Verhuisd



Let op: Neder-L is verhuisd naar www.neerlandistiek.nl

donderdag 4 oktober 2012

“Dan zou ik mijn boek vertalen in 't Maleis, Javaans, Soendaas, Alfoers, Boeginees, Bataks...”

Bespreking van Grave, J., O. Praamstra, H. Vandevoorde (Hrsg.). 150 Jahre Max Havelaar. Multatulis Roman in neuer Perspektive. Frankfurt am Main: Peter Lang, 2012.

In 2010 was het precies 150 jaar geleden dat Batavus Droogstoppel, wonend op de Lauriergracht nr. 37, een paar riem papier extra bestelde en – geheel tegen zijn gewoonte in – begon te schrijven aan zijn roman die geen roman was. Of toch wel? In december 2010 werd er aan de Freien Universität in Berlijn een congres gehouden rondom Multatuli’s Max Havelaar. Literatuurwetenschappers uit verschillende Europese landen hielden zich twee dagen lang bezig met verschillende aspecten van het werk. De verschillende lezingen zijn nu gebundeld in het boek 150 Jahre Max Havelaar. Multatulis Roman in neuer Perspektive.

In de inleiding van de bundel – waarin kort de achtergrond van Eduard Douwes Dekker (Multatuli) en de roman worden geschetst - wordt gezegd dat studies over de Max Havelaar zich tot nu toe concentreerden op de editiegeschiedenis, de tekstanalyse en de receptie (die de laatste jaren vooral de receptie in het buitenland meenemen) en dat Max Havelaar inmiddels tevens d.m.v. gendertheorie en postkoloniale kritiek geïnterpreteerd is. Het congres had als doel gestolde en verouderde inzichten over Multatuli ter discussie te stellen en mogelijk te herzien. Het was tevens de bedoeling om de ontwikkelingen in de literatuurwetenschap van de laatste jaren vruchtbaar te maken voor de jarige roman.

Dit alles is behoorlijk goed gelukt. Verschillende bijdragen proberen werkelijk nieuwe ingangen te vinden om de roman en de schrijver te benaderen en leggen daarbij verrassende verbanden, andere accenten en zwengelen nieuwe discussies aan. Judit Gera gaat in haar artikel bijvoorbeeld een bepaalde vorm van ruimte na: het zwijgen dat ontstaat wanneer een romanpersonage ophoudt te praten, niet meer antwoordt of naar non-verbale communicatie grijpt. Door het systematische en structureel herhaalde gebruik van deze negativiteit wordt een andere, onbekende geschiedenis verteld. Walter Delabar gaat in discussie met eerdere interpretaties – dat Multatuli geen roman, maar een aanklacht tegen het koloniale systeem wilde schrijven – en stelt vast dat Multatuli in de roman geen morele of humanistische argumenten tegen het koloniale regime inzet, maar – met behulp van de opvattingen van Droogstoppel en Havelaar - alleen het gebrek aan efficiëntie bekritiseert. Bart Vervaeck en Hans Vandevoorde gaan (onder meer) in op het probleem van de onbetrouwbare verteller, waarbij Vandevoorde het commentaar en de toelichtingen bij Max Havelaar (“Aanteekeningen en ophelderingen by de uitgaaf van 1875; herzien, gewyzigd en aangevuld in 1881”), ziet als onderdeel van de tekst. Lut Missinne stelt dat Max Havelaar vanaf het begin ook als autobiografische roman gelezen kan worden en Olf Praamstra thematiseert de grote invloed die de Aziatische cultuur op Multatuli uitoefende. De bundel bevat daarnaast drie bijdragen rond het thema 'weten en wetenschap' en Saskia Pieterse kijkt in haar stuk naar hoe Multatuli het debat over het kolonialisme in de 19e eeuw uitbreidde, waarin hij het economische perspectief bekritiseerde. Dat is volgens haar vooral te herkennen aan het satirische personage Droogstoppel. Pieterse vergelijkt Multatuli’s opvattingen met de manier waarop Charles Dickens in Hard Times het utilitarisme van zijn tijd aanklaagde. Walter Fähnders gaat tot slot in op de receptie van Multatuli’s werk in Duitsland rond 1900, die vooral van de linkse intelligentsia in Berlijn en Friedrichhagen afkomstig was. 

De bijdragen zijn geschreven in het Engels of het Duits – geheel in lijn met de internationale doelstelling van het congres. De vraag is alleen in hoeverre díe doelstelling behaald is. Alle bijdragen zijn – op één na - afkomstig van onderzoekers die verbonden zijn (of gestudeerd hebben) aan Duitse, Nederlandse of Vlaamse universiteiten. Gezien het feit dat Max Havelaar in circa 40 talen werd vertaald en een wijde verspreiding binnen en buiten Europa had, is hier mijns inziens een kans gemist. Ik zou het heel interessant vinden om iets van een onderzoeker buiten Europa te lezen. Stellen zij daar hetzelfde type vragen aan deze roman? Komen zij tot andere interpretaties?

Ook wat betreft nieuwe ontwikkelingen in de literatuurwetenschappen liggen er nog volop kansen. De roman werd bijvoorbeeld omgezet in meerdere theaterstukken, een film, een musical en een stripboek. En adaptaties worden tot op de dag van vandaag gemaakt. Zo organiseerde de Universiteit van Amsterdam rond Havelaars 150e verjaardag o.a. de Max Havelaar Academie, een platform voor onderzoek en wetenschap, waar vijf studenten interdisciplinair op zoek gingen naar de actuele betekenis van Multatuli’s meesterwerk. Theatermaker Patrick Nederkoorn liet zich inspireren door het hoofdstuk waarin Max Havelaar de Hoofden van Lebak toespreekt en sprak ‘de gekozenen van Nederland’ (bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen) toe in een monoloog (overigens een leestip voor Rutte of Samsom die hopelijk sowieso regelmatig op Neder-L kijken). Een wetenschappelijke bijdrage vanuit de op dit moment populaire adaptation studies zou een interessants aanvulling zijn op het in deze bundel gepresenteerde Max Havelaar-onderzoek.

De bundel biedt in elk geval veel nieuwe, gevarieerde en goed onderbouwde inzichten en zal ongetwijfeld de aanleiding vormen voor weer nieuwe discussies. Max Havelaar zal ons kortom nog vele jaren onderzoeksmogelijkheden bieden, of zoals Piet Coutennier in zijn bijdrage zegt: Max Havelaar stelt de literatuurwetenschap voor een grote uitdaging. Zoals het een meesterwerk betaamt.



 

 


Geen opmerkingen: