Vanmorgen las ik een opmerkelijk
bericht op de website van het nrc. De Troonrede zal voortaan niet meer worden
nagelopen door Peter Smulders, de directeur van Onze Taal. Er ontstond ophef omdat hij vooraf zou hebben
verklapt dat de toon van de rede van dit jaar ‘somber’ was. Smulders is boos op
Omroep Brabant, dat het bericht op die manier naar buiten bracht. Smulders
vertelt op nrc.nl:
De
Troonrede is een zeer gevoelig onderwerp en iedereen was gespitst op nieuws
over de inhoud. Zij zetten een zeer tendentieuze kop boven hun bericht, met een
woord dat ik nooit uitgesproken heb. Ondanks herhaaldelijk verzoek er iets aan
te doen bleef die kop staan en daarmee begon de discussie. Ik lees nu overal
dat ik over de toon heb gezegd dat die somber was, terwijl ik dat woord nooit uitgesproken
heb.
Mijn eerste gedachte was: wat een
ophef over één enkel woordje (dat Smulders vast wel één keer in zijn leven uitgesproken heeft - 'nooit' lijkt me sterk, maar dat terzijde)! De troonrede is ieder jaar weer de aanleiding
voor een eindeloze stroom voor- en nabeschouwingen, analyses en discussies. Van
het ‘wie heeft hem als eerste in handen?-gevecht’ tussen journalisten (Frits
Wester van RTL Nieuws wint meestal) tot het overvloedige commentaar in kranten
en tijdschriften en op internet. Dit laatste wordt zowel op de inhoud (‘wat
Beatrix over de economie zei was vaag’) geleverd als op de ceremoniële aspecten
(‘die hoed van Jetta Klijnsma kon echt niet’). Ik kan meestal niet anders dan
het als 'muggenzifterij' bestempelen.
De ophef is zo oud als de Troonrede
zelf. Multatuli ageerde al fel tegen die van 1860. In die rede werd verkondigd
dat de toestand van de overzeesche bezittingen in alle opzichten bevredigend
was. In Over vryen arbeid (geschreven
in het voorjaar van 1862) strijdt Multatuli tegen de ‘verrotting’ van de Staat
en constateert:
De troonrede spreekt van ongestoorden vrede, van rust en
geluk, op den ogenblik als duizenden daarginder bezwyken onder hongersnood, of
neerzygen onder klewang-bajonetten uwer voor hoog handgeld gehuurde soldaten.
Die troonrede spreekt dus leugen, Nederlanders! Uw Tweede Kamer beraadslaagt
met voorgewende deftigheid wat zy zal antwoorden op die leugen, en brengt, na
‘t horen van een zestigtal geachte maar onverstane sprekers, met kunst en
moeite de leugen voort, dat ze die opgediste andere leugen met genoegen heeft
vernomen.
En in Idee 451 schrijft hij:
De
troonrede die de ministers laten uitspreken, is een jaarlyks terugkerende
leugen. En ’t antwoord daarop insgelyks. Nooit laat men den Koning zeggen:
“Heren, ’t Volk lydt gebrek.” Nooit antwoordt men: “Sire, ’t Volk heeft
honger.” En zo toch zou er moeten gesproken worden, als er naar waarheid
gestreefd werd.
In Vorstenschool, een toneelspel opgenomen in de 4e
bundel Ideën, vinden we een
‘speech vol lamme lompe leugens’, een parodie op de troonrede. Men zag in het
stuk een toespeling op Willem III; Multatuli ontkende deze bedoeling. De koning
in het stuk is een stumper. Naast diens lamme lompe leugens plaatst Multatuli
de idealen van koningin Louise - die zijn eigen ideeën verkondigt - en streeft
naar verheffing van haar volk:
Het volk
Is laag gezonken, moeder! ziel en
hart
Gaan onder bij aanhouden stoflijk
lijden.
De gloed van hooger geestdrift wordt
gedoofd,
Als ’t leven slechts één kamp is met
het lage…
De klacht van Multatuli klinkt mij
iets substantiëler in de oren dan onze veelal kneuterige discussies. De
Troonrede bevat de laatste jaren eigenlijk per definitie geen uitspraken (meer)
waar je je aan kunt vastklampen. Ieder jaar worden we getrakteerd op volstrekt
illusieloos taalgebruik, dat op z’n bewogenst leidt tot zinnen als: “Samen met
andere landen is een tweesporenbeleid tot stand gebracht van strenge
begrotingsdiscipline en versterking van de Europese groeiagenda.” (Troonrede
2012). Beatrix pleitte dit jaar voor veerkracht in economisch moeilijke tijden,
met enkele standaard verwijzingen naar de aard en kracht van ons volk. Grote
leugens horen we Beatrix niet verkondigen, waarschijnlijk simpelweg omdat ze
daar - in deze tijd waarin wij ons op allerlei andere manieren kunnen laten
informeren - niet mee weg zou komen.
Ik neem aan dat de ophef rondom
Smulders enkel te maken heeft met het feit dat hij de vertrouwelijkheid en
geheimhouding die bij zijn functie horen heeft geschonden. Want een troonrede
mag wat mij betreft best een beetje somber zijn als bepaalde zaken in de
samenleving dat ook zijn (en dat mag dan ook gezegd worden). Dan kan de Koningin ons daarna vanuit die eerlijkheid
verheffen met wat opbeurende slotwoorden.
Hopelijk hebben we het volgend jaar nog steeds zo goed dat we ons weer kunnen verbazen over alle onbenullige gevoeligheden rondom die ene
speech: bepaalde woorden, insinuaties en natuurlijk kledingkeuzes (dit jaar was ik
dankbaar voor de patroongordel van wortels van Marianne Thieme). Een van de
zeldzame gedichten over de derde dinsdag in september, ‘Prinsjesdag’ van Tonnus
Oosterhoff, geeft een mooi sfeerbeeld van de (onschadelijke) rede van de
laatste jaren. Het gedicht gaat over de gedachteloosheid van de toehoorders van
de Troonrede en hun aanhoudende drang om naar de wc te gaan. Ik ben benieuwd
wat Multatuli van die tekst gevonden zou hebben