de indruk dat er daar heel veel van zijn. Het woord gnuiven met zijn oude, cultureel rijke inhoud mag daartussen niet ontbreken.
Het woord is niet zo frequent meer. Ik heb niet eens meer de intuïtie of het nu gnoof of gnuifde is (het is gnuifde maar dat heb ik moeten opzoeken). Waarschijnlijk sterft het woord uit omdat de echte gnuivers langzaam verdwijnen. Ik vind dat een groot gemis.
Peter-Arno Coppen

Marc van Oostendorp

Ruim vijftien jaar is Piet de basso continuo van Neder-L geweest. Alle andere medewerkers hadden hun onbetrouwbare perioden, waarin ze ineens werden opgeslokt door andere beslommeringen, in hun werk of in hun privé-leven. Zonder permanente stroom van mededelingen uit alle hoeken van de neerlandistiek die Piet steeds bezorgde, had het tijdschrift in sommige perioden drooggelegen en nu waarschijnlijk niet meer bestaan.
Piet was een echte neerlandicus en een echte intellectueel — met alle positieve eigenschappen die daar bij horen: iemand die hechtte aan precisie, aan correctheid, maar iemand die voor alles een heer bleef. Met zijn licht ironische manier van praten, zijn zachtjes sabbelen op de steel van zijn pijp was hij bij iedere redactievergadering een baken. Hij hield van de mooie dingen in het leven, van de Nederlandse letteren natuurlijk, en van verzorgd taalgebruik, maar ook van kunst en natuur.
Het afgelopen jaar had hij een kleine kring op de hoogte gehouden van zijn gezondheidstoestand. Ook die berichten waren typisch Piet Verkruijsse: precieze beschrijvingen in een onkreukbaar, op het oog bijna onbezorgd soort Nederlands. Maar het laatste bericht, van ruim een week geleden, was allesbehalve goed.
We hebben deze week afscheid van Piet moeten nemen. Dat slaat het hart uit Neder-L. >
Marc van Oostendorp (Meertens Instituut)

Elders

Hier verzamelen we berichten die elders op het internet zijn verschenen naar aanleiding van Piets overlijden:


U kunt onder dit bericht desgewenst reageren, uw herinneringen plaatsen, enz.

Nut

Wat is het nut van een neerlandicus? Dat is een vraag met veel kanten, waaronder een economische — moeten we in tijden van bezuinigingen dat soort flauwekul nog van onze belastingcenten betalen —, maar vooral ook een persoonlijke. Er heeft nog nooit iemand een proefschrift bij me geschreven die niet op een dag vertwijfeld mijn kamer binnenstapte: wat voor zin had nu al dit geworstel? Moest je daar je leven wel aan wijden?

Dunya & Desie


Geregeld vraag ik aan mijn studenten wat voor literatuuronderwijs zij op de middelbare school genoten hebben. Mijn studenten studeren Nederlands aan de lerarenopleiding in Tilburg, dus zo gek is het niet om te praten over literatuuronderwijs.

Ik schrik eigenlijk nergens meer van.

zondag 19 februari 2012

Twitter redt Oeteldonks

Gelukkig voor u kunt u tot aswoensdag doorwerken en toch in Oeteldonk zijn: door de tweets te volgen van Driek Pakaon, Boer Knillis en Hendrien. Gisteren berichtte de BBC dat nieuwe media bedreigde talen kunnen redden. Dat geldt zeker ook voor het Oeteldonks, een dialect met een wonderlijke geschiedenis.

zaterdag 18 februari 2012

Praedigitale poëzie

Gisteravond bezocht ik weer eens i-Poetry Live van het Poëziecircus, vooral, geef ik toe, omdat ik wist dat Ramsey Nasr zou komen en omdat ik weet dat ik diens poëzie waardeer en nog meer als hij zelf voordraagt. Twee vliegen, één klap.

Daar komt bij dat ik de huisband Phinx erg leuk vind. Drie vliegen. Een biertje er niet duur is. Vier (en ik al één keer de quizz gewonnen heb).

Maar gisteren werd ik onverwacht overdonderd door de voordracht door Marjolijn van Heemstra. Vijf.

Marie z'n fiets is kapot

Het Twents is volgens de cabaretier Herman Finkers 'de oudste nog levende wortel in het Nederlandse taalgebied'. Hij schrijft dat in het nieuwe nummer van Onze Taal, dat gisteren in de bus lag. Finkers legt niet echt uit waarop hij deze classificatie baseert — hoezo 'het oudst' —, maar dat maakt niet uit, want zijn opsomming van allerlei bijzondere eigenschappen van zijn geliefde streektaal is fijn genoeg om te lezen. Ik ontdekte bijvoorbeeld een nieuwe manier van beleefd zijn in het Twents:

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 8

  
Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



vrijdag 17 februari 2012

Argumentum ad phantasmam

Soms komt er opeens uit het niets een geheel nieuw soort onzinnig argument bij.
Drogredenen – argumenten die in een discussie naar voren worden gebracht zonder dat ze de stelling van de spreker ondersteunen – bestaan al sinds onheugelijke tijden. Er zijn ook hele lijsten van met indrukwekkende, vaak Latijnse namen: het argumentum ad hominem (jij zegt het en jij bent een leugenaar, dus is het onwaar), het argumentum ad autoritatem (ik zeg het en ik ben de baas, dus is het waar) en het post hoc ergo propter hoc (A gebeurde na B, dus is A de oorzaak van B), enzovoort.
Je zou denken dat er niets meer aan zo'n klassieke lijst kan worden toegevoegd, maar soms komt er toch ineens weer een drogreden bij die zo absurd is dat hij de tegenstander alleen al daarom alle argumenten uit handen slaat.
NRC Handelsblad presenteerde gisteren een gloednieuwe drogreden, het spookargument (argumentum ad phantasmam). Het gaat hier om een variant van het argumentum ad hominem met een interessante draai: omdat je niets weet over je tegenstander, bedenk je allerlei eigenschappen die deze zou kunnen hebben en die hem in dat geval verdacht zouden maken. Dat je die eigenschappen ter plekke verzint, daar maak je vooral geen geheim van.

Drie karakteristieken

Het argumentum ad phantasmam is een uitkomst voor iedere polemist die geen zin heeft om iets uit te zoeken. Je zegt bijvoorbeeld: 'ja, maar ik denk dat je daarnet lelijk op de korrel bent genomen door een gnoe, dus kun je niet zo helder meer denken'. Of: 'in mijn dromen maak jij deel uit van een wereldwijd complot van in een boerenkiel gehulde verkopers van ratelslangen'. Of: 'ik heb zojuist bedacht dat jouw goeroe vanachter zijn morsige paarse baard jou de opdracht heeft gegeven de beschaving te vernietigen'.
Gerrit Komrij liet gisteren enkele voorbeelden zien van de nieuwe techniek in zijn column over Francisco van Jole. (Hier staat een reactie van Francisco van Jole op Komrijs stuk. ) Van Jole had Komrijs wrevel gewekt omdat hij het bestaan had om in een artikel op Joop.nl te beweren dat het papieren boek binnenkort zou verdwijnen ten gunste van het e-boek en dat hijzelf alvast tachtig procent van zijn boeken de deur had uitgedaan.
Als ik het goed zie, heeft Komrij twee argumenten tegen Van Jole en allebei zijn ze expliciet gebaseerd op gefantaseerde eigenschappen van zijn tegenstander. De eerste is dat Komrij vermoedt dat zijn tegenstander niet veel boeken leest:
Ik zou met gemak drie karakterschetsen van Francisco van Jole kunnen geven. Maar nooit, nee nooit heb ik hem geassocieerd met iets wat naar boeken zweemde of met enige liefde voor de literatuur. (...) Het wegdoen van een bibliotheek door iemand die duidelijk nooit iets van belang heeft gelezen (...) is een loos gebaar
Met andere woorden, alleen mensen die door Komrij 'geassocieerd' worden met 'iets wat naar boeken zweemt' hebben het recht zich te uiten over deze kwestie. Het argument is effectief omdat het een gelaagde drogreden is. In de eerste plaats zou het argument een argumentum ad hominem zijn om iemand buiten te sluiten omdat hij 'duidelijk nooit iets van belang gelezen heeft', maar in de tweede plaats wordt er geen enkele poging gedaan om dat laatste aan te tonen. Komrij denkt alleen maar dat het zo is. Misschien leest de internetjournalist in zijn vrije tijd wel iedere avond een smaakvolle dichtbundel, maar dat doet niet terzake. (Interessant is natuurlijk ook dat zinnetje over die 'drie karakterschetsen' dat verder volkomen in de lucht blijft hangen: waar zou Komrij die schetsen, ongetwijfeld alle drie volkomen verschillend, op baseren?)

Inwendig gelukspeil

Vervolgens dicht Komrij zijn tegenstander ook een oneigenlijk motief voor om zijn boeken naar de antiquaar te brengen. En ook dat motief is geheel en al verzonnen:
Hoe oud zou Francisco van Jole zijn? Er bestaan, gezien zijn indrukwekkende internetverleden, slechts twee mogelijkheden. Hij is op de leeftijd dat zijn vrouw al flink is veraardappeld of hij is op de leeftijd dat hij met een jongere meid heeft aangepapt. In het eerste geval is hij eindelijk gezwicht, moegebeukt door het huiselijk gezeur dat die boekvormige stofnesten de deur uit moeten. In het tweede geval heeft het jonge gansje in de Viva gelezen dat urenlang turen naar een witte wand leidt tot een drastische verhoging van haar inwendige gelukspeil. Wie is Francisco om zijn gansje een kale muur te misgunnen?
Met andere woorden: geen idee wat Van Joles privé-situatie is, maar het zal zijn vrouw wel zijn geweest (en een vriendin van Van Jole zal wel de Viva lezen). Ook daar geldt weer: zelfs al had Van Jole zich door zijn vrouw laten verleiden, dan was het nog irrelevant; maar het kan Komrij niet eens schelen of Van Jole een vrouw heeft.
Volgens Komrij is er sprake van een 'oorlog van lezers tegen niet-lezers'. In die oorlog zijn kennelijk alle middelen geoorloofd — inclusief voor het gemak maar even aannemen dat je tegenstander wel een vriendin zal hebben die de Viva leest.
Er is enige discussie over deze column op de website De Contrabas.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 7

   

Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



donderdag 16 februari 2012

Gulden legende, deel II

   

   
7 februari j.l. werd te Leuven, België het tweede deel gepresenteerd van de tweedelige kritische editie van de oudste Middelnederlandse vertaling, geredigeerd door de Hernse kartuizer Petrus Naghel (gest. 1395) die in 1357 deze vertaling voltooid zou hebben. Petrus maakte gebruik van een handschrift van de Legenda aurea dat zijn broer voor hem in Bourgondië gekocht zou hebben.

Wim Daniëls, volkstaalkundige

Wim Daniëls heeft inmiddels misschien wel net zo veel taalboeken geschreven als alle andere Nederlandse taalkundigen bij elkaar. Daarnaast ontplooit hij allerlei andere activiteiten: hij was een van de initiatiefnemers van het Witte Boekje, hij is stadsdichter van Helmond, hij treedt op in onder andere een eigen cabaretvoorstelling over de voornaam Wim, en dat is nog maar een bescheiden selectie.

woensdag 15 februari 2012

Boekensalon met Gerrit Noordzij en Peter Verheul, donderdag 23 februari 2012 te Amsterdam

Meester en leerling. Typograaf, letterontwerper en schrifttheoreticus Gerrit Noordzij gaat op donderdag 23 februari in gesprek over het gedrukte boek met zijn oud-leerling Peter Verheul, tijdens de Boekensalon van de Bijzondere Collecties. Gespreksleider is journalist en schrijver Kester Freriks. Aanleiding is de tentoonstelling ‘The printed book: a visual history’, die tot en met 13 mei bij de Bijzondere Collecties te zien is.

Waneer? Heb jij je school wel afgemaakt?

Op Twitter is een zekere Jan Berens actief (@jan_spellingman) die onvermoeibaar de hele dag het netwerk lijkt te monitoren op spelfouten. Zodra hij er een vindt, stuurt hij de Twitteraars — zo te zien volslagen onbekenden — berichtjes zoals:

- het is mij een doorn in het oog als mensen "locale" en niet "lokale" twitteren
- Hier spreekt een neerlandicus. Doe er je voordeel mee. "pauze" en niet "pause"!
- zelfs mijn demente moeder weet dat je "elektron" schrijft en niet "electron"
- Mijn eerste les is gratis. Het is "akkoord" en niet "akoord".
- Ik krijg er altijd zo'n pijn in mijn buik van als mensen "Russich" in plaats van "Russisch" schrijven.
- Heb jij je school wel afgemaakt? Het is "wanneer" en niet "waneer".

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 6

   

Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



dinsdag 14 februari 2012

KANTL-conferenties 2012

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde organiseert in het voorjaar 2012 een reeks KANTL-conferenties waarin recent werk van leden wordt voorgesteld.

Op woensdag 22 februari stellen uitgeefster Marita Vermeulen, auteur Anne Provoost en illustratrice An Candaele het prentenboek "Springdag" voor en vertellen over de ontstaansgeschiedenis van het boek.

Kunstfestival 'De werkplaats verschuift', zaterdag 18 februari te Antwerpen

Het literaire tijdschrift Deus Ex Machina en Antwerpen Boekenstad presenteren op 18 februari 2012 voor de allereerste keer een multimediale werkplaats. De werkplaats verschuift is een kunstfestival voor schrijvers, illustratoren, kunstenaars en muzikanten waarbij ze met elkaar aan de slag gaan en samen nieuw werk creëren.

Met mij

Is liefde mogelijk zonder eigen taal? Zouden er stelletjes bestaan die niet hun eigen woorden en formules en zinswendingen kennen, die niet van die dingen zeggen waarvan ieder ander buiten de relatie zijn wenkbrauwen zou fronsen omdat zij zich niet herinnert dat zij thuis tegen haar liefje ook allerlei rare dingen zegt.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 5

   

Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



maandag 13 februari 2012

Congres over humor in de literatuur, vrijdag 20 april 2012, Tilburg



Op vrijdag 20 april (15.00-18.00 uur) wordt er op Fontys Lerarenopleiding Tilburg (Prof. Goossenslaan 1-01, Tilburg) een klein congres gehouden over humor in de literatuur. De aanleiding van het congres is de publicatie van het boek Comic Drama in the Low Countries (1450-1560) van Bas Jongenelen &
Ben Parsons.

Lezingenreeks Noord en Zuid onder Willem I. 200 jaar Verenigd Koninkrijk der Nederlanden


Op 25 maart 2012 vindt om 16 uur in De Brakke Grond te Amsterdam de eerste lezing plaats met de titel 'De Bildungsroman van het Verenigd Koninkrijk', gehouden door Marita Mathijsen en Janneke Weijermars.

Cornelis Everaert, De klucht van de visser


Cornelis Everaert was een zestiende-eeuwse Brugse rederijker over wie weinig bekend is. Gelukkig heeft hij op een gegeven moment al zijn 35 toneelstukken voor zichzelf overgeschreven, anders was er ook geen enkel werk van hem overgeleverd. Nu zijn deze 35 werken een belangrijk onderdeel van de ons bekende rederijkersliteratuur en is Everaert een belangrijke auteur uit onze literatuurgeschiedenis. Zijn verzameld werk is door Wim Hüsken uitgegeven bij Verloren, De klucht van de visser is hier te lezen. Van zo'n schrijver is toch zeker wel iets voor een groter publiek uitgegeven? Nee, tot op heden zijn Everaerts toneelstukken niet vertaald in modern Nederlands. We hebben een primeur op Neder-L, want hieronder staat de allereerste vertaling van De klucht van de visser. Het is een allereerste versie, dus opmerkingen zijn welkom in de opmerkingen.

Levelen over cijfertjes

Niemand begrijpt zo goed hoe je vertrouwen kunt wekken met taal als de banken, of in ieder geval hun reclamebureaus. De bedrijfstak heeft de afgelopen twintig jaar bijna iedere vorm van Nederlands ingezet: van het met een donkerbruine stem uitgesproken model-Nederlands van de Van Lanschot-reclames via de (min of meer ironische) ballerige toon van de ABN Amro in de jaren negentig tot en met het licht Limburgse accent van de SNS Bank.

Het zijn allemaal manieren om te laten horen dat de mensen ('de consumenten' zoals de bankiers dat vast noemen) je vertrouwen kunnen omdat jij spreekt zoals zij: bedachtzaam of juist opgewonden, deftig of juist volks. De taal van de bankreclames is een goede thermometer voor het maatschappelijk klimaat: wie praat als een bankreclame is kennelijk betrouwbaar. In de jaren tachtig was dat de donkerbruine stem, in de jaren negentig de brallende bal. Wat vertellen de nieuwste reclames ons over de huidige tijd?

zondag 12 februari 2012

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 4

   

Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



De Annie M.G. Schmidt van het taalboek

Hoera! Het gaat vandaag sneeuwen en dooien, dus u hoeft die nare schaatsen niet meer onder te binden. Ga snel naar de boekwinkel en bezorg uzelf een heerlijke zondagmiddag op de bank met de nieuwe Paulien Cornelisse, En dan nog iets.

Paulien Cornelisse is voor het taalboek wat Annie M.G. Schmidt was voor het kinderboek:

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 3

   

Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



zaterdag 11 februari 2012

Butterfly Black

Butterfly Black 300 grams
Arctic Volume White 200 grams
Acroprint Milk 100 grams

Zelden een beter recept gelezen. Maar pas op: er zijn nog andere ingrediënten, en ook de kok doet ertoe.

Vacature voor onderzoeker ‘diachrone constructiegrammatica van het Nederlands’ aan de Universiteit Gent (promotieplaats) (deadline 29-2-2012)

Aan de vakgroep Taalkunde van de Universiteit Gent (afdeling Nederlands) is er een vacature voor een voltijds onderzoeker (doctoraatsbursaal) op een project over diachrone constructiegrammatica. Het thema van het onderzoeksproject is variatie en verandering in de semantische structuur van argumentstructuur-constructies (titel ‘Variation and change in constructional semantics: Argument structure constructions in varieties of Dutch’). De promotor van het project is Timothy Colleman.

Polmo en andere vergeten ezelsbruggetjes

De mens is voortdurend van alles en nog wat uit zijn hoofd aan het leren en na een tijdje gaat hij dood en is al die kennis verloren. ('Ja, ik dacht, het wordt tijd voor een opbeurende gedachte op de zaterdagochtend.') Ik denk bijvoorbeeld vaak aan het bijbelboek Prediker: 'wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart.' ('Als ik dood ben, is dat citaat ook alweer een vindplaats armer.')

In de nieuwe bundel Ademhalen onder de maan van Ingmar Heytze staat een gedicht dat ook over dit onderwerp gaat en het daarom verdient uit het hoofd geleerd te worden:

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 2

 
Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.



vrijdag 10 februari 2012

Nieuw Gronings onderzoek naar taalbegrip

Moeilijke tijden voor modellen van taalbegrip

Het is eigenlijk een wonder: de werking van je hersenen tijdens het begrijpen van taal is te meten op je hoofd in de vorm van uiterst zwakke elektrische signalen op de hoofdhuid. Als de zin ‘Jan besmeerde zijn brood met...’ wordt afgemaakt met het woord ‘sokken’, zorgt dat bij de lezer voor een zogenaamde N400. Dat is een negatieve piek in het signaal die optreedt 400 milliseconden nadat de lezer ‘sokken’ heeft gezien. De meeste onderzoekers denken dat deze N400 een maat is voor het gemak waarmee een zin begrepen wordt. Harm Brouwer laat in een artikel in Brain Research zien dat deze lezing fout is. Ten minste vijf modellen van taalbegrip zullen daardoor vrijwel zeker het veld moeten ruimen.

John Hoeks, de wetenschappelijke begeleider van Brouwer, onderzocht in 2004 samen met collega Laurie Stowe het verwerken van zinnen als ‘De witte tanden hebben het kind gepoetst’. Ze verwachtten dat lezers moeite zouden hebben met het begrijpen van dit soort zinnen, wat zou moeten resulteren in een N400. Die vonden ze echter niet. Betekende dit nu dat taalgebruikers grif accepteren dat tanden ook kinderen kunnen poetsen? Of zijn de lezers - wellicht tijdelijk - in de greep van een `Semantische Illusie’?

Het Nederlands beschermen: ha, ha, ha!

Gisteren werd bekend dat de Stichting Nederlands haar jaarlijkse 'Lofprijs' heeft uitgereikt aan de cabaretier Herman Finkers. Dat nieuws zal niet de voorpagina's halen — die stichting, die zich vooral inzet tegen de invloed van het Engels op het Nederlands, is klein en het is niet duidelijk hoe de keuze precies tot stand komt. En toch is de keuze ook opvallend en een teken aan de wand.

Finkers heeft vorig jaar al de Groenman-taalprijs gewonnen, een grotere en prestigieuzere prijs op dit gebied: de Nobelprijs voor de Nederlandse taal. En het eigenaardige is: die prijs gaat overwegend naar cabaretiers.

'Valentijn ende Oursson' : hoofdstuk 1

   
Een schone ende wonderlijcke historie van Valentijn ende Oursson, de twee edele vrome ridders, sonen vanden mogenden keyser van Griecken ende neven vanden edelen koningh Pepijn, doen ter tijt koningh van Vranckrijck. Uyt de Francoysche in onse Nederlantsche sprake overgeset. Van nieus oversien ende verbetert. T’Amsterdam, gedruckt by Jan Jacobszoon Bouman, boeckverkooper op ’t Water, in De Lelye onder de Doornen. Anno 1657.


   

De Historie van Valentijn ende Oursson als feuilleton in Neder-L


Al enige tijd houd ik mij in goed gezelschap bezig met de ‘Middelnederlandse’ vertaling van de laat-middeleeuwse Franse prozaroman Valentin et Orson. Middelnederlands tussen aanhalingstekens, omdat de 'oorspronkelijke' Middelnederlandse vertaling verloren ging. Alle gedrukte zestiende-eeuwse exemplaren zijn stuk gelezen, per ongeluk verloren gegaan en sommige misschien ook wel bewust vernietigd. Het oudste bewaard gebleven gedateerde exemplaar in Nederland (en België) ligt in de UB Leiden (sign. 1074 A 9) en dateert (pas) uit 1696, gedrukt te Utrecht, door de erven van de weduwe van Jurriaen van Poolsum. In Sint Petersburg wordt een (veel) ouder exemplaar bewaard, gedrukt in 1657 te Amsterdam door Jan Jacobszoon Bouman (Sint Petersburg, SSSPL: 6.10.3.3). Zie hier een facsimile van het begin van deze druk. De secundaire literatuur vermeldt een exemplaar dat in 1640 te Rotterdam gedrukt zou zijn. Dat zal dan wel door iemand uit het van oorsprong Antwerpse drukkersgeslacht Van Waesberghe gedaan zijn, maar dat boek lijkt onvindbaar. Weet ook niet of het de lange versie dan wel de korte versie bevat heeft.

donderdag 9 februari 2012

Gouden Eeuw Colloquium Amsterdam met Marijke van der Wal

Het eerstvolgende colloquium van het Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw vindt plaats op 1 maart a.s.

Spreker: Marijke van der Wal
Onderwerp: Sailing letters in het licht van de ‘language history from below’
Datum en tijd: donderdag 1 maart, 15.30 – 17.00 uur
Locatie: VOC-zaal, Kloveniersburgwal 48, Amsterdam

De diversiteit van het hedendaagse Nederlands ervaren wij dagelijks in sms-taal, chattaal, het informele taalgebruik tussen vrienden en het formelere taalgebruik van toespraken, krantenartikelen en wetenschappelijke publicaties. De talige diversiteit en alledaagse taal uit het verleden onttrekken zich echter grotendeels aan onze waarneming. De internationale language history from below-benadering is gericht op het exploreren van bronnenmateriaal dat zicht geeft op die talige diversiteit uit het verleden (bijvoorbeeld brieven van negentiende-eeuwse Duitse emigranten geschreven vanuit Amerika). Voor het Nederlands van de zeventiende en achttiende eeuw zijn de zo geheten sailing letters een unieke bron. Onder die documenten, die in oorlogstijden door Engelse kapers werden buitgemaakt, bevinden zich zo’n 15.000 privé-brieven van mannen, vrouwen en zelfs kinderen uit alle lagen van de maatschappij.
De lezing zal laten zien hoe binnen het Leidse Brieven als buit-onderzoek analyse van die privé-brieven vanuit de language history from below-benadering plaatsvindt en tot resultaten leidt. Allereerst komen de problemen aan de orde die moeten worden opgelost voordat daadwerkelijk socio-historisch taalkundig onderzoek kan starten. Zo moeten we vaststellen of de brieven zelf geschreven zijn of niet en tot welke sociale klasse een scribent behoort. Bij dit ‘vooronderzoek’ zal de waarde van interdisciplinariteit voor het voetlicht komen. Vervolgens zullen diverse resultaten van het onderzoek worden gepresenteerd. Bij de sociale en regionale diversiteit die uit de analyses naar voren komt, wordt ook de intrigerende vraag gesteld welke verklarende factoren hier een rol spelen.

Call for Papers Congres Werkgroep Zeventiende Eeuw

Call for papers
Congres Werkgroep Zeventiende Eeuw
Zaterdag 25 augustus 2012, Universiteit Leiden, Lipsiusgebouw

Het vaderlands verleden in de zeventiende eeuw

In de zeventiende-eeuwse Nederlanden werd het eigen verleden een steeds belangrijker referentiepunt. Voor theologen, politici en wetgevers was niet alleen het antieke, maar ook het vaderlandse verleden een bron van gezag, identificatie en wijsheid; polemisten, juristen en propagandisten gebruikten het verleden als ammunitie in actuele conflicten; voor dichters, toneelschrijvers en schilders bood het verleden niet toevallig de setting voor dramatische dilemma’s en exempla. In stedelijke gemeenschappen werd door allerlei partijen geïnvesteerd in gevelstenen en glasramen, preken en toneelvoorstellingen, gedenkpenningen en optochten die het lokale verleden verbeeldden, verheerlijkten en herschreven.

Oproep voor bijdragen aan themanummer Vooys over oorlog

Vooys, tijdschrift voor letteren - call for papers - OORLOG

Vooys nummer 30.3 staat in het teken van het thema 'oorlog'. Graag nodigen we u uit om een voorstel in te dienen voor een bijdrage aan dit themanummer in de vorm van een artikel (3000-4000 woorden).

Cultuur en geschiedenis zijn nauw met elkaar verweven. Enerzijds is cultuur te begrijpen als een ruimte waarin de geschiedenis weerspiegeld wordt. Anderzijds wordt de geschiedenis voor een belangrijk deel gevormd door kunst en cultuur. Onze herinnering ligt besloten in kunst en cultuur. Die herinnering is echter verre van neutraal, want herinneren is ook een vorm van vergeten: wat we ons herinneren is selectief. Zo ontstaan narratieven van de geschiedenis die van groot belang zijn in sociale processen van onder meer natie- en identiteitsvorming.

Oorlogen maken een belangrijk deel uit van die narratieven en in tijden van oorlog wordt dit soort narratieven ingezet. Hoe worden oorlogen gerepresenteerd in literatuur? Wat herinneren we ons van een oorlog en wat vergeten we? Wat is de rol van literatuur in deze herinneringsstrategieën? Dit soort vragen komt aan bod in het themanummer van Vooys. Daarom is Vooys op zoek naar artikelvoorstellen over deze of andere vragen waarin de relatie tussen literatuur en oorlog wordt onderzocht.

Ook studenten zijn van harte uitgenodigd om een voorstel voor een artikel in te sturen.

De deadline voor het opsturen van een artikelvoorstel (max. 400 woorden + zeer beknopt cv) is 5 maart 2012. Binnen een week beslist de redactie welke voorstellen worden geaccepteerd. De deadline voor de artikelen ligt op 1 juni 2012.

Voorstellen kunnen worden gestuurd naar redactie@tijdschriftvooys.nl.

Zie ook http://www.tijdschriftvooys.nl

Gedichten tegen het cynisme

Wanneer ik 's ochtends vroeg bang ben dat het cynisme me overvalt, open ik mijn e-mailbox en zoek het laatste bericht van Laurens Jz. Coster. Als de mailserver het niet tijdelijk begeven heeft — dat is in de afgelopen jaren een enkele keer voorgekomen — vind ik daar altijd een Nederlandstalig gedicht: de afgelopen week bijvoorbeeld van onder andere Guido Gezelle, Hedwig Speliers en Robert Anker. (Sinds enkele jaren worden de berichten ook geplaatst op een weblog op het adres www.ljcoster.nl. Dat is ook de plaats om u te abonneren.)

woensdag 8 februari 2012

Taaltje

Doe uw ogen dicht en stel u de Zwarte Markt in Beverwijk voor. Een handelaar heeft zojuist bij een collega voor een tientje een radio op de kop getikt, in de hoop die voor een paar euro meer te kunnen verkopen. Hij heeft die radio uitgestald in zijn eigen kraampje. Er komt een klant die naar het toestel kijkt. Welke woorden spreekt die handelaar?

Dit is hoe Nico Dijkshoorn het oplost in zijn roman Nooit ziek geweest:

dinsdag 7 februari 2012

Vacature lector Nederlands (Universiteit van Luik) - deadline reageren 16 april 2012

De vakgroep Nederlands van het Departement Moderne Taal- en Letterkunde van de Universiteit van Luik zoekt, voor indiensttreding per 1 oktober 2012, een lector Nederlands.

De kandidaat (m/v) dient moedertaalspreker te zijn, en doctor in de Taal- en Letterkunde, gepromoveerd op een proefschrift in het domein van de literaire neerlandistiek.

Wat staat er nu weer in Neder-L

Het tijdschrift Neder-L staat vol met actuele informatie op het gebied van de neerlandistiek: aankondigingen van evenementen over taal en literatuur, boekaankondigingen en boekbesprekingen, vacatures en niet te vergeten boeiende neerlandistische columns. Vrijwel alles wat ertoe doet in de neerlandistiek is onmiddellijk te vinden in het tijdschrift.

Veel geïnteresseerden in de Nederlandse taal en literatuur weten de weg naar Neder-L al te vinden. Voor hen die dat nog niet hebben, is er nu de NederLNL-twitterfeed: op het twitteraccount NederLNL wordt van elk nieuw bericht op Neder-L meteen een link getweet.

Volg dus NederLNL om nog beter op de hoogte te zijn van de Nederlandse taal en literatuur!

Woedend om een rijmpje

Hugo Brandt Corstius is een man met een zeldzaam talent: grote haat oproepen. Zijn laatste boekje, Rijmlijm heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat Huub Beurskens hem een 'boekstavende, kale stotteraar' noemde, terwijl columnist Benno Barnard in Knack sprak van een 'geest van agressie en scherpzinnige stompzinnigheid'.

Wat is er aan de hand?

maandag 6 februari 2012

Spiegelgevecht: indiscreties in biografieën

Spiegel der Letteren en het Letterenhuis nodigen u uit op het
SPIEGELGEVECHT
Indiscreties in biografieën
22 maart 2012, om 19u30
Letterenhuis | Minderbroedersstraat 22 | 2000 Antwerpen

Moet een auteursbiografie het intieme leven van een auteur onthullen? Hoever mag een biograaf gaan als het over gevoelige informatie gaat? Waar liggen de grenzen tussen discretie, manipulatie en censuur? Op 22 maart 2012 organiseren het tijdschrift Spiegel der Letteren en het Letterenhuis een debat over indiscreties in biografieën, waarin zowel de harde botsingen als de genuanceerde grenzen aan bod komen. Ervaren biografen laten hun licht schijnen over de zaak en gaan met elkaar in gesprek.

Koen Hilberdink (KNAW, biograaf van Paul Rodenko en Hans Lodeizen)
Kris Humbeeck (Universiteit Antwerpen, biograaf van Louis Paul Boon)
Annette Portegies (Uitgeverij Querido, biograaf van Maurice Gilliams)
Hans Renders (Biografie Instituut, biograaf van Jan Hanlo en Jan Campert)
Moderator: Jan Stuyck (Letterenhuis)

Meer informatie: Jan.Stuyck@stad.antwerpen.be, Lars.Bernaerts@ugent.be.

Jan van Beverley

Vanaf vandaag zal Bas Jongenelen geregeld bijdragen aan Neder-L. Jongenelen werkt als docent Nederlands aan de Fontys Lerarenopleiding Tilburg en is een van de oprichters van de Barthelomeus Societies for Medieval Studies. Wij heten hem van harte welkom!
Aan het begin van de zestiende eeuw publiceerde Thomas van der Noot in Brussel Die historie van Jan van Beverley. Het is een verhaal dat qua vorm en thematiek sterk lijkt op Mariken van Nieumeghen. De hoofdpersoon is de zoon van de Engelse graaf van Beverly, en in dat graafschap speelt het verhaal zich af (op een klein uitstapje naar Rome na). De volledige tekst is hier te lezen.
Tot nu toe heeft niemand ooit een aanwijzing gevonden dat dit verhaal ook in Beverly zelf bekend was. Toen Ben Parsons de plaatselijke kerk bezocht, kwam hij op één van de koorbanken een houten figuur tegen. Het is een harig beest met een mannenkop – precies zoals Jan van Beverley in het verhaal beschreven en afgebeeld wordt. Zou er dan toch een connectie zijn tussen de Brusselse Beverley en het Engelse Beverly? Parsons dacht van wel. Ik denk het ook, misschien. Meer info: Ben Parsons, 'Saint John of Beverley?' in: Folklore Society News 67, pp. 4-5.

Het nieuwe 'lijkt'

Dit weekeinde werd er wel even gejuicht op de Neder-L-burelen (normaal gesproken een plaats voor stille contemplatie) toen de nieuwe column van Peter Middendorp op de website van de Volkskrant verscheen.

Middendorp is de beste stilist onder de Nederlandse parlementaire verslaggevers. Deze keer schreef hij eindelijk iets op in een officiële bron dat we al heel lang om ons heen horen en in informele mails ook wel lezen, maar dat ons nog nooit in een krant of boek was opgevallen (het stukje gaat over het Limburgse Statenlid Cor Bosman, ex-PVV'er):

zondag 5 februari 2012

Col: Taalgala en tranen

Taalkundigen hebben een vreemd idee van feest. Dat bleek gisteren maar weer eens, toen de Utrechtse hoogleraar Frank Wijnen het laatste deel van de Grote Taaldag, het deel dat al vijftien jaar 'Taalgala' heet, opende met een toespraak die stijf stond van de somberheid: de toekomst voor de taalwetenschap in Nederland is inktzwart, de regering breekt alles af, waar moet dat heen met ons aanstormende talent, enzovoort. Wie zo naar Wijnen luisterde, had geen zin meer in feest, die wilde alleen nog maar zo snel mogelijk de kou is om zijn tranen op zijn wangen te laten bevriezen.

En het was nog wel zo'n leuke, zo'n bontgekleurde en hoopgevende dag geweest, waarop weer eens bleek hoe ongelooflijk rijk de taal is en hoe inventief de mens die haar bestudeert.

zaterdag 4 februari 2012

Col: Linguïstisch Miniatuurtje CLII: Niet aan beginnen (met nieuwe grammar feud!)

 Als ik voor een groep docenten sta, zoals gisteren, dan doe ik tegenwoordig altijd een kunstje. Ik vraag iemand uit een willekeurige tekst (liefst een boek of een krant, iets "normaals" zal ik maar zeggen) een willekeurige bladzijde op te slaan, en daar de vijfde zin uit voor te lezen. Vervolgens stel ik daar een vraag over op het gebied van de traditionele zinsontleding (woordsoorten of zinsdelen), waar gegarandeerd discussie over ontstaat. 

Ik doe dat nu drie jaar, en ik ben nog nooit een zin tegengekomen waar het niet lukte. De frequentie van grammaticaal onproblematische zinnen is schrikbarend laag. 

Col: Doodziek, dóómm en slimmer

Was u net van plan om vandaag voor dag en dauw op te staan, en dan ligt er sneeuw en ijs! U wilde natuurlijk naar de Grote Taaldag in Utrecht en u was vastbesloten zich door niets en niemand van dat voornemen te laten weerhouden, maar u had buiten weeralarm oranje gerekend.

Ik ben zelf al vertrokken om samen met mijn collega Björn Köhnlein van het Taalportaal een presentatie te geven over een aantal vreemde verschijnselen in het Nederlands, die allemaal gaan over de uitspraak van bijvoeglijk naamwoorden en waarvan we beweren dat ze met elkaar te maken hebben.

Allereerst, de klemtoon in doodziek ligt normaal gesproken op ziek in de volgende zin:

- Dat kind is doodziek.

vrijdag 3 februari 2012

Pas verschenen: Catalogus Criminaliteit en justitie Antiquariaat van der Steur


Pas verschenen:
Antiquariaat A.G. van der Steur. Catalogus 34: Criminaliteit en justitie; verkoopcatalogus van een collectie boeken, brochures en prenten op het gebied van criminaliteit, misdaad en strafrecht, voornamelijk in Nederland, in de loop der eeuwen. Haarlem 2012. LI blz. afbeeldingen + 655 blz.

Op vrijdag 3 februari 2012 is in het stadhuis van Haarlem de nieuwe catalogus van Antiquariaat A.G. van der Steur uit datzelfde Haarlem gepresenteerd. De catalogus met als titel Criminaliteit en justitie is vooral gericht op strafzaken e.d. betreffende (Nederlandse) personen. Bij de indeling op trefwoorden is daarom voorrang gegeven aan de namen van misdadigers, slachtoffers of andere betrokkenen. De meer algemene werken hebben trefwoorden als straf, gevangenis enz. Nieuw in deze catalogus is dat er niet alleen boeken en brochures in voorkomen, maar ook prenten. Vrijwel alle beschreven items zijn gedrukt; slechts een enkel manuscript is opgenomen. De juridische manuscripten uit de voorraad zijn in de loop der jaren al op de website beschreven.

Het begrip ‘criminaliteit’ is in deze catalogus ruim genomen; daarom zijn ook publicaties verwerkt over zigeuners, homoseksuelen, afvallige predikanten e.d. groepen die in hun tijd door sommigen als crimineel werden beoordeeld.
De beschrijvingen van de vele honderden nommers bestaan uit een standaard titelbeschrijving, bibliografisch formaat, aantal pagina’s, verwijzing naar secundaire literatuur en relevante commentaar betreffende het aangeboden exemplaar. Registers ontbreken omdat via de website http://www.vandersteur.nl alle catalogi op alle woorden te doorzoeken zijn (klikken rechts boven op ‘search’, vervolgens klikken op ‘ILAB-database’).

Col: Aanmaningen

Op dagen dat de KNMI zegt dat het weeralarm 'oranje' is en de NS zijn treinen alvast wat later laat vertrekken in verband met 'verwacht weer', op zulke dagen ben ik blij dat ik lid van de Maatschappij der Nederlands​e Letterkund​e ben. En dat ik mijn contributie stelselmatig te laat overmaak.

donderdag 2 februari 2012

Eve: Remakes/Reprises. Recyclages van gedichten(reeksen) in de moderne Nederlandstalige poëzie - Call for papers

Donderdag 29 maart 2012 (14 uur-17 uur)
Vakgroep Letterkunde - Universiteit Gent
Locatie: Auditorium, Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Koningstraat 18, Gent.

In De tweede gisting. Over de compositie van dichtbundels (Amsterdam University Press, 2001) spreekt Ad Zuiderent over het fenomeen van de ‘zelfbloemlezing’. Met die term worden ver-zamelbundels of auteursbloemlezingen aangeduid waarin dichters een al dan niet gereviseerde selectie uit eerder gebundelde poëzie presenteren. Deze anthologische uitgaven kunnen vanuit auteurspoëticaal of promotioneel-strategisch perspectief worden gelezen. Tot de categorie van de ‘zelfbloemlezing’ behoren onder vele andere Gedichten 1948-1963 van Hugo Claus, Gedichten 1954-1968 van Paul Snoek, In de waterwingebieden van H.H. Ter Balkt of Hart tegen hart van Leonard Nolens.

Col: De boekencommunist

Laten we de komende drie, vier jaar van discussie over de toekomst van de boekhandel en het uitgeversbedrijf overslaan. Iedereen weet dat dat debat precies dezelfde vorm gaat krijgen als bij de muziekindustrie van de afgelopen jaren. Bijna alle argumenten over en weer gelden voor boeken net zo goed als voor platen — als we dat nu met zijn allen afspreken, dan zijn we wat sneller klaar.

Waar zijn we nu met de muziek?

woensdag 1 februari 2012

Col: Een heel oud dingetje

Taal is voor de Volkskrant niks dan ellende. Waar in andere kranten nog weleens iemand iets positiefs, of in ieder geval iets neutraals, mag zeggen over het onderwerp, kom je de kolommen van de Volkskrant niet in als je niet minstens vijf duidelijk zichtbare rimpels van kwaadheid in je voorhoofd gegroefd hebt staan.
Dat zal de reden zijn dat ze uitgerekend Jean-Pierre Geelen hebben uitgenodigd om een taalrubriek te schrijven, want ook deze tv-recensent ziet de zon niet in het water schijnen.